Wij gebruiken cookies om u zo goed mogelijk te helpen zoeken op onze website. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken en hoe u uw instellingen kunt wijzigen.

De Raad Concurrentievermogen

 

Arrow  Mededelingen aan de pers

De Raad Concurrentievermogen is in juni 2002 in het leven geroepen middels de samenvoeging van drie oude formaties (Interne Markt, Onderzoek en Industrie) als reactie op het signaal dat er behoefte bestond aan een meer samenhangende en beter gecoördineerde aanpak van deze aange­legenheden die te maken hebben met het concurrentievermogen van de Europese Unie. Afhankelijk van de agenda, bestaat deze Raad uit de ministers die belast zijn met Europese Zaken, Industrie, Onderzoek enz. De Raad komt ongeveer vijf à zes keer per jaar bijeen.

Sedertdien vervult de Raad een horizontale rol door te zorgen voor een geïntegreerde aanpak ter verbetering van het concurrentievermogen en de groei in Europa. Met dit doel voor ogen toetst de Raad, op basis van analyses van de Commissie, regelmatig zowel horizontale als sectorale vraag­stukken inzake concurrentievermogen en geeft hij aan hoe de vraagstukken inzake concurrentie­vermogen zijns inziens op de juiste wijze kunnen worden meegewogen in alle beleidsinitiatieven met gevolgen voor het bedrijfsleven. Ook behandelt de Raad wetgevingsvoorstellen op alle terreinen waarop hij actief is. Daarover besluit hij met gekwalificeerde meerderheid, meestal volgens de medebeslissingsprocedure met het Europees Parlement.

De drie gebieden waarop de Raad Concurrentievermogen actief is zijn:

-        de Interne Markt

De Interne Markt is één van de belangrijkste en blijvende prioriteiten van de Europese Unie, aangezien daarmee de totstandbrenging wordt beoogd van een ruimte waarbinnen vrij verkeer van personen en goederen mogelijk is. De Raad Concurrentievermogen bestrijkt  daarom een groot aantal aangelegenheden: overheidsopdrachten, vrije dienstverlening en vrije vestiging, vrij verkeer van goederen, intellectuele eigendomsrechten, mededinging en vennootschaps­recht.

-        Industrie

Tot het industriebeleid behorende aangelegenheden vallen nog steeds voor het grootste deel onder de bevoegdheid van de lidstaten. Acties die uit hoofde van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap worden ondernomen moeten zijn ingegeven door de noodzaak om er zorg voor te dragen dat, middels nauwe samenwerking tussen de Gemeenschap en haar lidstaten, de omstandigheden aanwezig zijn die voor het concurrentievermogen van de industrie van de Gemeenschap nodig zijn.

In het Verdrag staat dat het optreden van de Gemeenschap, overeenkomstig een systeem van open en concurrerende markten, erop gericht is de aanpassing van de industrie aan structurele wijzigingen te bespoedigen, een gunstig klimaat voor het ontplooien van initiatieven en voor de ontwikkeling van ondernemingen in de gehele Gemeenschap, met name van het midden- en kleinbedrijf, te bevorderen, een gunstig klimaat voor de samenwerking tussen de onder­nemingen te bevorderen, een betere benutting van het industriële potentieel van het beleid inzake innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling te stimuleren.

De activiteiten van de Gemeenschap waren totnogtoe gericht op het bijstaan van de lidstaten bij het oplossen van de crisis in de belangrijkste sectoren van de industrie van de Gemeen­schap op een wijze die concurrentieverstoringen voorkomt en de betrokken sectoren in staat stelt binnen een gegeven periode een herstructurering door te voeren. Er zijn criteria die ervoor moeten zorgen dat deze herstructurering wordt gecoördineerd en dat de strategie voor het creëren van stimulerende omstandigheden voor sectoren die kunnen concurreren met gelijksoortige bedrijven in andere geïndustrialiseerde of sinds kort industrialiserende landen, wordt geëvalueerd.

-        Onderzoek

Wetenschappelijk Onderzoek en Technologische ontwikkeling (OTO) spelen in het econo­mische ontwikkelingsproces een steeds grotere rol.

Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap omschrijft de doelstellingen, voor­schriften en procedures voor de uitvoering van OTO-activiteiten. Hoofddoel van de activitei­ten van de Gemeenschap is het versterken van de wetenschappelijke en technologische grond­slagen van de Europese industrie en van haar internationale concurrentievermogen, door onderzoeksmiddelen op bepaalde essentiële gebieden en prioritaire technologieën te combine­ren.

Het Zevende Kaderprogramma (2007-2013) is het hoofdinstrument van de Unie voor de finan­ciering van onderzoek in Europa. Het programma draagt bij tot de totstandbrenging van een Europese onderzoeksruimte (EOR) als visie op de toekomst van het onderzoek in Europa. Het programma streeft naar wetenschappelijke  topkwaliteit, een verhoogd concurrentievermogen en innovatie middels stimulansen tot meer samenwerking, meer complementariteit en een betere coördinatie tussen de betrokkenen op alle niveaus.