Buitenlandse Zaken
Desbetreffende persmededelingen
Tijdens zijn zittingen over Buitenlandse Zaken behandelt de Raad het gehele externe optreden van de Unie, met inbegrip van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking. Het is de afgelopen jaren voor de Raad een prioriteit geweest om samen met de Commissie te zorgen voor de samenhang van het externe optreden van de EU met betrekking tot alle instrumenten waarover de Unie beschikt.
De beginselen en doelstellingen van het GBVB zijn de bescherming van de gemeenschappelijke waarden, de fundamentele belangen en de integriteit van de Unie, conform de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties; versterking van de veiligheid van de Unie in alle opzichten; handhaving van de vrede en versterking van de internationale veiligheid overeenkomstig de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties; bevordering van de internationale samenwerking; ontwikkeling en versterking van de democratie en de rechtsstaat, alsmede eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden.
De Raad is tevens verantwoordelijk voor het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid. Van oudsher nemen de ministers van Defensie tweemaal per jaar deel aan bijeenkomsten van de Raad Buitenlandse Zaken, naast hun informele bijeenkomsten (ook tweemaal per jaar).
De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, die de Raad Buitenlandse Zaken voorzit, speelt een sleutelrol bij het formuleren, voorbereiden en uitvoeren van het GBVB.
Op het gebied van het GBVB draagt het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) door het uitbrengen van adviezen aan de Raad bij tot het bepalen van het beleid zonder iets af te doen aan de rol die het Comité van permanente vertegenwoordigers (Coreper) vervult bij het voorbereiden van de zittingen van de Raad. Tevens oefent het PVC onder de verantwoordelijkheid van de Raad de politieke controle en strategische leiding van crisisbeheersingsoperaties uit.
- Beleid op het gebied van buitenlandse handel
De Europese Unie speelt een leidende rol in de internationale handel (de EU vertegenwoordigt één vijfde van de totale wereldhandel) en heeft een mondiaal netwerk van handelsbetrekkingen opgebouwd. De opeenvolgende uitbreidingen van de EU en de consolidering van de interne markt hebben de positie van de EU verstevigd, zowel in bilaterale onderhandelingen met derde landen als in multilaterale onderhandelingen binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De WTO is het middelpunt van het handelsbeleid van de EU. De bevordering van de handel in een eerlijke, op regels gebaseerde multilaterale omgeving ten voordele van de gehele internationale gemeenschap, vormt een essentieel onderdeel van het EU-beleid.
In het handelsbeleid is de Commissie, die door de Raad wordt gemachtigd en overleg pleegt met een uit hoge ambtenaren op handelsgebied samengesteld comité van de Raad, het "Comité handelspolitiek", verantwoordelijk voor het voeren van onderhandelingen en het beheer van handelsakkoorden inzake tariefwijzigingen, douane- en handelsbepalingen en beschermende maatregelen.
Binnen de WTO onderhandelt de Commissie namens de Unie en vertegenwoordigt zij de lidstaten bij het beslechten van geschillen.
- Ontwikkelingssamenwerking
Het beleid van de Unie op het gebied van ontwikkelingssamenwerking is erop gericht het ontwikkelingsbeleid van de lidstaten aan te vullen. Hoofddoelen van het beleid zijn de duurzame economische en sociale ontwikkeling van de ontwikkelingslanden, in het bijzonder van de armste ontwikkelingslanden, evenals de harmonische en geleidelijke integratie van de ontwikkelingslanden in de wereldeconomie en de uitroeiing van de armoede in die landen. Tegelijkertijd is het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van de EU erop gericht de democratie en de rechtsstaat te versterken en de eerbiediging van de mensenrechten en van de fundamentele vrijheden te stimuleren.
Op dit gebied stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid en volgens de medebeslissingsprocedure met het Europees Parlement wetgeving vast.
De grootste nadruk in het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van de EU ligt op samenwerking met de staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten). De in 2002 in Cotonou ondertekende ACS-EU-overeenkomst biedt een kader voor de handelsbetrekkingen en de ontwikkelingssamenwerking van de Unie met deze landen.
De Europese Unie en haar lidstaten zijn 's werelds grootste donor op dit gebied. De EU-hulp wordt beheerd door de Commissie en wordt gefinancierd uit de EU-begroting of uit het Europees Ontwikkelingsfonds, een speciaal fonds voor ontwikkeling in de ACS-staten. Ook is de EU voor veel ontwikkelingslanden de belangrijkste partner op het gebied van handel en rechtstreekse investeringen.