Bescherming en bevordering van de mensenrechten

In 2000 hebben het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Raad het EU-Handvest van de grondrechten afgekondigd.

In dit Handvest zijn de door de Europese Unie erkende grondrechten en fundamentele vrijheden vastgelegd.

Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in 2009 zijn de in het Handvest opgenomen rechten, vrijheden en beginselen juridisch bindend geworden voor de EU en voor de lidstaten bij de uitvoering van EU-wetgeving.

Daarnaast wordt de Europese Unie in het Verdrag opgeroepen toe te treden tot het Europees Verdrag voor de rechten van de mens.

Het Verdrag van Lissabon verplicht tot:

  • eerbiediging van de grondrechten binnen de Europese Unie
  • bevordering en versterking van de mensenrechten in het externe optreden van de EU

De Raad zorgt ervoor dat de grondrechten in aanmerking worden genomen bij de ontwikkeling van EU-wetgeving en -maatregelen. De Raad zet zich ook in voor de bevordering van de mensenrechten in de betrekkingen met derde landen en internationale instellingen, en in de onderhandelingen over internationale overeenkomsten.

De mensenrechten binnen de EU

De bescherming van de grondrechten is een horizontale kwestie die van belang is op alle werkterreinen van de EU. Dat betekent dat alle Raadsinstanties, ongeacht hun niveau of de onderwerpen die zij behandelen, er in hun werkzaamheden rekening mee moeten houden.

Daarnaast is er een gespecialiseerde instantie die zich bezighoudt met alle vraagstukken die rechtstreeks verband houden met de grondrechten: de Groep grondrechten, burgerrechten en vrij verkeer van personen.

De belangrijkste actiegebieden van de Raad inzake grondrechten zijn onder meer:

  • de uitvoering van het EU-Grondrechtenhandvest
  • de toetreding van de EU tot het Europees Verdrag voor de rechten van de mens

Uitvoering van het EU-Grondrechtenhandvest

Hervorming gegevensbescherming

De bescherming van persoonsgegevens is volgens het EU‑recht een grondrecht. In april 2016 hebben de Raad en het Europees Parlement een wetgevingspakket aangenomen voor de hervorming en modernisering van de bescherming van persoonsgegevens.

Indien nodig neemt de EU wetgeving aan om de in het Handvest omschreven rechten te beschermen. Hierbij gaat het onder meer over het recht op een eerlijk proces en de bescherming van persoonsgegevens.

Voorts heeft de Raad in 2011 conclusies aangenomen waarin zijn rol bij het waarborgen van de doeltreffende uitvoering van het EU-Handvest wordt bepaald. Volgens die conclusies moet de Raad actie ondernemen op verschillende terreinen, waaronder de volgende drie belangrijke punten.

1. Jaarverslag van de Commissie over de toepassing van het Handvest

Elk voorjaar brengt de Commissie een jaarverslag over de toepassing van het Handvest uit. Aan de hand daarvan houdt de Raad zelf een jaarlijks debat over het Handvest.

Na een gedachtewisseling neemt de Raad dan conclusies over het Commissieverslag aan.

In 2017 kwamen in deze conclusies verschillende vraagstukken aan bod, zoals asiel en migratie, rechten van het kind, racisme en vreemdelingenhaat, alsmede geweld tegen vrouwen.

2. Samenwerking met het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten

De Raad werkt nauw samen met het Bureau van de EU voor de grondrechten. Dit omvat:

  • de goedkeuring van de rechtsgrondslag en het meerjarenkader van het Bureau
  • de follow-up van het jaarverslag en andere studies en verslagen van het Bureau die relevant zijn voor de werkzaamheden van de Raad

In 2016 heeft de Raad de follow‑up van dat jaarverslag opgenomen in zijn conclusies over de toepassing van het Handvest in 2015.

3. De grondrechten in de wetgevingsprocedure

Alle voorbereidende Raadsinstanties moeten ervoor zorgen dat de grondrechten geëerbiedigd worden in de door hen behandelde teksten. Om dit te vergemakkelijken, heeft de Groep FREMP, samen met de Juridische Dienst van de Raad, een reeks richtsnoeren voor toetsing van de verenigbaarheid met de grondrechten opgesteld. Deze richtsnoeren werden in 2014 voor het laatst bijgewerkt.

Toetreding van de EU tot het Europees Verdrag voor de rechten van de mens

Het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, dat is aangenomen in 1950, is geratificeerd door de 47 lidstaten van de Raad van Europa. Alle 28 EU-lidstaten zijn partij bij het verdrag.

Om ervoor te zorgen dat zowel voor de EU en EU-wetgeving als voor de lidstaten dezelfde normen gelden, schrijft het Verdrag van Lissabon voor dat de EU dient toe te treden tot het Europees Verdrag voor de rechten van de mens.

De toetreding zou de bescherming van de grondrechten van EU-burgers vervolmaken en de fundamentele waarden versterken. Daarnaast zou ze de EU-wetgeving doeltreffender maken en zorgen voor meer samenhang in de bescherming van de grondrechten in Europa.

Op 18 december 2014 bracht het Hof van Justitie van de EU een negatief advies uit over de verenigbaarheid van de ontwerpovereenkomst met de EU-Verdragen. Momenteel ligt een nieuwe oplossing ter tafel die het mogelijk maakt te voldoen aan de toetredingsverplichting uit het Verdrag van Lissabon en tezelfdertijd rekening houdt met alle elementen uit het advies van het Hof.

De mensenrechten buiten de EU

De eerbiediging van de mensenrechten is een essentieel onderdeel in alle EU-betrekkingen met derde landen en internationale instellingen.

Zo moeten alle door de EU ondertekende verdragen en overeenkomsten in overeenstemming zijn met de in het EU-Handvest omschreven mensenrechten. Dit houdt in dat alle Raadsinstanties die actief zijn op het gebied van buitenlandse zaken de mensenrechten in hun werkzaamheden moeten meenemen.

Bovendien is bevordering van de mensenrechten een prioriteit op zich. De leidraad voor de EU‑werkzaamheden op dit vlak is het actieplan inzake mensenrechten en democratie, dat in juli 2015 werd aangenomen voor de periode 2015‑2019.

De Raad nam op 16 oktober 2017 conclusies aan over de tussentijdse evaluatie van het actieplan inzake mensenrechten en democratie.

Een van de gespecialiseerde Raadsinstanties, de Groep rechten van de mens (COHOM), houdt zich bezig met internationale zaken die rechtstreeks verband houden met mensenrechten.

De werkzaamheden van de Raad op het gebied van de grondrechten behelzen onder meer de volgende belangrijke punten:

  • het vaststellen van EU-prioriteiten in de VN-mensenrechtenfora
  • het aannemen van thematische richtsnoeren ter ondersteuning van het externe optreden van de EU
  • het aangaan van mensenrechtendialogen met derde landen
  • het aannemen van een jaarverslag over mensenrechten en democratie

Vaststelling van EU-prioriteiten in VN-fora

De Raad spreekt af welke prioriteiten de EU verdedigt in de Algemene Vergadering van de VN.

Op 17 juli 2017 nam de Raad de EU-prioriteiten voor de 72e zitting van de Algemene Vergadering van de VN aan, waaronder verscheidene punten over mensenrechten.

De Raad bepaalt de strategische prioriteiten van de Europese Unie in VN-mensenrechtenfora. Daartoe neemt de Raad eenmaal per jaar conclusies aan met de belangrijkste actielijnen voor de EU in de komende maanden. Voor 2017 werden onder meer volgende aandachtspunten bepaald:

  • bevorderen van een veilig en gunstig klimaat voor niet-gouvernementele mensenrechtenorganisaties en mensenrechtenverdedigers
  • zorgen voor maximale aandacht voor de erbarmelijke mensenrechten- en humanitaire situatie in Syrië
  • de aandacht vestigen op de ernstige mensenrechtenschendingen die verband houden met het conflict in Oekraïne
  • zich uitspreken tegen terechtstellingen en voor de afschaffing van de doodstraf
  • vasthouden aan een absoluut verbod op foltering in alle omstandigheden
  • veroordelen van de mensenrechtenschendingen tegen vrouwen en kinderen door terroristische groeperingen, waaronder Da'esh en Boko Haram
  • bevorderen van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, en van de beginselen gelijkheid en non-discriminatie
  • de rechten van asielzoekers, vluchtelingen, migranten en alle ontheemden beschermen

Aanneming van thematische richtsnoeren

De Raad stelt ook thematische richtsnoeren op en keurt deze goed. Deze richtsnoeren ondersteunen het externe optreden van de EU en voorzien EU-ambtenaren van praktische informatie over manieren om specifieke rechten te helpen bevorderen.

Aangaan van mensenrechtendialogen

De Europese Unie treedt, via haar Dienst voor extern optreden, regelmatig in dialoog met derde landen over mensenrechten. Elke dialoog komt tot stand in overeenstemming met de EU-richtsnoeren inzake mensenrechtendialogen, die in 2001 door de Raad werden goedgekeurd en in 2008 voor het laatst werden geactualiseerd.

Volgens deze richtsnoeren moet voorafgaand aan elke beslissing om een dialoog te starten de mensenrechtensituatie in het betrokken land beoordeeld worden. Deze beoordeling gebeurt door de Groep rechten van de mens, en wordt met andere relevante werkgroepen gecoördineerd.

Eerst worden de te bereiken doelstellingen bepaald. Vervolgens vindt een reeks verkennende gesprekken met het betrokken land plaats, waarna de Raad, in de vorm van conclusies die hij aanneemt, een definitief besluit neemt over het aangaan van de dialoog.

Rapportage: mensenrechten en democratie

Alle werkzaamheden en verwezenlijkingen van de EU in verband met de bevordering van de mensenrechten via haar externe optreden worden beschreven in het verslag over mensenrechten en democratie, dat jaarlijks door de Raad wordt aangenomen.

Op 16 oktober 2017 nam de Raad het jaarverslag van de EU over mensenrechten en democratie in de wereld in 2016 aan: