EUROPESE RAAD VAN KORFOE
24-25 JUNI 1994
CONCLUSIES VAN HET VOORZITTERSCHAP
INLEIDING
De ondertekening op Korfoe van het toetredingsverdrag en de deelname van de Staatshoofden of Regeringsleiders uit Oostenrijk, Zweden, Finland en Noorwegen aan de werkzaamheden van de Europese Raad vormen een belangrijke nieuwe mijlpaal in de geschiedenis van de Europese integratie.
De toetredende landen voegen zich bij een Europese Unie die na de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de Europese Unie geconfronteerd wordt met snelle ontwikkelingen en met een veelvuldig beroep dat op haar wordt gedaan om een steeds grotere rol te spelen bij het bevorderen van de veiligheid en de welvaart op ons continent en daarbuiten. Spoedig moet een begin gemaakt worden met het voorbereidingsproces voor een nieuwe intergouvernementele conferentie die de Europese Unie beter in staat moet stellen het hoofd te bieden aan de uitdagingen van de 21ste eeuw, waaronder de uitbreiding van de Unie naar het oosten en het zuiden.
Het Oostenrijkse volk heeft reeds zijn steun uitgesproken voor de wens van zijn regering om deel te nemen aan dit unieke streven waarbij onafhankelijke en soevereine staten vrijelijk besluiten om, met alle eerbied voor de geschiedenis, de cultuur en de tradities van elk land, sommige van hun bevoegdheden gemeenschappelijk uit te oefenen. De Europese Raad spreekt de hoop uit dat de volkeren in de andere kandidaat-landen hetzelfde besluit zullen nemen.
De nieuwe Lid-Staten zullen hun invloed bij dit streven kunnen laten meewegen, zowel in het dagelijks beleid als in de strategische keuzen voor de lange termijn. De Europese Raad juicht in dit verband de extra stimulans toe welke uitgaat van deze landen die zich in de voorhoede bevinden als het gaat om de bevordering van milieubescherming en sociale bescherming, transparantie en openbaarheid van bestuur, aangelegenheden die blijkens de recente verkiezingscampagne voor het Europees Parlement door een groot deel van de burgers van de Unie als essentieel beschouwd worden en waarop ook de Voorzitter van het Parlement in zijn toespraak tot de Raad gewezen heeft.
De Europese Raad beklemtoont zijnerzijds dat openheid en subsidiariteit essentiële begrippen zijn die nadere uitwerking behoeven. De Unie moet met de steun van haar burgers gebouwd worden.
Bij de Europese verkiezingen is ook duidelijk geworden dat de Unie door haar burgers beoordeeld zal worden op haar bijdrage tot de bestrijding van de werkloosheid en de bevordering van de interne en externe veiligheid van de Unie.
°
° °
De ondertekening van een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst met Rusland ter gelegenheid van de Europese Raad op Korfoe is een belangrijke gebeurtenis in het streven om vrede, stabiliteit en voorspoed op dit continent te bevorderen. Door deze overeenkomst zullen Rusland en de Europese Unie, die beide belangrijke verantwoordelijkheden hebben op deze gebieden tot wederzijds voordeel van hun volkeren, hun samenwerking op een groot aantal gebieden kunnen intensiveren.
°
° °
In de afgelopen zes maanden zijn de nieuwe institutionele bepalingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie ten uitvoer gelegd. Zo is onder meer het Comité van de Regio's ingesteld. Dit Comité zal er voortaan op toezien dat de belangen van de regio's bij de besluitvorming van de Unie ten volle in aanmerking worden genomen.
°
° °
De Europese Raad luisterde naar een verklaring van de Voorzitter van het Europees Parlement over de belangrijkste onderwerpen die door de Europese Raad behandeld worden en over de noodzaak van een constructieve samenwerking tussen de Instellingen en in het bijzonder tussen de Raad en het Parlement. Evenals de heer KLEPSCH spreekt de Europese Raad zijn voldoening uit over de vorderingen in die zin die gemaakt zijn bij de tenuitvoerlegging van de nieuwe procedures van het Verdrag.
°
° °
I. WITBOEK
In december 1993 heeft de Europese Raad van Brussel een actieplan aangenomen dat gebaseerd is op het Witboek van de Commissie over de strategie op middellange termijn voor groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid. Hij noemde toen een gezonde, een open en een solidaire economie als essentiële premissen voor een succesvolle tenuitvoerlegging van dit plan.
De tekenen van economisch herstel worden bevestigd, en er is een terugkeer naar niet-inflatoire economische groei. De Europese Raad acht het van wezenlijk belang dat de verbetering in de economische situatie er niet toe leidt dat de acties om structurele aanpassingen in Europa te bevorderen verslappen, maar integendeel benut wordt om essentiële hervormingen te bespoedigen, in het bijzonder op het gebied van de werkgelegenheid, waar de situatie nog zeer zorgwekkend is.
De succesvolle afsluiting van de Uruguay-Ronde binnen de door de Europese Raad opgestelde richtsnoeren heeft een internationaal handelsklimaat geschapen dat het economische herstel en de schepping van werkgelegenheid doeltreffend kan steunen. De Europese Raad doet een beroep op de communautaire Instellingen en op de Lid-Staten om al het nodige te doen om de bekrachtiging tijdig af te ronden zodat de inwerkingtreding zeker vóór 1 januari 1995 kan plaatsvinden. De Europese Unie zal er actief toe bijdragen dat de wereldhandelsorganisatie haar taak, namelijk ervoor te zorgen dat de gezamenlijk opgestelde regels worden nageleefd en dat vorderingen worden gemaakt bij het bestrijden van oneerlijke handelsvoorwaarden, doeltreffend kan uitvoeren. Ook milieu- en sociale vraagstukken moeten in deze context besproken worden.
Op basis van een verslag van de Voorzitter van de Commissie heeft de Europese Raad de diverse onderdelen van het actieplan waartoe de Europese Raad van Brussel had besloten diepgaand besproken.
De Europese Raad legt bijzondere nadruk op de volgende punten die een nieuwe impuls zouden moeten geven in het debat over de follow-up van het Witboek.
i. Aanmoediging van hervormingen in de Lid-Staten om de doelmatigheid van de werkgelegenheidsstelsels te verbeteren.
ii. Specifieke maatregelen met het oog op het volledig benutten van het werkgelegenheidspotentieel van kleine en middelgrote ondernemingen.
iii. Geïntensiveerde coördinatie van het onderzoeksbeleid.
iv. Snelle tenuitvoerlegging van transeuropese projecten met hoge prioriteit, op het gebied van vervoer en energie.
v. Het ten volle benutten van de mogelijkheden en kansen van de informatiemaatschappij.
vi. Aanmoediging van het nieuwe model van duurzame ontwikkeling met inbegrip van de milieudimensie.
1. Verbetering van de werkgelegenheidssituatie
Een gezond macro-economisch klimaat is een conditio sine qua non voor succes in de bestrijding van de werkloosheid (zie punt 5).
De hervatting van de economische groei zal op zich niet voldoende zijn om het werkloosheidsprobleem op te lossen ; daarvoor zijn structurele hervormingen nodig, zowel op het niveau van de Lid-Staten als dat van de Unie.
De Europese Raad is van mening dat tot aan het eind van deze eeuw produktiviteitsstijgingen in de eerste plaats moeten worden aangewend voor investeringen en banen. Bij de verwezenlijking van deze doelstelling moet solidariteit worden betracht en speciaal rekening worden gehouden met de zwaksten in de samenleving. De Europese Raad beklemtoont de noodzaak het menselijke potentieel ten volle te benutten.
De Europese Raad heeft op basis van een verslag van de Commissie gesproken over de initiatieven die in de Lid-Staten genomen worden overeenkomstig de in december 1993 omschreven algemene doelstellingen. De Europese Raad constateerde dat op deze gebieden vorderingen zijn gemaakt, doch oordeelde dat de tot dusverre ondernomen inspanningen, hoewel niet gering, nog verre van toereikend zijn. Hij moedigt de Lid-Staten aan verdere stappen te ondernemen om de in december uitgestippelde doelstellingen uit te voeren ten einde de strijd om banen te kunnen winnen. Hij denkt daarbij in het bijzonder aan het volgende :
- met betrekking tot onderwijs en opleiding, is de Europese Raad het eens met de aanbeveling van de Commissie dat in veel Lid-Staten een stelselmatiger en bredere aanpak, met name voor permanente opleiding, noodzakelijk is. Op communautair niveau spreekt de Europese Raad zijn voldoening uit over het beginselakkoord van de Raad over de twee nieuwe onderwijs- en opleidingsprogramma's (Leonardo en Socrates) en verzoekt hij de Raad en het Europees Parlement deze programma's vóór het eind van het jaar aan te nemen.
- wat betreft maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid, neemt de Europese Raad nota van de aanbeveling van de Commissie betreffende de beperking van de niet-loonkosten van arbeid, met name voor mindergeschoolden. In dit kader onderstreept de Europese Raad dat verdere maatregelen nodig zijn, die stroken met het doel van begrotingsconsolidatie.
Derhalve neemt de Europese Raad nota van de besprekingen inzake de CO2/energiebelasting en beklemtoont hij de noodzaak ervoor te zorgen dat milieukosten beter worden doorberekend in de gehele economie.
- wat betreft de bevordering van economisch gezonde formules voor organisatie van de arbeid releveert de Europese Raad dat belemmeringen van deeltijdwerk uit de weg geruimd moeten worden en dat in het algemeen nieuwe vormen van organisatie van de arbeid bevorderd moeten worden.
- wat betreft de ontwikkeling van nieuwe werkgelegenheid als gevolg van de nieuwe eisen in verband met de kwaliteit van het bestaan en de bescherming van het milieu, neemt de Europese Raad er nota van dat een aantal initiatieven genomen is maar dat veel van de in het Witboek aangeduide nieuwe mogelijkheden voor het scheppen van werkgelegenheid nog braak liggen. De Europese Raad benadrukt het belang van de studie die de Commissie vóór de volgende Europese Raad over dit onderwerp zal verrichten.
- wat betreft jongeren is de Europese Raad van mening dat meer nadruk gelegd moet worden op de jongeren met de grootste problemen. Hij hecht er groot belang aan er zoveel mogelijk voor te zorgen dat jongeren van school naar werk kunnen overgaan ; in deze context spreekt hij zijn voldoening uit over het programma Youth Start van de Commissie.
Om deze inspanningen te steunen verzoekt de Europese Raad de Raad Sociale Zaken, de Raad Ecofin en de Commissie om, op basis van door de Commissie vergaarde informatie, de vorderingen op dit gebied voortdurend in het oog te houden. De Raad zal de Europese Raad van Essen verslag uitbrengen over de nationale ervaringen die positief voor de werkgelegenheid zijn geweest, de redenen voor hun succes analyseren en passende aanbevelingen doen voor de aanpassing van het huidige beleid.
Inspanningen om de werkgelegenheid van jongeren te bevorderen en langdurige werkloosheid te bestrijden moeten bijzondere prioriteit krijgen in de werkzaamheden van de Raad.
Tenslotte verzoekt de Europese Raad de Commissie met hernieuwde inzet te zorgen voor de nodige sociale dialoog en daarbij de nieuwe mogelijkheden die het Verdrag betreffende de Europese Unie biedt ten volle te benutten, in het bijzonder de bepalingen van het aan het Verdrag gehechte Protocol.
2. De interne markt, concurrentievermogen en midden- en kleinbedrijf
Een soepele werking van de interne markt is van essentieel belang voor een concurrerende en dynamische economie. Dit betekent dat de achterstand bij de omzetting in het nationale recht van bepaalde belangrijke richtlijnen inzake overheidsopdrachten, verzekeringen, intellectuele eigendom en vennootschapsrecht, moet worden weggewerkt. Bovendien is het van essentieel belang dat de grondbeginselen van de interne markt worden uitgebreid tot die gebieden die er tot dusverre slechts ten dele door worden bestreken, zoals energie en telecommunicatie ; de vereisten van openbare dienstverlening en stedelijke en plattelandsvereisten in deze sectoren moeten evenwel gevrijwaard worden.
Bij de totstandbrenging van de interne markt wordt terdege rekening gehouden met de milieuproblematiek. Er zal in dit verband voor gezorgd worden dat belangrijke nationale milieubeschermende maatregelen worden gevrijwaard.
De interne markt is een fundamenteel aspect van het communautaire bouwwerk, maar is geen doel op zich, zoals reeds in de conclusies van de Europese Raad van Rhodos in 1988 is opgemerkt. Zij moet worden gebruikt om het welzijn van allen te dienen, overeenkomstig de traditie van sociale vooruitgang die in de geschiedenis van Europa gevestigd is. Het beleid van de Unie moet, samen met het beleid van de Lid-Staten, de bevestiging van deze sociale dimensie bevorderen. In de opvatting van de betrokken Lid-Staten vormt de recentelijk in de Raad bereikte overeenstemming uit hoofde van de bepalingen van het Protocol betreffende de Sociale Politiek over informatie en raadpleging van werknemers in multinationale ondernemingen een belangrijke stap in de richting van de verwezenlijking van deze doelstelling. Verdere vooruitgang op dezelfde basis, met inbegrip van inspanningen gericht op het vermijden van sociale uitsluiting, zijn essentieel in een snel veranderende maatschappij. De Europese Raad sprak ook zijn voldoening uit over de recente akkoorden in de Raad over de bescherming van jonge werknemers, alsmede de oprichting van het Agentschap voor de Veiligheid en de Gezondheid op het werk.
Het midden- en kleinbedrijf levert een belangrijke bijdrage tot de groei en het scheppen van werkgelegenheid en moet meer kunnen profiteren van alle door de interne markt geboden kansen. De Europese Raad juicht het toe dat de Raad zijn beleidsvoornemens betreffende rentesubsidie voor het midden- en kleinbedrijf ten uitvoer legt en dat de Commissie heeft besloten voor de periode 1994-1999 1 miljard ecu te reserveren voor een initiatiefprogramma van de Gemeenschap om het midden- en kleinbedrijf te helpen om zich aan te passen aan de interne markt en de nieuwe concurrentieomstandigheden. Hij heeft ook met belangstelling kennis genomen van het recente initiatief van de Commissie voor een geïntegreerd programma voor het midden- en kleinbedrijf met inbegrip van de actie om de wetgeving te vereenvoudigen en de administratieve lasten voor dergelijke ondernemingen te verlichten en van het initiatief van de Portugese Premier inzake de lokale dimensie van de interne markt en de door Ierland genomen initiatieven op het gebied van sociaal partnerschap en plaatselijke ontwikkeling. De Europese Raad is van mening dat lokale ontwikkelingsinitiatieven een aanzienlijk potentieel bieden voor het versterken van de economische en sociale structuur van de Europese Unie en voor het scheppen van banen. Zij zijn een essentieel onderdeel van het in het Witboek besproken ontwikkelingsmodel en zullen bijdragen tot het behoud van de culturele verscheidenheid in de Unie. De Europese Raad neemt nota van het voornemen van de Commissie om in het kader van het verslag over de nieuwe potentiële bronnen van werkgelegenheid, dat aan de Europese Raad van Essen moet worden voorgelegd, een gedetailleerde inventaris op te stellen van de diverse acties op communautair niveau tot bevordering van lokale ontwikkeling en lokale werkgelegenheidsinitiatieven, in het bijzonder die in verband met micro-ondernemingen en ambachtelijke bedrijven. Deze inventaris zal vergezeld gaan van de voorstellen die noodzakelijk worden geacht om de samenhang en de doeltreffendheid van die acties te bevorderen.
Wat het wetenschappelijk en technologisch onderzoek betreft, verwacht de Europese Raad dat het recente besluit inzake het ambitieuze kaderprogramma voor 1994-1999, waarvoor aanzienlijke financiële middelen zijn uitgetrokken, op korte termijn zal worden gevolgd door de snelle aanneming van specifieke sectoriële programma's. In dit verband zijn de informatiesector en de biotechnologie van bijzonder belang. De Europese Raad verzoekt de Raad voorts te streven naar een meer systematische coördinatie van het nationale onderzoekbeleid ; tevens verzoekt hij de Commissie alle dienstige initiatieven ter bevordering van die coördinatie te nemen.
Tenslotte heeft de Europese Raad de overtuiging uitgesproken dat de afschaffing van overbodige juridische en administratieve lasten voor het bedrijfsleven en de vereenvoudiging van de communautaire en de nationale wetgeving belangrijke aspecten van de verbetering van het concurrentievermogen van de Europese economie zijn. Het verheugt de Europese Raad dat de Commissie haar pogingen voortzet om de bestaande communautaire wetgeving te vereenvoudigen en dat zij haar kosten-batenanalyse van voorgestelde communautaire wetgeving zal verscherpen. De Commissie is ook voornemens een proces van onderzoek naar het effect van de bestaande communautaire en nationale wetgeving op de werkgelegenheid en het concurrentievermogen op gang te brengen. Wat dit laatste aspect betreft spreekt de Europese Raad zijn voldoening uit over de instelling door de Commissie van een groep van onafhankelijke vooraanstaande personen om haar in deze taak bij te staan en hecht hij groot belang aan de werkzaamheden van deze groep.
Wat subsidiariteit betreft verheugt de Raad zich over het gevolg dat de Commissie tot dusverre reeds heeft gegeven aan het verslag van december 1993 en neemt hij akte van de toezegging van de Commissie om aan de Europese Raad in Essen uitgebreid verslag uit te brengen.
3. Transeuropese netwerken voor vervoer, energie en milieuprojecten
De interne markt zal het verwachte positieve effect voor de burgers en het bedrijfsleven alleen ten volle kunnen sorteren indien zij kan steunen op doelmatige transeuropese netwerken voor vervoer en energie. De Europese Raad is verheugd over de werkzaamheden die tot nu toe zijn verricht door de Groep onder voorzitterschap van de heer CHRISTOPHERSEN, overeenkomstig het in december jongstleden gegeven mandaat.
Op basis van het verslag van de Groep heeft de Europese Raad overeenstemming bereikt over een eerste lijst van 11 grote vervoersprojecten, vermeld in Bijlage I. Wat de energiesector betreft heeft de Raad nota genomen van de projecten in Bijlage II en heeft hij de groep CHRISTOPHERSEN verzocht haar werkzaamheden voort te zetten en met name de economische haalbaarheid ervan te bezien. De betrokken Lid-Staten wordt verzocht al het mogelijke te doen om ervoor te zorgen dat alle vervoersprojecten die in een voldoende gevorderd stadium van voorbereiding verkeren onverwijld van start gaan en dat de overige voor zover mogelijk uiterlijk in 1996 van start gaan, door de wettelijke en bestuursrechtelijke procedures te bespoedigen. De Europese Raad verzoekt de Commissie alle dienstige initiatieven op dit gebied te nemen, waaronder in voorkomend geval het beleggen van projectseminars om de werkzaamheden van alle betrokken partijen te coördineren.
De Europese Raad hecht tevens belang aan de andere belangrijke vervoersprojecten, die in het tussentijdse verslag zijn weergegeven.
De Europese Raad verzoekt de Groep CHRISTOPHERSEN om te zamen met de vertegenwoordigers van de toetredende landen haar werk voort te zetten op basis van het in het verslag van de Groep voorgestelde mandaat, onder meer door verdere bestudering van de uitbreiding van de transeuropese netwerken tot buurlanden (met name tot de landen van Midden- en Oost-Europa en van het Middellandse-Zeegebied) en een eindverslag voor de Europese Raad in Essen op te stellen. Tevens verzoekt hij de Groep CHRISTOPHERSEN de kwestie van relevante netwerken op milieugebied te bestuderen.
Wat de financiering van de netwerken betreft bevestigt de Europese Raad dat er - indien de noodzaak daarvan is aangetoond - maatregelen zullen worden genomen opdat prioritaire projecten niet op financiële belemmeringen stuiten die de tenuitvoerlegging ervan in gevaar zouden kunnen brengen. Hij heeft nota genomen van de conclusies van de Raad ECOFIN en van de door de Commissie verrichte studies. De Groep CHRISTOPHERSEN en de Raad ECOFIN zullen dit vraagstuk tot de zitting van de Europese Raad in Essen blijven bestuderen, rekening houdend met de specifieke kenmerken van ieder project, de leidende rol van de particuliere financiering en het weloverwogen gebruik van de bestaande communautaire middelen.
De Raad zal worden geïnformeerd indien de voltooiing van bepaalde projecten in het gedrang lijkt te komen om financiële redenen in verband met onvoldoende winstgevendheid - bijvoorbeeld ten gevolge van de duur van de investeringen of van milieu-eisen. De Raad zal dan onmiddellijk, in samenwerking met de Commissie en de EIB, bezien welke stappen moeten worden genomen, binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten.
4. De informatiemaatschappij
De Europese Raad heeft nota genomen van het verslag van de Groep van prominente vertegenwoordigers van de industrie, het bedrijfsleven en de gebruikers die de verschillende aspecten van dit vraagstuk onder voorzitterschap van de heer BANGEMANN heeft bestudeerd. De Europese Raad is van mening dat de huidige ongekende technologische revolutie op informatiegebied enorme mogelijkheden schept voor economische vooruitgang, werkgelegenheid en de kwaliteit van het bestaan, en tegelijkertijd een grote uitdaging is. Het is vooral aan de particuliere sector in te spelen op deze uitdaging, door te evalueren wat er op het spel staat en de nodige initiatieven te nemen, met name op het gebied van de financiering. De Europese Raad is echter, evenals de Commissie, van mening dat de Gemeenschap en haar Lid-Staten een belangrijke rol te spelen hebben in de ondersteuning van deze ontwikkeling door een politieke stimulans te geven, een duidelijk en stabiel regelgevingskader te scheppen (met name wat betreft markttoegang, compatibiliteit tussen netwerken, intellectuele eigendom, gegevensbescherming en auteursrecht), en door het goede voorbeeld te geven op de onder hen ressorterende gebieden. De Europese Raad heeft in het algemeen ingestemd met de door de Groep genoemde toepassingen (telewerk, afstandsonderwijs, netwerk voor universiteiten en onderzoekcentra, telematica-diensten voor het MKB, regeling van het wegverkeer, luchtverkeersleiding, medische netwerken, elektronische aanbesteding, administratieve netwerken en informatie-snelwegen). De Europese Raad heeft ook gewezen op het belang van de taalkundige en culturele aspecten van de informatiemaatschappij.
De Europese Raad is, na nota te hebben genomen van de bevindingen van de Groep BANGEMANN, van mening dat het belang en de gecompliceerdheid van de vraagstukken die de nieuwe informatiemaatschappij doet rijzen, voldoende reden zijn om een permanent coördinatie-instrument in het leven te roepen, om ervoor te zorgen dat de verschillende - openbare en particuliere - betrokken partijen in dezelfde richting werken. Dit coördinatie-instrument, dat zo spoedig mogelijk moet worden ingesteld, moet gebaseerd zijn op de benoeming in elke Lid-Staat van een verantwoordelijk persoon op ministerieel niveau voor de coördinatie van alle aspecten ter zake (politiek, financieel en regelgevend), ten einde onder meer een gecoördineerde aanpak in de Raad te waarborgen. De Commissie neemt overeenkomstige maatregelen.
Het regelgevend kader op communautair niveau dient zo spoedig mogelijk tot stand te worden gebracht. De Europese Raad verzoekt de Raad en de Commissie om vóór het eind van het jaar maatregelen aan te nemen op de gebieden die al door bestaande voorstellen worden bestreken. Hij verzoekt tevens de Commissie om zo spoedig mogelijk een programma op te stellen voor de maatregelen die op communautair niveau vereist zijn.
De Europese Raad zal de vorderingen tijdens zijn bijeenkomst te Essen beoordelen.
5. De macro-economische omstandigheden
Wat de voornaamste economische trends betreft, merkt de Europese Raad in de eerste plaats op dat de Lid-Staten in het algemeen de richtsnoeren van de Europese Raad van december 1993 hebben gevolgd. Een inflatie die wordt teruggedrongen, een terugkeer tot stabiele wisselkoersen en een beginnende verlaging van de overheidstekorten scheppen een gezonde basis voor toekomstige groei en bevorderen de convergentie van de economieën in de richting van de criteria die in het Verdrag van Maastricht voor de laatste fase van het EMU zijn vastgelegd. Dit streven moet worden voortgezet om de daling in de korte-termijnrente te consolideren en de recente stijgende trend van de lange-termijnrente om te buigen, aangezien dat wezenlijke voorwaarden zijn voor het stimuleren van de investeringen en het scheppen van werkgelegenheid.
Om al deze redenen bevestigt de Europese Raad de richtsnoeren voor de economische politiek als vervat in het verslag dat de Raad ECOFIN overeenkomstig artikel 103 van het EG-Verdrag heeft voorgelegd. Hij verzoekt de Raad de richtsnoeren bij te werken in het licht van de conclusies van deze bijeenkomst van de Europese Raad met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het Witboek in het algemeen.
II. GEMEENSCHAPPELIJK BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID
A. BETREKKINGEN MET DE LANDEN VAN HET MIDDELLANDSE-ZEEGEBIED
De Europese Raad bevestigt het belang dat hij hecht aan de nauwe banden die reeds met de mediterrane partners bestaan, en die hij nog verder wenst te ontwikkelen zodat het Middellandse-Zeegebied een zone van samenwerking kan worden die borg staat voor vrede, veiligheid, stabiliteit en welzijn.
De Europese Raad verheugt zich over de vooruitgang bij de lopende onderhandelingen met Israël over een nieuwe overeenkomst met een ruimere werkingssfeer dan de akkoorden van 1975, die zou voorzien in nauwere betrekkingen tussen de partijen op basis van wederkerigheid en gemeenschappelijke belangen. Zijns inziens moet deze overeenkomst worden aangevuld met een aparte overeenkomst over wetenschappelijke en technische samenwerking. Tevens verzoekt hij de Raad en de Commissie alles in het werk te stellen opdat deze beide overeenkomsten voor het einde van het jaar worden voltooid.
De Europese Raad meent dat deze nieuwe betrekkingen op basis van overeenkomsten meer diepgang zullen krijgen door de uitbouw van een regionale samenwerking waarbij Israël en de Palestijnen betrokken worden.
De Europese Raad neemt met voldoening nota van de vooruitgang die gemaakt is bij de onderhandelingen met Marokko en Tunesië over nieuwe partnerschapsovereenkomsten. Hij vraagt de Raad en de Commissie om alles in het werk te stellen opdat de onderhandelingen voor het einde van het jaar worden afgerond.
De Europese Raad verheugt zich ook over het openen van verkennende gesprekken tussen de Commissie en de Egyptische autoriteiten over een nieuwe partnerschapsovereenkomst.
De Europese Raad geeft uiting aan de wil van de Europese Unie om de bestaande samenwerkingsbetrekkingen met de Machrak-landen uit te breiden, daarbij rekening houdend met de specifieke situatie van elk land.
De Europese Raad volgt de toestand in Algerije op de voet. Hij veroordeelt alle daden van terrorisme en schendingen van de mensenrechten, zowel tegen Algerijnen als tegen buitenlanders.
De Europese Raad moedigt de onverminderde voortzetting aan van de nationale dialoog en van het proces van structurele hervormingen die absoluut noodzakelijk zijn om de Algerijnse economie te liberaliseren en beter in de wereldeconomie te integreren. De Europese Raad neemt met voldoening kennis van het recente ECOFIN-besluit om afhankelijk van de verdere uitvoering door Algerije van zijn IMF-programma en het standpunt van het Leningen-Garantie-Fonds, een voorstel voor verdere bijstand in de orde van grootte van 200 miljoen ecu, in welwillende overweging te nemen. Gezien het bijzondere belang van deze kwestie, verzoekt de Europese Raad de Raad ECOFIN zeer spoedig een Commissievoorstel te bestuderen.
De Europese Raad hoopt op een verbetering van de binnenlandse situatie in Algerije zodat de betrekkingen met Algerije zich in het kader van deze nieuwe, op partnerschap gebaseerde aanpak kunnen ontwikkelen.
De Europese Raad acht het waardevol voor alle mediterrane partners om gezamenlijk de politieke, economische en sociale problemen te bespreken waarvoor in de context van de regionale samenwerking op doeltreffender wijze naar oplossingen kan worden gezocht. De Europese Raad heeft een mandaat verleend aan de Raad om samen met de Commissie het beleid van de EU in het Middellandse-Zeegebied in zijn totaliteit te evalueren, evenals mogelijke initiatieven om dat beleid op korte en middellange termijn te versterken, indachtig de mogelijkheid om een conferentie van de Europese Unie en haar mediterrane partners te beleggen.
Deze evaluatie zou de weg moeten vrijmaken voor beslissingen op de Europese Raad van Essen.
B. KANDIDAAT-LANDEN
De Europese Raad spreekt zijn voldoening uit over de grote vooruitgang die geboekt is wat betreft het verzoek van Cyprus en Malta tot de Europese Unie toe te treden, en meent dat een cruciale fase in het voorbereidingsproces als afgerond kan worden beschouwd.
De Europese Raad verzoekt de Raad en de Commissie alles in het werk te stellen om snel tot een spoedige afsluiting te komen van de onderhandelingen met Malta en Cyprus over de Vierde Financiële Protocollen, die vooral gericht zijn op ondersteuning van de inspanningen van Malta en Cyprus om zich in de Europese Unie te integreren.
De Europese Raad constateert derhalve dat de volgende fase van uitbreiding van de Unie betrekking zal hebben op Cyprus en Malta.
De Europese Raad bevestigt, onder verwijzing naar de desbetreffende besluiten van de Raad van 4 oktober 1993, 18 april 1994 en 13 juni 1994, dat bij een oplossing van het Cyprische probleem de soevereiniteit, de onafhankelijkheid, de territoriale integriteit en de eenheid van het land gerespecteerd moeten worden, in overeenstemming met de desbetreffende resoluties van de Verenigde Naties en de afspraken op hoog niveau.
De Europese Raad verheugt zich erover dat de Europa-Overeenkomsten met Hongarije en Polen thans van kracht zijn en dat er reeds vergaderingen van de Associatieraad op minsterieel niveau met deze landen hebben plaatsgevonden.
De Europese Raad neemt er met voldoening akte van dat Hongarije en Polen op 31 maart respectievelijk 4 april 1994 hun verzoek om toetreding tot de Europese Unie hebben ingediend. In dit verband herinnert hij aan de besluiten van de Raad om beide verzoeken aan de Commissie voor te leggen, opdat deze haar advies kan uitbrengen.
Ten aanzien van Turkije neemt de Europese Raad nota van de bijeenroeping van de EG-Turkije-Associatieraad die zich met name zal buigen over de voltooiing van de douane-unie, zoals bedoeld in de Associatie-overeenkomst van 1964.
C. VREDESPROCES IN HET MIDDEN-OOSTEN
De Europese Raad juicht het akkoord dat Israël en de PLO op 4 mei 1994 te Kaïro hebben ondertekend, van harte toe als een belangrijke stap naar de volledige uitvoering van de Beginselverklaring. Hij brengt hulde aan de vaste wil van beide partijen om een rechtvaardige, duurzame en alomvattende vrede in de regio tot stand te brengen. De Europese Raad spreekt zijn voldoening uit over de reeds door Lid-Staten van de Europese Unie geleverde bijdrage aan de Tijdelijke Internationale Aanwezigheid in Hebron.
De Europese Raad verheugt zich op de instelling van de Palestijnse Autoriteit in de Gazastrook en Jericho, die ertoe moet leiden dat haar verantwoordelijkheden spoedig tot de rest van de bezette gebieden wordt uitgebreid. Onder verwijzing naar de aanneming door de Raad van 19 april van het gezamenlijk optreden ter ondersteuning van het vredesproces in het Midden-Oosten, verheugt de Europese Raad zich over de oprichting van een Palestijnse Politiemacht en bevestigt hij opnieuw de bereidheid van de Unie om het vredesproces verder te ondersteunen, zodat het met succes kan worden afgesloten.
D. MIDDEN- EN OOST-EUROPA
In zijn vergadering van Kopenhagen in juni 1993 heeft de Europese Raad besloten dat de geassocieerde landen, zo zij dat wensen, lid van de Europese Unie zullen kunnen worden, zodra zij in staat zijn om de desbetreffende verplichtingen na te komen.
De Europa-Overeenkomsten en de in Kopenhagen genomen beslissingen vormen het kader voor een intensivering van de betrekkingen en het creëren van een context die de totstandbrenging van die voorwaarden mogelijk zal maken. De uitvoering welke aan die Overeenkomsten en beslissingen wordt gegeven is één van de voornaamste premissen van de toetreding : het komt er nu op aan deze maximaal te benutten in het perspectief van de toetredingsvoorbereidingen. De Europese Raad herinnert aan het belang van de besluiten die de Raad op 7 maart 1994 heeft genomen over de politieke dialoog ; deze besluiten moeten volledig en daadwerkelijk met prioriteit ten uitvoer worden gelegd.
De Europese Raad verzoekt de Commissie om zo spoedig mogelijk specifieke voorstellen te doen met het oog op de verdere uitvoering die aan de Europa-Overeenkomsten en de door de Europese Raad van Kopenhagen genomen beslissingen dient te worden gegeven. Voorts nodigt de Europese Raad het Voorzitterschap en de Commissie uit hem tegen zijn volgende vergadering verslag uit te brengen over de op deze grondslag geboekte vooruitgang, het sinds de Europese Raad van Kopenhagen tot stand gekomen toenaderingsproces, en de in het perspectief van de toetredingsvoorbereidingen te volgen strategie.
Deze tenuitvoerlegging zal baat vinden bij de met het stabiliteitspact nagestreefde ontwikkeling van betrekkingen van goede nabuurschap.
De institutionele voorwaarden voor de goede werking van de Unie moeten worden gecreëerd tijdens de Intergouvernementele Conferentie in 1996, die derhalve moet plaatsvinden voordat de toetredingsonderhandelingen beginnen.
De Unie en haar Lid-Staten zullen contacten blijven onderhouden met Slovenië om de beste voorwaarden te scheppen voor meer samenwerking met dat land. Tegelijkertijd zal de Raad de behandeling van een ontwerp-mandaat voor een Europa-overeenkomst voortzetten.
De Europese Raad verheugt zich erover dat de onderhandelingen met de Baltische Staten over de oprichting van vrijhandelszones hun voltooiing naderen en herhaalt dat het doel van de Unie blijft om Europa-Overeenkomsten met deze landen te sluiten, hetgeen hen zal helpen zich voor te bereiden op een latere toetreding.
De Europese Raad verwacht dat Rusland, conform eerder gedane toezeggingen, uiterlijk op 31 augustus 1994 de terugtrekking van zijn troepen uit Letland en Estland zal hebben voltooid.
De Europese Raad hecht belang aan de inspanningen van de Baltische Staten om een juridisch en regelgevingskader te ontwikkelen overeenkomstig met name de aanbevelingen van de Hoge Commissaris van de CVSE en van de Raad van Europa. Hij neemt met bezorgdheid kennis van de aanneming door het Letlandse Parlement van een wet op het burgerschap die niet met deze aanbevelingen te verenigen is en hij hoopt dat men deze ontwerp-wet zal heroverwegen.
E. STABILITEITSPACT
De Europese Raad verheugt zich over de aanneming, door de Openingsconferentie te Parijs, van de slotdocumenten waarmee het proces dat moet uitmonden in de sluiting van een Stabiliteitspact in Europa op gang wordt gebracht.
De Europese Raad roept de betrokken landen op de verbintenissen die zij tijdens de Openingsconferentie zijn aangegaan, thans volledig gestalte te geven en hoopt dat spoedig ronde-tafelconferenties zullen worden belegd. Harerzijds bevestigt de Unie haar wil om haar economische en financiële instrumenten in te zetten ten einde bij te dragen tot het welslagen van deze onderneming.
F. RUANDA
De Europese Raad geeft uiting aan zijn afschuw over de genocide die in Ruanda plaatsvindt. Zij die verantwoordelijk zijn moeten voor de rechter geleid worden. De Europese Raad doet een dringend beroep op alle partijen bij het conflict om een eind te maken aan het beestachtig vermoorden van burgers, en weer aan de onderhandelingstafel te gaan zitten om vrede en veiligheid voor allen tot stand te brengen op basis van het Akkoord van Arusha.
Hij juicht met name de aanneming toe van Resolutie 929 van de Veiligheidsraad waarbij ingestemd wordt met een tijdelijke operatie, in afwachting van de komst van het versterkte UNAMIR-contingent, om de ontheemden, vluchtelingen en burgers die zich in gevaar bevinden in Ruanda te beschermen. De Europese Raad juicht het besluit toe dat de Westeuropese Unie op 21 juni 1994 heeft genomen om de inspanningen van haar Lid-Staten die de bereidheid hebben geuit om deel te nemen aan deze operatie, te steunen door middel van de coördinatie van hun bijdragen.
De Europese Raad spreekt zijn waardering uit voor de Afrikaanse landen die de last van een zo groot aantal vluchtelingen op zich hebben genomen en bijdragen tot een politieke oplossing van het conflict. Van haar kant zal de Europese Unie haar eigen humanitaire steun voortzetten en opvoeren.
G. ZUIDELIJK AFRIKA
De Europese Raad juicht de wijze toe waarop Zuid-Afrika resoluut gekozen heeft voor de overgang naar democratie via gematigdheid en nationale verzoening. Hij verheugt zich over de aanzet tot herintegratie van het land in de regio en in de ruimere internationale gemeenschap en zegt tevens steun toe aan de Regering van dit nieuwe Zuid-Afrika in haar aanpak van de noden en legitieme verwachtingen van haar gehele bevolking, die zij thans vertegenwoordigt.
De Europese Unie bevestigt haar voornemen betrekkingen op basis van overeenkomsten tussen de Europese Unie en Zuid-Afrika tot stand te brengen om de economische ontwikkeling, de handelsbetrekkingen en de politieke dialoog met Zuid-Afrika te bevorderen.
De Europese Raad zal ook de politieke stabilisatie en de economische groei van de gehele regio van zuidelijk Afrika steunen. In dit verband herinnert de Europese Raad aan het besluit om op 5-6 september 1994 in Berlijn een ministeriële Conferentie te houden met de Lid-Staten van de SADC en Zuid-Afrika.
De Europese Raad juicht de aanzienlijke vooruitgang toe die is geboekt in het vredesproces in Mozambique, waardoor onder meer 27 en 28 oktober 1994 konden worden vastgesteld als data voor algemene verkiezingen. Hij verzoekt de Raad zich te beraden op nog andere methoden om het vredesproces te ondersteunen, met name in de vorm van hulp bij de verkiezingen.
De Europese Raad roept zowel de Regering van Mozambique als het RENAMO op vast te houden aan hun engagement ten aanzien van het proces van nationale verzoening.
H. BETREKKINGEN MET DE ACS-STATEN
De Europese Raad bevestigt zijn gehechtheid aan de samenwerking met de landen van Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, die voor uitdagingen zonder weerga staan. Hij verbindt zich ertoe hen te steunen bij hun streven naar economische en politieke hervormingen. De tussenbalans van Lomé IV, die voor 1 maart 1995 moet uitmonden in de herziening van sommige bepalingen van de Overeenkomst en de vaststelling van het volgende financieel protocol, moeten de gelegenheid bieden om het engagement van de Europese Unie jegens de ACS-Staten te bevestigen.
I. OEKRAINE
De Europese Raad is verheugd over de ondertekening van de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst met Oekraïne, die mede de weg zal effenen voor de ontwikkeling van een volledige en vruchtbare samenwerkingsrelatie tussen Oekraïne en de Europese Unie.
De Europese Unie bevestigt opnieuw haar steun aan de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne, aan de consolidering van de democratische instellingen en de voltooiing van marktgerichte economische hervormingen. In dit verband wijst de Europese Raad er met klem op dat het succes grotendeels zal afhangen van de voortdurende bereidheid en bekwaamheid van de autoriteiten van Oekraïne om het proces van economische en politieke hervormingen uit te voeren.
De Europese Raad verwelkomt de stappen die Oekraïne reeds heeft gezet in de richting van een volledige tenuitvoerlegging van de overeenkomsten inzake nucleaire en conventionele ontwapening en doet een beroep op Oekraïne om als niet-kernwapenstaat spoedig het non-proliferatieverdrag te ondertekenen.
De Europese Raad verzoekt de Raad verder te gaan met de uitwerking van een algemeen beleid ten aanzien van Oekraïne. Bij de uitwerking van een dergelijk beleid, op basis van alle instrumenten die hem uit hoofde van het Verdrag betreffende de Europese Unie ten dienste staan, waaronder eventueel een gemeenschappelijk optreden, zou de Raad onderstaande algemene beleidslijnen moeten volgen :
- een permanente steun aan de consolidering van democratische instellingen, eerbiediging van de mensenrechten en voltooiing van marktgerichte economische hervormingen ;
- de bevordering van goed nabuurschap tussen Oekraïne en zijn buurlanden ;
- samenwerking met Oekraïne in multilaterale fora ter ondersteuning van regionale en internationale stabiliteit en een vreedzame regeling van conflicten ;
- steun voor de volledige tenuitvoerlegging van overeenkomsten inzake nucleaire en conventionele ontwapening ;
- aanvaarding door Oekraïne van de internationaal geaccepteerde nucleaire veiligheidsnormen binnen het raam van een algemeen energiebeleid.
De Europese Raad uit zijn bezorgdheid over het algemene vraagstuk van de nucleaire veiligheid in Oekraïne. De Europese Raad beveelt in het bijzonder aan dat de kerncentrale van Tsjernobyl zo spoedig mogelijk definitief wordt gesloten. Deze sluiting zou tot stand moeten komen door een samenstel van maatregelen :
- de onmiddellijke en definitieve sluiting van de reactoren 1 en 2 van Tsjernobyl en daarnaast de zo spoedig mogelijke sluiting van reactor 3 met als compensatie de afwerking en de aanpassing aan passende veiligheidsnormen van drie in aanbouw zijnde reactoren in Zaporoje, Rovno en Khmelnitosky ;
- een onverwijlde structurele hervorming van de energiesector in Oekraïne, met een daadwerkelijk tariferings- en prijsbeleid en maatregelen ter ontwikkeling van alternatieve energiebronnen ;
- onmiddellijke en vastberaden inspanningen om de bouw- en exploitatienormen voor kernveiligheid te verscherpen en te verhogen ten einde tot normen te komen zoals die welke in de Europese Unie worden toegepast. Op de verwezenlijking van deze doelstelling dient te worden toegezien door onafhankelijke inspecteurs ;
- bekrachtiging van het Verdrag van Wenen inzake wettelijke aansprakelijkheid voor kernschade.
De Europese Unie wenst met Oekraïne overeenstemming te bereiken over dit pakket van maatregelen op het gebied van nucleaire veiligheid en is bereid daartoe aanzienlijke steun te verlenen in het kader van een breed opgezet programma dat zij met haar partners zal bespreken tijdens de komende top van de G7. Met dit programma zal een financiële inspanning van de internationale gemeenschap, waaronder internationale financiële instellingen, zijn gemoeid. De Europese Unie is van haar kant bereid om voor dit programma 400 miljoen ecu aan EURATOM-leningen bij te dragen en daarnaast 100 miljoen ecu in de loop van drie jaar in het kader van het TACIS-programma te verschaffen.
Tenslotte hoopt de Europese Unie ten zeerste dat de komende top van de G7 in Napels zal besluiten, Oekraïne een gezamenlijk initiatief voor te stellen om het hervormingsproces, in het bijzonder op het gebied van nucleaire veiligheid, te ondersteunen.
J. NOORD-KOREA
De Europese Raad is ernstig bezorgd over de weigering van de Democratische Volksrepubliek Korea om IAEA-inspecteurs de noodzakelijke inspectie-activiteiten te laten afronden ; aldus kon niet worden geconcludeerd of er plutonium gebruikt is voor andere dan vreedzame doeleinden. De herhaalde weigering van de Democratische Volksrepubliek Korea om de bepalingen van de waarborgovereenkomst tussen Noord-Korea en de IAEA na te leven is in strijd met haar internationale verplichtingen.
De Europese Raad beschouwt de nucleaire proliferatie als een grote bedreiging voor de internationale vrede en veiligheid, en herinnert eraan dat hij sinds jaar en dag de doelstellingen van het Non-Proliferatie-Verdrag onderschrijft. De Europese Raad doet andermaal een beroep op de Democratische Volksrepubliek Korea om haar internationale verantwoordelijkheden te erkennen en te honoreren en bevestigt dat de vooruitzichten voor betere betrekkingen met dat land er sterk op vooruit zouden gaan indien de bezorgdheid over de nucleaire activiteiten aldaar kan worden verminderd. Hij spreekt de hoop uit dat het voortgaande overleg met Noord-Korea spoedig tot een bevredigende oplossing zal leiden.
K. LATIJNS-AMERIKA
De Europese Raad bevestigt het belang dat hij hecht aan zijn betrekkingen met de Latijnsamerikaanse landen en hun regionale groeperingen. Hij spreekt zijn voldoening uit over de vooruitgang die is geboekt op het gebied van democratie en eerbiediging van de mensenrechten, vrede en ontwapening, economische hervormingen en regionale integratie.
In dit verband verheugt de Europese Raad zich over de toetreding van Mexico tot de OESO en spreekt hij de wens uit de politieke en economische betrekkingen met dat land verder te ontwikkelen. De Europese Raad bevestigt tevens het voornemen van de Europese Unie om haar betrekkingen met Mercosur te intensiveren. Hij verzoekt de Raad en de Commissie daarom een en ander verder te behandelen.
L. BELEIDSLIJNEN VOOR EEN GEZAMENLIJK OPTREDEN BIJ DE VOORBEREIDING VAN DE CONFERENTIE VAN 1995 VAN DE PARTIJEN BIJ HET VERDRAG INZAKE DE NIET-VERSPREIDING VAN KERNWAPENS
De Europese Raad herinnert eraan dat hij vastberaden en volledig achter de doelstelling van nucleaire non-proliferatie staat, zoals die is verwoord in de verklaring die de Europese Raad in 1990 te Dublin heeft aangenomen, in het verslag over het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid dat in 1992 aan de Europese Raad van Lissabon is voorgelegd, alsmede in het verslag over de ontwikkeling van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid op het gebied van de veiligheid dat in 1992 aan de Europese Raad van Edinburgh is voorgelegd, en komt overeen dat er een gemeenschappelijk optreden moet worden vastgesteld in verband met de voorbereiding van de Conferentie van 1995 van de partijen bij het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (NPV).
Dit gemeenschappelijk optreden moet volgens onderstaande beleidslijnen worden voorbereid :
- de basis voor het gemeenschappelijk optreden ligt in de consensus tussen de partners dat het non-proliferatieverdrag onbeperkt en onvoorwaardelijk moet worden uitgebreid ;
- er moet gezamenlijk naar worden gestreefd dat deze doelstelling wordt gepropageerd onder partijen bij het Verdrag die deze overtuiging niet delen ;
- de doelstelling om het NPV universeel te maken vereist gezamenlijke inspanningen om Staten die nog geen partij bij het NPV zijn ertoe te bewegen toe te treden, zo mogelijk vóór 1995, en Staten die bereid zijn toe te treden te helpen hun toetreding te bespoedigen ;
- ten einde de vooruitzichten voor een welslagen van de NPV-Conferentie van 1995 te verbeteren, moeten er stappen worden ondernomen om
= de deelneming te stimuleren aan de twee resterende zittingen van de Voorbereidende Commissie in Genève en New York, alsmede aan de Conferentie van 1995 zelf ;
= de consensus omtrent de doelstelling van een onbeperkte en onvoorwaardelijke uitbreiding van het NPV te verbreden.
M. VOORMALIG JOEGOSLAVIE
De Europese Raad is ernstig bezorgd over het voortduren van het conflict in het voormalige Joegoslavië, en met name in Bosnië en Herzegovina.
De Europese Unie, Rusland en de Verenigde Staten hebben op 13 mei in Genève getoond dat zij vastbesloten zijn om samen te werken voor een snelle en duurzame oplossing van het Bosnische conflict door middel van onderhandelingen. Het werk van de contactgroep is in een kritieke fase beland. De Europese Raad verwacht van de partijen dat zij de noodzakelijke politieke wil tonen om het conflict zo spoedig mogelijk op te lossen.
De Europese Raad dringt er bij de Bosnische partijen op aan voort te bouwen op de staakt het vuren-overeenkomst van 8 juni 1994. Dit is echter slechts een eerste stap naar een volledig staken van de vijandelijkheden, hetgeen essentieel is om vooruitgang te kunnen boeken bij de onderhandelingen. De Europese Raad staat een regeling voor waarbij Bosnië en Herzegovina blijven bestaan als één unie binnen haar internationaal erkende grenzen, terwijl er daarnaast voorzien wordt in constitutionele regelingen voor de betrekkingen tussen de Bosnisch-Kroatische en Bosnisch-Servische partijen op basis van een territoriale overeenkomst waarbij 51 % van het grondgebied aan de Bosnisch-Kroatische partij en 49 % aan de Bosnisch-Servische partij wordt toegewezen.
De Europese Raad is verheugd over de vooruitgang bij de verzoening van Bosniërs en Bosnische Kroaten op grond van de overeenkomsten voor de oprichting van de Bosnisch-Kroatische Federatie. De Europese Unie heeft positief gereageerd op het verzoek om voor een periode van maximaal twee jaar het bestuur van de stad Mostar op zich te nemen. De Europese Raad stelt met voldoening vast dat de WEU bereid is om een bijdrage aan dit bestuur te leveren in de vorm van een politiemacht. De Europese Unie doet een beroep op de betrokken partijen om het Memorandum van Overeenstemming goed te keuren en aldus de weg vrij te maken voor een spoedige ondertekening. Een spoedige instelling van het bestuur door de Europese Unie is een belangrijke stap in de richting van de stabilisering van de situatie in Bosnië. In deze context herhaalt de Europese Raad de bereidheid van de Europese Unie om een bijdrage te leveren tot het proces van rehabilitatie, de terugkeer van de vluchtelingen en de wederopbouw in Bosnië-Herzegovina, in het kader van de inspanningen van de internationale gemeenschap.
De Europese Raad spreekt er zijn teleurstelling over uit dat de bijeenkomst in Plitvice van de Kroatische regering en de Serviërs van Krajina is afgelast. De Raad pleit voor een snelle hervatting van deze besprekingen en doet een beroep op de Serviërs de nodige soepelheid te tonen om een oplossing te bereiken in de beschermde zones (UNPA's) overeenkomstig het actieplan van de Europese Unie.
III. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN
1. Racisme en vreemdelingenhaat
De Europese Raad veroordeelt de voortdurende uitingen van onverdraagzaamheid, racisme en vreemdelingenhaat en is vastberaden deze verschijnselen met meer kracht te bestrijden.
Hij is verheugd over het gezamenlijke Frans-Duitse initiatief tegen racisme en vreemdelingenhaat waarin met name wordt voorgesteld :
= een Adviescommissie op te richten bestaande uit vooraanstaande persoonlijkheden die aanbevelingen moet doen inzake samenwerking tussen regeringen en sociale instanties om verdraagzaamheid en begrip voor vreemdelingen te bevorderen ;
= op het niveau van de Unie een globale strategie te ontplooien waarmee gewelddadige uitingen van racisme en vreemdelingenhaat kunnen worden bestreden ;
= cursussen te organiseren voor ambtenaren in de nationale diensten die het meest met dit verschijnsel te maken hebben.
De Europese Raad verzoekt de Raad Algemene Zaken om mandaat, samenstelling en status van de in het Frans-Duitse initiatief voorgestelde Adviescommissie te bespreken en aan de Europese Raad van Essen verslag uit te brengen over de tussentijdse resultaten van de werkzaamheden van die commissie. Hij heeft de Ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken verzocht op de volgende Europese Raad in Essen verslag uit te brengen over hun werkzaamheden. Tenslotte heeft de Raad verzocht om in het licht van het Frans-Duitse initiatief vaart te zetten achter de lopende besprekingen in de Raad Onderwijs en de Raad Sociale Zaken.
Tot besluit heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan een gedetailleerd tijdschema en werkprogramma, zodat de Europese Raad tegen eind juni 1995 een globale strategie van de Unie kan aannemen (bijlage III).
2. Tenuitvoerlegging van het prioritair plan
De Europese Raad stelt met voldoening de vorderingen vast die zijn gemaakt met de tenuitvoerlegging van het prioritair actieplan dat in december 1993 in Brussel is opgesteld, met inbegrip van de indiening door de Commissie van een nieuw drugsplan dat een belangrijk nieuw kader biedt voor preventie van drugsverslaving, vermindering van drugshandel en optreden
op internationaal niveau. Hij verwacht dat dit werk zal worden versneld zodat de Europese Raad van Essen kan constateren dat er concrete maatregelen zijn genomen op alle gebieden die onder het actieplan vallen (Europol, algemene drugsbestrijdingsstrategie, gemeenschappelijke visumlijst, justitiële samenwerking, asielbeleid, coördinatie met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid).
De Raad wees in het algemeen op het belang van de werkzaamheden in het kader van de samenwerking betreffende Justitie en Binnenlandse Zaken om de bedreiging aan te pakken die uitgaat van de georganiseerde misdaad (met inbegrip van terrorisme) en van drugs. Hij verzocht de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken zijn werkzaamheden ter voorbereiding van een Overeenkomst tot oprichting van Europol begin oktober af te ronden en kwam overeen dat het mandaat van Europol zodanig moet worden uitgebreid dat de georganiseerde misdaad de volgende prioriteit van het Europol-mandaat vormt. De Raad verzocht het Duitse Voorzitterschap met de landen van Midden- en Oost-Europa een conferentie te beleggen over drugs en georganiseerde misdaad. De Europese Raad verzocht de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken tot een akkoord te komen inzake het aanpakken van de misdaadaspecten van fraude en hierover verslag uit te brengen tijdens de Europese Raad die in december in Essen wordt gehouden.
Bij het voorbereidende werk aan de verschillende instrumenten voor het opzetten van geautomatiseerde systemen moet bijzondere aandacht worden besteed aan de gegevensbescherming, met name waar het gaat om recht op toegang tot de systemen voor de betrokkenen, individueel beroepsrecht en oprichting van een gemeenschappelijke controle-orgaan. De Europese Raad verzoekt de bevoegde instanties deze kwesties voorrang te blijven geven en hoopt tijdens zijn bijeenkomst in december 1994 een voortgangsverslag te ontvangen.
IV. VOORBEREIDING VAN DE INTERGOUVERNEMENTELE CONFERENTIE
VAN 1996
Zoals bepaald in het akkoord van Ioannina richt de Europese Raad hierbij een discussiegroep op die de Intergouvernementele Conferentie van 1996 moet voorbereiden. Deze groep bestaat uit vertegenwoordigers van de Ministers van Buitenlandse Zaken van de Lid-Staten en de Voorzitter van de Commissie. De groep wordt voorgezeten door iemand die door de Spaanse regering is benoemd en begint haar werk in juni 1995. Twee vertegenwoordigers van het Europees Parlement zullen aan het werk van de discussiegroep deelnemen. De Groep zal tevens van gedachten wisselen met de andere Instellingen en organen van de Europese Unie.
De Instellingen wordt verzocht vóór het begin van de werkzaamheden van de groep verslagen op te stellen over de werking van het Verdrag betreffende de Europese Unie, die door de groep als werkdocumenten zullen worden gebruikt.
Aan de hand van de beoordeling van de werking van het Verdrag zoals die in de verslagen zal worden opgenomen, zal de groep in een geest van democratie en openheid ideeën onderzoeken en uitwerken voor de bepalingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie waarvoor in herziening is voorzien en voor andere mogelijke verbeteringen. Tevens zal zij met het oog op de toekomstige uitbreiding van de Unie voorstellen doen voor de institutionele vragen die aan de orde zijn gesteld in de conclusies van de Europese Raad van Brussel en in het akkoord van Ioannina (weging van de stemmen, drempel voor besluiten bij gekwalificeerde meerderheid, aantal leden van de Commissie en andere maatregelen die nodig worden geacht om in het vooruitzicht van de uitbreiding het werk van de Instellingen te vergemakkelijken en hun efficiënte werking te garanderen).
De Secretaris-Generaal van de Raad zal de nodige regelingen treffen ten behoeve van het secretariaat van de discussiegroep en hierbij overleg plegen met de Voorzitter van deze groep.
De discussiegroep zal tijdig verslag uitbrengen voor de zitting van de Europese Raad eind 1995. De in het Verdrag neergelegde procedure betreffende de herziening zal in de volgende fase worden toegepast.
°
° °
De Europese Raad heeft nota genomen van het voornemen van het komende Duitse Voorzitterschap om bilateraal contact met de delegaties op te nemen ten einde een beslissing over de aanwijzing van de toekomstige Voorzitter van de Commissie op een buitengewone Europese Raad op 15 juli te Brussel voor te bereiden.
BIJLAGE I
LIJST VAN ZEER PRIORITAIRE VERVOERSPROJECTEN,
GOEDGEKEURD DOOR DE EUROPESE RAAD
Projecten Betrokken landen
- Hoge-snelheidstrein/gecombineerd vervoer Noord-Zuid I/A/D
Brenner-as : Verona - München - Neurenberg -
Erfurt - Halle/Leipzig - Berlijn
- Hoge-snelheidstrein Parijs-Brussel-Keulen-Amsterdam-Londen
Het project omvat de volgende trajecten :
België : grens F/B - Brussel - Luik - grens B/D B
Brussel - grens B/NL
Verenigd Koninkrijk : Londen - toegang Kanaaltunnel UK
Nederland grens B/NL - Rotterdam - Amsterdam NL
Duitsland : Aken () - Keulen - Rijn/Main-gebied D
- Hoge-snelheidstrein Zuid
Madrid - Barcelona - Perpignan - Montpellier E/F
Madrid - Vitoria - Dax E/F
- Hoge-snelheidstrein Oost
Het project omvat de volgende trajecten ()
Parijs - Metz - Straatsburg - Appenweier - Karlsruhe F
met aftakking Metz - Saarbrücken - Mannheim F/D
en Metz - Luxemburg F/L
- Betuwelijn : gecombineerd vervoer/conventioneel spoor NL/D
Rotterdam - grens NL/D - Rijn/Roer-gebied (1)
- Hoge-snelheidstrein/gecombineerd vervoer Frankrijk-Italië
Lyon - Turijn F/I
- Autoweg Patras - Grieks/Bulgaarse grens GR
samen met de autoweg Oost-West : Via Egnatia
Igoumenitsa - Thessaloniki - Alexandropoulos - Ormenio/kipi
- Autoweg Lissabon - Valladolid P/E
- Spoorverbinding Cork - Dublin - Belfast - Larne - Stranraer IRL/UK
- Vliegveld Malpensa (Milaan) I
- Vaste spoor- en wegverbinding tussen Denemarken en
Zweden (vaste oeververbinding over de Sont) DK/S
inclusief de toegangsroutes
BIJLAGE II
LIJST VAN ENERGIEPROJECTEN
WAARAAN DE EUROPESE RAAD
EEN PRIORITAIRE STATUS HEEFT VERLEEND
Frankrijk - Italië : koppeling van het elektriciteitsnet
Italië - Griekenland : koppeling van het elektriciteitsnet (zeekabel)
Denemarken : koppeling van het Oost- en het Westdeense elektriciteitsnet (zeekabel)
(komt niet in aanmerking voor financiering door de structuurfondsen)
Portugal : aardgasnet
Griekenland : aardgasnet
Spanje - Portugal : koppeling van het gasnet ()
Spanje - Portugal : koppeling van het elektriciteitsnet
Algerije - Marokko - Europese Unie : gaspijpleiding
°
° °
Rusland - Wit-Rusland - Polen - Europese Unie : gaspijpleiding ()
BIJLAGE III
Tenuitvoerlegging van het Frans-Duitse initiatief
tegen racisme en xenofobie
Tijdschema en werkprogramma
18/19 juli : Gedetailleerd mandaat, samenstelling en status van de raadgevende commissie waartoe een besluit moet worden genomen door de Raad Algemene Zaken. Deze commissie zou in hoofdzaak belast kunnen worden met het opstellen van optimaal aan de nationale en plaatselijke omstandigheden aangepaste aanbevelingen over samenwerking tussen de Regeringen en de diverse maatschappelijke instanties ter bevordering van tolerantie en begrip jegens vreemdelingen.
juli tot eind november : Besprekingen in de instanties die de Raad (JBZ) voorbereiden op de onder de verantwoordelijkheid van deze Raad vallende gebieden op basis van het gezamenlijke Frans-Duitse initiatief, de Raadsconclusies van 29 en 30 november 1993 en het werkdocument van het Griekse Voorzitterschap. ()
28-29 november : Tussentijds verslag van de raadgevende commissie aan de Raad Algemene Zaken over de resultaten van haar werkzaamheden.
30 november : Verslag van de Raad (JBZ) over de geboekte vooruitgang en over andere dienstig geachte concrete maatregelen, uitgaande van de werkzaamheden die in deze periode zijn ondernomen.
9-10 december : Presentatie van de verslagen van de Raden (Algemene Zaken en JBZ) voor de Europese Raad van Essen.
maart 95 : Bespreking door de Raad (JBZ) van het resultaat van de werkzaamheden die verricht zijn in het kader van Titel VI.
april-mei 1995 : Bepaling door de Raad (Algemene Zaken) van een alomvattende strategie van de Unie ter bestrijding van racistische en xenofobe daden van geweld, uitgaande van :
- het eindverslag van de raadgevende commissie
- de zienswijzen waaraan de Raad in zijn diverse gespecialiseerde samenstellingen uitdrukking heeft gegeven.
juni 1995 : Aanneming door de Europese Raad van het ontwerp voor een alomvattende strategie van de Unie.