Naar een succesvolle Europa 2020-strategie



Viktor Orbán, eerste minister van Hongarije
© Kabinet van de eerste minister

Iedereen heeft belang bij een sterk Europa. Het Hongaarse voorzitterschap van de Raad van de EU zal daarom alles in het werk stellen om in de eerste helft van 2011 een succes te maken van de Europa 2020-strategie. Dat verklaart Viktor Orbán, eerste minister van Hongarije, in een exclusief interview voor de website van de Raad.

Mijnheer de eerste minister, de Hongaarse regering heeft verklaard dat 2011 het jaar van de actie zal zijn voor de Europese Unie.Welke lessen heeft de EU getrokken uit de crisis, en welke richting wil het Hongaarse voorzitterschap van de Raad geven aan het gecoördineerde optreden van de lidstaten?

Europa staat voor het moeilijkste jaar sinds de val van het communisme. Dit brengt enorme uitdagingen met zich mee. Het Hongaarse volk heeft echter al veel beproevingen en crisissen doorstaan, en ik kan dan ook bevestigen dat het Hongaarse voorzitterschap in deze periode een goede zaak is voor Europa. Als voorbereiding op ons voorzitterschap heb ik uitgebreid overleg gepleegd in heel Europa, zowel met collega-eersteministers als met de leiders van de landen die deelnemen aan het oostelijk partnerschap en met meerdere regeringsleiders in de Balkan. Het is mijn ervaring dat iedereen belang heeft bij een sterk Europa, omdat dit een bron van steun en middelen vormt voor alle naties. In deze geest zullen we er alles aan doen om van onze gemeenschap en van de Europa-2020-strategie een succesverhaal te maken. Ik wil hierbij de aandacht vestigen op twee punten in het bijzonder: de formulering van een gemeenschappelijke, algehele Europese strategie voor de Roma moet tijdens het Hongaarse voorzitterschap worden afgerond; we moeten echter ook een Europees perspectief bieden aan de landen van de Westelijke Balkan, teneinde stabiliteit te brengen in deze regio.

Hoe ziet het voorzitterschap de nauwere economische samenwerking in de EU, en welke instrumenten acht u hiertoe noodzakelijk?

De wereld ondergaat in sneltempo een grondige transformatie, en Europa moet zich staande kunnen houden in een wereldmarkt die meer dan ooit wordt gekenmerkt door sterke concurrentie. Tijdens het Hongaarse voorzitterschap moeten wij erop wijzen dat Europa de bakermat is van de markt­economie, en dat het in staat is tot nieuwe, innovatieve oplossingen. Er heerst onzekerheid bij de bevolking aangaande hun eigen toekomst en die van Europa. De Europeanen kennen de risico's, maar zien geen uitweg. Zij verwachten eerst en vooral oplossingen die een impuls moeten geven aan de economische groei, het scheppen van nieuwe banen en het behoud van de bestaande werkgelegenheid. In de komende periode zal Europa dan ook grondige vernieuwingen moeten ondergaan.

Wat verwacht u van de voorbereidende gesprekken over de herziening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het cohesiebeleid, en over de ontwikkeling van een gemeenschappelijk energiebeleid?

De toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is van bijzonder belang voor Europa. De Europese Unie kan niet concurreren zonder een landbouwproductie die in overeenstemming is met de Europese tradities, en die naar behoren functioneert. Het is dan ook bijzonder belangrijk dat wij de consensus tussen de lidstaten bevorderen over het in stand houden van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, en over de richting waarin het verder moet evolueren. Ons voorzitterschap hecht er belang aan dat de Unie de crisis met de euro overwint. Dit vraagstuk houdt echter ook verband met de verschillen in ontwikkeling tussen de lidstaten van de Unie, en is een overduidelijk bewijs dat Europa zijn cohesiebeleid moet bevorderen. Wat het energiebeleid betreft, kunnen we de Unie niet als een sterke mondiale speler beschouwen, indien de energieafhankelijkheid van Oost-Europa niet wordt onderkend. We moeten alles in het werk stellen om die energieafhankelijkheid te verminderen, door een diversificatie van bronnen en aanvoerroutes voor brandstof.

Welke toegevoegde waarde kan het Hongaarse voorzitterschap bieden voor het beleid van de Unie tegenover haar oostelijke buurlanden?

Wil de Europese Unie succesvol zijn op wereldniveau, dan moet zij ook in eigen regio succesvol zijn. Daarom biedt het welslagen van het oostelijk partnerschap een belangrijk hulpmiddel, dat onze gemeenschap aanzienlijk kan versterken. Het Hongaarse voorzitterschap van de EU in de eerste helft van 2011 beschouwt de bevordering van het oostelijk partnerschap als een van zijn belang­rijkste doelstellingen voor het buitenlands beleid; in mei 2011 wordt zelfs een topbijeenkomst over het oostelijk partnerschap georganiseerd in Boedapest. Het versnellen en afronden van de toetredingsonderhandelingen met Kroatië is volgens ons van strategisch belang, maar ook voor Servië moet het Europese perspectief open blijven. Wij zullen ook al het mogelijke doen om de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot het Schengengebied te ondersteunen.

Uw voorzitterschap is het laatste van het Spaans-Belgisch-Hongaarse drievoorzitterschapsteam.Hoe evalueert u de coördinatie en samenwerking met de Spanjaarden en de Belgen?

Onze minister van Buitenlandse Zaken, János Martonyi, heeft onlangs nog bilateraal vergaderd met zijn Spaanse en Belgische collega's in Brussel, en hij heeft ermee ingestemd om ook tijdens het Hongaarse voorzitterschap nauw met hen samen te werken. Wij plegen ook voortdurend overleg met onze Poolse vrienden, waarmee we praktisch een duo vormen aangezien zij ons opvolgen als voorzitter van de Raad van de Europese Unie.

Hoe zal het Hongaarse voorzitterschap over zijn werkzaamheden communiceren met de EU-burgers?

Net als vóór het voorzitterschap zal ik opnieuw alle 26 lidstaten bezoeken tijdens ons zes maanden durend voorzitterschap. Ik zal collega-eersteministers ontmoeten, en overal de boodschap van een sterk Europa uitdragen. Ik zal ook eigen middelen proberen aan te wenden om het concept van de Europese Unie dichter bij de Europese burger te brengen. Het is mijn doel de gapende kloof tussen de Europese geest en de Europese burgers te verkleinen.


21-12-2010