Wij gebruiken cookies om u zo goed mogelijk te helpen zoeken op onze website. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken en hoe u uw instellingen kunt wijzigen.

Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ)

JAI meeting - 24.03.10Het gebied van justitie en binnenlandse zaken (JBZ) heeft een grote invloed op het leven van de Europese burgers en vormt waarschijnlijk het politieke domein waarop het Verdrag van Lissabon de meeste impact heeft:

  • Op vrijwel het gehele gebied van JBZ is de gewone wetgevingsprocedure van toepassing (met gekwalificeerde meerderheid van stemmen in de Raad), met uitzondering van het familierecht, de operationele politiesamenwerking en enkele andere domeinen (zie de informatienota).
  • Voorts gelden nu voor zaken die voorheen onder de Derde Pijler vielen, zoals justitiële samenwerking in strafzaken en politiesamenwerking, hetzelfde soort regels als voor de eengemaakte markt. Dientengevolge kunnen de maatregelen op deze gebieden die op nationaal of EU-niveau worden genomen door het Hof van Justitie worden getoetst.

De geschiedenis leert dat we van ver zijn gekomen…

■ Informele samenwerking en de totstandbrenging van het Schengengebied

Halverwege de jaren ´70 zijn de lidstaten buiten het kader van de Europese Gemeenschap op een informele, intergouvernementele basis gaan samenwerken op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken. West-Duitsland, Frankrijk en de Benelux-landen hebben in 1985 het Schengenakkoord gesloten, een belangrijke stap op weg naar samenwerking op dat gebied tussen de lidstaten. In de daaropvolgende jaren zijn andere lidstaten en landen van buiten de Unie tot het Schengenakkoord en de Schengenuitvoeringsovereenkomst toegetreden.

Het Schengengebied omvat 26 landen (België, Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Estland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Hongarije, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Finland, Zweden, IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein).

De doelstelling van dit akkoord was een werkelijk vrij verkeer van personente verwezenlijken, zonder controle aan de binnengrenzen, en tegelijkertijd begeleidende maatregelen op het gebied van de controle aan de buitengrenzen, het visumbeleid en politiële en justitiële samenwerking in strafzaken te verschaffen.

■ Verdere integratie

Het Verdrag betreffende de Europese Unie , dat in november 1993 in werking is getreden, ging een stap verder door Justitie en Binnenlandse Zaken in zijn institutionele kader op te nemen, waardoor een nieuwe dimensie aan de opbouw van Europa werd toegevoegd.

Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam in mei 1999 is het Schengen­acquis geïntegreerd in het institutioneel kader van de Europese Unie. Eén van de voor­naamste doelstellingen van dat verdrag was de handhaving en ontwikkeling van de Unie als een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, waarbinnen het vrije verkeer van personen wordt gewaarborgd in combinatie met passende maatregelen met betrekking tot de controles aan de buitengrenzen, asiel, immigratie, en voorkoming en bestrijding van criminaliteit. Dit verdrag heeft ook de mogelijkheid geschapen om, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen en met medebeslissing van het Europees Parlement, maat­regelen inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken vast te stellen, uitgezonderd maatregelen betreffende het familierecht, waar de besluiten door de Raad met eenparig­heid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement, worden genomen.

Vanaf het Verdrag van Lissabon besluit de Raad eveneens met gekwalificeerde meerder­heid van stemmen en met medebeslissing van het Europees Parlement volgens de gewone wetgevingsprocedure over het merendeel der strafrechtelijke vragen.

Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Ierland nemen niet ten volle deel aan de uitvoering van bepaalde maatregelen.
De zittingen van de Raad worden voorbereid in groepen en comités.


■ Uitzonderingen

Opgemerkt zij dat Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Ierland niet ten volle, of voorwaardelijk, deelnemen aan de uitvoering van bepaalde maatregelen inzake het domein van justitie en binnenlandse zaken.
Het Verenigd Koninkrijk en Ierland nemen met name niet deel aan de Schengenvoorschriften over het vrije verkeer van personen, de buitengrenscontrole en het visumbeleid. Derhalve stemmen de vertegenwoordigers van deze landen in de Raad niet over deze aangelegenheden.


■ De werkstructuren en de gespecialiseerde organen

De Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ), bestaande uit de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken, komt om de drie maanden bijeen en bespreekt het uitstippelen en uitvoeren van samenwerkingsacties en gemeenschappelijk beleid op die gebieden.
De Raad oefent aldus zijn functie als medewetgever van de EU uit, en stelt vervolgens richtlijnen en verordeningen vast binnen het gehele gebied van justitie en binnenlandse zaken. De zittingen van de Raad worden voorbereid door groepen en comités, met name het CATS (politiële en justitiële samenwerking), het Strategisch Comité immigratie en asiel, het COSI (Comité binnenlandse veiligheid), dat is opgericht na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, alsmede de Groep burgerlijk recht.
De beleidsmaatregelen betreffende de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht worden door de lidstaten en door de instellingen van de EU uitgevoerd.

Deze laatste steunen op gespecialiseerde organen, met name: