De jaarlijkse begroting bevat alle uitgaven en inkomsten van de Europese Unie voor één jaar. Er wordt voorzien in de financiering van EU-programma's en -acties op alle beleidsgebieden van de EU, zoals landbouw, onderzoek en regionaal beleid.

De jaarlijkse begroting zorgt er ook voor dat de EU de nodige inkomsten krijgt om haar uitgaven te financieren. De jaarlijkse EU-begroting – uitgaven en inkomsten – moet in evenwicht zijn.

Uitgaven

De uitgaven in de jaarlijkse EU-begroting zijn verdeeld in vastleggingen en betalingen.

De vastleggingen (voluit "vastleggingskredieten") dekken de totale kosten van wettelijke verplichtingen die in een gegeven begrotingsjaar kunnen worden aangegaan. Wettelijke verplichtingen kunnen contracten, subsidieovereenkomsten en subsidiebesluiten zijn.

Meerjarig financieel kader — infografiek

MFF-thumbnail

De betalingen (voluit "betalingskredieten") dekken de uitgaven die in het lopende jaar moeten worden gedaan naar aanleiding van wettelijke verplichtingen die in het lopende jaar en/of eerdere jaren zijn aangegaan.

De bedragen van vastleggingen en betalingen zijn gewoonlijk verschillend voor meerjarenprojecten, bijvoorbeeld de bouw van een brug. De vastleggingskredieten worden in dergelijke gevallen in één jaar vastgesteld, terwijl de betalingskredieten in kleinere bedragen worden opgedeeld, te betalen over verscheidene jaren.

De vastleggingen en betalingen zijn identiek voor uitgaven die in hetzelfde jaar moeten worden gedaan, bijvoorbeeld rechtstreekse financiële steun aan landbouwers.

Middelen die zijn vastgelegd maar nog niet aan de begunstigden zijn uitbetaald, worden "nog betaalbaar te stellen bedragen" genoemd, of "RAL" ("reste à liquider").

De uitgavenzijde van de jaarlijkse EU-begroting moet binnen de uitgavenbeperkingen ("plafonds") blijven die in het meerjarig financieel kader zijn vastgelegd. De EU stelt haar jaarlijkse begroting gewoonlijk op een lager niveau vast dan dat van de uitgavenplafonds in de MFK-verordening – om indien nodig onvoorziene uitgaven te kunnen dekken.

Inkomsten

In de jaarlijkse begroting worden ook de bronnen van de inkomsten aangegeven. Momenteel zijn dit:

  • traditionele eigen middelen, hoofdzakelijk douanerechten en suikerheffingen
  • de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde (btw)
  • de eigen middelen uit het bruto nationaal inkomen (bni), dat uitgaven dekt die niet door de andere soorten inkomsten worden gefinancierd
  • andere inkomstenbronnen, zoals belastingen op de salarissen van EU-personeel, bijdragen van niet-EU-landen aan bepaalde programma's, en boetes

De inkomsten uit eigen middelen moeten binnen de "plafonds" blijven die zijn vastgelegd in de regels inzake de eigen middelen.

Begroting van de Raad van de EU en de Europese Raad

De jaarlijkse begroting van de EU bevat een specifieke afdeling (Afdeling II) voor de gedeelde begroting van de Raad van de EU en de Europese Raad.

De begroting van de Raad en de Europese Raad wordt door het secretariaat-generaal van de Raad van de EU beheerd.

Rol van de Raad

De Raad van de EU:

  • hecht samen met het Europees Parlement volgens een bijzondere wetgevingsprocedure zijn goedkeuring aan de jaarlijkse EU-begroting op basis van een voorstel van de Commissie
  • kan samen met het Europees Parlement de goedgekeurde jaarlijkse begroting wijzigen op basis van een voorstel van de Commissie
  • doet een aanbeveling aan het Europees Parlement over de vraag of aan de Commissie kwijting moet worden verleend voor de uitvoering van de jaarlijkse EU-begroting.