De voorschriften inzake de eigen middelen vormen een van de drie (onderling verbonden) onderdelen van het EU-begrotingssysteem . De andere twee zijn:

De voorschriften inzake de eigen middelen bepalen welke verschillende soorten inkomsten de EU heeft en hoe die worden berekend en beschikbaar gemaakt.

In de voorschriften inzake de eigen middelen van de EU wordt het volgende bepaald:

1. Een plafond

Dit is het maximumbedrag aan eigen middelen dat de EU in een jaar mag innen. Het plafond wordt uitgedrukt als een percentage van het bruto nationaal inkomen (bni) van de EU, en is dus afhankelijk van de economische situatie in de EU.

2. De verschillende soorten eigen middelen

traditionele eigen middelen: vooral douanerechten en suikerheffingen
• eigen middelen op basis van de belasting over de toegevoegde waarde (btw): op de geharmoniseerde btw-grondslag van iedere lidstaat wordt een uniform percentage van 0,3% geheven; de belastbare btw-grondslag is voor elk land evenwel begrensd op 50% van het bruto nationaal inkomen (bni)
eigen middelen op basis van het bruto nationaal inkomen (bni): op het bni van iedere lidstaat wordt een standaardpercentage geheven voor de uitgaven die niet door andere eigen middelen gedekt worden

3. Correcties

Correcties zijn bedoeld om onevenwichtigheden in de begroting van sommige lidstaten te compenseren of te corrigeren.

Alle correcties, of ze nu betrekking hebben op de inkomsten of op de uitgaven, berusten op twee beginselen:

1. Het uitgavenbeleid is in wezen het geijkte instrument om het probleem van begrotingsonevenwichtigheden op te lossen.
2. Iedere lidstaat die te kampen heeft met een in verhouding tot zijn relatieve welvaart buitensporige begrotingslast, kan op een gepast tijdstip een correctie krijgen.

Andere inkomstenbronnen van de EU

De EU heeft ook andere inkomstenbronnen, zoals de belasting op het salaris van het EU-personeel, bijdragen van niet-EU-landen aan bepaalde programma's, en boetes voor bedrijven die de mededingingswetgeving overtreden.

Rol van de Raad

De Raad maakt gebruik van bijzondere wetgevingsprocedures om de wetgeving aan te nemen waarmee de eigen middelen van de EU worden geregeld. Deze procedures verschillen naargelang het wetsbesluit.

Voor sommige wetsbesluiten is eenparigheid van stemmen nodig, en moet de Raad eerst het Europees Parlement raadplegen.
Andere neemt de Raad met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen aan, nadat het Europees Parlement zijn goedkeuring heeft gegeven of nadat het Parlement en de Rekenkamer zijn geraadpleegd.

De voorstellen voor die wetsbesluiten komen van de Europese Commissie. Zij kunnen worden gewijzigd voordat ze worden aangenomen.

Gewoonlijk geeft de Europese Raad richtsnoeren op grond waarvan de Raad van de EU onderhandelt met het Europees Parlement over essentiële aspecten van de eigen middelen. Die onderhandelingen vinden meestal in combinatie met de besprekingen over het meerjarig financieel kader plaats.