Om tot de eurozone toe te kunnen treden moet een EU-lidstaat voldoen aan de zogenaamde "convergentiecriteria". Dit zijn de economische en juridische voorwaarden die in 1992 in het Verdrag van Maastricht zijn vastgelegd, en die ook wel de "criteria van Maastricht" worden genoemd. 

Het definitieve besluit om een EU-land tot de eurozone toe te laten, wordt genomen door de Raad van de EU, op basis van een voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement.  

Alle EU-lidstaten hebben toegezegd de euro in te voeren, behalve Denemarken en het Verenigd Koninkrijk, die gebruik maken van de niet-deelnemingsclausules ("opt-out") in de EU-verdragen, waardoor zij de euro niet hoeven in te voeren. Mochten deze 2 landen toch tot de eurozone willen toetreden, dan kunnen zij daartoe een verzoek indienen.

De eurozone bestaat op dit moment uit 19 lidstaten: België, Cyprus, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Slovenië, Slowakije en Spanje.

Belangrijkste feiten over de euro

  • de euro is momenteel de munt in 19 lidstaten en wordt door bijna 337,5 miljoen EU-burgers gebruikt
  • de euro werd op 1 januari 1999 in 11 lidstaten als een rekenvaluta ingevoerd
  • de euro bankbiljetten en munten werden op 1 januari 2002 in omloop gebracht