Wat is het beleidspakket schone lucht?

Het pakket schone lucht moet in de hele EU de luchtverontreiniging drastisch verminderen. De voorgestelde strategie formuleert doelstellingen voor het verminderen van de gezondheids- en milieueffecten van luchtverontreiniging tegen 2030, en bevat wetgevingsvoorstellen ter uitvoering van strengere normen voor emissies en luchtverontreiniging.

Het pakket is op 18 december 2013 door de Commissie bekendgemaakt, en bestaat uit de mededeling "Programma schone lucht voor Europa” en drie wetgevingsvoorstellen over emissies en luchtverontreiniging. 

Pakket schone lucht in cijfers

Ten opzichte van de huidige situatie zullen de maatregelen uit het pakket schone lucht tegen 2030 naar schatting:

  • 58 000 voortijdige sterfgevallen voorkomen
  • 123 000 km² aan ecosystemen redden van stikstofverontreiniging
  • 56 000 km² beschermde Natura 2000-gebieden redden
  • 19 000 km² aan bosecosystemen redden van verzuring

Waarom is het pakket nodig?

Slechte luchtkwaliteit heeft een negatieve impact op onze levenskwaliteit. Zij veroorzaakt verschillende gezondheidsproblemen, zoals astma en hart- en vaatziekten. Die gezondheidsproblemen leiden vervolgens tot verloren werkdagen, en hogere kosten voor de gezondheidszorg, vooral voor kinderen en ouderen.

Gezondheidsproblemen in verband met slechte luchtkwaliteit komen met name veelvuldig voor in bebouwde stedelijke gebieden, waar de luchtkwaliteit doorgaans lager is. Slechte luchtkwaliteit is ook in de hele EU de belangrijkste oorzaak van vroegtijdig overlijden, en heeft zelfs een grotere impact dan verkeersongevallen. Naast de schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid, berokkent slechte luchtkwaliteit ook schade aan ecosystemen.

De uitvoering van het pakket schone lucht zou leiden tot een betere luchtkwaliteit voor alle EU‑burgers, en lagere kosten voor de gezondheidszorg voor overheden. De voorstellen zouden ook ten goede komen aan het bedrijfsleven, omdat maatregelen ter vermindering van luchtverontreiniging de innovatie en het concurrentievermogen van de EU op het gebied van groene technologie zouden stimuleren.

In detail

Het pakket schone lucht bestaat uit verschillende elementen:

  • het Programma schone lucht voor Europa — een strategie van de Commissie die bestaat uit maatregelen om te waarborgen dat de bestaande streefcijfers worden gehaald, en uit nieuwe doelstellingen inzake luchtkwaliteit voor de periode tot 2030
  • een herziening van de richtlijn inzake nationale emissieplafonds met strikte emissieplafonds voor de 6 voornaamste verontreinigende stoffen
  • een voorstel voor een richtlijn ter vermindering van verontreiniging afkomstig van middelgrote stookinstallaties
  • een voorstel tot goedkeuring van gewijzigde internationale regels inzake grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand (het Protocol van Göteborg) op EU-niveau

De besluitvorming in de Raad

De Raad besluit doorgaans samen met het Europees Parlement, volgens de gewone wetgevingsprocedure. Op een aantal specifieke gebieden maakt hij gebruik van de goedkeurings- of raadplegingsprocedure, waarbij het Parlement een beperkte rol speelt.

In de Raad

De mededeling van de Commissie over het Programma schone lucht is op 20 december 2013 bij de Raad ingediend. De Commissie heeft het programma, samen met de begeleidende wetgevingsvoorstellen, ook aan de Raad gepresenteerd tijdens de zitting van de Raad Milieu op 3 maart 2014.

2 onderdelen van het pakket schone lucht vallen onder de gewone wetgevingsprocedure — het voorstel tot wijziging van de nationale emissieplafonds en het voorstel over middelgrote stookinstallaties. Bij deze 2 wetgevingsvoorstellen treden de Raad en het Europees Parlement als medewetgevers op.

De Raad heeft in december 2015 de richtlijn over middelgrote stookinstallaties aangenomen. Hij bereikte eenalgemene oriëntatie over de NEC-richtlijn inzake nationale emissieplafonds en wacht op het besluit van het Parlement.

Het voorstel betreffende het Protocol van Göteborg vereist een besluit van de Raad. Het Europees Parlement moet dus zijn goedkeuring geven wanneer de Raad het wetgevingsvoorstel wenst aan te nemen.