Wij gebruiken cookies om u zo goed mogelijk te helpen zoeken op onze website. Voor meer informatie kijkt u op how we use cookies and how you can change your settings.

Maximale vergoedingen voor kaartbetalingen: Verordening goedgekeurd

Raad van de EU
  • 20/04/2015
  • 10:30
  • Persmededeling
  • 185/15
  • Economie & financiën
20/04/2015
Persverantwoordelijke

Francois Head
Persvoorlichter
+32 2 281 60 83
+32 475 95 38 07

De Raad heeft op 20 april 2015 een verordening aangenomen betreffende maximale interbancaire vergoedingen voor betalingen met debet- en kredietkaarten.  

Doel is de kosten te verlagen voor de detailhandel en de consumenten te helpen een EU-brede markt voor betalingen te creëren. De verordening zal gebruikers ook helpen met meer kennis van zaken keuzes te maken in verband met betaalinstrumenten.   

Interbancaire vergoedingen worden door de bank van de kaarthouder aan de bank van de detailhandelaar aangerekend telkens wanneer een consument een aankoop doet met een kaart. De consument heeft vaak geen weet van deze vergoedingen, maar ze kosten de detailhandel en uiteindelijk de consument ieder jaar tientallen miljarden euro. De hoogte van de vergoedingen varieert sterk van lidstaat tot lidstaat, waardoor obstakels voor de interne markt ontstaan.   

Maxima voor debit- en creditcards  

Zes maanden na de inwerkingtreding van de verordening zullen de volgende maxima voor interbancaire vergoedingen gelden: 

  • voor alle creditcardtransacties 0,3%  van de waarde van de transactie;
  • voor alledebitcardtransacties, 0,2% van de waarde van de transactie. Voor binnenlandse debitcardtransacties, mogen de lidstaten echter per transactie een interbancaire vergoeding van maximaal 5 eurocent boven het plafond van 0,2% toestaan. Zij kunnen dat doen mits het bedrag van de interbancaire vergoedingen van het betaalkaartsysteem niet meer dan 0,2% bedraagt van de jaarlijkse transactiewaarde van de binnenlandse debitcardtransacties binnen ieder betaalkaartsysteem. Voorts mogen de lidstaten gedurende de eerste vijf jaar van toepassing de bovengrens van 0,2% berekenen als een gewogen jaargemiddelde van alle binnenlandse debitcardtransacties binnen elk betaalkaartsysteem;
  • Voor binnenlandse betaaltransacties die niet te onderscheiden zijn als debit- of creditcardtransacties (transacties met "universele kaarten"), geldt hetzelfde maximum als voor binnenlandse debitcardtransacties. In het eerste jaar dat de maxima van toepassing zijn, mogen de lidstaten echter tot 30% van de binnenlandse transacties met "universele kaarten" aanmerken als creditcardtransacties , waarop de maximale interbancaire vergoeding van 0,3% van de transactiewaarde van toepassing is.   

Transparantie  

De nieuwe regels zullen concurrentiebevorderend werken en het voor nieuwe spelers gemakkelijker maken op de markt te komen, waardoor betaalinstrumenten ruimer beschikbaar zullen worden.  

Door transparante mechanismen zullen detailhandelaars bij het accepteren van kaarten weten hoe hoog de betaalde vergoedingen zijn. Door de nieuwe regels zullen detailhandelaars ook beter kunnen kiezen welke betaalkaarten zij accepteren.  

Kaartbedrijven pogen banken er vaak van te overtuigen hun kaarten uit te geven door ze hogere vergoedingen te laten aanrekenen. De detailhandel rekent de kosten voor het accepteren van kaartbetalingen via prijsverhogingen door aan de klant. Bij bepaalde betaalkaartbedrijven, die door verenigingen van banken worden geëxploiteerd, worden die vergoedingen in onderling overleg bepaald door de aangesloten banken.  

Akkoord met het Europees Parlement  

De verordening kon worden aangenomen nadat met het Europees Parlement een akkoord in eerste lezing was bereikt. Het Parlement heeft de overeengekomen tekst op 10 maart 2015 goedgekeurd.