Terrorisme is niet nieuw in Europa. Het vormt een bedreiging voor onze veiligheid, de waarden van onze democratische samenlevingen en de rechten en vrijheden van de Europese burgers. Tussen 2009 en 2013 werden in de EU-lidstaten 1010 mislukte, verijdelde of gelukte aanslagen gepleegd, waarbij 38 mensen het leven lieten. Voorts werden verscheidene Europese burgers ontvoerd of gedood door terroristische groepen in heel de wereld. Het verschijnsel van strijders uit Europa die naar verschillende plaatsen trekken om er de jihad te voeren, en de bedreiging voor de veiligheid die zij bij hun terugkeer in de EU kunnen vormen, zullen in de komende jaren allicht blijven bestaan.

Deze bedreigingen kennen geen grenzen, en moeten dus zowel op nationaal als op internationaal niveau worden aangepakt.

EU-strategie

De EU-strategie voor terrorismebestrijding heeft tot doel terrorisme mondiaal te bestrijden, met eerbiediging van de mensenrechten, en Europa veiliger te maken, zodat zijn burgers in een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht kunnen leven.

De lidstaten van de Europese Unie zijn vastbesloten om terrorisme samen te bestrijden en de Europese burgers de best mogelijke bescherming te bieden. Daartoe nam de Raad in 2005 de EU-strategie voor terrorismebestrijding aan. 

De strategie steunt op 4 belangrijke pijlers: voorkomen, beschermen, achtervolgen en reageren. Over deze pijlers heen wordt in de strategie het belang van samenwerking met derde landen en internationale instellingen onderkend.

Voorkomen

Een van de prioriteiten van de EU op het gebied van terrorismebestrijding is na te gaan welke factoren bijdragen tot radicalisering en via welke processen mensen voor terrorisme worden geworven, en deze aan te pakken. Daartoe heeft de Raad een EU-strategie ter bestrijding van radicalisering en rekrutering van terroristen aangenomen. Gezien de veranderende trends, zoals het fenomeen van de "lone wolves" en de buitenlandse strijders en het toenemende mobilisatie- en communicatiepotentieel van de sociale media, nam de Raad in juni 2014 een herziene versie van de strategie aan.

In december 2014 spraken de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken een reeks richtsnoeren voor de herziene EU-strategie ter bestrijding van radicalisering en rekrutering af. Die richtsnoeren omvatten een aantal maatregelen die de EU en de lidstaten moeten uitvoeren.

Beschermen

De 2e prioriteit van de EU-strategie voor terrorismebestrijding is het beschermen van burgers en infrastructuur, en het minder kwetsbaar maken voor aanslagen. Dit omvat het beschermen van de buitengrenzen, het verbeteren van de transportbeveiliging, het beschermen van strategische doelwitten en het minder kwetsbaar maken van kritieke infrastructuur. Op dit gebied werkt de EU momenteel aan wetgeving over het gebruik van persoonsgegevens van passagiers (PNR) voor rechtshandhavingsdoeleinden.

Achtervolgen

De EU zet zich in om de plannings- en organisatiecapaciteit van terroristen te belemmeren en deze terroristen voor de rechter te brengen. Daartoe richt de EU zich op het versterken van de nationale capaciteit, het verbeteren van de praktische samenwerking en informatie-uitwisseling tussen politiële en justitiële autoriteiten (met name via Europol en Eurojust), het aanpakken van de financiering van terrorisme en het ontnemen van de middelen waarmee terroristen aanslagen opzetten en communiceren.

In mei 2015 stelden de Raad en het Europees Parlement nieuwe regels vast ter voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

Reageren

De 4e doelstelling van de EU-strategie voor terrorismebestrijding is het kunnen beheersen en zoveel mogelijk beperken van de gevolgen van een terroristische aanslag, in een geest van solidariteit. Daartoe moet de EU haar vermogen verbeteren om de gevolgen van een aanslag op te vangen, de reactie te coördineren en in te spelen op de behoeften van slachtoffers. Prioriteiten op dit gebied zijn onder meer de ontwikkeling van EU-crisiscoördinatieregelingen, de herziening van het mechanisme voor civiele bescherming, de ontwikkeling van risicobeoordeling, en het uitwisselen van beste praktijken inzake bijstand aan slachtoffers van terrorisme.

De afgelopen jaren werd onder meer prioriteit gegeven aan:

  • het bepalen van de regeling ter uitvoering van de solidariteitsclausule door de EU, via een in juni 2014 aangenomen Raadsbesluit
  • het opnieuw bekijken van de EU-regeling inzake coördinatie bij crisis- en noodsituaties, die in juni 2013 werd vervangen door de geïntegreerde EU-regeling politieke crisisrespons (IPCR)
  • het herzien van de EU-wetgeving inzake civiele bescherming eind 2013

Samenwerking met internationale partners

De veiligheid van de Europese Unie hangt nauw samen met de ontwikkelingen in andere landen, met name in de buurlanden. De EU-strategie voor terrorismebestrijding moet dus op wereldschaal worden gezien.

 In de strategische richtsnoeren op het gebied van justitie en binnenlandse zaken van juni 2014 vroeg de Europese Raad om een doeltreffend terrorismebestrijdingsbeleid waarin zowel de interne als de externe aspecten aan bod komen. Op 12 februari 2015 onder­streepten de staatshoofden en regeringsleiders hoe belangrijk het is dat de EU intensiever met derde landen gaat samenwerken inzake veiligheid en terrorismebestrijding.

In de betrekkingen tussen de EU en derde landen is de terrorismebestrijdingsagenda nooit ver weg. Deze kwestie speelt bijvoorbeeld mee in politieke dialogen op hoog niveau, bij de sluiting van samenwerkingsclausules en -overeenkomsten, en bij specifieke projecten voor bijstand en capaciteitsopbouw met strategische landen. De EU werkt samen inzake terrorismebestrijding met landen in de Westelijke Balkan, de Sahel, Noord-Afrika, het Midden-Oosten, de Hoorn van Afrika, Noord-Amerika en Azië.

Samenwerking met de VS is een fundamenteel onderdeel van de EU-strategie. De voorbije jaren zijn samenwerkingsovereenkomsten gesloten op gebieden als terrorismefinanciering, vervoer en grenzen, wederzijdse rechtshulp of uitlevering. De Amerikaanse autoriteiten werken steeds nauwer samen met Europol en Eurojust.

Een ander belangrijk aspect van de externe dimensie van terrorismebestrijding is nauwe samenwerking met andere internationale en regionale organisaties voor het bereiken van internationale consensus en het propageren van internationale normen voor terrorismebestrijding. De Europese Unie werkt samen met internationale organisaties als de VN en het mondiaal forum terrorismebestrijding, en met regionale organisaties als de Raad van Europa, de OVSE, de Liga van Arabische Staten en de Organisatie van Islamitische Samenwerking.

In het kader van haar samenwerking met de VN heeft de EU naar aanleiding van een aantal resoluties van de VN-Veiligheidsraad bepaalde beperkende maatregelen aangenomen tegen personen of entiteiten die banden hebben met het Al Qaidanetwerk.