Informele bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders Brussel, 12 februari 2015 - Verklaring van de leden van de Europese Raad

Europese Raad
  • 12/02/2015
  • 21:30
  • Verklaring en opmerkingen
  • 56/15
  • Justitie
  • Binnenlandse zaken
12/02/2015

De Europeanen hebben diepbedroefd en zeer eensgezind gereageerd op de recente terroristische aanslagen in Parijs. Deze aanslagen waren gericht tegen de fundamentele waarden en mensen­rechten die centraal staan in de Europese Unie, te weten solidariteit, vrijheid, waaronder die van meningsuiting, pluralisme, democratie, verdraagzaamheid en de menselijke waardigheid. Alle burgers hebben het recht om vrij van angst te leven, ongeacht hun mening of overtuiging. Wij willen onze gemeenschappelijke waarden veiligstellen en eenieder beschermen tegen geweld dat gebaseerd is op etnische of religieuze motieven en racisme.

Dit impliceert dat de degenen die onze waarden vijandig gezind zijn, moeten worden bestreden. Wij zullen terroristische dreigingen  krachtiger gaan bestrijden, met volledige inachtneming van de mensen­rechten en de rechtsstaat. Vandaag zijn wij het eens geworden over de volgende leidraad voor ons werk in de komende maanden:

1. De veiligheid van de burgers garanderen

De veiligheid van de burgers is een dringende noodzaak. We moeten de instrumenten waarover we beschikken, met name voor het opsporen en ontwrichten van aan terrorisme gerelateerd reisverkeer, met name van buitenlandse terroristische strijders, beter gebruiken en verder ontwikkelen. Wij wensen dat:

  • de EU-wetgevers dringend een daadkrachtige en doeltreffende richtlijn inzake een EU-systeem voor persoons­gegevens van passagiers aannemen, met stevige garanties voor gegevensbescherming;
  • het bestaande Schengenkader volop wordt benut om de controles aan de buitengrenzen te verbeteren en te moderniseren: wij komen overeen dat op personen die het recht van vrij verkeer genieten onverwijld systematische en gecoördineerde controles worden verricht aan de hand van gegevensbanken met relevante gegevens voor terrorismebestrijding op basis van gemeen­schappelijke risico-indicatoren; de Commissie moet daarvoor spoedig operationele richtsnoeren opstellen; wij zullen ook overwegen op basis van een Commissievoorstel waar nodig een gerichte wijziging aan te brengen in de Schengen­grenscode teneinde te voorzien in permanente controles;
  • rechtshandhavings- en gerechtelijke instanties intensiever informatie uitwisselen en operationeel samenwerken, onder meer via Europol en Eurojust;
  • alle bevoegde instanties hun samenwerking in de strijd tegen de illegale handel in vuurwapens opvoeren, onder meer door een snelle aanpassing van de desbetreffende wetgeving;
  • de veiligheidsdiensten van de lidstaten hun samenwerking verdiepen;
  • de lidstaten snel de aangescherpte regels ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering uitvoeren en dat alle bevoegde instanties meer doen om financiële stromen te traceren en tegoeden die voor de financiering van terrorisme worden gebruikt, effectief te bevriezen;
  • snel werk wordt gemaakt van de vaststelling van de richtlijn netwerk- en informatiebeveiliging, gelet op het belang van cyberbeveiliging.

2. Radicalisering voorkomen en waarden veiligstellen

Het voorkomen van radicalisering is een essentieel element in de terrorismebestrijding. Dit verschijnsel moet worden aangepakt door het bundelen van instrumenten in een integrale benadering. Wij roepen ertoe op:

  • in overeenstemming met de nationale grondwetten passende maatregelen te treffen voor de opsporing en verwijdering van internetcontent die terrorisme of extremisme propageert, onder meer door nauwere samenwerking tussen de overheid en de particuliere sector op EU-niveau, ook met Europol, om melding van internetuitingen mogelijk te maken;
  • communicatiestrategieën te ontwikkelen die verdraagzaamheid, non-discriminatie, de fundamentele vrijheden en solidariteit in de hele Unie bevorderen, ook door meer in te zetten op interreligieuze dialoog en dialoog met andere gemeenschappen, en op een discours dat een tegenwicht kan vormen voor terroristische ideologieën, onder meer door de slachtoffers een stem te geven;
  • initiatieven op te zetten met betrekking tot onderwijs, beroepsopleiding, kansen op werk, maatschappelijke integratie en rehabilitatie in de gerechtelijke context om factoren die bijdragen tot radicalisering aan te pakken, ook in de gevangenis.

3. Samenwerken met onze internationale partners

Ook de externe betrekkingen van de EU moeten bijdragen in de strijd tegen de terreurdreiging die in bepaalde delen van het Europese nabuurschap, in het bijzonder Syrië en Libië, escaleert. Wij moeten:

  • de crisissen en conflicten aanpakken, met name in de landen van het Zuidelijk Nabuurschap, door een strategische heroverweging van onze benadering;
  • nauwer samenwerken met derde landen op het gebied van veiligheidskwesties en terrorisme­bestrijding, in het bijzonder in het Midden-Oosten en Noord-Afrika en in de Sahel, maar ook in de Westelijke Balkan, ook via nieuwe projecten voor capaciteitsopbouw (bijvoorbeeld grenscontroles) met partners en beter gerichte EU-bijstand;
  • op internationaal niveau continu en op gecoördineerde wijze samenwerken met de VN en het mondiaal forum terrorismebestrijding alsook met relevante regionale initiatieven;
  • een dialoog aangaan met andere culturen en beschavingen om samen de fundamentele vrijheden te bevorderen.

De Raad heeft de afgelopen weken zijn inspanningen in de strijd tegen terrorisme opgevoerd. De Europese Unie zal dit werk zonder verwijl voortzetten, met de volledige betrokkenheid van de hoge vertegen­woordiger, de EU-coördinator voor terrorismebestrijding en de lidstaten. In april zal de Commissie een voorstel indienen voor een brede Europese Veiligheidsagenda. De Raad zal verslag uitbrengen over de gedetailleerde uitvoering van deze richtsnoeren aan de Europese Raad in juni.