Akkoord in Raad over vangstbeperkingen voor 2018 in Oostzee

Raad van de EU
  • 10/10/2017
  • 07:00
  • Persmededeling
  • 558/17
  • Visserij
10/10/2017
Persverantwoordelijke

Maria Daniela Lenzu
Persvoorlichter
+32 22812146
+32 470880402

De Raad is het op 9 oktober 2017 eens geworden over de totaal toegestane vangsten (TAC’s) en nationale quota voor volgend jaar voor de tien in commercieel opzicht belangrijkste visbestanden in de Oostzee.

In de lijn van het Commissievoorstel op basis van wetenschappelijk advies van de ICES, bevat het akkoord een verlenging voor kabeljauw in het westelijke deel van de Oostzee en een verhoging voor de vangsten van haring in het centrale deel van de Oostzee (+20%) en sprot (+1%). Wat de andere visbestanden betreft, besloten de ministers tot een vermindering voor haring in de Golf van Riga (-7%), zalm in de Finse Golf (-5%), zalm in het centraal Oostzeebekken (-5%), kabeljauw in het oostelijke deel van de Oostzee (-8%), haring in de Botnische Golf (-40%), haring in het westelijke deel van de Oostzee (-39%) en schol (-10%).

"Het bepalen van de vangstmogelijkheden is vergelijkbaar met de kwadratuur van de cirkel. We hebben ons ten volle gehouden aan de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid, het plan voor de Oostzee en wetenschappelijk advies. In het uiteindelijke akkoord worden economische en ecologische duurzaamheid met elkaar verzoend."

Siim Kiisler, minister van Milieubeheer van de Republiek Estland en voorzitter van de Raad

De afgesproken hoeveelheden sluiten aan bij de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB), zoals het realiseren van een maximale duurzame opbrengst (MDO) en het toepassen van het meerjarenplan voor de Oostzee en van wetenschappelijk advies, in het bijzonder het advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES).

Naast de vastlegging van de TAC's en de nationale quota voor een aantal soorten bevestigde de Raad de verlenging tot 2018 van de momenteel toepasselijke beheersmaatregelen ter verbetering van de toestand van het kabeljauwbestand in de Oostzee (vangstbeperkingen in recreatievisserij en sluitingsperiodes, met uitzonderingen voor kleinschalige kustvisserij).

De ministers besloten ook de besprekingen over maatregelen inzake zeeaalvisserij uit te stellen tot een later stadium, zodat kan worden gesproken over een pan-Europese strategie om te zorgen voor de bescherming en het duurzaam gebruik van het bestand.

Volgende stappen

Wanneer de juristen-vertalers de laatste hand hebben gelegd aan de definitieve tekst, zal de aanneming van deze verordening worden opgenomen onder de A punten van de agenda van een komende Raadszitting.

Achtergrond

De besprekingen van vandaag gingen over een voorstel van de Commissie met artikel 43, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) als rechtsgrondslag.

Volgens dat artikel is het de Raad die in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid maatregelen aanneemt voor de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden. Voor de aanneming van deze verordening zijn de deelname van het Europees Parlement en het advies van het Economisch en Sociaal Comité daarom niet vereist.

Infographic - vaststellen van vangstbeperkingen en quota