Wat doet de EU tegen de klimaatverandering?

Klimaatverandering is wereldwijd een belangrijk probleem. Als niets wordt gedaan om de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd te verminderen, zal de aarde waarschijnlijk met meer dan 2 °C opwarmen ten opzichte van het niveau van vóór de industrialisering. Tegen het einde van deze eeuw zou de opwarming al 5 °C kunnen bedragen. Het effect daarvan op de zeespiegel en de landschappen van onze planeet zou enorm zijn. 

20-20-20-doelstellingen

Het eerste EU-pakket van klimaat- en energiemaatregelen stelt 3 hoofddoelen voor 2020:

  • vermindering van de broeikasgasemissies met 20%
  • verhoging van het aandeel hernieuwbare energie tot 20%
  • verbetering van de energie-efficiëntie met 20%

Dit zijn de zogeheten "20-20-20-doelstellingen".

Het bestrijden van de klimaatverandering en het terugdringen van broeikasgasemissies is bijgevolg een prioriteit voor de EU. De EU-leiders zullen zich met name inzetten om Europa om te vormen tot een zeer energie-efficiënte, koolstofarme economie. De EU heeft zich ook ten doel gesteld de uitstoot van broeikasgassen voor 2050 met 80 tot 95% te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990.

Het eerste EU-pakket van klimaat- en energiemaatregelen werd in 2008 aangenomen en omvat de doelstellingen voor 2020. De EU maakt goede vorderingen bij het verwezenlijken van die doelstellingen. Om investeerders meer zekerheid te geven is nu echter een geïntegreerd kader nodig voor de periode tot 2030. De EU heeft daarom het klimaat- en energiekader voor 2030 afgesproken, dat een aantal belangrijke doelstellingen en beleidsmaatregelen voor de periode 2020-2030 bevat.

De EU en haar 28 lidstaten hebben zowel het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) en het Kyotoprotocol als het nieuwe klimaatakkoord van Parijs ondertekend. 

De rol van de Raad

Momenteel worden verscheidene klimaatonderwerpen besproken waarbij voor de Raad een belangrijke rol is weggelegd.

1. Het klimaat- en energiekader voor 2030

Het klimaat- en energiekader 2030 biedt een raamwerk voor het klimaat- en energiebeleid van de EU voor de periode 2020-2030. Het bevat een aantal maatregelen en streefcijfers om de economie en het energiesysteem van de EU concurrerender, betrouwbaarder en duurzamer te maken. Het kader is ook bedoeld om investeringen in groene technologieën aan te moedigen, hetgeen banen moet helpen scheppen en het concurrentievermogen van Europa moet helpen vergroten. 

2. EU ETS en de hervorming ervan

De EU-regeling voor de emissiehandel (EU ETS) is opgezet om de uitstoot van broeikasgassen op een kosteneffectieve en economisch efficiënte manier te helpen terugdringen. De regeling beperkt de hoeveelheid broeikasgassen die bepaalde industriesectoren mogen uitstoten. Emissierechten worden op een door de EU vastgesteld niveau geplafonneerd, en ondernemingen ontvangen individuele emissierechten of kunnen deze kopen. 

Door de economische crisis is de vraag naar deze rechten echter afgenomen, en onder meer daardoor is er op de markt een groot overschot ontstaan. Met het oog daarop hebben de Raad en het Europees Parlement onlangs een besluit aangenomen dat moet leiden tot de vorming van een marktstabiliteitsreserve voor de EU ETS. Doel van de reserve is de regeling beter bestand te maken tegen onevenwichtigheden tussen vraag en aanbod van emissierechten. Het zal in 2018 worden opgezet en functioneren vanaf 1 januari 2019.

De Commissie heeft ook een voorstel ingediend voor een brede herziening van de EU ETS. Het doel is ervoor te zorgen dat de regeling de meest doeltreffende en kosteneffectieve manier voor het verminderen van de emissies van de EU in de komende tien jaar blijft. Het voorstel is ook de eerste concrete wetgevingsstap naar de uitvoering van het voornemen van de EU om de uitstoot van broeikasgassen voor 2030 intern te verminderen met ten minste 40 %.

3. Internationale klimaatovereenkomsten

Aangezien klimaatverandering een wereldwijd verschijnsel is, zijn internationale samenwerking en maatregelen belangrijk. De EU heeft daarom geholpen met het voortstuwen van de internationale klimaatonderhandelingen. Zij speelde een belangrijke rol bij het tot stand brengen van zowel het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) en het Kyotoprotocol als het akkoord van Parijs inzake klimaatverandering.