15-05-2012
Op 15 mei hebben de ministers van Landbouw gesproken over één van de belangrijkste elementen van de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU, namelijk de inspanningen om de Europese landbouwers aan te moedigen milieuvriendelijker praktijken te gaan gebruiken.
De kern van het debat van de ministers werd gevormd door de drie voornaamste vergroeningsmaatregelen die door de Commissie zijn voorgesteld:
• het vergroten van de gewasdiversiteit,
• het aanleggen en aanhouden van blijvend grasland, en
• het in stand houden van natuurgebieden en landschappen (d.w.z. het reserveren van 7% van de landbouwgrond voor "ecologische aandachtsgebieden").
In het voorstel wordt in overweging gegeven om 30% van de rechtstreekse betalingen te reserveren voor landbouwbedrijven die deze praktijken toepassen. Biologische landbouwbedrijven en kleine landbouwers zouden van deze vereisten worden vrijgesteld.
"Ik heb vandaag een brede ambitie om te vergroenen kunnen constateren", verklaarde de voorzitter van de zitting, de Deense minister van Voedselvoorziening, Landbouw en Visserij Mette Gjerskov. "Hoewel dit debat nog lang niet afgerond is, heeft het er toch toe bijgedragen dat we vorderingen hebben kunnen maken", zei de minister.
Voorstellen van de lidstaten
Uit het debat is gebleken dat alle lidstaten er voorstander van zijn de landbouwpraktijken te vergroenen; zij zouden echter graag zien dat de voorgestelde maatregelen flexibeler zijn, om rekening te houden met de verschillen tussen de lidstaten en de regio's, en niet tot extra administratieve lasten te leiden.
In wezen kunnen de voorstellen van de lidstaten voor aanpassingen in drie groepen worden onderverdeeld:
1. Meer gebieden zouden als ‘per definitie groen’ moeten worden beschouwd. Dit zou bijvoorbeeld niet alleen op biologische landbouwgrond moeten worden toegepast, maar ook op grond waarop wordt geteeld volgens door de lidstaten toegepaste uiteenlopende certificeringsregelingen of die reeds valt onder plattelandsontwikkelingsmaatregelen die bedoeld zijn om het milieu te beschermen.
2. De drempel voor landbouwbedrijven waarvoor de vereisten van gewasdiversificatie zouden gelden, zou minimaal 10 hectare of meer moeten zijn, en niet drie hectare zoals thans wordt voorgesteld. De verplichting om drie gewassen in deze diversificatie mee te nemen, zou problemen kunnen veroorzaken in enkele landen waar het aantal geteelde variëteiten door het klimaat beperkt is.
3. De vereiste om 7% van de landbouwgrond te reserveren voor "ecologische aandachtsgebieden" moet worden aangepast, zodat meer gebieden hieronder vallen en de vereisten gelden voor een regio in plaats van voor afzonderlijke landbouwbedrijven. Een verlaging van de drempel zou de uitvoering van deze maatregel vergemakkelijken.
Het voorzitterschap heeft rekening gehouden met de tijdens het debat geformuleerde standpunten en zal in deskundigengroepen aan het voorstel blijven werken. Het streeft ernaar voor de komende Raadszitting in juni een voortgangsverslag over de landbouwhervorming op te stellen. Met behulp hiervan zou het aantredende voorzitterschap verdere besprekingen moeten kunnen organiseren.
Meer informatie:
Persmededeling
Persconferentie (video)
Hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (Europaportaal)