Het 4e spoorwegpakket: maatregelen ter verbetering van de Europese spoorwegen

Wat is het 4e spoorwegpakket?

Het 4e spoorwegpakket moet de resterende hindernissen voor de schepping van één Europese spoorwegruimte wegnemen. De voorgestelde wetgeving zal de EU-spoorwegsector hervormen door stimulering van concurrentie en innovatie op de binnenlandse passagiersmarkten. De voorstellen houden tevens structurele en technische hervormingen in. Uiteindelijk moet dat de veiligheid, de interoperabiliteit en de betrouwbaarheid van het Europese spoorwegnetwerk op een hoger niveau brengen.

Het pakket bestaat uit 6 wetgevingsvoorstellen van de Commissie.

Waarom hebben we het nodig?

Trans-Europees vervoersbeleid (TEN-T)

Het 4e spoorwegpakket ondersteunt het nieuwe TEN-T-beleid van de EU, dat op 1 januari 2014 van start is gegaan. Het gaat uit van 9 cruciale vervoersnetwerkcorridors door de hele EU, met als doel:

  • het wegwerken van knelpunten
  • het scheppen van ontbrekende grensoverschrijdende verbindingen
  • het bevorderen van integratie en interoperabiliteit tussen verschillende vervoerswijzen

Het Europese spoorwegnetwerk is momenteel erg versnipperd. De lidstaten hanteren verschillende veiligheidsnormen en technische systemen. Zo is voor grensoverschrijdende treindiensten een veiligheidsvergunning nodig van verschillende nationale autoriteiten en worden voor die diensten verschillende signaleringssystemen gebruikt. Dat maakt het betreden van de spoorwegmarkt door nieuwe spoorwegexploitanten ingewikkeld en duur, net als het in de handel brengen van nieuwe technische apparatuur.

Door het wegwerken van de laatste hindernissen voor de gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte zal het voorgestelde 4e spoorwegpakket bevorderlijk zijn voor een beter concurrerende spoorwegsector, met betere verbindingen tussen de EU en haar buurlanden.

Daarnaast zullen de veranderingen de EU helpen bij het halen van streefcijfers voor lagere emissies en zullen ze een groter gebruik van het spoorwegvervoer stimuleren, zoals geschetst in het Witboek over vervoer van de Commissie uit 2011.

In detail

De voorstellen van het 4e spoorwegpakket hebben 4 hoofddoelstellingen:

  1. Werkbare normen en goedkeuringen
    De wijzigingen moeten leiden tot lagere administratieve kosten voor spoorwegmaatschappijen en nieuwe exploitanten gemakkelijker toegang tot de markt bieden. Het Europees Spoorwegbureau (ERA) zal het enige loket worden voor de afgifte van voertuigvergunningen en veiligheidscertificaten voor exploitanten.
  2. Een structuur die tot resultaten leidt
    De voorgestelde wijzigingen versterken de rol van de infrastructuurbeheerders - de mensen die verantwoordelijk zijn voor het spoorbeheer - en zorgen ervoor dat zij operationeel en financieel volledig onafhankelijk zijn van de treinexploitanten. De infrastructuurbeheerders zouden daarnaast zeggenschap krijgen over alle centrale onderdelen van het spoorwegnetwerk, zoals infrastructuurplanning, het maken van de dienstregelingen, en de dagelijkse activiteiten en onderhoud.
  3. Opening van binnenlandse passagiersmarkten
    Het 4e spoorwegpakket omvat het voorstel om de binnenlandse spoorwegnetten voor passagiersvervoer vanaf december 2019 open te stellen voor nieuwe exploitanten en diensten. Ondernemingen zouden concurrerende diensten, bijvoorbeeld een nieuwe treindienst op een bepaald traject, kunnen aanbieden, of via inschrijvingen kunnen meedingen naar openbaredienstcontracten voor spoorwegvervoer. De voorgestelde wijzigingen zouden openbare aanbesteding verplicht maken voor openbaredienstcontracten voor spoorwegvervoer in de EU.
  4. Behoud van geschoolde arbeidskrachten in de spoorwegen
    Uit de voorstellen spreekt het belang van het aantrekken van geschoolde en gemotiveerde personeelsleden voor de spoorwegsector. Met name zouden de wijzigingen lidstaten in staat stellen werknemers beter te beschermen als openbaredienstcontracten op nieuwe contractanten overgaan.

Het wetgevingspakket voor deze zaken bestaat uit technische voorstellen en voorstellen voor een beter bestuur en opening van de markt.

De technische pijler omvat het actualiseren van 3 bestaande wetsteksten:

  • voorstel voor een herziene verordening betreffende het ERA - 2013/0014(COD)
  • voorstel voor een herziene richtlijn inzake de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de EU - 2013/0015(COD)
  • voorstel tot wijziging van de richtlijn spoorwegveiligheid - 2013/0016(COD)

De pijlers bestuur en marktopening omvatten wijzigingen in 2 bestaande wetsteksten en de intrekking van een derde wetstekst:

  • voorstel tot wijziging van de verordening inzake de openstelling van de markt voor het binnenlands passagiersvervoer per spoor - 2013/0028(COD)
  • voorstel tot wijziging van de richtlijn tot instelling van één Europese spoorwegruimte - 2013/0029(COD)
  • voorstel tot intrekking van de verordening betreffende de regels voor de normalisatie van de rekeningstelsels van de spoorwegondernemingen - 2013/0013(COD)

De rol van de Raad

De 6 voorstellen van het 4e spoorwegpakket worden via onderhandelingen aangenomen volgens de gewone wetgevingsprocedure. De Raad en het Europees Parlement treden dus gezamenlijk op als wetgever.

De Raad heeft zijn standpunt in eerste lezing inzake de 3 voorstellen onder de technische pijler reeds aangenomen op 10 december 2015. Het Europees Parlement moet de voorstellen nu formeel goedkeuren in tweede lezing.

In de Raad TTE van 8 oktober 2015 is overeenstemming bereikt over een "algemene oriëntatie" (voorlopig Raadsstandpunt) ten aanzien van de voorstellen voor een beter bestuur en opening van de markt. De volgende stap is het aanknopen van trialoogonderhandelingen met het Europees Parlement.