Brief van voorzitter Donald Tusk aan de EU-leiders voorafgaand aan hun informele diner in Tallinn

Europese Raad
  • 21/09/2017
  • 18:25
  • Persmededeling
  • 529/17
  • Interne markt
  • Binnenlandse zaken
  • Buitenlandse zaken & internationale betrekkingen
  • Eurozone
  • Institutionele zaken
  • Begroting
21/09/2017
Persverantwoordelijke

Preben Aamann
Woordvoerder van de voorzitter van de Europese Raad
+32 2 281 51 50
+32 476 85 05 43

Minister-president Ratas heeft mij verzocht het diner voorafgaand aan de digitale top van Tallinn voor te zitten, vandaar deze brief aan u.

Op 29 juni 2016, enkele dagen na de brexit-stemming in het Verenigd Koninkrijk, hebben we besloten een denkoefening te starten over de toekomst van een Europese Unie met 27 lidstaten. De eerste bijeenkomst hierover, in september 2016, resulteerde in het stappenplan van Bratislava. We besloten onze aandacht te richten op de kwesties die van onmiddellijk belang zijn voor onze burgers: migratie, veiligheid, evenals economische en sociale zaken. Die agenda hebben we verder ontwikkeld in Malta en in Brussel dit jaar, hetgeen leidde tot de Verklaring van Rome, waarin een meer omvattende visie voor de komende jaren werd beschreven.

Tegelijkertijd was het onze bedoeling ook tijdens de reguliere bijeenkomsten van de Europese Raad werk te maken van die agenda. We zijn erin geslaagd verschillende kwesties op te lossen, hetgeen ertoe heeft geleid dat de situatie in Europa vandaag beter is, en we de toekomst optimistischer tegemoet kunnen zien. Wat migratie betreft, hebben we eerst gefocust op de route door het oostelijke Middellandse Zeegebied, en vervolgens op de route door het centrale Middellandse Zeegebied, waardoor we onze buitengrenzen weer onder controle kregen en het aantal irreguliere migranten en sterfgevallen op zee daalde. Op het vlak van veiligheid hebben we onze instrumenten voor terrorismebestrijding verder versterkt en belangrijke vooruitgang geboekt inzake Europese defensie, waaronder de samenwerking met de NAVO. Wat betreft de economie zijn we gestart met de heroriëntatie van ons handelsbeleid, teneinde de negatieve gevolgen van de globalisering te matigen. We blijven zeer ambitieus op het gebied van marktopenstelling (handelsovereenkomsten met Canada en Japan) en reageren steeds krachtiger op oneerlijke handelspraktijken.

Er wacht ons nog belangrijk en hard werk voor elk van die vraagstukken. We moeten ons extern migratiebeleid consolideren, onze capaciteit voor terugkeer van migranten vergroten en tot duurzame oplossingen komen voor een hervormd asielstelsel. We moeten de Europese defensie blijven versterken, in de eerste plaats door in december de permanente gestructureerde samenwerking te starten. Evenzeer moeten we onze economische basis blijven verbeteren, onder meer via de digitale eengemaakte markt (top van Tallinn), en er tegelijkertijd voor zorgen dat die basis sociaal evenwichtig is (top van Göteborg in november).

We moeten ook een besluit nemen over de verdere ontwikkeling van de euro. Een wondermiddel om de economische en monetaire unie eens en voor altijd te voltooien, is er niet. Ik ben er evenwel van overtuigd dat het onze plicht is voor een beter functionerende EMU te zorgen, en haar stap voor stap te versterken. We moeten prioriteit geven aan de voltooiing van de bankenunie volgens de overeengekomen routekaart, zodat de eurozone structureel wordt versterkt. Dat houdt in dat we een gemeenschappelijk vangnet voor de bankenunie moeten opzetten, om werk te maken van verdere risicovermindering en het pad te effenen voor een Europees depositoverzekeringsstelsel. Daarnaast moeten we ervoor zorgen dat Europa sterker kan optreden, eventueel via het ontwikkelen van het ESM tot een Europees Monetair Fonds. Er zijn verschillende ideeën inzake bestuur en begrotingsmiddelen voor de eurozone geopperd, waarover nog veel gedebatteerd zal moeten worden. Om werk te maken van deze agenda zal ik in december een Eurotop in inclusieve vorm beleggen. Over deze kwesties dient de Europese Raad uiterlijk in juni volgende jaar concrete besluiten te nemen.

Tegelijkertijd moeten we de internationale rol van de Unie blijven ontwikkelen, ten aanzien van onze buurlanden en op mondiaal niveau. Ik stel voor dat we tijdens de bijeenkomst van de Europese Raad in oktober onze respons op de ontwikkelingen in de betrekkingen met Turkije bespreken. Ook stel ik voor om in mei volgend jaar in Bulgarije bijeen te komen voor een Westelijke Balkan-top, in samenspraak met minister-president Borisov. Handel blijft eveneens een belangrijke prioriteit in onze werkzaamheden.

Naast deze onmiddellijke prioriteiten wacht ons de belangrijke taak van de volgende EU-meerjarenbegroting. Dit debat, dat ons beleid in de komende jaren vorm zal geven, zal pas echt beginnen zodra de overeenkomst over de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk is gesloten. Het zal een belangrijk agendapunt blijven tot we, vóór het nieuwe meerjarig financieel kader in 2021 ingaat, een consensus bereiken.

In Tallinn kunnen we niet over al deze vraagstukken debatteren, laat staan besluiten nemen. Wel denk ik dat deze bijeenkomst een goede gelegenheid zal zijn om de aanpak van dit debat te bespreken, vooral gezien de vele interessante stemmen die we recentelijk hebben gehoord inzake inhoud, methode en doelstellingen. Ik zal uw raad vragen, om vervolgens na onze bespreking een besluit te nemen over de organisatie van de werkzaamheden van de Europese Raad in dit verband. Om te zorgen voor een open, eerlijke en informele gedachtewisseling over deze kwesties zullen er geen teksten ter tafel liggen en geen schriftelijke conclusies voortvloeien uit ons debat.

Tot slot moeten wij er ons allen van bewust zijn dat de brexit een van onze belangrijkste opgaven blijft. Dat wordt het onderwerp van onze volgende bijeenkomst in EU-27-samenstelling, in oktober, op grond van artikel 50.