CONCLUSIES VAN HET VOORZITTERSCHAP

 

EUROPESE RAAD VAN STOCKHOLM

23 EN 24 MAART 2001

 

1. De Europese Raad is op 23 en 24 maart in Stockholm bijeengekomen voor zijn eerste voorjaarsbijeenkomst over economische en sociale vraagstukken. Bij het begin van de besprekingen is met de voorzitter van het Europees Parlement, mevrouw Nicole Fontaine, van gedachten gewisseld over de belangrijkste te bespreken punten.

DEEL I

I. DE PRIORITEITEN VAN STOCKHOLM - VOLLEDIGE WERKGELEGENHEID IN EEN CONCURRERENDE UNIE

2. De Europese Raad van Stockholm heeft met name besproken hoe het Europese model kan worden gemoderniseerd en hoe het in Lissabon bepaalde strategische doel van de Unie voor de volgende tien jaar, namelijk de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld te worden die in staat is tot duurzame economische groei met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang, kan worden bereikt. De Europese Raad was het er volledig over eens dat het economisch hervormingsbeleid, het werkgelegenheidsbeleid en het sociaal beleid elkaar over en weer versterken. Beslissingen moeten snel worden uitgevoerd en er dient een nieuwe impuls te worden gegeven op gebieden waar het tempo van de vooruitgang laag ligt. Er is benadrukt dat de open coördinatiemethode een belangrijk instrument voor vooruitgang is, dat naar behoren rekening houdt met het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel.

3. De Europese Raad van Stockholm:

is ingegaan op de demografische uitdaging van een vergrijzende bevolking, die voor een steeds kleiner deel uit mensen in de arbeidsgeschikte leeftijd bestaat;

heeft besproken hoe meer en betere banen kunnen worden geschapen, het tempo van de economische hervormingen kan worden versneld, het Europese sociale model kan worden gemoderniseerd en nieuwe technologieën beter kunnen worden aangewend;

heeft strategische sturing gegeven ten behoeve van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid met het oog op de totstandbrenging van duurzame groei en stabiele macro-economische omstandigheden;

is overeengekomen de procedures te verbeteren zodat de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad het middelpunt wordt voor een jaarlijkse behandeling van economische en sociale aangelegenheden. In dit verband zal de Europese Raad van Göteborg in juni in die behandeling rekening houden met de algemeen aanvaarde doelstelling van duurzaamheid;

is overeengekomen om een aanpak uit te stippelen om de kandidaat-lidstaten actief bij de doelstellingen en procedures van de strategie van Lissabon te betrekken.

II. ALGEMENE CONTEXT

Economische vooruitzichten

4. De economische prestaties van de Unie zijn er de laatste jaren aanzienlijk op vooruitgegaan. In 2000, het vierde jaar van herstel, kon de Unie bogen op een economische groei van circa 3,5% en werden 2,5 miljoen banen gecreëerd. Meer dan tweederde van die banen is door vrouwen ingevuld. De werkloosheid is gedaald tot het laagste niveau sinds 1991. Hieruit blijkt dat het hervormingsstreven van de Unie vruchten afwerpt. Door de uitbreiding zullen er zowel in de kandidaat-lidstaten als in de lidstaten nieuwe mogelijkheden voor groei en werkgelegenheid ontstaan.

5. De internationale economische context biedt de jongste tijd minder steun. De fundamentele economische parameters in de Unie blijven evenwel goed. De prijzen zijn stabiel gebleven en de overheidsfinanciën zijn gesaneerd. De Unie kan dus meer op eigen kracht vertrouwen. Door een vastberaden toepassing van de hervormingen en een evenwichtige macro-economische beleidsmix moet het mogelijk zijn op middellange termijn een gemiddelde groei van circa 3% aan te houden. Dit is een onontbeerlijk vereiste om de werkgelegenheidsdoelstellingen van Lissabon te bereiken en de komende demografische uitdagingen aan te kunnen. Dit is geen tijd voor zelfvoldaanheid.

6. Over 282 dagen worden de eurobiljetten en -munten geïntroduceerd. De voordelen van de monetaire unie zullen zichtbaarder zijn en een belangrijke symboolwaarde voor verdere economische integratie hebben. De Europese Raad roept de regeringen, de banken en het bedrijfsleven op hun voorbereidingen af te ronden zodat de overgang naar de nieuwe munt optimaal verloopt.

De demografische uitdaging

7. Het aantal gepensioneerden zal snel toenemen, terwijl rond 2010 het aantal mensen in de arbeidsgeschikte leeftijd verhoudingsgewijs zal beginnen af te nemen. Hierdoor zal er een aanzienlijke druk op de sociale voorzieningen ontstaan, in het bijzonder op de pensioenen, de stelsels voor gezondheidszorg en de ouderenzorg. De Unie en de lidstaten treden nu op door nieuwe benaderingen uit te stippelen voor de onderstaande beleidsaspecten. Het komende decennium biedt de mogelijkheid de demografische uitdaging het hoofd te bieden door de arbeidsparticipatie te verhogen, de overheidsschuld te verminderen en de stelsels voor sociale bescherming, inclusief de pensioenstelsels, aan te passen.

III. MEER EN BETERE BANEN

Naar volledige werkgelegenheid

8. De Unie en de lidstaten staan ten volle achter de doelstelling van volledige werkgelegenheid en beschouwen deze als een belangrijk middel om de uitdaging van de vergrijzing het hoofd te bieden. Om tegen 2010 de streefcijfers inzake de gemiddelde arbeidsparticipatie in de hele EU te bereiken, moeten er in deze periode constante vorderingen worden gemaakt. Een verhoging van de arbeidsparticipatie vereist een actief werkgelegenheidsbeleid, als omschreven in de Europese werkgelegenheidsstrategie, en een geïntensiveerde uitvoering daarvan.

9. De Europese Raad:

- is overeengekomen om voor januari 2005 tussentijdse streefcijfers inzake arbeidsparticipatie voor de Unie in haar geheel vast te stellen, namelijk 67% in totaal en 57% voor vrouwen; dienovereenkomstig verzoekt hij de lidstaten te overwegen om in hun nationale werkgelegenheidsplannen tussentijdse werkgelegenheidsdoelstellingen te bepalen, met inachtneming van de specifieke nationale en regionale omstandigheden;

- is overeengekomen om de gemiddelde arbeidsparticipatie van oudere vrouwen en mannen (55-64) in de EU tegen 2010 tot 50% te verhogen;

- verzoekt de Raad en de Commissie vóór de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad in 2002 gezamenlijk verslag uit te brengen over de manier waarop de arbeidsparticipatie kan worden vergroot en beroepsactiviteit op oudere leeftijd kan worden bevorderd. Het verslag dient bijzondere aandacht te besteden aan het wegnemen van knelpunten op de arbeidsmarkt, en aan het reduceren van de informele economie en van aspecten in belastings- en uitkeringsstelsels die het voor mannen en vrouwen onaantrekkelijk maken aan het arbeidsproces deel te nemen;

- verzoekt de Raad en de Commissie om tegen 2002 indicatoren te ontwikkelen betreffende de beschikbaarstelling van opvangvoorzieningen voor kinderen en andere afhankelijke personen en betreffende de gezinsuitkeringssystemen.

Onderwijs, opleiding en vaardigheden

10. De verbetering van de basisvaardigheden, met name van de IT- en digitale vaardigheden, is een topprioriteit om de Unie tot de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld te maken. Deze prioriteit impliceert dat er beleidsmaatregelen op het gebied van onderwijs en levenslang leren worden getroffen en dat de huidige achterstand in de aanwerving van wetenschappelijk en technisch personeel wordt ingelopen. Een kenniseconomie vereist een sterk algemeen vormend onderwijs tot verdere ondersteuning van arbeidsmobiliteit en levenslang leren.

11. De Raad en de Commissie zullen aan de Europese Raad in diens voorjaarsbijeenkomst van 2002 een verslag voorleggen met een gedetailleerd werkprogramma over de follow–up van de doelstellingen inzake onderwijs- en opleidingssystemen en een beoordeling van de verwezenlijking daarvan in het kader van de open coördinatiemethode en in wereldwijd perspectief; in het bijzonder dient te worden bezien hoe jongeren, met name jonge vrouwen, tot wetenschappelijke en technische studies kunnen worden aangespoord en hoe de aanwerving van goed opgeleide leerkrachten op deze terreinen op termijn kan worden gegarandeerd.

Arbeidsmobiliteit in nieuwe open Europese arbeidsmarkten

12. Modernisering van arbeidsmarkten en arbeidsmobiliteit dienen te worden aangemoedigd zodat beter op veranderingen kan worden ingespeeld door opheffing van de bestaande belemmeringen.

13. Daartoe:

- dient de aanbeveling betreffende de mobiliteit van studenten, personen in opleiding, jonge vrijwilligers, leerkrachten en opleiders vóór juni 2001 te worden aangenomen en dienen de lidstaten parallel daarmee het mobiliteitsactieplan uit te voeren;

- zal de Commissie samenwerken met nationale en lokale overheden, diensten voor arbeidsvoorziening en andere relevante actoren om vóór eind 2001 te beoordelen of het mogelijk is een Europese "één loket"-informatiesite over mobiliteit op te richten met name door een de hele Unie bestrijkende gegevensbasis over banen, curricula vitae en studiemogelijkheden aan de diensten voor arbeidsvoorziening ter beschikking te stellen.

14. Daarenboven zal er tijdens de Europese Raad van Laken in 2001 in het kader van de follow-up van Tampere een grondige discussie plaatsvinden over immigratie, migratie en asiel. In dit verband dient de nodige aandacht te worden besteed aan de status van onderdanen van derde landen die legaal in de Unie verblijven.

15. De Commissie zal een Task Force op hoog niveau voor vaardigheden en mobiliteit instellen, en zal daarvoor putten uit de deskundigheid van het bedrijfsleven, het onderwijs en de sociale partners. Haar opdracht is om na te gaan welke kenmerken en belemmeringen de Europese arbeidsmarkt vertoont, met bijzondere aandacht voor de behoefte aan ICT-vaardigheden. Op die basis is de Commissie voornemens om de Europese Raad in diens voorjaarsbijeenkomst van 2002 een actieplan ter ontwikkeling en ontsluiting van nieuwe Europese arbeidsmarkten voor te leggen, alsook specifieke voorstellen voor een meer uniforme, transparante en flexibele regeling voor de erkenning van opleidingstitels en studietijdvakken en voor de overdraagbaarheid van aanvullende pensioenen, onder eerbiediging van de coherentie van de belastingsystemen van de lidstaten.

IV. VERSNELLING VAN DE ECONOMISCHE HERVORMINGEN

Benutting van het potentieel van de interne markt

16. Goed functionerende markten zijn van vitaal belang wil men de consument meer bieden en een gunstig ondernemingsklimaat creëren. Het succes van vroegere hervormingen, waarbij de kosten zijn gedaald en de keuze en kwaliteit van de producten is verbeterd, vormt een sterke aanmoediging voor verdere vooruitgang. Het creëren van een efficiënt werkende interne markt voor diensten is een van de hoogste prioriteiten van Europa. In dit verband is het van belang ervoor te zorgen dat er naar behoren rekening wordt gehouden met de specifieke status van de diensten van algemeen belang overeenkomstig de richtsnoeren in de door de Europese Raad van Nice goedgekeurde verklaring, zoals de universele dienst, de veiligheid, de continuïteit en de zekerheid van de voorziening. De Europese Raad verzoekt de Raad en de Commissie deze richtsnoeren te implementeren. Dit moet bovendien gepaard gaan met een kader voor de ontwikkeling van effectieve grensoverschrijdende markten, ondersteund door adequate infrastructuurcapaciteit.

17. De Europese Raad, rekening houdend met alle bovenstaande factoren:

- roept de lidstaten op om de omzetting van internemarktrichtlijnen in nationaal recht hoge prioriteit te geven en als tussentijdse omzettingsdoelstelling voor de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad in 2002 98,5% na te streven;

- juicht het voornemen van de Commissie toe om in 2002 een voorstel in te dienen dat ertoe strekt de geconstateerde belemmeringen op de interne markt voor diensten aan te pakken, op basis van de lopende evaluatie van die belemmeringen;

- neemt nota van de voorstellen van de Commissie inzake gas en elektriciteit en verzoekt de Raad deze zo spoedig mogelijk te bespreken; hij steunt het doel van openstelling van de markten in deze sectoren met inachtneming van de noodzaak in de behoeften van de gebruikers te voorzien en marktdoorzichtigheid te bewerkstelligen door middel van passende regelgeving. Het vraagstuk van de tijdsschema's voor de elektriciteits- en de gasmarkten zal worden besproken met de bedoeling de beoogde openstelling van de markten in deze sectoren zo spoedig mogelijk door te voeren. De Commissie wordt verzocht de situatie in deze sectoren te evalueren in haar verslag voor de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad in 2002, teneinde verdere stappen mogelijk te maken. De Commissie zal ervoor zorgen dat de bepalingen van het Verdrag, in het bijzonder de artikelen 85 en 86, onverkort worden nageleefd en dat de uitvoering van deze besluiten niet kan leiden tot concurrentievervalsing. Op die basis zal de Commissie er ook voor zorgen dat ondernemingen die op hun nationale markt nog een monopoliepositie innemen geen onrechtmatig voordeel uit deze situatie halen;

- herhaalt zijn voornemen om het gemeenschappelijk Europees luchtruim in te stellen en verwacht terzake nog verdere vooruitgang te boeken vóór de Europese Raad van Göteborg in juni;

- neemt nota van het voornemen van de Commissie om tegen juni 2001 een alomvattend voorstel voor de herziening van de regels betreffende de toewijzing van slots op luchthavens in te dienen;

- neemt nota van het voornemen van de Commissie om uiterlijk in december 2001 een tweede pakket maatregelen in te dienen betreffende de openstelling van binnenlandse markten voor passagiers- en vrachtvervoer per spoor;

- roept de Raad op om, op basis van de werkzaamheden die reeds zijn uitgevoerd om de doelstellingen van de conclusies van Lissabon te bereiken, overeenstemming te bereiken over een gemeenschappelijk standpunt en samen met het Europees Parlement vóór eind 2001 de richtlijn betreffende de postdiensten aan te nemen.

De Commissie zal in samenwerking met alle betrokken instanties voor eind 2001 een strategie voor vereenvoudiging en kwaliteit van de regelgeving presenteren.

Financiële diensten en risicokapitaal

18. Het is van het allerhoogste belang dat het Actieplan Financiële diensten snel wordt uitgevoerd. Daartoe moet het tempo van het wetgevingsproces worden opgevoerd. De regulering van de effectenmarkten moet voldoende flexibel zijn om te kunnen inspelen op marktontwikkelingen, zonder evenwel de behoefte aan transparantie en rechtszekerheid uit het oog te verliezen. Voorts moeten investeringen en innovatie worden gesteund door een ruimer aanbod van risicokapitaal.

19. De Europese Raad:

- hecht zijn goedkeuring aan de resolutie over een effectievere regulering van de effectenmarkten (zie bijlage I), die zijns inziens een goede basis biedt voor effectieve samenwerking tussen de Commissie, de Raad en het Europese Parlement op dit gebied;

- verzoekt dat het Actieplan Financiële diensten tegen 2005 volledig wordt uitgevoerd, waarbij alle betrokken partijen zich ten volle inzetten om tegen eind 2003 een geïntegreerde effectenmarkt tot stand te brengen door voorrang te verlenen aan de wetgeving over effectenmarkten in het plan, met inbegrip van de stappen die in het verslag van het Comité van wijzen over de regulering van de Europese effectenmarkten worden onderschreven;

- steunt het doel om tegen 2003 een goed functionerende markt voor risicokapitaal tot stand te brengen door uitvoering te geven aan het Actieplan risicokapitaal.

Aanmoediging van daadwerkelijke mededinging

20. Het niveau van de staatssteun in de Europese Unie moet worden teruggedrongen en het systeem moet transparanter worden gemaakt.

21. Daartoe:

- wordt de Raad en het Europees Parlement verzocht vóór het eind van het jaar aanbestedingsregels aan te nemen;

- moeten de lidstaten tegen 2003 een neerwaartse trend in hun staatssteun ten opzichte van het BBP kunnen aantonen, rekening houdend met de noodzaak de steun om te buigen naar horizontale doelstellingen van gemeenschappelijk belang, met inbegrip van cohesiedoelstellingen;

- zal de Commissie ervoor zorgen dat een voor het publiek toegankelijk register voor staatssteun en een scorebord tegen juli 2001 on-line beschikbaar zijn en zal zij verduidelijken hoe de voorschriften voor staatssteun zullen worden toegepast op maatregelen ter bevordering van risicokapitaal om het financieringsklimaat voor het midden- en kleinbedrijf te verbeteren.

Belastingkwesties

22. De Europese Raad verzoekt de Raad zijn werkzaamheden voort te zetten in overeenstemming met de conclusies van de Europese Raden van Feira en van Nice, om zo spoedig mogelijk en uiterlijk eind 2002 tot een akkoord te komen over het gehele belastingpakket, volgens het parallelle tijdschema voor de diverse onderdelen van het pakket.

Bevordering van ondernemerschap

23. Ondernemerschap is een van de pijlers van de Europese werkgelegenheidsstrategie. De nationale actieplannen en de kaders van de Unie zoals het meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap, het handvest voor kleine ondernemingen, microkredieten, de uitwisseling van beste praktijken en het benchmarken van ondernemingsbeleid zijn belangrijke instrumenten om in Europa een gunstiger bedrijfsklimaat tot stand te brengen. Bedrijven en burgers hebben behoefte aan een regelgevingskader dat duidelijk, eenvoudig, effectief en werkbaar is in een snel veranderende wereldmarkt. Dit betekent raadpleging over de voorgestelde regelgeving, effectbeoordeling van de regelgeving en invoering van schema's voor de codificatie en omwerking van Europese wetgeving, alsmede van een systeem om de wetgeving te toetsen. De overheidssector moet efficiënter worden en de administratieve lasten verlichten om het productieve en innoverende vermogen van onze economieën te vergroten, en onder meer het stellen van statistische vereisten beperken tot de kernvraagstukken van de Europese beleidsvorming.

24. De lidstaten en de Commissie wordt verzocht de kwaliteit, het actuele karakter en de beschikbaarheid te verbeteren van de statistische gegevens die nodig zijn voor het benchmarken op onderling overeengekomen gebieden van cruciaal belang voor het ondernemingsbeleid. Bovendien wordt de Commissie verzocht zich te beraden op het gebruik van kwantitatieve doelstellingen in het ondernemingsbeleid.

V. MODERNISERING VAN HET EUROPEES SOCIAAL MODEL

25. Een dynamische Unie dient uit actieve welvaartstaten te bestaan. Goed doordachte en functionerende socialezekerheidsstelsels moeten worden beschouwd als productieve factoren doordat zij veiligheid bieden in tijden van verandering. Dit vergt een voortdurende modernisering van het Europees sociaal model op basis van de in Nice aangenomen Europese sociale agenda, die het kader vormt voor het sociaal beleid in de komende vijf jaar.

Verbetering van de kwaliteit van het werk

26. Het opnieuw bereiken van volledige werkgelegenheid betekent niet alleen aandacht voor meer banen, maar ook voor betere banen. Er moeten meer inspanningen worden geleverd ter bevordering van goede arbeidsomstandigheden voor eenieder, met inbegrip van gelijke kansen voor gehandicapten, gendergelijkheid, een goede en soepele arbeidsorganisatie die het mogelijk maakt werk en gezin beter met elkaar te verenigen, levenslang leren, gezondheid en veiligheid op het werk, de betrokkenheid van de werknemers en de diversiteit in het beroepsleven.

27. Daartoe:

- zullen de lidstaten en de Raad, elk in het kader van hun respectieve bevoegdheden, een gemeenschappelijke aanpak definiëren om de kwaliteit van het werk te handhaven en te verbeteren, hetgeen als een algemene doelstelling moet worden opgenomen in de werkgelegenheidsrichtsnoeren voor 2002;

- zal de Raad samen met de Commissie indicatoren voor de kwaliteit van het werk ontwikkelen en de kwantitatieve indicatoren preciezer maken, en een en ander tijdig vóór de Europese Raad van Laken in 2001 presenteren;

- zal de Raad, volgens de procedure van medebeslissing met het Europees Parlement, tegen het eind van het jaar de werkzaamheden voltooien inzake de actualisering van de bestaande wetgeving betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen wat betreft de toegang tot werk, beroepsopleiding en promotiekansen, en de arbeidsvoorwaarden;

- zal de Raad samen met de Commissie indicatoren ontwikkelen om ervoor te zorgen dat er geen discriminerende loonverschillen zijn tussen mannen en vrouwen.

Bevordering van sociale insluiting

28. Bestrijding van sociale uitsluiting is van het grootste belang voor de Unie. Betaalde arbeid voor vrouwen en mannen biedt de beste waarborg tegen armoede en sociale uitsluiting. Degenen die niet tot werken in staat zijn, hebben echter recht op effectieve sociale bescherming en moeten een actieve rol in de maatschappij kunnen spelen. Een actief arbeidsmarktbeleid bevordert sociale insluiting, waarbij sociale doelstellingen gekoppeld worden aan houdbare overheidsfinanciën. De lidstaten moeten voorrang geven aan de uitvoering van de nationale actieplannen ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting, teneinde op basis van de in Nice overeengekomen gemeenschappelijke doelstellingen vooruitgang te boeken die via in onderling overleg vastgestelde indicatoren beoordeeld wordt.

29. De Europese Raad nodigt de Raad en het Europees Parlement uit om in de loop van 2001 overeenstemming te bereiken over het voorstel voor een programma voor sociale insluiting en verzoekt de Raad de monitoring van maatregelen op dit gebied te verbeteren door voor het einde van het jaar indicatoren inzake bestrijding van sociale uitsluiting vast te stellen.

Rol van de sociale partners bij het inspelen op veranderingen

30. Het belang van de bijdrage en de inzet van de sociale partners is tijdens de gedachtewisseling met de Trojka op 22 maart 2001 onderstreept. De inzet en actieve betrokkenheid van de sociale partners is van essentieel belang, niet alleen voor de beoordeling van de vorderingen op weg naar het strategisch doel van de Unie, maar ook bij de toepassing van de lopende hervormingen, voor het succes waarvan de inzet van de werkgevers en werknemers aan de basis vereist is. Als bijdrage aan deze doelstelling heeft de Europese Raad ermee ingestemd dat het Europees waarnemingscentrum voor industriële verandering zo spoedig mogelijk wordt opgezet als onderdeel van de Stichting van Dublin. De Europese Raad zou een positief resultaat van de lopende onderhandelingen tussen de sociale partners over uitzendwerk en telewerk verwelkomen.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

31. De Europese Raad is verheugd over de initiatieven van het bedrijfsleven om maatschappelijk verantwoord ondernemen te bevorderen. De Commissie heeft aangekondigd in juni 2001 een groenboek over maatschappelijk verantwoord ondernemen te willen voorleggen en een brede uitwisseling van ideeën hierover te willen aanmoedigen, teneinde verdere initiatieven op dit terrein te stimuleren.

Veilige en houdbare socialebeschermingsstelsels

32. De vergrijzing van de samenleving vergt duidelijke strategieën om toereikende pensioenstelsels en stelsels voor gezondheids- en ouderenzorg te garanderen, en tegelijkertijd de overheidsfinanciën gezond te houden en de solidariteit tussen de generaties te handhaven. Waar nodig, en met name ten aanzien van de pensioenen, dient het potentieel van de open coördinatiemethode - met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel - ten volle te worden benut. Deze strategieën zullen worden ondersteund door de gelijktijdige inspanningen ter vergroting van de arbeidsparticipatie, de productiviteit en de mobiliteit.

33. Op basis van de technische werkzaamheden die op deskundigenniveau zijn uitgevoerd, en alle bovengenoemde factoren in aanmerking nemend:

- verzoekt de Europese Raad de Raad om tijdig voor de Europese Raad van Göteborg de uitkomst te presenteren van de studie van het Comité voor sociale bescherming, waarin ook de resultaten zullen zijn verwerkt van de werkzaamheden van het Comité voor economische politiek met betrekking tot de houdbaarheid van de pensioenstelsels;

- neemt de Europese Raad nota van het voornemen van de Commissie een mededeling in te dienen over de kwaliteit en houdbaarheid van de pensioenen in het licht van de veranderende demografische omstandigheden. Hij draagt het Comité voor sociale bescherming en het Comité voor economische politiek op een verslag aan de Raad voor te bereiden met het oog op de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad in 2002. Uiterlijk december 2001 dient een voortgangsverslag te worden voorgelegd;

- verzoekt de Europese Raad de Raad om voor eind 2001, in het licht van een evaluatie van de alternatieven, overeenstemming te bereiken over parameters voor de modernisering van Verordening nr. 1408/71 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, teneinde de Raad en het Europees Parlement in staat te stellen de aanneming ervan te bespoedigen.

VI. BENUTTING VAN NIEUWE TECHNOLOGIEËN

34. De strategie voor een geïntegreerde benadering van economische en sociale ontwikkelingen omvat onder meer het bevorderen van nieuwe technologieën, door het onderzoeks- en ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap te versterken en bijzondere inspanningen te leveren ten aanzien van nieuwe technologieën, met name de biotechnologie.

eEuropa

35. De omschakeling naar een kenniseconomie is van cruciaal belang voor concurrentievermogen en groei, alsmede voor de totstandbrenging van een meer inclusieve samenleving. Ondanks de wezenlijke vorderingen die er sinds Lissabon gemaakt zijn bij het invoeren en gebruiken van Internet door ondernemingen, scholen en burgers, wordt het potentieel ervan in Europa nog niet ten volle benut op belangrijke gebieden als openbare diensten, elektronische overheid en elektronische handel. Het draadloze Internet en de mobiele communicatiesystemen van de derde generatie zullen dat potentieel nog vergroten. Het succes van de kennismaatschappij is echter ook afhankelijk van een hoog niveau van digitale geletterdheid en van het creëren van omstandigheden inzake netwerkbeveiliging, gegevensbescherming en privacy waardoor in vertrouwen gebruik kan worden gemaakt van nieuwe diensten.

36. Met het oog daarop:

- moet het telecompakket zo vroeg mogelijk dit jaar worden aangenomen, teneinde in deze sector een situatie van gelijke concurrentievoorwaarden te scheppen, met een geharmoniseerde toepassing van de voorschriften in de gehele Unie;

- zal de Commissie samen met de Raad werken aan een ondersteunend beleidskader voor mobiele communicatie van de derde generatie in de Unie, inclusief overeenstemming over een regelgevend kader voor radiospectrumbeleid en breedbandnetwerken. De Commissie wordt tevens verzocht te bestuderen welk effect de derdegeneratielicenties zullen hebben op het Europees concurrentievermogen en de vooruitgang op ICT-gebied;

- zal de Commissie met de Raad samenwerken om bij te dragen aan een gunstig klimaat voor een draadloos Europa, door te zorgen voor een grote onderzoeksinspanning op het gebied van toekomstige draadloze technologieën, door een geleidelijke invoering van het Internet van de volgende generatie (IPv6) aan te moedigen en door de juiste omstandigheden te creëren voor de totstandbrenging van Europese meertalige inhoud voor draadloze diensten;

- zal vóór het einde van het jaar wetgeving inzake verkoop op afstand van financiële diensten, de toepassing van BTW op elektronische handel en het gebruik van elektronische facturering voor BTW-doeleinden worden aangenomen;

- zal de Raad samen met de Commissie de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat het .eu-topdomein zo snel mogelijk beschikbaar wordt voor de gebruikers;

- zal de Raad samen met de Commissie een alomvattende strategie voor de beveiliging van elektronische netwerken uitwerken, die tevens praktische uitvoeringsmaatregelen zal omvatten. Deze strategie dient tijdig voor de Europese Raad van Göteborg te worden voorgelegd.

37. Voorts heeft de Commissie het voornemen aangekondigd vóór het einde van het jaar aanvullende doelstellingen voor aansluiting van scholen op het Internet voor te stellen, een mededeling ter bevordering van systemen voor online-oplossing van geschillen voor te leggen en steun te verlenen voor eSchola, een Europabrede actie tot bevordering van het gebruik van nieuwe technologieën en ontwikkeling van online-schoolverbroedering. De Europese Raad neemt nota van de belangstelling die de kandidaat-lidstaten voor eEuropa 2002 hebben getoond en ziet uit naar het actieplan dat deze staten tijdens de Europese Raad van Göteborg zullen presenteren, waarin zal worden aangegeven hoe zij deze doelstellingen denken over te nemen.

Onderzoek en innovatie

38. Europa moet meer doen om talent op het gebied van onderzoek, financiën en zakendoen te benutten, teneinde te verzekeren dat Europese ideeën de Europese markt het eerst bereiken. Het zesde kaderprogramma voor onderzoek moet dan ook binnen zijn specifieke geheel van prioriteiten optimaal gebruik maken van onder meer de nieuwe instrumenten tot bevordering van een expertisenetwerk, geïntegreerde projecten en de gezamenlijke uitvoering van nationale programma's, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de noodzaak om de onderlinge samenhang te vergroten en het midden- en kleinbedrijf te versterken.

39. Daartoe:

- wordt de Raad verzocht om uiterlijk in juni 2002, volgens de procedure van medebeslissing met het Europees Parlement, het zesde kaderprogramma voor onderzoek aan te nemen;

- wordt de Raad verzocht een specifieke strategie voor mobiliteit binnen de Europese onderzoeksruimte te bestuderen, op basis van het door de Commissie aangekondigde voorstel;

- wordt de Raad verzocht te bezien langs welke wegen de ideeën en de ervaring van de lidstaten ten aanzien van bevordering van O & O via economische prikkels kunnen worden gedeeld;

- wordt de EIB verzocht haar ondersteuning van O & O-activiteiten verder te intensiveren.

40. De Commissie is voornemens uiterlijk in juni 2001 het eerste Europees innovatiescorebord te presenteren. Voor het einde van het jaar zal zij voorstellen indienen tot bevordering van een meer interactieve dialoog met het publiek over kwesties van wetenschap en technologie, de eerste resultaten van de benchmarking van onderzoek in de EU en de in kaart gebrachte onderzoeksexpertise presenteren, en het kader voor staatssteun voor onderzoek vernieuwen.

41. De Europese Raad is verheugd over de voortzetting van het Innovatie 2002-initiatief van de EIB, en in het bijzonder over de toezegging dit initiatief tot de kandidaat-lidstaten uit te breiden.

42. De Europese Raad herinnert aan het belang van een zo spoedig mogelijke start van het Galileo-satellietnavigatieprogramma. Overeenkomstig de conclusies van Keulen en Nice is het noodzakelijk dat de particuliere sector de uitdaging met betrekking tot deelname aan en financiering van het project aanvaardt, door middel van een bindende toezegging voor de uitvoeringsfase. De Europese Raad neemt er nota van dat de particuliere sector bereid is de publieke financiering voor de ontwikkelingsfase aan te vullen. De Europese Raad nodigt de Raad uit de regelingen te definiëren die nodig zijn voor het starten van de volgende fase van het project, waaronder ook de vaststelling van een gemeenschappelijke en efficiënte managementstructuur vóór het einde van 2001, die de vorm kan hebben van een gemeenschappelijke onderneming als bedoeld in artikel 171 van het Verdrag, dan wel van een agentschap of een ander passend orgaan.

Speerpunttechnologieën, met name biotechnologie

43. Het vermogen van het bedrijfsleven in de Unie om gebruik te maken van technologieën zal afhangen van factoren als onderzoek, ondernemerschap, een regelgevend kader dat innovatie en het nemen van risico's aanmoedigt en dat mede de bescherming van industriële eigendom in de hele Gemeenschap omvat tegen een prijs die met de rest van de wereld kan concurreren, en de beschikbaarheid van investeerders, vooral in een vroeg stadium.

44. In dit verband:

- spreekt de Europese Raad zijn bezorgdheid uit over het uitblijven van vorderingen in verband met het Gemeenschapsoctrooi en het gebruiksmodel, en dringt hij er bij de Raad en de Commissie op aan meer vaart te zetten achter de besprekingen, overeenkomstig de conclusies van Lissabon en Feira;

- zal de Commissie tezamen met de Raad nagaan welke maatregelen nodig zijn om het potentieel van de biotechnologie ten volle te benutten en het concurrentievermogen van de Europese biotechnologiesector te versterken, opdat deze zich met de voornaamste concurrenten kan meten, en om er tegelijkertijd voor te zorgen dat de ontwikkelingen plaatsvinden op een wijze die gezond en veilig is voor consument en milieu en strookt met gemeenschappelijke fundamentele waarden en ethische principes, met volledige inachtneming van het bestaande wetgevingskader.

VII. GLOBALE RICHTSNOEREN VOOR HET ECONOMISCH BELEID

45. De globale richtsnoeren voor het economisch beleid staan centraal in de beleidscoördinatie op economisch terrein en bieden het kader voor de sturing van het beleid in het algemeen. De Europese Raad onderschrijft de standpunten in de kernpuntennota over de globale richtsnoeren voor het economisch beleid en is ingenomen met het verslag over de bijdrage van de overheidsfinanciën aan de groei en de werkgelegenheid. De Europese Raad verzoekt de Raad ECOFIN en de Commissie om bij de opstelling van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid voor 2001 naar behoren rekening te houden met de conclusies van de Europese Raad van Stockholm.

46. Het minder gunstige externe economische klimaat zal ook in de Unie de groei beïnvloeden. De EU-economie staat er evenwel beter voor dan in het verleden. Het begrotingsbeleid moet gericht blijven op het streven naar overheidsfinanciën die nagenoeg in evenwicht zijn of een overschot vertonen. Voorts moet het afgestemd zijn op de noodzaak hevige schommelingen in de economische bedrijvigheid en niet-duurzame structurele evenwichten te vermijden. Dit ondersteunt prijsstabiliteit en laat monetaire voorwaarden toe die bevorderlijk zijn voor economische groei en verdere toename van de werkgelegenheid.

47. De Raad dient op gezette tijden de overheidsfinanciën te toetsen op hun houdbaarheid op de lange termijn, onder meer op de spanningen die op grond van de komende demografische veranderingen te verwachten zijn. Dit dient zowel in de context van de globale richtsnoeren als in de context van de stabiliteits- en convergentieprogramma's te geschieden. Een hogere arbeidsparticipatie vooral van vrouwen en oudere werknemers moet worden bevorderd. Een ambitieus beleid om de overheidsschuld te verminderen dient met het oog op budgettaire houdbaarheid te worden nagestreefd. De publieke pensioenen, de gezondheidszorg en de zorgstelsels voor ouderen dienen te worden geëvalueerd en zo nodig te worden hervormd door de lidstaten met handhaving van de solidariteit tussen de generaties.

48. In de komende richtsnoeren moet ook de bevordering van duurzame ontwikkeling geïntegreerd worden.

49. De Europese Raad merkt op dat de harmonisatie van de beschikbare economische statistieken verdere vooruitgang behoeft.

VIII. VAN STOCKHOLM NAAR GÖTEBORG: VERDERE VERBETERING VAN HET PROCES

50. In Lissabon is men erin geslaagd economische en sociale aangelegenheden te integreren. De door de Europese Raad van Göteborg in juni aan te nemen strategie voor duurzame ontwikkeling, met inbegrip van de milieudimensie, zal het politiek engagement van de strategie van Lissabon aanvullen en daarop voortbouwen. Alle dimensies van duurzame ontwikkeling moeten in de context van de jaarlijkse voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad getoetst worden.

51. De Europese Raad zal tijdens zijn voorjaarsbijeenkomst in 2002 een evaluatie verrichten van:

- de vorderingen bij de integratie van de doelstellingen van duurzame ontwikkeling in de strategie van Lissabon,

- de bijdrage die de milieutechnologiesector kan leveren tot de bevordering van groei en werkgelegenheid.

52. De Europese Raad verzoekt de Commissie in haar evaluatie van het proces van Luxemburg te onderzoeken hoe dit proces beter kan worden gecoördineerd met de voorbereiding van zijn voorjaarsbijeenkomst. Eveneens ter stroomlijning van de procedures onderschrijft de Europese Raad het voornemen van de Commissie om ervoor te zorgen dat haar jaarlijkse samenvattend verslag de belangrijkste elementen bevat van de andere bijdragen, ook die waarmee wordt ingegaan op verzoeken om gezamenlijke verslagen van de Raad en de Commissie aan de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad. Dit samenvattend verslag, dat ook het scorebord betreffende de follow-up van de sociale agenda bevat, zal uiterlijk eind januari beschikbaar zijn en zal het voornaamste uitgangspunt vormen voor het voorbereidend werk bij de Raad. Zijnerzijds zal de Europese Raad zich met het oog op consistentie in zijn voorjaarsbijeenkomst concentreren op het geven van sturing en politieke impulsen in economische en sociale aangelegenheden.

DEEL II

IX. SITUATIE IN DE LANDBOUWSECTOR

53. De Europese Raad geeft uiting aan zijn verontrusting over de ernst van de situatie in de landbouwsector en aan zijn solidariteit met landbouwers en anderen in plattelandsgemeenschappen. Hij is verheugd over en onderstreept het belang van de effectieve samenwerking tussen de nationale autoriteiten en schaart zich achter de grondige maatregelen die door de Raad, de Commissie en de lidstaten worden getroffen. Hij is vastbesloten mond- en klauwzeer en BSE in te dammen en uiteindelijk uit te roeien. Het gebeurde onderstreept het belang van een veilige en duurzame voedselketen voor het herstel van het consumentenvertrouwen. De Europese Raad dringt bij derde landen aan op intrekking van de door hen getroffen maatregelen die niet in verhouding staan tot de ernst van het probleem, noch te verenigen zijn met het voorzorgsbeginsel. De Europese Raad beklemtoont dat de communautaire maatregelen binnen de financiële vooruitzichten moeten blijven.

54. De Europese Raad verzoekt de Raad en het Europees Parlement ervoor te zorgen dat vóór het einde van dit jaar een besluit over de oprichting van een Europese Voedselautoriteit wordt genomen.

 

X. EXTERNE BETREKKINGEN

Rusland

55. De aanwezigheid van President Poetin in Stockholm getuigt van het belang van het strategisch partnerschap tussen de Unie en Rusland. Dit partnerschap moet verder worden ontwikkeld om de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst ten volle te benutten, in overeenstemming met de gemeenschappelijke strategie van de Unie. De dialoog op energiegebied is op schema. In dit verband werd het potentieel van de noordelijke dimensie bevestigd. De Europese Raad verwelkomt de mededeling van de Commissie over Kaliningrad als een bijzonder nuttige basis voor overleg dienaangaande. De Europese Raad stemt er tevens mee in de dialoog over politiek en veiligheid met Rusland te ontwikkelen. Het uitgebreide hervormingsprogramma dat de Russische economie moet moderniseren en de voorwaarden voor handel en investeringen moet verbeteren, werd met President Poetin besproken. De Unie blijft steun geven aan die hervormingen, die tevens profijt zullen ondervinden van de nieuwe mogelijkheden voor samenwerking tussen de Unie en Rusland als gevolg van het in Lissabon vastgestelde strategisch doel van de Unie.

56. De Europese Raad onderstreept dat een werkelijk partnerschap gebaseerd moet zijn op gemeenschappelijke waarden. Hij spreekt eens te meer zijn ernstige verontrusting uit over de situatie in Tsjetsjenië en wijst met klem op de dringende behoefte aan een politieke oplossing van het conflict.

57. Toetreding tot de WTO is van essentieel belang voor de verdere integratie van Rusland in de wereldeconomie en ter bevordering van een gunstig investeringsklimaat in Rusland. De Europese Unie ondersteunt de inspanningen die Rusland zich getroost om aan de lidmaatschapsvereisten van de WTO te voldoen en verwacht van Rusland dat het zich ten volle commiteert. De Unie ziet uit naar de conferentie op hoog niveau over Rusland en de WTO die op 30 maart in Moskou plaatsvindt onder auspiciën van het voorzitterschap en de Commissie.

58. Om een gestage ontwikkeling in de economische en commerciële betrekkingen met Rusland te bevorderen herhaalt de Europese Raad dat dringend passende maatregelen nodig zijn om een oplossing te vinden voor reeds lang aanslepende handelsgeschillen, met name betreffende vluchten over Siberië.

59. De Europese Raad is het erover eens dat de Unie EIB-leningen moet openstellen voor concrete milieuprojecten, overeenkomstig de door de Raad bepaalde specifieke criteria.

60. De Europese Unie juicht toe dat aanzienlijke vooruitgang is geboekt bij de onderhandelingen over de overeenkomst betreffende het Multilateraal Nucleair en Milieuprogramma voor de Russische Federatie en roept de betrokken partijen op tot intensivering van hun inspanningen om de overeenkomst voor de Top EU-Rusland, medio mei, af te ronden.

61. De Europese Raad is verheugd over de aanstaande 300e verjaardag van Sint-Petersburg, "Ruslands venster op Europa". De Unie is bereid een bijdrage te leveren aan de viering, die een uitstekende gelegenheid biedt om de nauwe historische en huidige banden tussen Rusland en de lidstaten van de Europese Unie te belichten.

Wereldhandelsorganisatie

62. Een open en krachtig systeem van multilaterale handelsvoorschriften vormt de beste basis voor een grotere bijdrage van de externe handel aan het strategisch doel van de Unie. De Gemeenschap moet zich actief blijven inzetten om een consensus tot stand te brengen over het aanvatten van een nieuwe, volledige ronde van multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de WTO tijdens de 4e Ministeriële Conferentie van de WTO in Doha, die voor november 2001 is gepland. Deze nieuwe ronde moet beantwoorden aan de belangen van alle leden van de WTO, in het bijzonder de ontwikkelingslanden, en moet worden voorbereid op een transparante en alomvattende manier, rekening houdend met de behoefte aan een dialoog met de civiele samenleving.

Vredesproces in het Midden-Oosten

63. Onder verwijzing naar zijn verklaring van Berlijn van maart 1999 bevestigt de Europese Raad dat de Unie vastbesloten is haar bijdrage te leveren aan vrede, stabiliteit en toekomstige welvaart in het Midden-Oosten. Om ineenstorting van de economie en de instellingen in de Palestijnse gebieden te voorkomen roept de Europese Raad de overige internationale donoren nu al dringend op om net als de Europese Unie financiële middelen toe te zeggen ter ondersteuning van de Palestijnse begroting. Met hetzelfde oogmerk moet Israël de blokkades opheffen en achterstallige inkomsten betalen en moet de Palestijnse Autoriteit onverwijld een sobere begroting aannemen en doeltreffende maatregelen tegen corruptie en voor meer democratische transparantie treffen.

64. De Unie zal samen met de partijen en in samenwerking met de Verenigde Staten en de andere internationale actoren zoeken naar een weg om het geweld te beëindigen en om de draad van de onderhandelingen over een akkoord in het kader van Resoluties 242 en 338 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties weer op te nemen. Daartoe verzoekt hij hoge vertegenwoordiger Javier Solana in nauw contact te blijven met alle betrokken partijen en, met volledige betrokkenheid van de Commissie, uiterlijk tegen de Europese Raad van Göteborg verslag uit te brengen over de wijze waarop de Europese Unie een grotere rol kan spelen bij het bevorderen van de hervatting van het vredesproces.

Westelijke Balkan

65. De Europese Raad herhaalt het krachtige en blijvende engagement van de Europese Unie voor stabiliteit en vrede in de regio, waaraan de Unie een strategische prioriteit blijft verlenen. Hij memoreert zijn sterke gehechtheid aan de beginselen van onschendbaarheid van de grenzen, territoriale integriteit en soevereiniteit van de landen in de regio.

66. Na zijn ontmoeting met president Trajkovski heeft de Europese Raad een verklaring over de situatie in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aangenomen (zie bijlage III). Hij verzoekt hoge vertegenwoordiger Javier Solana de situatie in de regio te volgen, nauw contact met de leiders te onderhouden en in overleg met de Commissie aanbevelingen aan de Raad te doen.

67. De Europese Raad spreekt zijn waardering uit voor de bereidheid van de FRJ en de Servische autoriteiten om het conflict in Zuid-Servië vreedzaam op te lossen en is verheugd over de aanvang van de besprekingen in het kader van het plan-Covic om langs onderhandelingen tot een akkoord te komen. De Europese Raad bevestigt dat de EU bereid is daarbij bijstand te verlenen en wijst met name op de bijdrage die geleverd wordt door een versterkte EUMM-aanwezigheid ter plaatse. In dit verband roept de Raad de partijen op om verdere vertrouwenwekkende maatregelen te nemen om de spanningen weg te nemen, waaronder de vrijlating van alle Kosovo-Albanese politieke gevangenen.

68. De Europese Raad roept Montenegro en de FRJ/Servische autoriteiten op om op open en democratische wijze overeenstemming te bereiken over nieuwe constitutionele regelingen binnen een federaal kader teneinde bij te dragen tot stabiliteit in de regio.

69. De Europese Raad roept de nieuwe regering in Bosnië en Herzegovina op haar hervormingsinspanningen te intensiveren teneinde uiterlijk medio 2001 te voldoen aan alle voorwaarden in het EU-draaiboek. Hij onderstreept dat de burgers van Bosnië en Herzegovina alleen in het kader van een eengemaakte staat de weg naar Europese integratie kunnen opgaan.

70. Ingevolge het resultaat van de top van Zagreb, die alle landen toetreding in het vooruitzicht stelt, memoreert de Europese Raad het belang van regionale samenwerking onder meer met betrekking tot justitie en binnenlandse zaken. Hij merkt met name op dat concrete maatregelen nodig zijn om de Balkan te helpen bij de aanpak van illegale migratie via de regio. Het stabilisatie- en associatieproces blijft het belangrijkste instrument om de toenadering tot de Europese structuren te bevorderen. In dit verband herinnert de Europese Raad ook aan de belangrijke bijdrage van het stabiliteitspact, alsook van andere regionale initiatieven.

71. De Raad spreekt zijn waardering uit voor de vorderingen die in de hele regio worden gemaakt bij het ter verantwoording roepen van personen voor machtsmisbruik en misdrijven onder de dekmantel van eerdere ondemocratische regimes. Vervulling van de economische en politieke voorwaarden van de Unie is een essentieel onderdeel van het stabilisatie- en associatieproces. Dit omvat volledige samenwerking met het Internationaal Oorlogstribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY).

Koreaans schiereiland

72. De Europese Raad is bereid verder bij te dragen tot vermindering van de spanning tussen de twee Korea's en is overeengekomen de rol van de Unie ter ondersteuning van vrede, veiligheid en vrijheid op het Koreaans schiereiland te versterken. Hij spreekt de hoop uit dat er spoedig resultaat wordt geboekt, onder meer door een tweede Interkoreaanse Top en de uitvoering van de gezamenlijke verklaring. De voorzitter van de Europese Raad zal naar Pyongyang en Seoul reizen voor besprekingen met de presidenten Kim Jong-il en Kim Dae Jung over het volledige scala van onderwerpen die voor hen en de Unie van belang zijn, overeenkomstig de vier beleidslijnen die de Raad op 20 november 2000 heeft aangenomen.

Klimaatverandering

73. De Europese Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan de verklaring betreffende klimaatverandering in bijlage II.

 

 

 

 

________________

 

 

 

 

 

BIJLAGEN BIJ DE

CONCLUSIES VAN HET VOORZITTERSCHAP

 

EUROPESE RAAD VAN STOCKHOLM

23 EN 24 MAART 2001

 

 

 

BIJLAGEN

 

Bijlage I Resolutie van de Europese Raad over een effectievere regulering van de effectenmarkten in de Europese Unie 

Bijlage II Verklaring van de Europese Raad over klimaatverandering 

Bijlage III Verklaring van de Europese Raad over de FYROM 

Bijlage IV Aan de Europese Raad van Stockholm voorgelegde documenten

 

BIJLAGE I

 

RESOLUTIE VAN DE EUROPESE RAAD

OVER EEN EFFECTIEVERE REGULERING VAN DE EFFECTENMARKTEN

IN DE EUROPESE UNIE

STOCKHOLM, 23 MAART 2001

 

DE EUROPESE RAAD IS VAN OORDEEL DAT:

financiële markten een cruciale rol spelen in de algehele economie van de Europese Unie. Een snelle uitvoering van de prioriteiten van het Actieplan Financiële diensten is derhalve van het grootste belang. De totstandbrenging van een dynamische en efficiënte Europese effectenmarkt is een wezenlijk onderdeel van deze strategie;

alle betrokken partijen alles in het werk moeten stellen om wezenlijke stappen te zetten met het oog op de totstandbrenging van een geïntegreerde effectenmarkt tegen eind 2003, met inbegrip van met name de prioriteiten van het verslag van het Comité van wijzen over de regulering van de Europese effectenmarkten en onder erkenning van de noodzaak van een verdergaande convergentie van toezichtpraktijken en reguleringsnormen;

het wetgevingsproces daartoe moet worden versneld. De regulering van de effectenmarkten moet voldoende flexibel zijn om op de marktontwikkelingen te kunnen inspelen en te garanderen dat de Europese Unie concurrerend is en zich kan aanpassen aan nieuwe marktpraktijken en reguleringsnormen, met inachtneming van de vereisten inzake transparantie en rechtszekerheid;

dit kan en moet worden bereikt met volledige inachtneming van de verdragsbepalingen, de prerogatieven van de betrokken instellingen en het huidige institutionele evenwicht.

DE EUROPESE RAAD HEEFT DERHALVE DE VOLGENDE RESOLUTIE AANGENOMEN:

1. De Europese Raad heeft met instemming kennis genomen van het verslag van het Comité van wijzen over de regulering van de Europese effectenmarkten. De voorgestelde benadering met vier niveaus (kaderbeginselen, uitvoeringsmaatregelen, samenwerking en handhaving) moet haar beslag krijgen, om het reguleringsproces voor de effectenwetgeving in de Europese Unie effectiever en transparanter te maken, waardoor de kwaliteit van de beoogde wetgevingsmaatregelen wordt vergroot. In dit proces dient ten volle rekening te worden gehouden met het in het verslag omschreven conceptuele kader van overkoepelende beginselen.

2. De Commissie wordt verzocht vroegtijdig, uitvoerig en systematisch overleg te plegen met de instellingen en al degenen die bij de effectenmarkten betrokken zijn, en met name haar dialoog met consumenten en professionele marktdeelnemers te intensiveren.

De Commissie wordt verzocht om, onverminderd haar initiatiefrecht, de Raad en het Europees Parlement de gelegenheid te geven om, teneinde het proces efficiënter te maken, in een vroeg stadium commentaar te leveren op het onderscheid tussen de essentiële aspecten en de bijkomstige en technische bepalingen.

3. De scheiding tussen kaderbeginselen (niveau 1) en uitvoeringsmaatregelen (niveau 2) moet van geval tot geval op een duidelijke en transparante wijze worden vastgesteld. Tot de scheiding wordt door het Europees Parlement en de Raad op basis van Commissievoorstellen besloten. De Commissie wordt verzocht om haar voorstellen vergezeld te laten gaan van aanwijzingen over het soort uitvoeringsmaatregelen dat zij voor ogen heeft. Alle betrokkenen kennen dan van tevoren de precieze reikwijdte en doelstelling van de bepalingen betreffende elk van deze niveaus. Alle betrokken instellingen moeten zich houden aan de fundamentele voorwaarden van de gescheidenniveaubenadering.

De uitvoeringsmaatregelen van niveau 2 moeten vaker worden gebruikt om ervoor te zorgen dat de technische bepalingen gelijke tred kunnen houden met de marktontwikkelingen en met de ontwikkelingen inzake toezicht. Voor alle stadia van niveau 2 moeten termijnen worden gesteld.

De Commissie wordt verzocht om bij het opstellen van haar voorstellen vaker gebruikmaking van een verordening te overwegen, wanneer dit juridisch mogelijk is en het wetgevingsproces daardoor sneller kan verlopen. De Raad staat positief tegenover de mogelijkheid van snelle aanneming van besluiten in het kader van de medebeslissingsprocedure (fast-track-procedure).

4. De Europese Raad is verheugd over het voornemen van de Commissie om onverwijld een Comité voor het effectenbedrijf, bestaande uit hoge ambtenaren van de lidstaten en voorgezeten door de Commissie, op te richten. Het Comité moet als adviesorgaan over beleidskwesties worden geraadpleegd, in het bijzonder, doch niet uitsluitend, voor het soort maatregelen dat de Commissie op niveau 1 voorstelt.

5. Afhankelijk van de specifieke wetgevingsbesluiten die door de Commissie worden voorgesteld en door het Europees Parlement en de Raad worden aangenomen, dient het Comité voor het effectenbedrijf ook te fungeren als een regelgevend comité in de zin van het comitologiebesluit van 1999, om de Commissie bij te staan bij haar besluitvorming over de uitvoeringsmaatregelen uit hoofde van artikel 202 van het EG-Verdrag.

Het Europees Parlement zal op gezette tijden door de Commissie op de hoogte worden gebracht van de werkzaamheden van het Comité voor het effectenbedrijf, wanneer het comité in het kader van de regelgevingsprocedure optreedt, en zal alle relevante documenten ontvangen. Indien het Europees Parlement tot het besluit komt dat de door de Commissie voorgestelde ontwerp-maatregelen de in de kaderwetgeving vastgestelde uitvoerings-bevoegdheden overschrijden, is de Commissie ertoe gehouden de ontwerp-maatregelen onverwijld opnieuw te behandelen en daarbij terdege rekening te houden met het standpunt van het Parlement en de voorgenomen maatregelen te motiveren.

De Europese Raad neemt er nota van dat de Commissie binnen het kader van het comitologiebesluit van 28 juni 1999 heeft toegezegd om, met het oog op een evenwichtige oplossing voor de gevallen waarin, in het licht van de besprekingen uitvoeringsmaatregelen met betrekking tot effectenmarkten als bijzonder gevoelig worden erkend, zich ervan te onthouden tegen een meerderheidsstandpunt in de Raad betreffende de wenselijkheid van dergelijke maatregelen in te gaan. Deze toezegging vormt geen precedent.

6. De Europese Raad is ingenomen met het voornemen van de Commissie om op formele wijze een onafhankelijk Comité van regelgevers in te stellen, zoals voorgesteld in het verslag van het Comité van wijzen. Het Comité van regelgevers dient onder het voorzitterschap van een vertegenwoordiger van een nationale toezichthoudende autoriteit te staan. Het dient zijn eigen werkregelingen op te stellen en nauwe werkrelaties te onderhouden met de Commissie en het Comité voor het effectenbedrijf. Het treedt op als een adviesgroep die de Commissie met name bijstaat bij de voorbereiding van de ontwerp-uitvoeringsmaatregelen (niveau 2). Iedere lidstaat wijst een hooggeplaatste vertegenwoordiger van de bevoegde autoriteiten op het gebied van effecten aan om deel te nemen aan de vergaderingen van het Comité van regelgevers.

Het Comité voert op een open en transparante wijze uitvoerig overleg, zoals omschreven in het eindverslag van het Comité van wijzen, en dient het vertrouwen van de marktdeelnemers te bezitten.

De nationale regelgevers en het Comité van regelgevers spelen ook een belangrijke rol in het proces van omzetting van wetgeving (niveau 3) door efficiëntere samenwerking te verzekeren tussen de toezichthoudende autoriteiten, "peer reviews" uit te voeren en beste praktijken te bevorderen teneinde een consistentere en tijdige uitvoering van de communautaire wetgeving in de lidstaten te garanderen.

De Europese Raad is verheugd over het voornemen van de Commissie en de lidstaten om de handhaving van het Gemeenschapsrecht te versterken (niveau 4).

7. Er moet een interinstitutioneel toezichtsysteem worden ingesteld ter beoordeling van de voortgang bij de uitvoering van deze voorstellen teneinde een effectiever regelgevingssysteem voor de effectenmarkt tot stand te brengen, waarbij de knelpunten dienen te worden aangegeven. Als onderdeel van dit toezichtproces moet regelmatig verslag aan de instellingen worden uitgebracht.

8. De nieuwe regelgevingsstructuur dient uiterlijk begin 2002 operationeel te zijn; in 2004 vindt een volledige, openbare doorlichting plaats.

________________

BIJLAGE II

 

 

VERKLARING VAN DE EUROPESE RAAD OVER KLIMAATVERANDERING

 

De Europese Raad erkent dat klimaatverandering de toekomstige welvaart en economische vooruitgang van de hele planeet bedreigt en memoreert dat efficiënt internationaal optreden noodzakelijk is om emissies te verminderen. Hij bevestigt nogmaals zijn sterke gehechtheid aan het Protocol van Kyoto als de grondslag voor dat optreden en spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over het feit dat dit Protocol ter discussie wordt gesteld. De Europese Raad roept al zijn onderhandelingspartners op zich constructief op te stellen om een overeenkomst te bereiken over de wijze waarop het Protocol van Kyoto moet worden uitgevoerd en om het welslagen van de voortgezette COP-6 te vergemakkelijken, hetgeen de voorwaarden schept voor de bekrachtiging en inwerkingtreding van het Protocol van Kyoto in 2002.

 

_______________

BIJLAGE III

VERKLARING OVER DE FYROM

Na onze ontmoeting met de President van de FYROM verklaren wij het volgende:

Aan President Trajkovski en de regering van de FYROM:

- wij betuigen andermaal onze solidariteit met u in de huidige crisis, en wij roepen u op om terughoudend te blijven reageren. Niets mag onverlet worden gelaten om een escalatie van militaire activiteit te voorkomen. Wij steunen de soevereiniteit en territoriale integriteit van de FYROM en de onschendbaarheid van haar grenzen, overeenkomstig de beginselen van de OVSE. Wij zijn vastbesloten ons samen en afzonderlijk in nauwe samenwerking met de NAVO te blijven inspannen om de autoriteiten te helpen de huidige situatie de baas te worden. Van essentieel belang is de versterking van de controle aan de grens tussen de FYROM en Kosovo. Wij zien advies en steun van de lidstaten, mede op veiligheidsgebied, met instemming tegemoet;

- effectieve interne politieke hervormingen en consolidatie van een werkelijke multi-etnische samenleving zijn onontbeerlijk. Wij zijn bereid bijstand te verlenen voor dit proces in de FYROM in het kader van de aanzienlijke bijstand die de Europese Unie reeds aan de FYROM verleent. Dit omvat grensbeheerprojecten; bijstand aan vluchtelingen; hulp bij lokaal bestuur in het gehele land, waaronder een programma ter verbetering van de infrastructuur op gemeentelijk niveau; activiteiten op het gebied van minderheidsrechten, waaronder substantiële bijdragen aan de nieuwe universiteit van Zuidoost-Europa in Tetovo; hulp bij de hervorming van het gerecht en de opleiding van rechtsbeoefenaars, mede met nadruk op minderheidsrechten; hulp bij de komende volkstelling.

Aan de leiders van de etnisch-Albanese gemeenschap van de FYROM: wij verlangen dat u blijk blijft geven van gehechtheid aan het democratisch proces, aan het afzien van geweld en aan dialoog, en wij dringen er bij u op aan dat te blijven doen in Uw rechtmatig streven naar consolidering van de multi-etnische samenleving van de FYROM.

Aan de Albanese politieke leiders in Kosovo: wij roepen u op u ondubbelzinnig van de extremisten te blijven distantiëren, het geweld onvoorwaardelijk te veroordelen, en het beginsel van de onschendbaarheid van grenzen te eerbiedigen, zoals ook de Albanese regering gedaan heeft. Wij zijn verheugd over haar duidelijke stellingname.

Aan al diegenen die de internationale rechtsorde tergen: u brengt de zaak van verbetering van het lot van uw volk, waarvoor u beweert zich in te zetten, in diskrediet.

De Europese Unie heeft tijdens de Top van Zagreb besloten dat de FYROM de eerste staat van de regio zal zijn die met de Europese Unie verbonden zal worden via de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst, die op 9 april ondertekend zal worden.

De Europese Unie juicht de goedkeuring van Resolutie nr. 1345 van de VN-Veiligheidsraad toe. De doelstellingen van de Europese Unie zijn volledig terug te vinden in deze resolutie. Nu er zich voor de regio nieuwe perspectieven aandienen, verklaren wij nogmaals nadrukkelijk dat er in Europa geen toekomst is voor wie het pad van onverdraagzaamheid, nationalisme en geweld kiest. De Unie zal degenen die deze koers varen, geen bijstand verlenen. Wij zullen alleen diegenen steunen die ondubbelzinnig kiezen voor vrede, democratie, verzoening en regionale samenwerking.

______________________

BIJLAGE IV

DOCUMENTEN VOORGELEGD AAN DE EUROPESE RAAD VAN STOCKHOLM

· Bijdrage van de Europese Commissie - Het verwezenlijken van het potentieel van de Europese Unie: het consolideren en uitbreiden van de strategie van Lissabon, Deel I + Deel II: Structurele indicatoren.

(6248/01 + ADD 1)

· Eindverslag van het Comité van wijzen over de regulering van de Europese effectenmarkten

(6554/01)

· Verslag van de Raad ECOFIN over een efficiëntere regulering van de effectenmarkten in de Europese Unie

(7005/01)

· Mededeling van de Commissie over de bijdrage van de openbare financiën aan de groei en de werkgelegenheid: verbetering van kwaliteit en houdbaarheid

(5260/01)

· Gezamenlijk verslag van de Raad ECOFIN en de Commissie over de bijdrage van de overheidsfinanciën aan de groei en de werkgelegenheid: verbetering van kwaliteit en houdbaarheid

(6997/01)

· (ECOFIN) Council report on the Annual Report on Structural Reforms - 2001

(6998/01))

· Verslag van de Raad ECOFIN betreffende de korte lijst van structurele indicatoren

(6999/01)

· Mededeling van de Commissie: verslag over de werking van de product- en kapitaalmarkten in de EU

(5301/01)

· Verslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid

(6561/01)

· Kernpuntennota van de Raad ECOFIN over de globale richtsnoeren voor het economisch beleid 2001

(7001/01)

· Status report by the EIB on the Innovation 2000 Initiative one year after: progress and perspectives in implementation

(6556/01)

· Conclusies van het voorzitterschap van de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid

(6853/01 + REV 1 (fr))

· Advies van het Comité voor de werkgelegenheid over de Commissiemededeling: Het verwezenlijken van het potentieel van de Europese Unie: het consolideren en uitbreiden van de strategie van Lissabon - Bijdrage van de Europese Commissie voor de Europese Raad te Stockholm op 23-24 maart 2001

(6454/01 + ADD 1)

· Advies van het Comité voor sociale bescherming over de mededeling van de Commissie: Het verwezenlijken van het potentieel van de Europese Unie: het consolideren en uitbreiden van de strategie van Lissabon

(6455/01 + ADD 1 + ADD 2)

· Inleidende studie van het Comité voor sociale bescherming over de houdbaarheid op lange termijn van de pensioenen

(6457/01)

· Mededeling van de Commissie - Scorebord voor de uitvoering van de agenda voor het sociaal beleid

(6452/01)

· Mededeling van de Commissie over "Nieuwe Europese arbeidsmarkten, open voor allen, met toegang voor allen"

(6453/01)

· Verslag van de Raad Onderwijs over "De concrete doelstellingen van de onderwijs- en opleidingsstelsels"

(5980/01)

· Conclusies van de Raad Interne Markt, Consumentenzaken en Toerisme over internemarktaspecten van het economische hervormingsproces van Cardiff

(6704/01)

· Mededeling van de Commissie: "Een internemarktstrategie voor de dienstensector"

(5224/01)

· Interim-verslag van de Commissie: Verbetering en vereenvoudiging van de regelgeving

(7253/01)

· Actieplan "e-Europa 2002": Goedkeuring van de lijst van aanvullende benchmarking-indicatoren

(6782/01)

· Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement e-Europa 2002: effecten en prioriteiten

(7183/01)

· Commission communication on the Internal market for energy and natural gas

(7218/01)

· Europees handvest voor kleine ondernemingen: Jaarlijks uitvoeringsverslag

(7125/01)

· Eerste verslag van de Commissie over de vooruitgang die is geboekt bij de totstandbrenging van de Europese Ruimte voor onderzoek en innovatie

(7254/01)

· Ontwerp-verslag van de Europese Raad aan het Europees Parlement betreffende de vorderingen van de Europese Unie in 2000

(6879/01 + COR 1)

_____________________