Klimaatovereenkomst van Parijs

Raad van de EU

De Overeenkomst van Parijs is een mondiaal akkoord over de klimaatverandering dat op 12 december 2015 in Parijs werd bereikt. De overeenkomst bevat een actieplan om de opwarming van de aarde ruim onder 2°C te houden. Zij beslaat de periode vanaf 2020.

  • De overeenkomst van Parijs omvat de volgende hoofdelementen:
  • langetermijndoelstelling: de regeringen besloten om de gemiddelde temperatuurstijging op aarde in vergelijking met het pre-industriële tijdperk te beperken tot minder dan 2°C, en om inspanningen te leveren voor een beperking tot 1,5°C
  • bijdragen: vóór en tijdens de conferentie van Parijs dienden landen alomvattende nationale klimaatactieplannen in om hun uitstoot te beperken
  • ambitie: de regeringen besloten om de vijf jaar hun bijdragen voor ambitieuzere streefcijfers bekend te maken
  • transparantie: de regeringen stemden er tevens mee in om, met het oog op transparantie en controle, aan elkaar en aan het grote publiek verslag uit te brengen over hoe het staat met de verwezenlijking van hun streefcijfers
  • solidariteit: de EU en andere ontwikkelde landen zullen ontwikkelingslanden financieel blijven bijstaan bij het terugdringen van de uitstoot en het opbouwen van weerbaarheid tegen de klimaatverandering

De klimaatverandering is wereldwijd een belangrijk probleem voor iedereen. Deze tijdlijn volgt het proces van de totstandkoming van een nieuwe mondiale juridisch bindende klimaatovereenkomst – de Overeenkomst van Parijs – en de follow-up ervan. Ook de rol van de EU hierin wordt belicht.

2016

4 november

Inwerkingtreding Overeenkomst van Parijs

Op 4 november 2016 treedt de Overeenkomst van Parijs in werking. Dit gebeurt 30 dagen nadat de voorwaarden hiervoor vervuld zijn: op 4 oktober hebben minstens 55 landen die samen verantwoordelijk zijn voor ten minste 55 % van de mondiale uitstoot van broeikasgassen de overeenkomst geratificeerd.

25 oktober

De EU zal haar bijdrage voor internationale klimaatfinanciering opvoeren en zo meewerken aan de doelstelling voor geïndustrialiseerde landen om uiterlijk in 2020 en vervolgens tot 2025 $ 100 miljard per jaar bijeen te brengen. Vóór 2025 zullen de partijen bij het Raamverdrag van de VN inzake klimaatverandering een nieuw collectief streefcijfer bepalen.

De totale bijdragen van de EU en de lidstaten bedroegen € 17,6 miljard in 2015, een aanzienlijke stijging ten opzichte van 2014. De bijdragen werden met succes aangewend voor initiatieven ter beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering in ontwikkelingslanden.

De bijdrage wordt beschouwd als een belangrijke stap naar de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs.

11 oktober

De Raad Economische en Financiële Zaken neemt conclusies over klimaatfinanciering aan. De Raad benadrukt dat publieke financiering belangrijk blijft voor het bestrijden van de klimaatverandering. De ministers bevestigen ook dat het niveau van de publieke klimaatfinanciering de komende jaren zal worden opgetrokken. De bijdragen van de lidstaten zullen voor aanvang van de CoP 22 worden bekendgemaakt.

7 oktober

Neerlegging van akten van bekrachtiging van Overeenkomst van Parijs

De EU viert de neerlegging van de akten van bekrachtiging van de Overeenkomst van Parijs tijdens een plechtigheid in het VN-hoofdkwartier in New York.

5 oktober

EU bekrachtigt Overeenkomst van Parijs officieel

Vertegenwoordigers van het voorzitterschap van de Raad en van de Europese Commissie leggen de officiële documenten voor bekrachtiging neer bij de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, die de depositaris van de overeenkomst is.

4 oktober

De Raad stelt het besluit vast over de bekrachtiging door de EU van de Overeenkomst van Parijs. Het besluit zal een van de komende dagen worden neergelegd bij de secretaris-generaal van de VN. De bekrachtiging door de EU treedt in werking zodra het besluit is neergelegd.

30 september

De Raad Milieu wordt het eens over ratificatie op EU-niveau. De lidstaten zullen de overeenkomst tegelijkertijd met de EU ratificeren als zij de daartoe benodigde nationale procedures reeds hebben afgerond, of anders zo spoedig mogelijk nadien.

Zodra het Europees Parlement zijn goedkeuring verleent, zal de Raad het besluit tot sluiting formeel aannemen. Vervolgens kan de EU tot ratificatie overgaan.

20 juni

De Raad Milieu neemt een verklaring aan over de bekrachtiging van de Overeenkomst van Parijs. Daarin ligt de nadruk op een krachtig en duidelijk politiek signaal wat betreft het engagement van de EU om de positieve dynamiek van Parijs te handhaven en te werken aan een spoedige inwerkingtreding en doeltreffende uitvoering van de Overeenkomst van Parijs.

22 april

Ondertekening Overeenkomst van Parijs

De EU ondertekent de Overeenkomst van Parijs.

Sharon Dijksma, de Nederlandse minister van Milieu en de voorzitter van de Raad, en Maroš Šefčovič, de vicevoorzitter van de Europese Commissie, ondertekenen tijdens een plechtige ceremonie in New York de overeenkomst namens de EU.

Vanaf dit moment staat het document één jaar open voor ondertekening.

17-18 maart

De Europese Raad onderstreept dat de Europese Unie en haar lidstaten zo snel mogelijk en op tijd in staat moeten worden gesteld de Overeenkomst van Parijs te ratificeren, zodat ze partijen bij de overeenkomst zijn vanaf de inwerkingtreding ervan.

De Europese Raad wijst ook op de inzet van de EU om de binnenlandse uitstoot van broeikasgassen te verminderen, om het aandeel van hernieuwbare energiebronnen te vergroten en om de energie-efficiëntie te verbeteren, zoals afgesproken in de Europese Raad van oktober 2014. Het aanpassen van de wetgeving ter uitvoering van dit kader is een prioriteit.

4 maart

Tijdens de Raad Milieu spreken de ministers over de follow-up van de klimaatovereenkomst van Parijs en de gevolgen ervan voor het klimaatbeleid van de EU.

Er wordt opgemerkt dat een tijdige uitvoering van het beleidskader voor klimaat en energie 2030 zal aantonen dat de EU vasthoudt aan de doelstellingen van de overeenkomst. De ministers benadrukken ook dat het belangrijk is dat de overeenkomst snel wordt bekrachtigd.

15 februari

De Raad Buitenlandse Zaken neemt conclusies aan over een Europese klimaatdiplomatie na CoP21. De Raad benadrukt de rol van Europese klimaatdiplomatie bij het bevorderen van de uitvoering van de in december 2015 bereikte mondiale klimaatovereenkomst van Parijs. 

Het actieplan voor klimaatdiplomatie voor 2016 is toegespitst op drie hoofdgebieden:

  • bewustmaking inzake klimaatverandering als strategische prioriteit in diplomatieke dialogen, diplomatie en instrumenten voor extern beleid
  • uitvoering van de overeenkomst van Parijs en de voorgenomen nationaal vastgestelde bijdragen in het kader van emissiearme en klimaatveerkrachtige ontwikkeling
  • het aanpakken van het verband tussen klimaatverandering, natuurlijke hulpbronnen, welvaart, stabiliteit en migratie

2015

17-18 december

De EU-leiders tonen zich ingenomen met het historische klimaatakkoord dat tijdens de CoP21 in Parijs is bereikt en verzoeken de Commissie en de Raad de resultaten uiterlijk in maart 2016 te evalueren, met name in het licht van het klimaat- en energiekader 2030, en de volgende stappen voor te bereiden.

12 december

Overeenkomst van Parijs bereikt

Op 12 december wordt een nieuwe mondiale overeenkomst over klimaatverandering bereikt. Deze overeenkomst vormt een evenwichtig resultaat met een actieplan om de opwarming van de aarde "ruim onder" 2°C te houden en verdere inspanningen te doen om ze tot 1,5°C te beperken.

De overeenkomst van Parijs zal vanaf 22 april 2016 gedurende één jaar ter ondertekening openstaan in New York.

Ze bestrijkt de periode vanaf 2020 en zal in werking treden zodra ze is bekrachtigd door 55 landen die verantwoordelijk zijn voor ten minste 55% van de wereldwijde emissies.

30 november - 11 december

Klimaatconferentie van Parijs CoP 21

De klimaatconferentie van Parijs heeft plaats van 30 november tot en met 12 december 2015. Het is de 21e zitting van de Conferentie van de Partijen (CoP 21) bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) en de 11e zitting van de Conferentie waarin de Partijen bij het Protocol van Kyoto bijeenkomen (CMP 11). Delegaties uit ongeveer 150 landen nemen deel aan de onderhandelingen over een nieuwe, mondiale en juridisch bindende klimaatovereenkomst.

10 november

De Raad Economische en Financiële Zaken neemt in zijn zitting van 10 november 2015 conclusies over klimaatfinanciering aan. In deze conclusies wordt de rol onderkend van klimaatfinanciering als instrument om de opwarming van de aarde onder de 2°C te houden en de overgang naar klimaatveerkrachtige, broeikasgasarme, duurzame economieën te bewerkstelligen. De ministers buigen zich tevens over de klimaatfinancieringsbijdrage van de EU aan de som van 100 miljard dollar per jaar, uit een brede waaier aan bronnen, die door ontwikkelde landen uiterlijk voor 2020 is beloofd. Ze zijn het er over eens dat er aanzienlijke middelen nodig zullen zijn om ontwikkelingslanden te helpen adequaat met de klimaatverandering om te gaan.

18 september

De Raad Milieu neemt conclusies aan ter vaststelling van het EU-standpunt voor de VN-klimaatconferentie in Parijs. De ministers komen overeen dat de EU zal streven naar een ambitieuze, juridisch bindende en dynamische overeenkomst, met als doelstelling de wereldwijde opwarming onder de 2°C te houden.

De Raad beklemtoont dat, om dat doel te bereiken, de mondiale uitstoot van broeikasgassen ten laatste vanaf 2020 niet verder mag stijgen, uiterlijk in 2050 met ten minste 50% moet zijn verminderd ten opzichte van 1990, en in 2100 vrijwel nul of minder dan nul moet bedragen.

6 maart

In de aanloop naar de klimaatconferentie van Parijs dient de EU haar voorgenomen nationaal vastgestelde bijdrage (INDC) in bij het secretariaat van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC). Met deze INDC geeft de EU uitdrukking aan haar engagement bij het onderhandelingsproces voor een nieuwe, juridisch bindende overeenkomst over klimaatverandering om de opwarming van de aarde onder de 2°C te houden. Zij bevestigt tevens het bindende streefcijfer inzake vermindering van de binnenlandse uitstoot van broeikasgassen met ten minste 40% in 2030 in vergelijking met 1990, zoals vermeld in de conclusies van de Europese Raad van oktober 2014.

2014

23 oktober

Klimaat- en energiekader 2030

EU-leiders bereiken overeenstemming over klimaat- en energiekader 2030. De Europese Raad bekrachtigt 4 doelstellingen:

  • een bindend EU-streefcijfer voor het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen met 40% tegen 2030, ten opzichte van 1990
  • het streefdoel dat ten minste 27% van de energie die in 2030 wordt verbruikt, hernieuwbare energie is
  • een verbetering van de energie-efficiëntie met 27% ten opzichte van de prognoses
  • de voltooiing van de interne energiemarkt door het halen van een minimumstreefcijfer van 10% van de bestaande interconnecties voor elektriciteit in 2020, ten minste voor energie-eilanden - met name de Baltische staten en het Iberisch Schiereiland