Conclusies van de Raad over Syrië

Raad van de EU
  • 12/10/2015
  • 13:30
  • Persmededeling
  • 721/15
  • Veiligheid & defensie
  • Buitenlandse zaken & internationale betrekkingen
12/10/2015
Persverantwoordelijke

Virginie Battu
Persvoorlichter
+32 2 281 53 16
+32 470 18 24 05

  1. Het conflict in Syrië en het lijden van het Syrische volk gaan onverminderd voort. Deze tragedie heeft tot dusver het leven heeft gekost aan 250.000 mannen, vrouwen en kinderen, heeft 7,6 miljoen mensen intern ontheemd gemaakt en meer dan 4 miljoen mensen naar naburige en andere landen doen vluchten. Het is de grootste humanitaire ramp van dit moment, die zijn weerga in de recente geschiedenis niet kent. De EU heeft als grootste donor laten zien alles in het werk te willen stellen om de humanitaire gevolgen te verlichten en zich daaraan te committeren. Nu de crisis almaar erger wordt, is het meer dan ooit zaak een duurzame oplossing te vinden waarmee het conflict kan worden beëindigd. Stabiliteit, vrede en onderlinge verzoening in Syrië zijn alleen mogelijk via een politiek proces van de Syriërs zelf, gebaseerd op de beginselen van het communiqué van Genève van 30 juni 2012. Een dergelijk proces moet uitmonden in een vreedzame en inclusieve transitie en dusdanige omstandigheden scheppen dat terrorisme doeltreffend kan worden bestreden, en dat de soevereiniteit, onafhankelijkheid, eenheid en territoriale integriteit van de staat Syrië kunnen worden behouden. Blijvende vrede in Syrië is niet mogelijk onder het huidige leiderschap en zolang niet wordt ingegaan op de gewettigde grieven en aspiraties van alle geledingen van de Syrische samenleving.

  2. De EU wil dat het conflict tot een einde komt en dat het Syrische volk in eigen land in vrede kan leven. De internationale gemeenschap moet zich verenigen rond twee complementaire sporen met onderlinge raakvlakken: allereerst een politiek spoor gericht op beëindiging van de burgeroorlog - middels het aanpakken van alle fundamentele oorzaken van het conflict en het tot stand brengen van een inclusief politiek overgangsproces voor het herstel van de vrede in het land; en ten tweede een veiligheidsspoor voor de gerichte bestrijding van de regionale en wereldwijde dreiging die van Da'esh uitgaat.

  3. De EU herhaalt haar volledige steun voor de inspanningen onder leiding van de VN en voor de werkzaamheden van de speciale VN-gezant Staffan de Mistura ten behoeve van dit politieke spoor. Naar de stellige mening van de EU moet de hele internationale gemeenschap sneller vorderingen maken met het politieke spoor binnen het door de VN geleide proces. De EU draagt reeds actief bij aan de initiatieven van de VN en zal haar diplomatieke werkzaamheden ter ondersteuning van de inspanningen onder leiding van de VN, daaronder begrepen het voorstel van de speciale VN-gezant tot instelling van intra-Syrische werkgroepen, opvoeren.

  4. Wij doen een beroep op alle partijen in Syrië om duidelijk en tastbaar te laten zien dat zij achter het door de VN geleide proces staan, alsmede om actief deel te nemen aan de werkgroepen. De EU acht het van urgent belang dat de gematigde politieke oppositie en daaraan gelieerde gewapende groeperingen zich rond een gemeenschappelijke aanpak verenigen en het Syrische volk op die manier een alternatief bieden. Deze inspanningen moeten inclusief zijn, met betrokkenheid van vrouwen en het maatschappelijk middenveld. De EU zal steun blijven verlenen aan de gematigde oppositie, waaronder de Syrische Nationale Coalitie, en herinnert eraan dat zij een essentieel element is in de strijd tegen extremisme en er voor haar een belangrijke rol is weggelegd bij de politieke transitie.

  5. De EU zal de internationale inspanningen voor een politieke oplossing van het conflict onder leiding van de VN actief en effectief met al haar politieke gewicht blijven steunen, en roept de regionale en internationale partners op zich hierbij aan te sluiten. Wij verzoeken al degenen met invloed op de partijen, waaronder op het Syrische regime, met klem om die invloed aan te wenden om de partijen te bewegen een constructieve rol in het proces op zich te nemen, gericht op een politieke transitie, en om hen te bewegen de geweldscyclus te beëindigen. De EU zal binnen het kader van de VN proactief gesprekken aangaan met cruciale regionale actoren als Saudi-Arabië, Turkije, Iran en Irak, alsmede met internationale partners binnen het VN-kader, om de voorwaarden te scheppen voor een vreedzame en inclusieve transitie. In dit verband herinnert de Raad aan zijn besluit om de hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter op te dragen te onderzoeken hoe de EU actief een constructievere regionale samenwerking kan bevorderen.

  6. Voor de internationale gemeenschap moet bescherming van de burgers in Syrië prioriteit zijn. De EU veroordeelt de nog altijd voortdurende buitensporige, onevenredige en willekeurige aanvallen van het Syrische regime op zijn eigen burgers. Het regime van Assad draagt de hoofdverantwoordelijkheid voor de 250.000 dodelijke slachtoffers van het conflict en de miljoenen ontheemden. De EU wijst erop dat het internationaal humanitair recht voor alle partijen geldt en dat de mensenrechten volledig moeten worden nageleefd. Wij roepen alle partijen op te stoppen met alle vormen van willekeurige beschietingen van gebieden met burgerbevolking en van objecten als ziekenhuizen en scholen, alsmede met de willekeurige bombardementen daarop. In het bijzonder roepen wij het Syrische regime op om overeenkomstig Resolutie 2139 van de VN-Veiligheidsraad een einde te maken aan de luchtbombardementen met onder meer vatenbommen en overeenkomstig VNVR-Resolutie 2209 aan het gebruik van chemische wapens. Doordat het regime systematisch burgers tot doelwit kiest, zijn mensen massaal op de vlucht geslagen en hebben terroristische groeperingen in Syrië nieuwe manschappen kunnen rekruteren en floreren zij. Dit vereist urgente aandacht en urgent optreden.

    De EU zal haar inspanningen voor een krachtiger uitvoering van Resoluties 2139, 2165 en 2191 van de VN-Veiligheidsraad opvoeren, teneinde grens- en frontoverschrijdende bijstand te bieden en aldus de meest behoeftige Syriërs te helpen.

  7. De EU veroordeelt met klem de willekeurige aanslagen, wreedheden, moorden, conflictgerelateerde seksueel gewelddaden, schendingen van de mensenrechten en ernstige inbreuken op het internationaal humanitair recht door Da'esh en andere terroristische groeperingen waar alle burgers het slachtoffer van zijn, onder meer christelijke en andere religieuze en etnische groepen. De EU steunt de internationale inspanningen en initiatieven hiertegen. De EU veroordeelt de opzettelijke vernietiging van cultureel erfgoed in Syrië en Irak door Da'esh als een oorlogsmisdaad naar internationaal recht.

  8. Eenieder die zich in Syrië schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid zal ter verantwoording moeten worden geroepen. De EU is uitermate bezorgd over de bevindingen van de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie voor Syrië. Ook de gemelde folteringen en executies op basis van het bewijsmateriaal in het Caesar-rapport zijn zeer verontrustend. De EU herhaalt haar oproep aan de VN-Veiligheidsraad om de situatie in Syrië voor te leggen aan het Internationaal Strafhof.

  9. De EU steunt de inspanningen van de wereldwijde coalitie tegen Da'esh in Syrië en Irak. Het Assadregime kan wegens zijn beleid en optreden geen partner zijn in de strijd tegen Da'esh. Het optreden tegen Da'esh moet nauw tussen alle partners worden gecoördineerd en moet duidelijk gericht zijn tegen Da'esh, Jabhat al-Nusra en de andere terroristische groeperingen die door de VN als zodanig zijn aangeduid.

  10. De recente Russische militaire aanvallen die verder gaan dan de bestrijding van Da'esh en andere op de VN-lijst geplaatste terroristische groeperingen, en die ook gericht zijn tegen de gematigde oppositie, zijn zeer zorgwekkend en moeten onmiddellijk worden gestaakt. Dit geldt evenzeer voor de Russische schendingen van het soevereine luchtruim van de naburige landen.

    Het risico bestaat dat door deze militaire escalatie het conflict wordt verlengd, het politieke proces wordt ondermijnd, de humanitaire situatie verergert en de radicalisering toeneemt. Ons doel zou juist de-escalatie van het conflict moeten zijn. De EU roept Rusland op zijn inspanningen te richten op het gemeenschappelijke streven naar een politieke oplossing voor het conflict. Hiertoe roept zij Rusland op zich ten volle in te zetten voor een vermindering van het geweld en voor uitvoering van vertrouwenwekkende maatregelen door het Syrische regime overeenkomstig de bepalingen van Resolutie 2139 van de VN-Veiligheidsraad.

  11. De EU zal de humanitaire diplomatie intensiveren en manieren zoeken om enerzijds de toegang en de bescherming te verbeteren en anderzijds humanitaire beginselen en lokale consensus over richtsnoeren voor het verstrekken van hulp te bevorderen.

  12. De EU heeft haar financiële inspanningen ter ondersteuning van degenen die het conflict zijn ontvlucht, binnen én buiten Syrië, aanzienlijk verhoogd met nieuwe toezeggingen voor zowel humanitaire hulp als werk voor de langere termijn ter vergroting van de weerbaarheid van vluchtelingen in de buurlanden. De EU en haar lidstaten hebben reeds vier miljard euro ter beschikking gesteld voor nood- en herstelhulp aan slachtoffers van het conflict in Syrië zelf en aan vluchtelingen en gastgemeenschappen in de buurlanden. De EU en haar lidstaten zullen humanitaire hulp blijven geven via de VN, het Rode Kruis en internationale ngo's. Tegelijkertijd verhoogt de EU haar op de langere termijn gerichte ontwikkelings- en stabilisatiehulp aan deze en andere partners, onder meer via het recent ter leniging van de crisis in Syrië opgerichte regionaal trustfonds van de EU (het "Madad-fonds"), dat momenteel over meer dan 500 miljoen euro aan EU-middelen beschikt; de EU-lidstaten en andere landen zullen daar equivalente inspanningen tegenoverstellen. De EU roept andere landen op hun eigen bijdrage ter leniging van de Syrië-crisis te handhaven en verhogen. De Raad sprak zich specifiek uit voor versterking van de samenwerking en het partnerschap met Libanon, Jordanië en Turkije voor gelijke toegang tot onderdak, onderwijs, gezondheidszorg en bestaansmiddelen voor vluchtelingen en hun gastgemeenschappen, met extra EU-bijstand.