Bijzondere wetgevingsprocedures

Raad van de EU

In één oogopslag

Wetgever: In de praktijk is de Raad de enige wetgever. Het Europees Parlement moet zijn goedkeuring hechten aan een wetgevingsvoorstel, of moet erover geraadpleegd worden.

Initiatiefrecht inzake wetgeving: De Europese Commissie

Soorten procedure:

  • Goedkeuring: het Parlement kan een wetgevingsvoorstel met volstrekte meerderheid van stemmen aanvaarden of verwerpen, maar mag het niet amenderen
  • Raadpleging: het Parlement kan een wetgevingsvoorstel goedkeuren, verwerpen of er amendementen op voorstellen

Rechtsgrondslag: Artikel 289, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Regels: De verdragen bevatten geen exacte beschrijving van de bijzondere wetgevingsprocedures. Daarom worden de regels in elk concreet geval bepaald, op grond van de toepasselijke verdragsartikelen.

In detail

1. Goedkeuring

Volgens de goedkeuringsprocedure kan de Raad wetgevingsvoorstellen vaststellen na de goedkeuring te hebben verkregen van het Europees Parlement. Het Parlement kan een wetgevingsvoorstel dus met volstrekte meerderheid van stemmen aanvaarden of verwerpen, maar kan het niet wijzigen. De Raad kan de mening van het Parlement niet terzijde schuiven.

Als wetgevingsprocedure wordt'goedkeuring' gehanteerd wanneer nieuwe wetgeving inzake bestrijding van discriminatie wordt vastgesteld; deze procedure houdt tevens een vetorecht van het Parlement in wanneer de subsidiaire algemene rechtsgrondslag wordt toegepast overeenkomstig artikel 352 van het Verdrag betreffende de werking van de EU.

Tevens is 'goedkeuring' van het Parlement als niet-wetgevingsprocedure vereist in de volgende gevallen:

  • bij de goedkeuring door de Raad van bepaalde internationale overeenkomsten die door EU-onderhandelingen tot stand zijn gekomen
  • bij een ernstige schending van de grondrechten (artikel 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie)
  • voor de toetreding van nieuwe EU-lidstaten
  • bij regelingen voor uitstap uit de EU

2. Raadpleging

Volgens de raadplegingsprocedure neemt de Raad een wetgevingsvoorstel aan nadat het Parlement daarover advies heeft uitgebracht.

In die procedure kan het Parlement een wetgevingsvoorstel goedkeuren, verwerpen of er amendementen op voorstellen. De Raad is wettelijk niet verplicht met het advies van het Parlement rekening te houden, maar volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie mag de Raad geen besluit nemen zolang hij dat advies niet ontvangen heeft.

De procedure is op verscheidene terreinen van toepassing, zoals afwijkingen in het kader van de interne markt en mededingingsrecht.

Raadpleging van het Parlement als niet-wetgevingsprocedure is ook vereist bij de goedkeuring van internationale overeenkomsten in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.