Wij gebruiken cookies om u zo goed mogelijk te helpen zoeken op onze website. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken en hoe u uw instellingen kunt wijzigen.

De Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie (TTE)

 

Arrow  Mededelingen aan de pers

Sedert juni 2002 zijn deze drie beleidsonderdelen onder de verantwoordelijkheid geplaatst van één Raadsformatie die ongeveer eens in de twee maanden bijeenkomt. De samenstelling van deze Raad verschilt al naar gelang de onderwerpen op de agenda (ministers belast met vervoer, telecommuni­catie of energie).

De EU stelt zich op het gebied van vervoer, telecommunicatie en energie ten doel moderne en doeltreffende systemen op te bouwen die op economisch, sociaal en ecologisch vlak levensvatbaar zijn. De harmonieuze en duurzame ontwikkeling van de infrastructuren vormt een essentieel onder­deel van de goede werking van de interne markt en de economische en sociale samenhang van de Unie.

Met dit doel voor ogen heeft de Raad sinds de jaren 90 bijgedragen aan de verwezenlijking van trans-Europese netwerken voor vervoer, energie en telecommunicatie. Deze netwerken beant­woorden aan de algemene doelstelling van economische en sociale samenhang. Dit is van zeer groot belang voor de komende jaren vanwege de uitbreiding en de noodzaak om de grote trans-Europese netwerken te koppelen aan de netwerken die men nu in de nieuwe landen van de Unie aan het ver­wezenlijken is.

Ook heeft de Raad de Europese "GPS" ingevoerd, bekend onder de naam GALILEO, een voor civiele doeleinden ontworpen Europees satellietnavigatiesysteem dat openstaat voor internationale samenwerking en dat commercieel zal worden geëxploiteerd.

Hieronder volgen de drie gebieden waarop de Raad TTE actief is:

-      Vervoer

Vervoer is één van de primaire gemeenschappelijke beleidsterreinen van de Gemeenschap omdat het bijdraagt tot het vrije verkeer van personen en goederen. Artikel 71 van het Verdrag beschrijft de inhoud van het gemeenschappelijk vervoersbeleid als volgt:

  • gemeenschappelijke regels voor internationaal vervoer waarbij de lidstaten betrokken zijn;
  • voorwaarden waaronder vervoerondernemers worden toegelaten tot nationaal vervoer in een lidstaat waarin zij niet woonachtig zijn;
  • maatregelen die de veiligheid van het vervoer kunnen verbeteren.

Op dit gebied besluit de Raad met gekwalificeerde meerderheid en volgens de medebeslis­singsprocedure met het Europees Parlement. Wanneer er sprake is van bepalingen die zowel de levensstandaard en de werkgelegenheid in bepaalde streken, als de exploitatie van het ver­voersapparaat ernstig zouden kunnen aantasten, besluit de Raad met eenparigheid van stem­men, na raadpleging van het Europees Parlement.

De Raad heeft zeer veel activiteiten ontwikkeld om de vele vraagstukken aan te pakken die zich voordoen naar aanleiding van de openstelling van de grenzen (regels voor toegang tot de markt, veiligheid, verkeersbeheer, interoperabiliteit, erkenning van kwalificaties, technische voorschriften enz.) en van de verschillende wijzen vervoer (over de weg, over het spoor, door de lucht, over waterwegen en over zee).

De op het niveau van de Gemeenschap genomen maatregelen betroffen aanvankelijk de tot­standbrenging van een volledig geïntegreerde interne markt. Nu de doelstelling van de interne vervoersmarkt grotendeels is bereikt, bestaat de grote uitdaging er thans in een systeem van "duurzame mobiliteit" op te zetten, dat wil zeggen het vervoer moet zodanig worden geor­ganiseerd dat het energieverbruik, evenals de tijdsduur, de trajecten en de vervoersomstandig­heden worden geoptimaliseerd.

-        Energie

Het energiebeleid valt in de eerste plaats onder de bevoegdheid van de lidstaten en het Verdrag bevat geen specifiek hoofdstuk over energie. Het energiebeleid vormt echter wel een onderdeel van de doelstellingen van de Gemeenschap en komt ter sprake in de titels van het Verdrag over milieu en over trans-Europese netwerken (die onder meer de energie-infra­structuren omvatten).

De op dit gebied nagestreefde doelstellingen beoogden voornamelijk het garanderen van de energievoorziening tegen voor alle verbruikers betaalbare prijzen, waarbij bescherming van het milieu en bevordering van gezonde concurrentie op de Europese energiemarkt niet uit het oog mogen worden verloren. In de context van het protocol van Kyoto is de verbetering van de energie-efficiëntie meer dan ooit een belangrijk onderdeel van de communautaire strategie geworden.

In dit verband gaat de Raad na welke maatregelen nodig zijn om een adequaat niveau van voorziening van gas, aardolieproducten en elektriciteit in de Gemeenschap veilig te stellen. Met andere voorstellen wordt beoogd hernieuwbare energiebronnen of concrete maatregelen voor het beheersen van de energie (gebouwen, bio-brandstoffen enz.) te stimuleren.

Voorts werkt de Raad aan een wettelijk kader dat de goede werking moet garanderen van een  concurrerende interne elektriciteitsmarkt, waarbij de elektriciteitsvoorziening gewaarborgd moet blijven en moet worden gezorgd voor een afdoende koppeling tussen de lidstaten dank­zij een algemeen, doorzichtig en niet-discriminerend beleid.

Met de uitbreiding buigt de Raad zich over nieuwe voorstellen betreffende het trans-Europese energienetwerk in de sectoren elektriciteit en gas, met als doel dit netwerk beter te doen functioneren.

Een ander aspect van het energiebeleid van de EU betreft kernenergie. De verantwoordelijk­heid op dit gebied is gelegen bij de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM) die in 1957 is opgericht op basis van een ander verdrag dan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. Hoofdtaken van EURATOM zijn het onderzoek en de ontwikkeling van het vreedzaam gebruik van kernenergie, het vaststellen van uniforme veiligheidsnormen en het verwezenlijken van een gemeenschappelijke markt voor installaties die met kern­energie te maken hebben.

-        Telecommunicatie

De Raad richt zich op de vier doelstellingen die op dit gebied op het niveau van de Europese Unie als prioritair worden beschouwd:

  • het opzetten van een geïntegreerd netwerk op Europees niveau;
  • totstandbrenging van de informatiemaatschappij;
  • het openbreken van de nationale markten;
  • het doen verdwijnen van de verschillen in regelgeving die tussen de lidstaten bestaan wat betreft tarieven, normen, voorwaarden voor toegang tot de markt, overheids­opdrachten enz.

Zo zijn er op het niveau van de Unie verscheidene acties gelanceerd om de markten van de Unie verder open te stellen voor concurrentie, vooral in bepaalde belangrijke sectoren, of om investeringen in onderzoek te stimuleren.

Het initiatief "e-Europa" is bedoeld om iedereen in de Europese Unie zo snel mogelijk gemakkelijk toegang tot internet te verlenen. Er wordt voorrang gegeven aan de installatie en het gebruik overal in de Unie, tussen nu en 2005, van breedbandnetwerken, en aan de bevei­liging van de netwerken en de informatie, aan on-line-overheid (e-overheid), aan het on-line leren (e-leren), aan on-line gezondheidszorg (e-gezondheid) en aan elektronisch zaken doen (e-business).