Gekwalificeerde meerderheid

Raad van de EU

Een nieuwe regel vanaf 1 november 2014

De "standaard"-besluitvormingsmethode in de Raad

Meestal worden besluiten in de Raad met gekwalificeerde meerderheid genomen. 

Dat is het geval wanneer de Raad besluiten neemt volgens de gewone wetgevingsprocedure, ook wel "medebeslissingsprocedure" genoemd. Ongeveer 80% van alle EU-wetgeving wordt via deze procedure vastgesteld.

Vanaf 1 november 2014 geldt er in de Raad een nieuwe procedure voor besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid. Volgens deze procedure is er, bij een stemming over een voorstel van de Commissie of van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, sprake van een gekwalificeerde meerderheid als aan 2 voorwaarden wordt voldaan:

  • 55% van de lidstaten stemt voor - in de praktijk betekent dat: 16 van de 28
  • het voorstel wordt gesteund door lidstaten die ten minste 65% van de totale EU-bevolking vertegenwoordigen

Deze nieuwe procedure heet ook wel de regel van de "dubbele meerderheid".

Blokkerende minderheid

Een blokkerende minderheid moet bestaan uit minstens 4 leden van de Raad die meer dan 35% van de EU-bevolking vertegenwoordigen.

Bijzondere gevallen

Wanneer niet door alle leden van de Raad wordt gestemd, bijvoorbeeld omdat een lidstaat aan bepaalde beleidsterreinen niet deelneemt ('opt-out'), geldt een besluit als aangenomen indien 55% van de deelnemende leden van de Raad, die ten minste 65% van de bevolking van de deelnemende lidstaten vertegenwoordigen, voor stemt.

Wanneer de Raad stemt over een voorstel dat niet van de Commissie of van de hoge vertegenwoordiger komt, geldt een besluit als aangenomen indien:

  • ten minste 72% van de leden van de Raad voor stemt
  • de voorstemmers minstens 65% van de EU-bevolking vertegenwoordigen

Onthouding

Bij besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid geldt onthouding als een stem tegen. Onthouding is niet hetzelfde als niet aan de stemming deelnemen. Elk lid kan zich te allen tijde van stemming onthouden.

De vroegere regel voor gekwalificeerde meerderheid

Tot en met 31 maart 2017 kunnen de lidstaten verzoeken om toepassing van de vroegere regel voor besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid. Volgens die regel heeft elke vertegenwoordiger van een lidstaat een bepaald aantal stemmen dat is vastgelegd in de EU-verdragen. De stemmenweging correspondeert grofweg met de bevolkingsomvang van elke lidstaat.

De 352 stemmen zijn als volgt verdeeld:

  • Frankrijk, Duitsland, Italië, Verenigd Koninkrijk: 29 stemmen elk
  • Polen, Spanje: 27 stemmen elk
  • Roemenië: 14 stemmen
  • Nederland: 13 stemmen
  • België, Griekenland, Hongarije, Portugal, Tsjechië: 12 stemmen elk
  • Bulgarije, Oostenrijk, Zweden: 10 stemmen elk
  • Denemarken, Finland, Ierland, Kroatië, Litouwen en Slowakije: 7 stemmen elk
  • Cyprus, Estland, Letland, Luxemburg, Slovenië: 4 stemmen elk
  • Malta: 3 stemmen

Volgens die vroegere regel is er in de Raad sprake van een gekwalificeerde meerderheid als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • een meerderheid van lidstaten - 15 lidstaten - stemt voor
  • ten minste 260 van de in totaal 352 stemmen zijn stemmen voor

Een lidstaat kan verlangen dat wordt nagegaan of de stemmen voor ten minste 62% van de totale EU-bevolking vertegenwoordigen. Blijkt dit niet het geval te zijn, dan wordt het voorstel niet aangenomen.