EUROPESE RAAD VAN MADRID
15 EN 16 DECEMBER 1995
CONCLUSIES VAN HET VOORZITTERSCHAP
DEEL A
INLEIDING
De Europese Raad, bijeengekomen te Madrid op 15 en 16 december 1995, heeft besluiten genomen over werkgelegenheid, de gemeenschappelijke munt, de Intergouvernementele Conferentie en de uitbreiding in de richting van Midden- en Oost-Europa en het Middellandse-Zeegebied.
De Europese Raad is van oordeel dat het scheppen van werkgelegenheid de voornaamste maatschappelijke, economische en politieke doelstelling van de Europese Unie en haar Lid-Staten is, en verklaart vastbesloten te zijn alle noodzakelijke inspanningen te blijven doen om de werkloosheid te verminderen.
De Europese Raad heeft het scenario voor de invoering van de gemeenschappelijke munt aangenomen en heeft ondubbelzinnig bevestigd dat die fase op 1 januari 1999 een aanvang zal nemen.
De Europese Raad heeft besloten de gemeenschappelijke munt, die vanaf 1 januari 1999 gebruikt zal worden, "euro" te noemen.
De Europese Raad is voortgegaan met het beraad over de toekomst van Europa, dat te Essen werd aangevangen en in Cannes en Formentor werd voortgezet.
In deze context heeft de Europese Raad, na met voldoening kennis te hebben genomen van het verslag van de Reflectiegroep, het besluit genomen om de Intergouvernementele Conferentie op 29 maart 1996 aan te vangen, ten einde de politieke en institutionele voorwaarden te scheppen die noodzakelijk zijn om de Europese Unie aan de behoeften van vandaag en morgen aan te passen, in het bijzonder met het oog op de komende uitbreiding.
Het is absoluut noodzakelijk dat deze Conferentie voldoende resultaten kan boeken opdat de Unie een toegevoegde waarde voor al haar onderdanen schept en op adequate wijze haar verantwoordelijkheden op intern en extern niveau op zich neemt.
De Europese Raad neemt met voldoening kennis van enkele opmerkelijke vorderingen die sedert zijn laatste bijeenkomst op het gebied van de externe betrekkingen hebben plaatsgevonden, en waarbij de Europese Unie een beslissende rol heeft gespeeld :
- de ondertekening te Parijs van het in Dayton bereikte akkoord, dat een einde maakt aan de rampzalige oorlog in voormalig Joegoslavië en stoelt op de aanzienlijke Europese inspanningen die de afgelopen maanden verricht zijn op militair en humanitair gebied alsook wat het onderhandelingsproces betreft. De Europese Raad erkent dat de Verenigde Staten op een cruciaal moment de doorslaggevende bijdrage hebben geleverd ;
- de nieuwe Transatlantische Agenda en het Gezamenlijk Actieprogramma Europese Unie-Verenigde Staten, ondertekend tijdens de Top van Madrid op 3 december, die belangrijke gezamenlijke verbintenissen met de Verenigde Staten vormen om onze associatie nieuw leven in te blazen en te versterken ;
- de ondertekening te Madrid van de interregionale kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Mercosur, die belangrijk is omdat het de eerste overeenkomst van dit type is dat door de Unie is gesloten ;
- de Verklaring van Barcelona, die de aanvang vormt van een nieuwe, alomvattende Europees-mediterrane associatie welke vrede, stabiliteit en welvaart in het Middellandse-Zeegebied zal bevorderen via een permanent proces van dialoog en samenwerking ;
- de ondertekening op Mauritius van de herziene Overeenkomst van Lomé IV tussen de Europese Unie en de ACS-landen, welke de associatie tussen de twee partijen zal consolideren ;
- de instemming van het Europees Parlement met de douane-unie tussen de Europese Unie en Turkije, die de weg opent naar de consolidatie en versterking van een relatie op politiek, economisch en veiligheidsgebied die cruciaal is voor de stabiliteit van die regio.
De Europese Raad heeft zijn werkzaamheden aangevangen met een gedachtenwisseling met de heer Klaus HÄNSCH, Voorzitter van het Europees Parlement, over de voornaamste onderwerpen van bespreking van de huidige bijeenkomst.
Tenslotte heeft heden een bijeenkomst plaatsgevonden met de Staatshoofden en Regeringsleiders en de Ministers van Buitenlandse Zaken van de geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, inclusief de Baltische landen (hierna LMOE genoemd), Cyprus en Malta. Er is een uitvoerige gedachtenwisseling gehouden over deze conclusies, de thema's die met de strategie ter voorbereiding van de toetreding verband houden alsook over diverse onderwerpen van internationale politiek.
I
HET ECONOMISCH HERSTEL IN EUROPA IN EEN SOCIAAL
GEINTEGREERD KADER
A. ECONOMISCHE EN MONETAIRE UNIE
I. Scenario voor de invoering van de gemeenschappelijke munt
1. De Europese Raad bevestigt dat de derde fase van de Economische en Monetaire Unie aanvangt op 1 januari 1999, overeenkomstig de convergentiecriteria, het tijdschema, de protocollen en de procedures die in het Verdrag zijn vastgelegd.
Hij bevestigt dat een hoge mate van economische convergentie een voorafgaande voorwaarde vormt voor de verwezenlijking van de doelstelling van het Verdrag om een stabiele gemeenschappelijke munt te scheppen.
2. De naam van de nieuwe munt is een belangrijk element in de voorbereiding van de overgang naar de gemeenschappelijke munt, omdat die naam gedeeltelijk de aanvaardbaarheid van de Economische en Monetaire Unie voor het publiek bepaalt. De Europese Raad is van mening dat de gemeenschappelijke munt in alle officiële talen van de Europese Unie dezelfde naam moet hebben, rekening houdend met het bestaan van verschillende alfabetten ; de naam moet eenvoudig zijn en Europa verzinnebeelden.
De Europese Raad besluit derhalve dat vanaf de aanvang van de derde fase de Europese munt de naam "euro" zal dragen. Deze naam is bedoeld als volledige naam en niet als een voorvoegsel dat de nationale valutanamen voorafgaat.
De specifieke naam "euro" zal in de plaats komen van de generieke benaming "ecu" die in het Verdrag wordt gebruikt ter verwijzing naar de Europese munteenheid.
De regeringen van de 15 Lid-Staten zijn overeengekomen dat dit besluit de erkende en definitieve interpretatie van de toepasselijke Verdragsbepalingen vormt.
3. Bij wijze van beslissende stap in de verduidelijking van het proces van invoering van de gemeenschappelijke munt, neemt de Europese Raad het scenario voor de invoering van de gemeenschappelijke munt aan, dat opgenomen is in bijlage 1 op basis van het op zijn verzoek door de Raad in overleg met de Commissie en het Europees Monetair Instituut opgestelde verslag. Hij constateert met tevredenheid dat dit scenario ten volle verenigbaar is met het verslag van het EMI over de invoering van de gemeenschappelijke munt.
4. Het scenario waarborgt de transparantie en de aanvaardbaarheid, versterkt de geloofwaardigheid en versterkt de onomkeerbaarheid van het proces. Het is technisch uitvoerbaar en heeft tot doel de noodzakelijke rechtszekerheid te bieden, de aanpassingskosten tot een minimum te beperken en concurrentieverstoringen te vermijden. Volgens het scenario voor de invoering zal de Raad, in zijn samenstelling van Staatshoofden en Regeringsleiders, zo vroeg mogelijk in 1998 bepalen welke Lid-Staten voldoen aan de noodzakelijke voorwaarden voor de invoering van de gemeenschappelijke munt. De Europese Centrale Bank (ECB) moet tijdig genoeg worden opgericht opdat zij de voorbereidingen kan afronden en haar activiteiten ten volle kan aanvangen op 1 januari 1999.
5. De derde fase begint op 1 januari 1999 met de onherroepelijke vaststelling van de omrekeningskoersen tussen de valuta's van de deelnemende landen onderling en met de euro. Vanaf die datum zal het monetaire beleid en het wisselkoersbeleid worden uitgedrukt in euro's, zal het gebruik van de euro op de deviezenmarkten worden bevorderd en zullen de deelnemende Lid-Staten de nieuwe verhandelbare schuld uitdrukken in euro's.
6. Op 1 januari 1999 zal een verordening van de Raad in werking treden waarvoor de voorbereidende technische werkzaamheden uiterlijk eind 1996 afgerond moeten zijn en waardoor het wettelijke kader wordt vastgesteld voor het gebruik van de euro, die vanaf die datum een valuta zal worden in de eigenlijke zin van het woord en zal de ecu-mand officieel ophouden te bestaan. Die verordening zal, zolang er nog verschillende munteenheden bestaan, een wettelijk afdwingbare equivalentie tussen de euro en de nationale munteenheden vaststellen. De vervanging van de nationale valuta's door de euro zal op zichzelf de continuïteit van contracten niet wijzigen, tenzij in die contracten anders is bepaald. Voor contracten die refereren aan de officiële ecu-mand van de Europese Gemeenschap, in overeenstemming met het Verdrag, geldt voor de vervanging door de euro een tegenwaarde van één tegen één, tenzij anders is bepaald in het contract.
7. Uiterlijk op 1 januari 2002 worden in euro's luidende biljetten en muntstukken in omloop gebracht, naast de nationale biljetten en munten. Uiterlijk zes maanden later zullen de nationale valuta's in alle deelnemende Lid-Staten volledig vervangen zijn door de euro, en zal de invoering voltooid zijn. Daarna kunnen nationale bankbiljetten en muntstukken nog steeds bij de nationale centrale banken worden ingewisseld.
8. De Europese Raad doet een beroep op de Raad ECOFIN spoed te betrachten met de verdere technische werkzaamheden die nodig zijn om het heden aangenomen invoeringsscenario uit te voeren. De aanduidingen op de euro-bankbiljetten en muntstukken in de verschillende alfabetten van de Gemeenschap zullen ook worden omschreven.
II. Verdere voorbereiding van de derde fase van de EMU
Duurzame economische convergentie
Begrotingsdiscipline is zowel voor het welslagen van de Economische en Monetaire Unie als voor de aanvaarding van de gemeenschappelijke munt door het publiek van essentieel belang. Het is derhalve noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de overheidsfinanciën na het ingaan van de derde fase gezond blijven overeenkomstig de uit het Verdrag voortvloeiende verplichtingen.
De Europese Raad heeft met belangstelling kennis genomen van het voornemen van de Commissie in 1996 haar conclusies in te dienen met betrekking tot de wijze waarop de begrotingsdiscipline en -coördinatie binnen de Monetaire Unie kan worden verzekerd overeenkomstig de procedures en beginselen van het Verdrag.
Verhouding tussen de Lid-Staten die deelnemen aan de euro-zone en de niet-deelnemende Lid-Staten
De toekomstige betrekkingen tussen de Lid-Staten die deelnemen aan de euro-zone en de Lid-Staten die niet vanaf het begin deelnemen aan de euro-zone, moeten vóór de aanvang van de derde fase bepaald worden.
De Europese Raad verzoekt de Raad ECOFIN om samen met de Commissie en het Europees Monetair Instituut, op hun respectieve bevoegdheidsterreinen, de vraagstukken te bestuderen die aan de orde komen doordat sommige landen eventueel niet vanaf het begin aan de euro-zone deelnemen, en in het bijzonder, maar niet uitsluitend, de vraagstukken die verband houden met problemen op het stuk van de monetaire stabiliteit.
Toekomstige werkzaamheden
De Europese Raad verzoekt de Raad ECOFIN om over de twee voornoemde vraagstukken zo spoedig mogelijk verslag uit te brengen.
De werkzaamheden met betrekking tot beide vraagstukken dienen plaats te vinden met inachtneming van de eis van het Verdrag dat Lid-Staten die na 1999 tot de euro-zone toetreden, zulks kunnen doen onder dezelfde voorwaarden en volgens dezelfde regels als die welke in 1998 worden toegepast op de Lid-Staten die van meet af aan deelnemen.
B. ALGEMENE RICHTSNOEREN VOOR HET ECONOMISCH BELEID
De Europese Raad herinnert aan de noodzaak duurzaam een hoge mate van convergentie tussen de economieën van de Lid-Staten te handhaven, zowel om de stabiele voorwaarden te scheppen die de overgang naar de gemeenschappelijke munt mogelijk maken als om de goede werking van de interne markt te verzekeren. Hij heeft daartoe het in juli jl. vastgestelde verslag van de Raad over de tenuitvoerlegging van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid.
C. WERKGELEGENHEID
1. De Europese Raad bevestigt nogmaals dat de bestrijding van de werkloosheid en de gelijkheid van kansen de belangrijkste opgaven van de Gemeenschap en haar Lid-Staten blijven.
De strategie op middellange termijn die in Essen is uitgestippeld en in Cannes is bevestigd, biedt een passend raamwerk voor de ontwikkeling van de maatregelen waartoe is besloten. De uitvoering van die maatregelen is in de Lid-Staten reeds ter hand genomen, met over het algemeen positieve resultaten, vooral dankzij een passende combinatie van structurele en politieke maatregelen die duurzame economische groei in de hand werken.
De Europese Raad reageert gunstig op het tussenrapport van de Commissie en de analyse van de positieve effecten van een versterkte coördinatie van het economische beleid en het structuurbeleid van de Unie. Hij verzoekt de Commissie haar eindrapport op de bijeenkomst van december 1996 in te dienen.
2. De Europese Raad verheugt zich over de wijze waarop de in Essen voorziene procedure voor de follow-up van de werkgelegenheidssituatie opgezet en voor het eerst toegepast is. Zij is gebaseerd op een strategie van samenwerking tussen alle bij deze gemeenschappelijke inspanning betrokken actoren. Aldus :
- hebben de Lid-Staten de aanbevelingen van Essen verwerkt in meerjarenprogramma's voor de werkgelegenheid, die vernieuwende maatregelen behelzen die al vruchten hebben afgeworpen en die het passende instrument zijn om de aanbevelingen die de Raad op sociaal-economische gebied zal aannemen, gestalte te geven ;
- krijgt de strategie voor het scheppen van werkgelegenheid in de Europese Unie een nieuwe stimulans met de goedkeuring door de Europese Raad van Madrid van het gemeenschappelijk verslag van de Raad (ECOFIN en Arbeid en Sociale Zaken) en de Commissie (bijlage 2). Voor het eerst is eensgezindheid aanwezig over de weg die moet worden gevolgd om ervoor te zorgen dat het huidige economisch herstel ook gepaard gaat met een duidelijke verbetering van de werkgelegenheidssituatie.
Met de goedkeuring van dit verslag wordt uitvoering gegeven aan het mandaat van Essen betreffende de follow-up van de werkgelegenheidssituatie en worden de beleidsmaatregelen op het gebied van werkgelegenheid die op vorige Europese Raden al waren overeengekomen, geconsolideerd. Door middel van samenwerking tussen alle betrokken partijen worden nieuwe vorderingen gemaakt, niet alleen bij de identificatie van de hinderpalen voor het terugdringen van de werkloosheid, maar vooral ook betreffende de macro-economische en structurele factoren die substantieel bijdragen tot de schepping van nieuwe arbeidsplaatsen ;
- verheugt de Europese Raad zich erover dat de sociale partners op Europees niveau in de verklaring die zij hebben aangenomen ter gelegenheid van de top over de sociale dialoog in Florence tot een gemeenschappelijk criterium zijn gekomen voor de maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid. Hij constateert tevens met voldoening dat er een ruime mate van overeenstemming is tussen dit akkoord van de sociale partners en de opvattingen in het gezamenlijk verslag ;
- heeft de Europese Raad, in dezelfde sfeer van betrokkenheid van de verschillende actoren en instellingen die binnen de Europese Unie actief zijn, met veel belangstelling de resolutie van het Europees Parlement inzake werkgelegenheid besproken en daarbij geconstateerd dat die resolutie en het gezamenlijk verslag eveneens een hoge mate van overeenstemming vertonen.
3. Op basis van de aanbevelingen van het gezamenlijk verslag dringt de Europese
Raad er bij de Lid-Staten op aan de volgende actieterreinen in hun meerjarenprogramma's voor de werkgelegenheid als prioritair te beschouwen :
- de intensivering van de opleidingsprogramma's, vooral ten behoeve van de werklozen ;
- een versoepeling van de ondernemingsstrategieën op het gebied van bijvoorbeeld arbeidsorganisatie en arbeidsduur ;
- het afstemmen van de ontwikkeling van de indirecte arbeidskosten op de doelstellingen inzake het terugdringen van de werkloosheid ;
- de handhaving van de huidige loonmatiging, door deze te koppelen aan de produktiviteit, als onontbeerlijk element ter bevordering van een intensieve inzet van arbeidskrachten ;
- het streven naar een maximale doelmatigheid van de stelsels van sociale bescherming, waarbij het bereikte niveau zoveel mogelijk wordt gevrijwaard, doch het zoeken naar werk niet onaantrekkelijk wordt gemaakt ;
- het aanmoedigen van de overgang van een passief beleid van bescherming van de werkloze naar een actief werkgelegenheidsbeleid ;
- een aanzienlijke verbetering van de mechanismen voor informatie-uitwisseling tussen werkgevers en werkzoekenden ;
- het aanmoedigen van plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven.
Bij de toepassing van de bovengenoemde maatregelen moet voorrang worden gegeven aan groepen die bijzondere aandacht behoeven, zoals jongeren die nog een eerste baan moeten vinden, langdurig werklozen en werkloze vrouwen.
Wat betreft de maatregelen inzake loonmatiging memoreert hij dat deze op het specifieke terrein van de sociale partners liggen. De ontwikkeling van de sociale bijdragen toont aan dat gehandeld moet worden binnen een speelruimte die de mogelijkheid biedt de stabiliteit van de stelsels van sociale bescherming te behouden.
De mate waarin de meerjarenprogramma's voor de werkgelegenheid en de in Madrid aangenomen aanbevelingen zijn toegepast, moet worden bekeken op de Europese Raad van december 1996, teneinde de werkgelegenheidsstrategie te versterken en verdere aanbevelingen aan te nemen.
4. De Europese Raad bevestigt nogmaals de noodzaak van economische groei die meer banen oplevert, en dringt er bij de Lid-Staten op aan hun beleid te blijven afstemmen op de richtsnoeren voor het economisch beleid, en dat beleid te complementeren met de structurele hervormingen waarmee reeds een begin is gemaakt of die nog op uitvoering wachten, met als doel de bestaande rigiditeiten weg te werken en te komen tot een betere werking van de arbeidsmarkten voor produkten en diensten.
Van de huidige fase van economische expansie moet zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt om extra vooruitgang te boeken op het stuk van de noodzakelijke structurele hervormingen.
5. De Europese Raad benadrukt ten slotte nog de belangrijke rol van de interne beleidsmaatregelen en vooral van de interne markt, van het milieubeleid, het MKB en de transeuropese netwerken voor de bevordering van de werkgelegenheid.
6. De leden van de Europese Raad waarvan de Lid-Staten deelnemen aan de Overeenkomst die is gehecht aan het aan het Verdrag gehechte Protocol betreffende de sociale politiek, verheugen zich erover dat voor het eerst in het kader van die Overeenkomst een akkoord is bereikt tussen de sociale partners, dat betrekking heeft op de ontwerp-richtlijn betreffende de mogelijkheid om beroepsleven en gezinsleven te combineren (ouderschapsverlof). Zij vertrouwen erop dat dit akkoord de
weg zal effenen voor akkoorden op andere belangrijke gebieden die met sociale zaken en arbeidsmarkt verband houden.
7. Ten slotte, en om het welslagen van deze strategie te blijven garanderen, verzoekt hij de Raad (ECOFIN en Arbeid en Sociale Zaken) en de Commissie om te zorgen voor permanente follow-up van de toepassing van die programma's en om op de bijeenkomst van de Europese Raad van december 1996 een nieuw gezamenlijk jaarverslag in te dienen. Om de praktische toepassing van de te Essen vastgestelde procedure voor de follow-up van de werkgelegenheidssituatie te vergemakkelijken moeten de in het gezamenlijke rapport genoemde mechanismen (stabiele structuur en gemeenschappelijke indicatoren) zo spoedig mogelijk tot stand worden gebracht. De Europese Raad bevestigt nogmaals zijn vastberadenheid om tijdens de volgende jaren maximale prioriteit te blijven verlenen aan het bevorderen van de werkgelegenheid.
D. ANDERE BELEIDSSECTOREN
Interne markt
De Europese Raad neemt kennis van het verslag van de Commissie over de interne markt en verheugt zich zowel over de akkoorden die over een groot aantal voorstellen zijn bereikt als over de aanneming van een nieuwe procedure voor de kennisgeving van nationale maatregelen die het vrije verkeer van goederen kunnen belemmeren, welke procedure bijdraagt aan de wederzijdse erkenning.
De Europese Raad heeft akte genomen van het CIAMPI-verslag over het concurrentievermogen en heeft de Raad opgedragen het te bestuderen.
De interne markt moet de burger volledig ten goede komen en hem ten volle integreren, dankzij de toepassing van de Verdragsbepalingen inzake het vrije verkeer, grotere bescherming van de consument, verbetering van de sociale dimensie van de interne markt en de invoering van mechanismen die ons de mogelijkheid moeten bieden de burgers te informeren over de voordelen die zij uit de interne markt kunnen halen en de behoeften van de burgers beter in te schatten.
De Europese Raad onderstreept dat het van belang is de interne markt te voltooien door de concurrentie in tal van sectoren te intensiveren ten einde het concurrentievermogen te versterken en aldus nieuwe banen te scheppen. In dit verband bevestigt de Europese Raad zijn conclusies van Cannes in juni 1995 over de noodzaak om deze doelstelling verenigbaar te maken met het verrichten van de specifieke taken van algemeen economisch belang van de overheidsdiensten. Met name moet de gelijke behandeling van de burgers worden gegarandeerd, moet worden gelet op kwaliteit en duurzaamheid van de diensten en moet een bijdrage worden geleverd aan een evenwichtige ruimtelijke ordening.
De Europese Raad bevestigt dat de transeuropese netwerken een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan het concurrentievermogen, de schepping van werkgelegenheid en de samenhang van de Unie. Hij neemt met voldoening nota van het Commissieverslag en van de recentelijk op dit gebied gemaakte vorderingen. Hij verzoekt de Raad en het Parlement spoedig het wetgevende kader te voltooien en de Lid-Staten om de hoogste prioriteit te geven aan de daadwerkelijke verwezenlijking van de projecten en met name die waaraan
de Europese Raad een bijzonder belang heeft toegekend. De Europese Raad verzoekt de Raad ECOFIN om, op voorstel van de Commissie, de nodige besluiten te nemen waardoor de financiële middelen die thans beschikbaar zijn voor de transeuropese netwerken, kunnen worden aangevuld.
Midden- en kleinbedrijf
De Europese Raad heeft kennis genomen van het Commissieverslag over de rol van het MKB als bron van werkgelegenheid, groei en concurrentievermogen, waarin beklemtoond wordt dat het noodzakelijk is om :
- de administratieve formaliteiten te vereenvoudigen ;
- informatie, opleiding en onderzoek toegankelijker te maken ;
- de belemmeringen voor het MKB op de interne markt te verwijderen en de internationalisering van het MKB te bevorderen ;
- de financiële voorwaarden voor het MKB te verbeteren door de toegang tot de kapitaalmarkt te vergemakkelijken en door de ontwikkeling van de functie van het Europees Investeringsfonds ten aanzien van het MKB te bevorderen.
De Europese Raad dringt er bij de Commissie op aan deze doelstellingen zo spoedig mogelijk in het kader van het volgende geïntegreerde programma voor het MKB in de praktijk te brengen.
Milieu
De Europese Raad verheugt zich over de duidelijke en beslissende rol die de Unie gaandeweg op internationaal niveau speelt inzake milieubescherming, in het bijzonder voor wat betreft de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijk afval en de verwijdering ervan (Verdrag van Basel), de biologische diversiteit, stoffen die de ozonlaag aantasten (Protocol van Montreal) en andere thema's die worden behandeld op de derde Paneuropese Conferentie van Milieuministers.
Hij neemt met voldoening nota van de belangrijke akkoorden die in het kader van dit beleid zijn bereikt alsmede van het debat dat heeft plaatsgevonden over een nieuwe allesomvattende aanpak die niet uitsluitend is toegespitst op de waterkwaliteit, maar ook op de schaarste aan water als in beperkte mate voorradige economische en ecologische hulpbron.
Landbouw
De Europese Raad prijst zich gelukkig met de vooruitgang die is geboekt bij de hervorming van de gemeenschappelijke marktordeningen. Hij dringt er bij de Raad op aan, de gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt voor het einde van dit jaar en die voor de wijnmarkt zo spoedig mogelijk aan te nemen. Hij verzoekt tevens het Europees Parlement om advies uit te brengen over het voorstel voor een hervorming van de gemeenschappelijk marktordening voor groenten en fruit opdat dit op de kortst mogelijke termijn kan worden aangenomen.
Visserij
De Europese Raad neemt er akte van dat de werkzaamheden van de Raad volledige uitvoering hebben kunnen geven aan het mandaat van Essen zodat de volledige integratie van Spanje en Portugal in het gemeenschappelijk visserijbeleid is bereikt.
II
EEN EUROPA DAT OPEN STAAT VOOR DE BURGER
A. SUBSIDIARITEIT
De Europese Raad heeft van gedachten gewisseld over de toepassing van het subsidiariteitsbeginsel zoals dit in het Verdrag verwoord is. Hij bevestigde de richtsnoeren die op zijn vergaderingen van Birmingham en Edinburgh zijn vastgesteld en die het optreden van de Unie moeten leiden.
Hij heeft nota genomen van het tweede jaarverslag van de Commissie over de toepassing van het subsidiariteits- en het proportionaliteitsbeginsel, en verheugt zich erover dat het programma van 1993 inzake de aanpassing van de bestaande wetgeving aan het subsidiariteitsbeginsel, praktisch voltooid is.
Hij heeft de Commissie verzocht, de Europese Raad op diens bijeenkomst te Florence in te lichten over de toepassing van het subsidiariteits- en het proportionaliteitsbeginsel op de huidige EG-wetgeving en op de voorstellen die in studie zijn.
B. EEN BELEID DAT DICHT BIJ DE BURGER STAAT
De Europese Raad dringt erop aan dat er vooruitgang wordt geboekt op het gebied van de bestrijding van alle vormen van sociale uitsluiting, waarbij hij de solidariteit beschouwt als een factor van essentieel belang voor de integratie en de ontwikkeling van gemeenschappelijke doelstellingen in de Europese Unie.
Hij neemt nota van de goedkeuring van het vierde Plan voor gelijke rechten en kansen voor mannen en vrouwen en wenst dat de acties ten behoeve van de vrouw worden voortgezet met het doel volledige gelijkstelling te bereiken. In die zin zal de Europese Unie jaarlijks een balans opmaken van het actieplatform dat tijdens de conferentie van Peking is ontstaan.
Hij bevestigt opnieuw het belang van de culturele actie om een communautaire dimensie te geven aan de culturen van alle Lid-Staten van de Unie. Hij onderstreept het belang van de spoedige totstandkoming van een leefbaar akkoord met betrekking tot het RAFAEL-programma inzake het cultureel erfgoed van Europees belang.
Hij staat positief ten aanzien van de verlenging van het Media-programma en verheugt zich over de beslissende vooruitgang die in de Raad is geboekt met betrekking tot het voorstel tot wijziging van de richtlijn Televisie zonder grenzen, die naar hij hoopt kan worden aangenomen zodra de nodige voorwaarden zijn vervuld.
Hij constateert dat er veel werk is verricht met betrekking tot bescherming van de gezondheid van de burgers en dringt aan op goedkeuring van de programma's inzake de bestrijding van kanker, de bestrijding van Aids en inzake onderwijs en opleiding op gezondheidsgebied.
Hij neemt nota van het belangrijke verslag over de stand van de gezondheid in de Europese Unie en vertrouwt erop dat het Parlement en de Raad zo spoedig mogelijk het actieprogramma inzake follow-up en controle op gezondheidsgebied aannemen.
Hij constateert met voldoening dat er vooruitgang is geboekt met de doelstelling een grotere doorzichtigheid in de werkzaamheden van de Raad te bereiken door de goedkeuring van een gedragscode om de toegang van het publiek tot de notulen en verklaringen van de Raad te vergemakkelijken wanneer deze optreedt als wetgever, en door het groter aantal debatten dat via audiovisuele media is uitgezonden.
Hij verwelkomt de aanneming van twee besluiten over consulaire bescherming op grond waarvan de onderdanen van de Unie zich tot alle consulaten van de Lid-Staten in derde landen zullen kunnen wenden, zulks overeenkomstig artikel 8 C van het Verdrag.
C. JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN
De Europese Raad heeft nota genomen van het verslag over de in 1995 verrichte werkzaamheden op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken, waarin melding wordt gemaakt van zeer uiteenlopende activiteiten, waaronder de sluiting van vier overeenkomsten en het opzetten van de Europol Drugseenheid.
De Europese Raad, die de Unie in staat wil stellen een vrije en veilige ruimte voor haar burgers te scheppen, wenst dat, ten einde de samenwerking op deze gebieden te verdiepen, de toekomstige activiteiten worden toegespitst op geprogrammeerde prioritaire gebieden, inclusief Europol, gespreid over verscheidene voorzitterschappen, en in het bijzonder op :
1. Terrorisme
De Europese Raad neemt met grote voldoening kennis van de goedkeuring door de Raad van de verklaring van La Gomera over het terrorisme (bijlage 3), waaruit de vastberadenheid van de Unie blijkt om de samenwerking ter bestrijding van het terrorisme te versterken ; dit is immers een van de prioritaire samenwerkingsdoelstellingen op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken. Hij dringt er bij de Raad op aan deze samenwerking om te zetten in concrete en doeltreffende maatregelen.
2. Drugs en georganiseerde criminaliteit
De Europese Raad keurt het verslag van de Groep Drugsdeskundigen goed en dringt erop aan dat de leidraad van dit verslag met spoed wordt omgezet in duidelijke, operationele en gecoördineerde acties binnen de Unie.
De Europese Raad verzoekt het komende Italiaanse Voorzitterschap om, in samenwerking met het toekomstige Ierse Voorzitterschap en na raadpleging van de Lid-Staten, de Commissie, de Drugseenheid Europol en het Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugsverslaving, een activiteitenprogramma op te stellen waarin rekening wordt gehouden met de richtsnoeren die in dit verslag zijn opgenomen. De Europese Raad van december 1996 zal nagaan in hoeverre dit verslag is toegepast.
In dit verband acht hij het prioritair dat een samenwerkingsmechanisme inzake drugsbestrijding wordt opgezet tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika met inbegrip van het Caribische gebied. Hij is van oordeel dat de internationale strategie ter bestrijding van misbruik van en illegale handel in drugs gebaseerd moet zijn op een integrale en gecoördineerde aanpak gericht op terugdringing van het aanbod van en de vraag naar drugs, zulks door middel van bilaterale samenwerking tussen beide regio's. Hij verwelkomt met voldoening het Frans-Britse initiatief inzake het Caribische gebied dat moet leiden tot een regionale actie ter bestrijding van de handel in verdovende middelen en ook op de Transatlantische agenda voorkomt.
Hij verzoekt de Raad en de Commissie om vóór april aanstaande een verslag op te stellen en daaraan gekoppelde actievoorstellen te doen voor beide gebieden. Daartoe wordt een ad hoc Groep Drugs ingesteld.
Hij juicht het toe dat op 18 december te Madrid een precursoren-overeenkomst wordt ondertekend tussen de Gemeenschap en de vijf landen van het Andespact, hetgeen een belangrijke stap in deze strategie is. In dit verband steunt hij de handhaving van de preferentiële voordelen voor de Centraalamerikaanse en Andeslanden in het kader van de speciale regeling inzake drugsbestrijding van het Stelsel van Algemene Preferenties.
Tevens verheugt hij zich over de op 7 en 8 december in Brussel gehouden Conferentie over drugs.
Hij neemt nota van het verslag over de georganiseerde criminaliteit en hij spoort de Raad aan de nodige operationele maatregelen te nemen om deze dreiging voor alle landen van de Unie te bestrijden.
De Europese Raad verzoekt de Raad en de Commissie te onderzoeken in hoeverre een eventuele harmonisatie van de wetgeving der Lid-Staten een bijdrage kan leveren aan het terugdringen van het gebruik van en de illegale handel in drugs.
3. Justitiële samenwerking
De Europese Raad is van oordeel dat de werkzaamheden bij voorrang moeten worden toegespitst op uitlevering en rechtshulp in strafzaken alsmede op de uitbreiding van het Verdrag van Brussel en de toezending van stukken in civielrechtelijke zaken. Hij neemt met voldoening nota van de ondertekening van de overeenkomst inzake insolvabiliteitsprocedures.
4. Immigratie en asiel
De Europese Raad betoont zich tevreden over de bereikte resultaten ten aanzien van de immigratie van onderdanen van derde landen die illegaal op het grondgebied van de Lid-Staten verblijven, over overnameclausules en beheersing van illegale immigratie en tewerkstelling en hij vraagt de Raad met klem de werkzaamheden op dit gebied voort te zetten.
Ook betoont hij zich tevreden over de goedkeuring van de resolutie over de verdeling van de lasten met betrekking tot de opname van ontheemden en het besluit betreffende een alarm- en spoedprocedure voor de lastenverdeling.
Hij neemt nota van het gemeenschappelijk standpunt over de geharmoniseerde toepassing van het begrip "vluchteling" in de zin van artikel 1 van het Verdrag van Genève en hij wenst dat de bekrachtiging van de Overeenkomst van Dublin wordt afgerond.
5. Buitengrenzen
De Europese Raad dringt er bij de Raad op aan dat de nog hangende kwesties in verband met de aanneming van de overeenkomst betreffende de overschrijding door personen van de buitengrenzen van de Lid-Staten van de Unie zo spoedig mogelijk worden opgelost en hij juicht de met betrekking tot visa bereikte resultaten toe.
6. Racisme en vreemdelingenhaat
De Europese Raad heeft nota genomen van de resultaten die zijn bereikt bij de bepaling van strategieën ter bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat (bijlage 4) ; hij wenst dat het gemeenschappelijk optreden betreffende de actie tegen racisme en vreemdelingenhaat wordt afgerond, met het doel de wetgevingen van de Lid-Staten onderling aan te passen en de mogelijkheden van wederzijdse rechtshulp tussen de Lid-Staten in dit verband te versterken.
Ook heeft hij zijn gedachten laten gaan over het tussentijds rapport van de Adviescommissie en hij draagt deze commissie op haar werkzaamheden op basis van dit verslag voort te zetten en de haalbaarheidsstudie inzake het toekomstige Europese waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat af te ronden voor de Europese Raad in juni 1996.
D. FRAUDE EN BESCHERMING VAN DE FINANCIËLE BELANGEN
De Europese Raad heeft nota genomen van de vergelijkende analyse en het samenvattend verslag inzake de nationale maatregelen ter bestrijding van verspilling en verduistering van communautaire middelen zoals opgesteld door de Commissie op basis van verslagen van de Lid-Staten.
Hij onderschrijft de conclusies van de Raad ECOFIN (bijlage 5) en verzoekt de Lid-Staten en de Instellingen de nodige maatregelen te nemen om een zelfde beschermingsniveau te waarborgen in de gehele Gemeenschap en voor wat betreft de gehele begroting van de Gemeenschap en van het EOF.
Voorts juicht hij de op handen zijnde aanneming toe van de verordening inzake de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen en van de ondertekening van de desbetreffende overeenkomst.
Hij verzoekt de Commissie met spoed het voorstel in te dienen over controles en verificaties ter plekke en vraagt de Raad ECOFIN dit voorstel aan te nemen vóór de bijeenkomst van de Europese Raad in juni.
Hij neemt er met voldoening kennis van dat een consensus is bereikt over een aanvullend protocol bij de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen, waarmee de harmonisatie wordt beoogd van de strafbaarstelling van corruptie die zich kan voordoen bij de ambtenaren en leden van zowel de communautaire
als de nationale instellingen en organen.
Hij verzoekt de Raad JBZ zijn werkzaamheden voort te zetten ten einde de overeenkomst te vervolledigen met name op het gebied van de justitiële samenwerking.
Hij neemt met voldoening kennis van het initiatief van de Commissie inzake een gezond financieel beheer en meer bepaald van haar besluit een groep van persoonlijke vertegenwoordigers in te stellen die moet nagaan aan welke communautaire en nationale acties prioriteit moet worden gegeven om de uitvoering van de begroting te verbeteren en de door de Rekenkamer geconstateerde gebreken van het financieel beheer weg te werken.
Hij verzoekt de Commissie en de Raad de mogelijkheid te bestuderen om het stelsel van goedkeuring van de rekeningen dat in de landbouw wordt toegepast, uit te breiden tot andere sectoren.
E. VEREENVOUDIGING OP WETGEVEND EN ADMINISTRATIEF GEBIED
De Europese Raad onderstreept het belang dat nodeloze belasting van de ondernemersactiviteit wordt vermeden door middel van een proces van vereenvoudiging op wetgevend en administratief gebied waarbij het acquis communautaire behouden moet blijven en nationale maatregelen die tot hetzelfde doel bijdragen, genomen worden. In dit verband verwijst hij naar het Commissieverslag over het verslag van de Groep onafhankelijke deskundigen.
Hij verzoekt de Commissie haar nieuwe voorstellen voor de codificatie van het Gemeenschapsrecht in te dienen en de Raad om zo spoedig mogelijk een besluit te nemen.
III
EEN EUROPA DAT OPENSTAAT VOOR DE WERELD,
IN STABILITEIT, VEILIGHEID, VRIJHEID EN SOLIDARITEIT
A. UITBREIDING
De uitbreiding is zowel een politieke noodzakelijkheid als een historische kans voor Europa. Doordat de stabiliteit en de veiligheid van het continent gewaarborgd zal zijn, worden niet alleen aan de kandidaat-leden, doch eveneens aan de huidige Lid-Staten van de Unie nieuwe vooruitzichten op economische groei en algemeen welzijn geboden. De uitbreiding moet dienen om de Europese constructie te versterken met inachtneming van het "acquis communautaire" dat in de gemeenschappelijke beleidsmaatregelen besloten ligt.
In dit verband heeft de Europese Raad kennis genomen van de verslagen van de Commissie over de gevolgen van de uitbreiding voor het beleid van de Europese Unie, over de mogelijke strategieën op landbouwgebied en over de strategie ter voorbereiding van de toetreding van de geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa.
De Europese Raad neemt nota van het verslag van de Raad over de betrekkingen met de geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa in het tweede halfjaar van 1995 (Bijlage 6).
Het PHARE-programma, geschraagd door de beslissingen van de Europese Raad van Cannes, alsmede de voortzetting van de activiteiten van de Europese Investeringsbank, zullen een algemene vergroting van de inspanningen voor de voorbereiding van de toetreding mogelijk maken.
De Europese Raad herhaalt dat de onderhandelingen inzake de toetreding van Malta en Cyprus tot de Unie op basis van de voorstellen van de Commissie zes maanden na de afsluiting van de Intergouvernementele Conferentie van 1996 zullen aanvangen, zulks met inachtneming van de resultaten van die Conferentie. Hij spreekt zijn voldoening uit over het feit dat de gestructureerde dialoog met beide landen in juli jongstleden is aangevangen in het kader van de pre-toetredingsstrategie.
De Europese Raad bevestigt bovendien de noodzaak om de uitbreiding grondig voor te bereiden op basis van de in Kopenhagen bepaalde criteria en in het kader van de in Essen voor de LMOE's omschreven pre-toetredingsstrategie. Deze strategie zal moeten worden geïntensiveerd om de voorwaarden te scheppen voor een geleidelijke en harmonische integratie van deze Staten, met name door de ontwikkeling van de markteconomie, de
aanpassing van hun administratieve structuren en de schepping van een stabiel economisch en monetair klimaat.
De Europese Raad verzoekt de Commissie de gevolgen van de uitbreiding voor het communautaire beleid nader te evalueren, met name ten aanzien van het landbouwbeleid en het structuurbeleid. De Europese Raad zal zijn bespreking voortzetten op de volgende bijeenkomsten, op basis van verslagen van de Commissie.
Hij verzoekt de Commissie actief voort te gaan met de voorbereiding van haar adviezen over de toetredingsaanvragen, opdat deze zo spoedig mogelijk na de afsluiting van de Intergouvernementele Conferentie aan de Raad kunnen worden toegezonden, en te beginnen met de opstelling van een allesomvattend document over de uitbreiding. Deze procedure garandeert dat alle landen die kandidaat zijn voor toetreding gelijk worden behandeld.
Anderzijds nodigt hij de Commissie uit om zo spoedig mogelijk een grondige analyse te ondernemen van het systeem van financiering van de Europese Unie, teneinde onmiddellijk na de afsluiting van de Intergouvernementele Conferentie een mededeling voor te leggen over het toekomstige financiële kader van de Unie, vanaf 31 december 1999, en daarbij rekening te houden met het vooruitzicht van de uitbreiding.
Na de afsluiting van de Intergouvernementele Conferentie en in het licht van de resultaten daarvan alsmede van alle voornoemde adviezen en verslagen van de Commissie, zal de Raad zo spoedig mogelijk de besluiten nemen die nodig zijn om de toetredingsonderhandelingen in te leiden.
De Europese Raad wenst dat de eerste fase van de onderhandelingen samenvalt met het begin van de onderhandelingen met Cyprus en Malta.
B. EXTERNE BETREKKINGEN
VOORMALIG JOEGOSLAVIE
De Europese Raad verheugt zich erover dat het Vredesakkoord dat in Dayton tot stand kwam, op 14 december te Parijs werd ondertekend en hij bevestigt vastbesloten te zijn om op substantiële wijze bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van dat Akkoord.
De Europese Raad verheugt zich erover dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties de Resolutie heeft aangenomen waarin de Veiligheidsraad zijn steun betuigt aan de Vredesakkoorden die te Parijs zijn ondertekend en de bepalingen van die akkoorden zowel op civiel als op militair gebied toepast.
Wat de civiele aspecten betreft onderschrijft hij de Conclusies van de Conferentie welke op 7 en 8 december te Londen werd gehouden. Hij is verheugd over de benoeming van de heer Carl Bildt als Hoge Vertegenwoordiger en zegt hem zijn volledige steun toe.
De toepassing van het Vredesakkoord brengt met zich mee dat een stabiel militair evenwicht in praktijk worden gebracht, gebaseerd op het laagst mogelijke niveau van bewapening. De Europese Raad verwacht dat de betrokken partijen gebruik zullen maken van de gelegenheid tot dialoog die ter zake geboden wordt door de Conferentie welke op 18 december te Bonn zal plaatsvinden.
Het is nu de verantwoordelijkheid van de partijen om het Akkoord volledig toe te passen ten einde de oorlog definitief te beëindigen.
De Europese Unie herhaalt haar bereidheid om tot de wederopbouw van het voormalige Joegoslavië bij te dragen in het kader van een billijke internationale verdeling van de lasten. Op 20 en 21 december zal te Brussel een voorbereidende Conferentie worden gehouden om vast te stellen welke de meest dringende behoeften zijn.
De Europese Raad bevestigt tevens het recht van vluchtelingen en ontheemden om in vrijheid en veiligheid naar hun woonsteden op het gehele grondgebied van het voormalige Joegoslavië terug te keren of een billijke vergoeding te verkrijgen als fundamenteel beginsel.
De Europese Raad heeft de Verklaring die in bijlage 7 is weergegeven, goedgekeurd.
VOORMALIGE JOEGOSLAVISCHE REPUBLIEK MACEDONIE
De Europese Raad verheugt zich erover dat de voorwaarden aanwezig zijn om contractuele samenwerkingsbetrekkingen tussen de Unie en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië tot stand te brengen en hij verzoekt de Raad, vóór het einde van 1995 zijn goedkeuring te hechten aan het onderhandelingsmandaat om een overeenkomst inzake samenwerking en handel te sluiten, die met haar aspiraties volledig rekening houdt.
SLOVENIE
In het licht van de conclusies van Cannes en rekening houdend met het compromisvoorstel van het Voorzitterschap, bevestigt de Europese Raad zijn wens dat de associatieovereenkomst met Slovenië zo spoedig mogelijk wordt gesloten.
BALTISCHE-ZEEGEBIED
De Europese Raad heeft nota genomen van het verslag van de Commissie over de huidige toestand en de vooruitzichten van de regionale samenwerking in het Baltische-Zeegebied.
De Unie heeft er belang bij de politieke stabiliteit en de economische ontwikkeling in deze regio te ontwikkelen. Derhalve spoort hij de Commissie ertoe aan, een passend initiatief voor regionale samenwerking uit te werken, dat aan de Staatshoofden of Regeringsleiders van de Raad van de Staten van het Baltische-Zeegebied tijdens hun Conferentie te Visby op 3 en 4 mei 1996 moet worden voorgelegd, en vervolgens aan de Europese Raad van Florence verslag uit te brengen.
RUSLAND
De Europese Raad vertrouwt erop dat Rusland voortgaat met zijn streven naar stabiliteit, ontwikkeling, vrede en democratie. Hij is voornemens de inspanningen van Rusland te steunen. Hij wenst de banden tussen de Europese Unie en dit belangrijke land voortdurend te versterken.
Hij is ervan overtuigd dat de uitbouw van de samenwerking op veiligheidsgebied tussen de Europese Unie en Rusland van wezenlijk belang is voor de stabiliteit in Europa.
Hij neemt er met voldoening kennis van dat de interimovereenkomst met Rusland die op 17 juli jongstleden te Brussel werd ondertekend op 1 februari 1996 in werking treedt en dringt er bij de overeenkomstsluitende partijen op aan de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst zo spoedig mogelijk te ratificeren. Tevens is hij verheugd over de resultaten van de Top Europese Unie-Rusland die in september te Moskou plaatsvond. Hij bevestigt de algemene politieke koers van de Europese Unie in haar toekomstige betrekkingen met Rusland zoals deze door de Raad Algemene Zaken op 20 november 1995 is geformuleerd (bijlage 8).
Hij heeft een verklaring goedgekeurd over de komende parlementsverkiezingen in Rusland (bijlage 9).
Hij steunt de bemoeienis van Rusland om volledig in de internationale economie te worden geïntegreerd en tot de WTO en andere internationale organisaties te worden toegelaten.
Tevens bevestigt hij zijn steun voor een spoedige toetreding van Rusland tot de Raad van Europa.
TACIS
De Europese Raad bevestigt de bereidheid van de Europese Unie om haar programma van bijstand aan de Republieken van de voormalige Sovjet-Unie voort te zetten, ten einde het proces van politieke en economische hervorming dat genoemde Republieken hebben aangevangen, te steunen. Hij acht het belangrijk dat de nieuwe TACIS-Verordening tijdens de volgende zitting van de Raad Algemene Zaken wordt aangenomen.
OEKRAINE
De Europese Raad is verheugd over de recente toetreding van Oekraïne tot de Raad van Europa en steunt de verbintenis van de Oekraïense autoriteiten om het lopende proces van economische hervormingen voort te zetten. De Unie blijft haar steun verlenen aan Oekraïne door middel van macro-economische bijstand en verheugt zich over het belangrijke akkoord dat met Oekraïne is bereikt over de definitieve sluiting van de kerncentrale van Tsjernobyl in het jaar 2000, zulks ingevolge het tijdschema en de voorwaarden die zijn vastgesteld.
TURKIJE
De Europese Raad herinnert eraan dat hij de ontwikkeling en de verdieping van de betrekkingen met Turkije een zaak van prioritaire aard vindt en verheugt zich erover dat het Europees Parlement zijn instemming heeft betuigd, waardoor het mogelijk wordt dat de eindfase van de Douane-Unie met Turkije alsmede de nadere regelingen voor de intensivering van de politieke dialoog en de institutionele samenwerking op 31 december aanstaande kunnen ingaan. Hij hoopt dat de verordening inzake de financiërle samenwerking met dit land zo spoedig mogelijk in werking treedt.
Hij herinnert eraan dat hij groot belang toekent aan de eerbiediging van de mensenrechten, de rechtsstaat en de fundamentele vrijheden, en steunt met vastberadenheid al degenen in Turkije die zich ervoor inzetten de hervormingen in praktijk te brengen. In deze geest is hij verheugd over de maatregelen die de Turkse autoriteiten reeds hebben aangenomen en spoort hij hen aan, op deze weg voort te gaan.
CYPRUS
De Raad wijst op het belang dat hij hecht aan de verwezenlijking van substantiële inspanningen om een rechtvaardige en leefbare oplossing te bereiken voor de kwestie Cyprus, zulks in overeenstemming met de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en op basis van een federatie van twee zones en twee gemeenschappen.
VEILIGHEID
Inzake veiligheid verheugt de Europese Raad zich over de vorderingen die binnen de Unie zijn gemaakt bij het bepalen van een gemeenschappelijk beleid ten aanzien van de integratie van de landen in Midden- en Oost-Europa in de Europese veiligheidsarchitectuur en de plaats die Rusland en Oekraine daarin moeten innemen.
Hij drukt er zijn voldoening over uit dat de Ministerraad van de Westeuropese Unie in november 1995 te Madrid zijn goedkeuring hechtte aan de bijdrage van de WEU aan de Intergouvernementele Conferentie van 1996, waardoor de wenselijkheid om de banden tussen de Europese Unie en de WEU aan te halen wordt bevestigd. Hij neemt er nota van dat de WEU verklaard heeft dat zij een passende bijdrage zal leveren aan de werkzaamheden van de Intergouvernementele Conferentie voor wat de aspecten veiligheid en defensie betreft, en dat zij de ontwikkeling van deze aspecten van nabij zal volgen. De Europese Raad neemt tevens nota van de bijdrage van de Reflectiegroep ter zake.
Hij onderstreepte de noodzaak om in het kader van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid de ontwapening en non-proliferatie te blijven bevorderen. In deze zin :
- drukt hij de vaste wens uit dat de onderhandelingen over het verdrag over het algeheel verbod op kernproeven uiterlijk in juni 1996 afgerond zijn ;
- steunt hij de onmiddellijke aanvang van de onderhandelingen voor een verdrag over het verbod op de vervaardiging van splijtmateriaal voor kernwapens ;
- verheugt hij zich erover dat tijdens de eerste ronde van de Conferentie ter herziening van het Verdrag betreffende onmenselijke wapens van 1980, een nieuw Protocol is aangenomen dat het gebruik van blindmakende laserwapens verbiedt ;
- herhaalt hij de wens van de Europese Unie dat al haar leden zo spoedig mogelijk het Verdrag inzake chemische wapens ratificeren opdat dit spoedig in werking kan treden.
OVSE
De Unie juicht de resultaten toe van de Conferentie van Boedapest van de OVSE die erop gericht zijn de structuren en capaciteiten van de OVSE te versterken om het haar mogelijk te maken haar steeds talrijker taken te vervullen, meer bepaald in het kader van de preventieve diplomatie.
De Europese Raad herhaalt dat de Europese Unie voornemens is actief te blijven bijdragen tot de versterking van de OVSE en in het bijzonder de opstelling van een "gemeenschappelijk en alomvattend veiligheidsmodel voor de XXIe eeuw".
Hij verwelkomde het feit dat op 13 december, op voorstel van de Unie, te Royaumont de Verklaring over een proces van stabiliteit en goed nabuurschap in Zuid-Oost-Europa is aangenomen.
ANDORRA
De Europese Raad verheugt zich over het nieuwe elan in de betrekkingen van de Unie met Andorra en verzoekt de Commissie dienstige voorstellen in te dienen voor de ontwikkeling van de nieuwe samenwerkingsterreinen.
TRANSATLANTISCHE BETREKKINGEN
De Europese Raad beklemtoont het grote belang van de nieuwe Transatlantische Agenda en het Gezamenlijk Actieprogramma Europese Unie-Verenigde Staten (bijlage 10) die tijdens de Top Europese Unie-Verenigde Staten van 3 december 1995 te Madrid zijn ondertekend. Hij is van oordeel dat dit initiatief een kwalitatieve sprong voorwaarts is naar de versteviging van onze betrekkingen, doordat van een fase van raadpleging wordt overgestapt naar een nieuwe fase van onderling overleg en gezamenlijk optreden. Hij wenst
dat de Unie wat haar betreft de afspraken van Madrid volledig in praktijk brengt en is voornemens zich tijdens de Europese Raad van Florence opnieuw over dit dossier te buigen.
Hij is verheugd over de initiatieven die tijdens de vergadering van de Transatlantische Ondernemersdialoog naar voren werden gebracht.
Hij hoopt dat andere atlantische democratieën zich bij de doelstellingen van de nieuwe Transatlantische Agenda zullen aansluiten.
MIDDELLANDSE-ZEEGEBIED
De Europese Raad wijst op het grote belang van de resultaten die op de Europees-mediterrane Conferentie van Barcelona werden bereikt, en hij verzoekt de Raad en de Commissie de Verklaring en het werkprogramma van Barcelona (bijlage 11) ten uitvoer te leggen.
De Conferentie van Barcelona betekende het begin van een nieuwe etappe, waarin het verzekeren van vrede, stabiliteit en welvaart in het Middellandse-Zeegebied een collectieve taak is van alle deelnemers aan de nieuwe Europees-mediterrane associatie. De "geest van Barcelona" zal de continuïteit van dit proces moeten inspireren, dat zou moeten worden afgerond met de sluiting van een Pact voor het Middellandse-Zeegebied.
De Europese Raad is uiterst voldaan over de overeenkomsten die met Tunesië, Israël en Marokko zijn gesloten. Hij spreekt de wens uit dat de lopende onderhandelingen met Egypte, Jordanië en Libanon spoedig hun beslag zullen krijgen, en verklaart dat de Europese Unie bereid is om over dergelijke overeenkomsten te onderhandelen met Algerije en Syrië, zodra zulks mogelijk is. In deze context bevestigt hij zijn conclusies van Cannes inzake de aard van de Europees-mediterrane vrijhandelszone.
Hij verheugt zich erover dat onlangs in Algerije presidentsverkiezingen zijn gehouden en hij hoopt dat in de nabije toekomst nieuwe stappen in de richting van politieke normalisering van het land gezet zullen worden door middel van dialoog en vrije en onomstreden parlementsverkiezingen en gemeenteraadsverkiezingen. Hij neemt er nota van dat dit land met de Europese Unie een nieuwe associatieovereenkomst wenst te sluiten, waarvoor hij de Commissie uitnodigt een ontwerp-mandaat in te dienen.
MIDDEN-OOSTEN
De Europese Raad drukt zijn voldoening uit over de op 28 september te Washington ondertekende interimovereenkomst tussen Israël en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie.
De Europese Raad is diep bedroefd over de tragische moord op Premier Isaac Rabin en schaart zich achter de verbintenis van de nieuwe Premier Peres om het Vredesproces met dezelfde vastberadenheid voort te zetten. In deze zin roept hij ertoe op dat er aan Syrische zijde snelle vorderingen worden gemaakt en dat alle
partijen hun inspanningen opvoeren om een alomvattende, rechtvaardige en duurzame vrede te bereiken.
De Europese Raad verheugt zich erover dat de EIB-leningen aan de Palestijnse Autoriteit ten belope van 250 miljoen ecu snel zijn uitbetaald, en hij hoopt dat de Commissie zo spoedig mogelijk ontwerp-richtsnoeren voor onderhandelingen over een overeenkomst met de Europese Unie zal voorleggen. Tevens is hij verheugd over het feit dat de nodige maatregelen voor de coördinatie van de waarneming van de Palestijnse verkiezingen op gang zijn gebracht.
Hij neemt met voldoening kennis van de vorderingen die de Economische Top van Amman heeft gemaakt en hoopt dat positieve resultaten bereikt zullen worden op de Ministeriële Conferentie inzake economische hulp aan het Palestijnse volk, die op 9 januari 1996 te Parijs zal plaatsvinden.
IRAN
De Europese Unie zal erop blijven toezien dat de samenwerking met Iran met alle nodige waarborgen verloopt, om te vermijden dat op enigerlei wijze wordt bijgedragen aan de verwerving van militaire nucleaire capaciteit.
Binnen de eerbiediging van de fundamentele rechten en de vrijheid van meningsuiting zal de Europese Unie zich, in het kader van de kritische dialoog, blijven beijveren om een bevredigende oplossing voor het probleem van de Britse schrijver Salman Rushdie te verkrijgen ; zij verzoekt de Iraanse autoriteiten om een constructief antwoord op haar bemoeienissen. De Europese Raad vraagt de Raad deze zaak van nabij te volgen.
LATIJNS AMERIKA
De Europese Raad wijst op de opmerkelijke vooruitgang die in het proces van versteviging van de betrekkingen met Latijns Amerika is geboekt. Hij verzoekt de Raad en de Commissie de conclusies inzake de versteviging van de samenwerking tussen de Europese Unie en Latijns Amerika in de periode 1996-2000 (bijlage 12) met spoed ten uitvoering te leggen.
Hij drukt er zijn voldoening over uit dat de interregionale kaderovereenkomst voor economische en commerciële samenwerking tussen de Europese Unie en de Mercosur, die een associatie van politieke en economische aard als einddoel heeft, te Madrid is ondertekend.
Hij wijst erop dat binnenkort de ondertekening plaatsvindt van de gezamenlijke verklaring inzake de politieke dialoog tussen de Europese Unie en Chili, die een belangrijke stap is naar spoedige onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst met een associatie van politieke en economische aard als einddoel.
Hij nodigt de Raad en de Commissie uit, zo spoedig mogelijk een aanvang te maken met de onderhandelingen met Mexico over een nieuwe politieke, economische en commerciële overeenkomst die de geleidelijke en wederkerige liberalisatie van de handel omvat met inachtneming van de gevoeligheid van bepaalde produkten en in overeenstemming met de regels van de Wereldhandelsorganisatie.
Ook herinnert hij aan het belang dat hij hecht aan de verlenging van de dialoog van San José tussen de Europese Unie en Centraal Amerika, op basis van de mededeling die de Commissie onlangs heeft ingediend.
Hij neemt nota van het feit dat de Raad van Presidenten van de Andes-groep de wens heeft uitgesproken de betrekkingen tussen het Andespact en de Europese Unie te verstevigen, en hij verzoekt de Commissie de daartoe geschikte maatregelen voor te stellen. Tevens acht hij het van bijzonder belang dat het Stelsel van Algemene Preferenties ten behoeve van de landen van Centraal Amerika en het Andespact spoedig vernieuwd wordt, en hij verzoekt de Raad dit zo spoedig mogelijk aan te nemen.
Hij acht het voorts wenselijk om de dialoog en de samenwerking met Cuba voort te zetten, ten einde actieve steun te verlenen aan het huidige hervormingsproces, de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden te stimuleren, en het particulier initiatief en de ontwikkeling van de civiele samenleving te bevorderen. Hij verzoekt daartoe de Commissie om in de eerste helft van 1996 een ontwerp-mandaat in te dienen voor een economisch en commercieel samenwerkingsakkoord, dat door de Raad zal worden bestudeerd in het licht van de ontwikkeling van de politieke en economische situatie in Cuba.
Tenslotte verzoekt hij de Europese Investeringsbank om haar activiteiten in Latijns Amerika te intensiveren, met inachtneming van haar procedures en criteria inzake financiering.
OVEREENKOMST VAN LOME
De Europese Raad verheugt zich over de ondertekening op Mauritius op 4 november jongstleden van de overeenkomst tot herziening van de vierde ACS-EG-Overeenkomst, samen met het Protocol inzake de toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden, alsmede over de aanneming van voorlopige uitvoeringsmaatregelen.
AFRIKA
De Europese Raad is diep verontrust over de situatie in Nigeria, bevestigt de binnen de Europese Unie aangenomen sancties en verzoekt de Nigeriaanse autoriteiten nogmaals met aandrang om de mensenrechten volledig te eerbiedigen en te zorgen voor een spoedige overgang naar een democratisch regime. Indien hieraan geen gevolg wordt gegeven, behoudt hij zich de mogelijkheid voor om nieuwe maatregelen te treffen.
Om het geweld, meer bepaald in Boeroendi, te doen stoppen, en de terugkeer van de Rwandese vluchtelingen te vergemakkelijken beklemtoont de Europese Raad het belang van nationale verzoening en van stabiliteit in het gebied van de Grote Meren. Hij betuigt opnieuw zijn steun aan de bijeenroeping van de Conferentie over het gebied van de Grote Meren onder de auspiciën van de Verenigde Naties en de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid, en aan de snelle benoeming van een nieuwe speciale vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties in Boeroendi.
Hij prijst zich gelukkig met het openen van de politieke dialoog tussen de Europese Unie en de OAE, en met name de conclusies van de Raad van 4 december inzake preventieve diplomatie, conflictoplossing en vredeshandhaving in Afrika (bijlage 13).
Hij neemt tevens met voldoening kennis van de lopende onderhandelingen met Zuid-Afrika met het oog op een overeenkomst betreffende de totstandbrenging van een vrijhandelszone. Hij benadrukt het belang van de spoedige afronding van die onderhandelingen.
AZIE
De Europese Raad verheugt zich over de aanneming van het verslag van de Raad dat als grondslag zal dienen voor de voorbereiding van de Europees-Aziatische ontmoeting, die zal plaatsvinden in Bangkok op 1 en 2 maart 1996 (bijlage 14).
Hij bevestigt het belang dat de Europese Unie hecht aan de ontwikkeling van de betrekkingen met China. Hij neemt nota van de conclusies van de Raad over een beleid op lange termijn voor de betrekkingen tussen China en Europa.
De Europese Raad herhaalt diep verontrust te zijn over de zware gevangenisstraf die is opgelegd aan de Chinese verdediger van de mensenrechten, de heer WEI GING XENG, en verzoekt China met klem blijk te geven van clementie en hem onmiddellijk en onvoorwaardelijk in vrijheid te stellen.
De Europese Unie zal, onder bepaalde voorwaarden waarover nog moet worden onderhandeld, deelnemen aan de Organisatie voor de ontwikkeling van de energievoorziening op het Koreaanse schiereiland (KEDO).
De Europese Raad, indachtig met name de laatste gebeurtenissen te Jakarta in verband met de toeneming van de spanning in Oost-Timor, betuigt zijn steun aan ieder passend optreden dat kan bijdragen tot een rechtvaardige, algemene en internationaal aanvaardbare oplossing van dit vraagstuk en met name aan de bemiddelingspogingen die de Secretariaat-Generaal van de Verenigde Naties momenteel onderneemt.
VERENIGDE NATIES
Ter gelegenheid van de 50e verjaardag van de Verenigde Naties bevestigt de Europese Unie haar steun aan deze organisatie als universeel forum voor de bevordering van het streven van de mensheid naar vrede, veiligheid en economische en sociale vooruitgang.
De Europese Unie, wier Lid-Staten samen de belangrijkste financiële bijdrage leveren, geeft in haar verklaring van 25 oktober 1995 uiting aan haar bezorgdheid over de ernstige financiële crisis die de Verenigde Naties momenteel doormaken. De Europese Raad herhaalt met klem zijn oproep aan alle Lid-Staten van de organisatie om hun bijdrage aan zowel de gewone begroting als de begroting voor de vredeshandhavingsoperaties integraal, stipt en onvoorwaardelijk te betalen.
De Europese Raad wenst in dit verband dat er vooruitgang wordt geboekt op het gebied van de aanpassing van de structuren en instellingen van de Verenigde Naties, met inbegrip van de Veiligheidsraad.
IV
HET LEGGEN VAN DE GRONDSLAGEN VAN HET TOEKOMSTIGE EUROPA
DE EUROPESE POLITIEKE AGENDA
De Europese Raad heeft de uitdagingen in kaart gebracht die de Lid-Staten van de Unie zullen moeten opnemen om het Europa van de XXIe eeuw voor te bereiden. Tijdens de volgende vijf jaren moeten wij :
- het Verdrag betreffende de Europese Unie aanpassen ;
- de overgang naar de gemeenschappelijke munt bewerkstelligen overeenkomstig het tijdschema en de voorwaarden die ter zake gelden ;
- de onderhandelingen over de uitbreiding met de geassocieerde landen van Midden-, Oost- en Zuid-Europa die kandidaat zijn om toe te treden, voorbereiden en tot een goed einde brengen ;
- parallel daarmee, de financiële vooruitzichten voor de periode na 31 december 1999 vaststellen ;
- zorgen voor de totstandkoming van een nieuwe Europese veiligheidsarchitectuur ;
- actief werk blijven maken van het huidige beleid van dialoog, samenwerking en associatie met de buurlanden van de Unie, in het bijzonder Rusland, Oekraïne, Turkije en de mediterrane landen.
Indien al deze taken met succes worden volbracht, zal het mogelijk worden op het gehele Europese continent een grote gemeenschap van vrijheid, welvaart en stabiliteit te vestigen.
DE INTERGOUVERNEMENTELE CONFERENTIE
1. De Europese Raad heeft met veel belangstelling het verslag begroet van de Reflectiegroep onder voorzitterschap van de heer Westendorp (bijlage 15), die van de Europese Raad de opdracht had gekregen om de Intergouvernementele Conferentie van 1996 voor te bereiden. Hij is van mening dat de richtsnoeren die in de Groep zijn uitgewerkt na grondige analyse van de interne en externe uitdagingen waarvoor de Unie thans staat en van de mogelijke reacties daarop, een goede grondslag zijn
voor de werkzaamheden van de Conferentie.
2. De Intergouvernementele Conferentie zal zich moeten buigen over de bepalingen van het Unieverdrag waarvoor een uitdrukkelijke herziening in het Verdrag zelf wordt voorgeschreven, alsmede de vraagstukken die door de Conferentie moeten worden behandeld op grond van de conclusies van de Europese Raden van Brussel en Korfoe en van de verklaringen die zijn aangenomen ter gelegenheid van interinstitutionele akkoorden. De Europese Raad bevestigt tevens de richtsnoeren die hij op zijn bijeenkomst in Cannes heeft vastgesteld. Algemeen gezien zal de Intergouvernementele Conferentie moeten onderzoeken welke verbeteringen in de verdragen moeten worden aangebracht om de Unie aan te passen aan de hedendaagse realiteit en aan de eisen van de toekomst, in het licht van de bevindingen van de Reflectiegroep.
3. De Europese Raad is het erover eens dat de formele herzieningsprocedure van artikel N van het Verdrag zo spoedig mogelijk moet worden afgerond zodat de Conferentie op 29 maart in Turijn plechtig kan worden geopend. De Europese Raad neemt akte van het voornemen van het toekomstige Italiaanse Voorzitterschap om de passende maatregelen te treffen ter voorbereiding van de Conferentie.
4. De Conferentie zal regelmatig bijeenkomen (in principe éénmaal per maand) op het niveau van de Ministers van Buitenlandse Zaken, die de verantwoordelijkheid zullen dragen voor alle werkzaamheden ; deze worden voorbereid door een Groep, samengesteld uit één vertegenwoordiger van elke Minister van Buitenlandse Zaken van de Lid-Staten en de Voorzitter van de Commissie.
De Secretaris-Generaal van de Raad zal de nodige maatregelen treffen om het Secretariaat van de Conferentie waar te nemen.
5. Het Europees Parlement zal nauw worden betrokken bij de werkzaamheden van de Conferentie, zodat het geregeld en op gedetailleerde wijze op de hoogte wordt gehouden van het verloop van de discussies, en tevens telkens wanneer het zulks nuttig acht zijn standpunt kan uiteenzetten over alle vraagstukken waarover wordt gedebatteerd. De praktische regels voor deze samenwerking zullen door de Ministers van Buitenlandse Zaken worden vastgesteld, met inachtneming van de bepalingen die van toepassing zijn op de herziening van de Verdragen.
6. De vertegenwoordigers van de landen van Midden- en Oost-Europa waarmee Europa-Overeenkomsten zijn gesloten en van Malta en Cyprus, zullen regelmatig op de hoogte worden gehouden van het verloop van de discussies en hun standpunt kunnen uiteenzetten op de vergaderingen met het Voorzitterschap van de Europese Unie, die in principe om de twee maanden zullen plaatsvinden. De Europese Economische Ruimte en Zwitserland zullen eveneens op de hoogte worden gehouden.
DEEL B
BIJLAGE 1
REFERENTIESCENARIO VOOR DE
INVOERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MUNT
1. In zijn bijeenkomst te Cannes op 27 juni 1995 heeft de Europese Raad de Raad ECOFIN verzocht om in overleg met de Commissie en het Europees Monetair Instituut (EMI) een referentiescenario voor de invoering van de gemeenschappelijke munt op te stellen en verslag uit te brengen aan de Europese Raad van december 1995 te Madrid. Het is de bedoeling de betrokken tekst dan aan te nemen.
2. Sedert de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de Europese Unie ("Verdrag van Maastricht"), in het bijzonder sinds het begin van de tweede fase in het proces naar een Economische en Monetaire Unie, hebben de Lid-Staten, de Europese instanties en vertegenwoordigers van vele particuliere organisaties de verschillende aspecten van de omschakeling bestudeerd. De voorbereidingen zijn nu op zo'n niveau dat een referentiescenario kan worden gepresenteerd met duidelijk omschreven maatregelen die vóór bepaalde data of binnen bepaalde termijnen moeten worden uitgevoerd.
3. De voorbereidingen die momenteel gaande zijn, worden geïnspireerd door een van de hoofddoelstellingen in het Verdrag, namelijk de invoering van een stabiele gemeenschappelijke munt. Eén voorwaarde daarvoor is het bereiken van een hoge mate van convergentie van de economische prestaties voordat de wisselkoersen onherroepelijk vastgeklonken worden. Een strikte toepassing van de convergentiecriteria bij de beoordeling welke Lid-Staten voldoen aan de nodige voorwaarden voor de aanneming van de gemeenschappelijke munt, zal vertrouwen scheppen in de nieuwe munt en zal het publiek in het algemeen en de markten ervan overtuigen dat het een sterke, stabiele munt zal zijn. Als de derde fase van de Economische en Monetaire Unie wordt ingeleid, zal de convergentie gehandhaafd moeten blijven. Meer bepaald moeten de overheidsfinanciën op een gezond spoor blijven overeenkomstig de verplichtingen van het Verdrag. Er moet daarom worden gewerkt aan manieren om de begrotingsdiscipline onder de deelnemers aan de Euro-zone veilig te stellen overeenkomstig de procedures en beginselen van het Verdrag. Daarenboven dienen de toekomstige betrekkingen tussen de Lid-Staten die deelnemen aan de Euro-zone en de andere Lid-Staten te worden bepaald voordat de derde fase wordt ingegaan, ten einde onder meer de monetaire stabiliteit binnen de interne markt te waarborgen.
4. Om de factoren van onzekerheid te kunnen wegnemen dient de overgang naar de derde fase omzichtig technisch te worden voorbereid. Deze voorbereiding zal er ook toe bijdragen dat het publiek de nieuwe munteenheid aanvaardt. Het omschakelingsscenario dat hieronder wordt gepresenteerd, is vastgesteld in overleg met de Commissie en het EMI en heeft baat gehad bij het Groenboek van de Commissie en het verslag van het EMI over de overgang naar de gemeenschappelijke munt. Het strookt met het tijdschema, de procedures en criteria die in het Verdrag zijn vastgelegd. Het biedt transparantie, versterkt de geloofwaardigheid en onderstreept de onomkeerbaarheid van het proces. Het is technisch haalbaar en heeft tot doel de noodzakelijke rechtszekerheid te bieden, de aanpassingskosten tot een minimum te beperken en concurrentieverstoringen te voorkomen. Het omschakelingsscenario, waarin concrete maatregelen worden aangekondigd die binnen een duidelijk tijdschema moeten worden getroffen, biedt de geldgebruikers de informatie die zij nodig hebben om zich aan de invoering van de gemeenschappelijke munt aan te passen. Het scenario strookt met het reeds genoemde verslag van het EMI.
5. Dit invoeringsscenario gaat uit van 1 januari 1999 als begindatum voor de derde fase . De stappen die tijdens de verschillende fasen van het omschakelingsproces moeten worden genomen, worden hieronder beschreven. In de bijlage zijn die maatregelen eveneens opgenomen samen met het tijdschema en de diverse data en termijnen voor de Lid-Staten die aan de derde fase willen deelnemen.
6. De Raad zal in zijn samenstelling van Staatshoofden en Regeringsleiders bevestigen welke Lid-Staten voldoen aan de voorwaarden die noodzakelijk zijn voor de aanneming van de gemeenschappelijke munt. De datum van dit besluit luidt het begin in van een interimperiode vóór de overgang naar de derde fase, waarin besluiten moeten worden genomen om de voorbereidingen te completeren. Enerzijds kan de omvang van de hoeveelheid werk de indruk wekken dat deze interimperiode ongeveer één jaar kan duren ; anderzijds zullen de Staatshoofden en Regeringsleiders hun besluit inzake de Lid-Staten die aan de derde fase kunnen deelnemen moeten baseren op de meest recente en betrouwbare reële gegevens voor 1997. Er zullen daarom bijzondere inspanningen worden gedaan om de Staatshoofden en Regeringsleiders in staat te stellen zo vroeg mogelijk in 1998 een besluit te nemen. Door tijdige voorbereiding zal er mede voor worden gezorgd dat alle nodige maatregelen getroffen zullen zijn voor het begin van de derde fase. Ettelijke van die maatregelen vallen onder de bevoegdheid van de Europese Centrale Bank (ECB).
7. De ECB zal tijdig moeten worden opgericht zodat de voorbereidingen afgerond zullen zijn en de Bank volledig operationeel is op 1 januari 1999. Daarom zullen de Raad en de deelnemende Lid-Staten zo vroeg mogelijk in deze interimperiode een aantal wettelijke bepalingen moeten aannemen en de Directie van de Europese Centrale Bank moeten benoemen. Zodra de Directie van de ECB benoemd is, zullen de ECB en het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) worden ingesteld. De besluitvormingsinstanties van de ECB zullen een besluit nemen over het kader dat het ESCB/de ECB nodig hebben om hun taak in de derde fase te vervullen, en zullen dit uitvoeren en verifiëren.
8. De derde fase van de Economische en Monetaire Unie zal op 1 januari 1999 ingaan met de onherroepelijke vaststelling van de omrekeningskoersen tussen de valuta's van de deelnemende landen en tegenover de Euro, en met het gemeenschappelijke monetaire beleid dat door het ESCB in Euro zal worden bepaald en uitgevoerd. Het ESCB zal het gebruik van de Euro op de buitenlandse deviezenmarkten stimuleren ; haar verrichtingen en verrekeningen op deze markten zullen in Euro plaatsvinden. De infrastructuur voor de betalingsstelsels moet operationeel zijn opdat de vlotte werking van een op de Euro gebaseerde geldmarkt die de gehele zone bestrijkt, gegarandeerd is. De nationale centrale banken kunnen omrekeningsfaciliteiten bieden aan die financiële instellingen die zich niet van dergelijke faciliteiten hebben kunnen voorzien om bedragen om te zetten van Euro in nationale munteenheden en omgekeerd.
9. Op 1 januari 1999 zal een verordening van de Raad in werking treden als rechtskader voor het gebruik van de Euro. Vanaf die datum zal de Euro een volwaardige munt zijn en zal de officiële ecu-mand ophouden te bestaan. Het gevolg van deze verordening zal zijn dat de nationale valuta's en de Euro een verschillende uitdrukking zullen worden van wat economisch gezien dezelfde valuta is. Zolang er nog verschillende nationale munteenheden bestaan, zal de Raadsverordening een juridisch afdwingbare equivalentie tussen de Euro en de nationale munteenheden tot stand brengen ("juridisch afdwingbare equivalentie" betekent dat ieder monetair bedrag op een juridisch afdwingbare wijze een onveranderlijke tegenwaarde krijgt in Euro tegen de officiële omrekeningskoers en vice-versa). In de periode vóór de termijn voor de voltooiing van de omschakeling zal de verordening ervoor zorgen dat het bedrijfsleven vrij zal zijn de Euro te gebruiken, zonder dat daartoe een verplichting bestaat. Het bedrijfsleven moet zo veel mogelijk in staat worden gesteld zijn eigen mechanismen voor de aanpassing aan de omschakeling te ontwikkelen. Bij de uitvoering van deze beginselen moet echter rekening worden gehouden met marktusances in de zin van normalisering. De verordening zal er ook in voorzien dat nationale bankbiljetten binnen de grenzen van de respectieve nationale grondgebieden een wettig betaalmiddel blijven totdat de omschakeling op de gemeenschappelijke munt compleet is. De technische voorbereidingen voor deze verordening dienen uiterlijk eind 1996 afgerond te zijn.
10. De vervanging van de nationale munten door de Euro behoeft op zich niets te veranderen aan de continuïteit van contracten. In nationale valuta uitgedrukte bedragen zullen in Euro worden omgerekend tegen de omrekeningskoers zoals vastgesteld door de Raad. In het geval van obligaties en leningen met een vaste rente, zal de vervanging op zich niets afdoen aan de nominale rente die door de debiteur moet worden betaald, tenzij contractueel anders bepaald. In het geval van contracten die zijn uitdrukt door middel van verwijzing naar de officiële ecu-mand van de Europese Gemeenschap, overeenkomstig het Verdrag, zal vervanging door de Euro geschieden tegen de koers 1 : 1, behoudens de bijzondere voorwaarden van afzonderlijke contracten.
11. Nieuwe verhandelbare overheidsschuld - in het bijzonder schuld die vervalt na 1 januari 2002 - zal vanaf 1 januari 1999 door de deelnemende Lid-Staten worden uitgedrukt in Euro's. Uiterlijk op 1 juli 2002 zal de in de vroegere nationale valuta's uitgedrukte overheidsschuld alleen in de gemeenschappelijke munt kunnen worden terugbetaald.
12. Het gebruik van de Euro voor overheidsverrichtingen zal in alle deelnemende landen uiterlijk vanaf de volledige invoering van de Europese bankbiljetten en muntstukken worden veralgemeend. Het tijdschema zal in de communautaire wetgeving worden vastgesteld en kan de individuele Lid-Staten wellicht enige vrijheid laten.
13. De overheid wordt verzocht een begin te maken met de regelingen voor de planning van de aanpassing van hun administratie aan de Euro.
14. Uiterlijk 1 januari 2002 zullen Euro-bankbiljetten en -muntstukken naast nationale biljetten en munststukken beginnen te circuleren. Euro-bankbiljetten en -muntstukken zullen wettige betaalmiddelen zijn. Parallel met de toenemende circulatie van Euro-bankbiljetten en -munten zullen de nationale bankbiljetten en munten uit de circulatie worden genomen. De Lid-Staten zouden moeten trachten deze periode van dubbele circulatie van nationale en Euro-bankbiljetten en -munten tot een minimum te beperken. In ieder geval zullen nationale bankbiljetten en muntstukken geen wettig betaalmiddel meer zijn uiterlijk 6 maanden na de invoering van de Euro-bankbiljetten en -munten. Op dat ogenblik zal de omschakeling compleet zijn. Daarna zullen nationale bankbiljetten en muntstukken nog zonder kosten kunnen worden ingewisseld bij de nationale centrale banken.
Bijlage bij BIJLAGE I
OMSCHAKELING NAAR DE GEMEENSCHAPPELIJKE MUNT
CHRONOLOGISCH OVERZICHT
|
VAN DECEMBER 1995 TOT HET BESLUIT INZAKE DE DEELNEMENDE LID-STATEN |
||
|
TIJDSCHEMA |
MAATREGELEN |
VERANTWOOR- DELIJKHEID |
|
December 1995 |
Aanneming van het invoeringsscenario, met aankondiging van de uiterste datum voor de voltooiing van de omschakeling (1 juli 2002) en de naam van de nieuwe munt |
Europese Raad |
|
31 december 1996 |
Specificeren van het regelgevende, organisatorische en logistieke kader waarin ECB/ESCB hun taken in de derde fase moeten vervullen Voorbereiding van de wetgeving met betrekking tot ECB/ESCB en invoering van de gemeenschappelijke munt |
EMI
Commissie, EMI, Raad |
|
Vóór het besluit inzake de deelnemende Lid-Staten |
Overeenstemming van de nationale wetgeving () |
Lid-Staten |
|
VANAF HET BESLUIT INZAKE DE DEELNEMENDE LID-STATEN TOT 1 JANUARI 1999 |
||
|
TIJDSCHEMA |
MAATREGELEN |
VERANTWOOR- DELIJKHEID |
|
Zo vroeg mogelijk in 1998 |
Besluit inzake de deelnemende Lid-Staten |
Raad () |
|
Ten spoedigste na het besluit inzake de deelnemende Lid-Staten |
i) Benoeming van de Directie van de ECB ii) Vaststelling van de datum voor de invoering van Euro-bankbiljetten en -munten iii) Begin aanmaak van Euro-bankbiljetten iv) Begin slaan van Euro-munten |
Lid-Staten () ECB ; Raad () ESCB Raad en Lid-Staten (4) |
|
Tot 1 januari 1999 |
Slotvoorbereiding ECB/ESCB i) Aanneming van afgeleide wetgeving, waaronder : verdeelsleutel voor inschrijving op kapitaal ; verzamelen van statistische gegevens ; minimumreserves ; raadpleging van de ECB ; boeten en sancties voor bedrijven ; ii) ECB/ESCB operationeel maken (instelling ECB ; aanneming regelgevend kader ; testen van kader voor monetair beleid, enz.) |
Raad
ECB/ESCB |
|
VAN 1 JANUARI 1999 TOT UITERLIJK 1 JANUARI 2002 vanaf het begin van de derde fase tot de invoering van Euro-bankbiljetten en -munten |
||
|
TIJDSCHEMA |
MAATREGELEN |
VERANTWOOR- DELIJKHEID |
|
1 januari 1999 |
Onherroepelijke vaststelling van de omrekeningskoersen en inwerkingtreding van wetgeving met betrekking tot de invoering van de Euro (rechtsstatus, continuïteit van contracten, afronden, enz.) |
Raad () |
|
Vanaf 1 januari 1999 |
i) Vaststelling en uitvoering van het gemeenschappelijk monetair beleid in Euro ii) Uitvoeren van valutamarktoperaties in Euro iii) Werking van het TARGET-betalingssysteem iv) Uitgifte van nieuwe overheidsschuldbewijzen in Euro |
ESCB
ESCB ESCB Lid-Staten |
|
1 januari 1999 tot uiterlijk 1 januari 2002 |
i) Uitwisseling van bankbiljetten in valuta's met onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoersen tegen pari-waarden ii) Toezicht op omschakelingsontwikkelingen in het bankwezen, en in de financiële sector iii) Begeleiden van de gehele economie bij een ordelijke omschakeling |
ESCB
ESCB en overheid van de Lid-Staten en de Gemeenschap ESCB en overheid van de Lid-Staten en de Gemeenschap |
|
1 JANUARI 2002 TOT UITERLIJK 1 JULI 2002 voltooiing van de omschakeling |
||
|
TIJDSCHEMA |
MAATREGELEN |
VERANTWOOR- DELIJKHEID |
|
Uiterlijk 1 januari 2002 |
i) Begin circulatie van Euro-bankbiljetten en uit circulatie nemen van nationale bankbiljetten ii) Begin circulatie van Euro-munten en uit circulatie nemen van nationale munten |
ESCB
Lid-Staten () |
|
Uiterlijk 1 juli 2002 |
i) Complete omschakeling bij overheid ii) Intrekking van nationale bankbiljetten en munten als wettig betaalmiddel |
Raad ; Lid-Staten (6) ; ESCB |
BIJLAGE 1
BIJLAGE 2
WERKGELEGENHEID
Tenuitvoerlegging van de strategie van de Europese Unie inzake werkgelegenheid
Bestrijding van de werkloosheid moet de eerste prioriteit van de EU blijven
De Europese Raad heeft in Essen en in Cannes bevestigd dat de bestrijding van de werkloosheid en de gelijkheid van kansen de belangrijkste opgaven van de Europese Unie en haar Lid-Staten blijven.
De Raad en de Commissie willen met dit verslag de opdracht vervullen die zij van de Europese Raad hebben gekregen en verslag uitbrengen over de maatregelen van de Lid-Staten ter uitvoering van de richtsnoeren van Essen en de daarbij geboekte vooruitgang. Recente ontwikkelingen op het gebied van beleid en coördinatie hebben de betekenis aangetoond van de op de Europese Raden van Essen (1994) en Cannes (1995) bereikte akkoorden, die hebben geleid tot een grote krachtsinspanning in de Lid-Staten, zowel wat het macro-economische als het structurele beleid betreft.
De werkloosheid in de EU is van een recordhoogte van 11,4 % midden 1994 nu gedaald tot 10,5 % of ongeveer 18 miljoen personen. Deze onaanvaardbaar hoge werkloosheid treft bijna alle Lid-Staten. Zij is voornamelijk het gevolg van een gebrek aan duurzame economische groei gedurende verscheidene jaren, de geringe flexibiliteit van de markten voor produkten en diensten ten gevolge van overregulering en gebrek aan mededinging, alsmede de discrepantie tussen de kwalificaties van de arbeidskrachten en de ten gevolge van technologische en produktiviteitsontwikkelingen gewijzigde behoeften van de arbeidsmarkt, waardoor een kloof is ontstaan tussen de totale arbeidskosten en de produktiviteit.
Op de Europese Raad van Essen in 1994 is overeengekomen dat een gezamenlijke inspanning zal worden gedaan om een proces van structurele hervorming op gang te brengen en te intensiveren teneinde de werking van de arbeidsmarkten te verbeteren. Op die manier zou de capaciteit van de economie om nieuwe banen en nieuwe mogelijkheden te creëren moeten worden verbeterd. Structuurbeleid speelt zelf een rol in het creëren van groei en werkgelegenheid door een hoger niveau van werkgelegenheid zonder ongewenste inflatoire druk mogelijk te maken. Dergelijke structurele beleidsmaatregelen zullen echter alleen ten volle effect sorteren wanneer ze ondersteund worden door een op stabiliteit gericht macro-economisch beleid dat investeringen en nieuwe werkgelegenheid stimuleert. Voldoende economische groei is noodzakelijk om de werkloosheid terug te dringen.
Er zijn duidelijke tekenen dat een groot deel van de werkloosheid een structureel karakter krijgt, met langere periodes van werkloosheid en bijzonder zware gevolgen voor bepaalde categorieën : laag opgeleiden, jongeren en vrouwen. De Raad en de Commissie zijn derhalve van oordeel dat moet worden overwogen om de inspanningen in het kader van de werkgelegenheidsstrategie van Essen nog sterker te concentreren op :
- de integratie van jongeren in het arbeidsleven
- het voorkomen van langdurige werkloosheid
- de verwezenlijking van gelijke kansen voor mannen en vrouwen in het arbeidsleven.
De huidige economische context biedt mogelijkheden
Sedert een paar jaar is het macro-economisch herstel op gang gekomen. De voornaamste factoren die de economische bedrijvigheid beïnvloeden vertonen in het algemeen een positieve ontwikkeling en bieden mogelijkheden voor het voeren van een werkgelegenheidsbeleid :
- Europa heeft nu een gemiddeld inflatiepercentage van 3 % - hetgeen beter is dan de voorbije decennia - en er wordt een lage inflatie verwacht ;
- de nominale loonstijgingen liggen lager dan 4 % en de reële arbeidskosten dalen duidelijk ;
- het Europese bedrijfsleven doet het goed op de wereldmarkten. De export ligt nu hoger dan de import. De handel met landen buiten de EU vertoont een overschot ten belope van ongeveer 1 % van het BNP. De EU heeft de jongste jaren haar positie op snelgroeiende markten gehandhaafd of verbeterd ;
- de rentabiliteit van de Europese bedrijven ligt opnieuw op een niveau dat sinds de jaren '60 niet meer werd bereikt, maar de reële rentevoeten blijven in de meeste landen hoog ;
- de overheidsfinanciën zijn gezonder geworden dankzij de economische groei en de beslissingen die in het kader van de convergentieprogramma's zijn genomen ; verwacht wordt dat de overheidstekorten in 1996 verder zullen worden teruggedrongen.
De huidige tijdelijke verslapping van de bedrijvigheid maakt duidelijk dat de strategie van een op stabiliteit gericht macro-economisch beleid moet worden volgehouden. Momenteel zijn de economische basisvoorwaarden voor continue en sterkere groei aanwezig. Daarvan moet ten volle profijt worden getrokken om de structurele hervormingen door te voeren die nodig zijn om de resultaten van de EU op het gebied van de werkgelegenheid te verbeteren.
De richtsnoeren van Essen inzake werkgelegenheid hebben tot een belangrijke intensivering van de inspanningen op alle niveaus geleid
Op het niveau van de Lid-Staten zijn er recentelijk grote inspanningen gedaan die hebben geleid tot de aanneming van nationale meerjarenprogramma's waarin de voornaamste bestaande en geplande maatregelen om de werkgelegenheidsstrategie van Essen ten uitvoer te leggen, op een samenhangende wijze worden gepresenteerd.
De meerjarenprogramma's zijn in de Lid-Staten uitvoerig besproken. De voorbereiding ervan heeft de dialoog bevorderd tussen de bestuurlijke instanties die belast zijn met werkgelegenheid of sociale zaken en met het economisch en begrotingsbeleid. In sommige gevallen waren de sociale partners hierbij betrokken. Op zichzelf is dit breed overleg reeds een belangrijk resultaat van de Essen-strategie.
Er is een groot aantal maatregelen genomen om de vijf in Essen vastgestelde prioriteiten voor het arbeidsmarktbeleid te verwezenlijken. De Commissie en de Raad hebben daarover gedetailleerde verslagen opgesteld. Vooral de inspanningen op de volgende gebieden zijn belangrijk :
- Initiële opleiding van jongeren, speciale opleidingen voor werklozen en de aanmoediging van bijscholing ;
- Versoepeling van het juridisch kader voor de organisatie van de arbeid en maatregelen waarbij flexibiliteit of arbeidstijdverkorting wordt gekoppeld aan handhaving of uitbreiding van de werkgelegenheid ;
- Inachtneming van de geografische dimensie van de werkgelegenheid door het stimuleren van lokale actoren en het bevorderen van lokale werkgelegenheidsinitiatieven ;
- Decentralisatie van loononderhandelingen ;
- Verlaging van indirecte loonkosten, voornamelijk voor bepaalde categorieën werknemers en voor de laagbetaalden ;
- Verbetering van de doeltreffendheid van de publieke arbeidsvoorziening ;
- Herziening van de stelsels van werkloosheidsuitkeringen en hun samenhang met bijstandsregelingen teneinde het zoeken van een baan aan te moedigen ;
- Regelingen om jongeren zonder basisopleiding of ervaring te helpen hun achterstand in te lopen door middel van een passende opleiding of werkervaring ;
- Het opnieuw opnemen van langdurig werklozen in het arbeidsproces door middel van opleiding, bemiddeling, begeleiding, bevordering van de lokale werkgelegenheid of aanwervingssubsidies.
De sociale partners hebben opnieuw bevestigd dat zij achter de globale richtsnoeren voor het economisch beleid en de prioriteiten op het gebied van structureel arbeidsmarktbeleid staan. Zij hebben een belangrijke rol gespeeld bij de verwezenlijking van recente maatregelen op dit gebied, vooral door middel van overeenkomsten betreffende opleiding, arbeidsorganisatie en arbeidstijd, loonmatiging en de inpassing van specifieke probleemgroepen op de arbeidsmarkt. Zij hebben zich ertoe verbonden hun inspanningen op dit vlak te intensiveren.
De toegevoegde waarde van de Europese Unie bij de tenuitvoerlegging van de strategie van Essen blijkt uit de intensivering van de uitwisseling van informatie en ervaringen tussen de Lid-Staten in het kader van de ECOFIN-Raad en de Raad Sociale Zaken, in samenwerking met de Commissie. Er is vooruitgang geboekt op het gebied van een sterkere coördinatie van het macro-economisch en structuurbeleid.
Tenslotte leveren ook de programma's voor het gebruik van de middelen van de structuurfondsen in de periode 1994-1999, die in partnerschap tussen de Lid-Staten en de Europese Commissie zijn tot stand gekomen, een nuttige bijdrage aan de verwezenlijking van de prioriteiten van Essen.
Bepaalde specifieke aspecten van het werkgelegenheidsbeleid zijn grondiger doorgelicht
De Raad en de Commissie hebben op verzoek van de Europese Raad bepaalde aspecten van het werkgelegenheidsbeleid grondig doorgelicht.
De weerslag van de belastingstelsels en de steunregelingen op de bereidheid om banen te creëren en werk te aanvaarden en het verband tussen economische groei en milieu zijn door de ECOFIN-Raad en de Commissie bestudeerd.
Op de Top van Cannes wees de Europese Raad erop dat de Europese Unie, als economisch geheel, extra speelruimte en een specifieke toegevoegde waarde biedt om duurzame werkgelegenheid te scheppen. De Commissie maakte een eerste analyse van de wijze waarop macro-economische en structurele beleidskeuzen dankzij een betere coördinatie elkaar gunstig kunnen beïnvloeden. Zij zal haar eindrapport in 1996 aan de Europese Raad voorleggen.
De Europese Raad onderstreepte ook de bijdrage van het midden- en kleinbedrijf tot de werkgelegenheid en verzocht het beleid op dit gebied en de middelen om het doeltreffender te maken, te bestuderen. De Commissie heeft hierover een verslag opgesteld.
CONCLUSIES EN RICHTSNOEREN VOOR HET BELEID
1. De Europese Raad van Madrid moet een nieuwe impuls geven en de in Essen uitgestippelde en in Cannes bevestigde strategie verder ontwikkelen en concreter maken.
2. De werkgelegenheidsstrategie en vooral de vijf prioritaire gebieden voor maatregelen op de arbeidsmarkt bieden een raamwerk voor de meerjarenprogramma's van de Lid-Staten en voor de ontwikkeling van hun werkgelegenheidsbeleid, en dat zal ook in de toekomst zo blijven.
3. De tenuitvoerlegging van deze strategie is in de Lid-Staten volop aan de gang. Het succes ervan hangt in belangrijke mate af van het mobiliseren van beleidsinstanties en sociale en economische partners op alle niveaus en in het bijzonder van de ontwikkeling van een geïntegreerde aanpak van het werkgelegenheidsbeleid op lokaal vlak.
De betrokkenheid en de bijdrage van de sociale partners zijn voor dit proces op alle niveaus van wezenlijk belang en wenselijk in elke fase van de verwezenlijking van de strategie van Essen.
4. De geïntegreerde aanpak van het werkgelegenheidsbeleid, die met name gebaseerd is op de koppeling tussen het macro-economische en structurele werkgelegenheidsbeleid moet worden voortgezet en versterkt zodat de synergie van deze beide beleidsvormen zo groot mogelijk is.
5. De huidige hervormingen moeten verder worden doorgezet wil het huidige economische herstel een wezenlijke verbetering van de werkgelegenheidssituatie in de Europese Unie opleveren. Het gunstige klimaat dat door de economische expansie is gecreëerd biedt een unieke kans om nieuwe vooruitgang te boeken en zowel de werkgelegenheid te vergroten als de structurele werkloosheid aanzienlijk terug te dringen. Vooral op de volgende gebieden moeten maatregelen worden genomen en geïntensiveerd :
Ondersteuning van het totstandbrengen van krachtige en duurzame groei
- De globale richtsnoeren voor het economisch beleid moeten op samenhangende en vastberaden wijze ten uitvoer worden gelegd. Met name bij loonstijgingen moet naar prijsstabiliteit en rentabiliteit van investeringen worden gekeken, en begrotingstekorten moeten verder worden teruggedrongen tot ze op middellange termijn duidelijk onder de referentiewaarde van Maastricht (drie procent van het BBP) zakken. Met een dergelijk beleid worden de voorwaarden gecreëerd voor verdere dalingen van de reële rentevoeten en voor een stijging van werkgelegenheid scheppende investeringen.
Zorg voor een betere werking van de produkt- en dienstenmarkten, bevordering van de ondernemingszin en handhaving van een gezonde leefomgeving
- De voltooiing van de interne markt moet worden ondersteund door een krachtig concurrentiebeleid om de te starre regulering van de produkt- en dienstenmarkten (b.v. de telecommunicatie- en energiemarkten) ongedaan te maken. Een aantal structurele beperkingen moet worden weggewerkt om, met name in de dienstensector, de mogelijkheden voor het creëren van bedrijven en banen ten volle te kunnen benutten.
- Bij een stabiele economische groei moet de bijdrage van het midden- en kleinbedrijf tot verbetering van de werkgelegenheid worden geoptimaliseerd door het bestaande juridische, fiscale en financiële kader beter aan hun specifieke behoeften aan te passen en door deze bedrijven aan te moedigen in opleiding te investeren.
- Om het aantal banen dat milieubescherming kan genereren zo groot mogelijk te maken, moet dit beleid in grotere mate dan tot nu het geval is geweest steunen op - ook fiscale - marktgerichte instrumenten. De overheden moeten ook lange-termijninvesteringen in milieuvriendelijke technologieën aanmoedigen in belangrijke sectoren als energie, vervoer en landbouw.
Tenuitvoerlegging van de vijf prioriteiten van Essen voor de hervorming van de arbeidsmarkten
De tenuitvoerlegging van de vijf prioriteiten van Essen dient te worden voortgezet en geïntensiveerd door middel van meerjarenprogramma's waarin de nadruk wordt gelegd op de volgende punten :
- het investeren in opleiding moet verder worden verbeterd ; de prioriteit moet gaan naar het verhogen van de kansen op de arbeidsmarkt van - vooral laaggeschoolde, onervaren - werklozen en een vermindering van het aantal niet adequaat opgeleide mensen op de arbeidsmarkt door te voorzien in opleidingen die beter sporen met de veranderende behoeften van de arbeidsmarkt en opleiding binnen de bedrijven te bevorderen. Relatieve stabiliteit van het personeelsbestand in de bedrijven zal de efficiëntie van deze maatregelen verhogen.
- Goede praktijken inzake arbeidspatronen en arbeidsduur moeten in grotere mate worden ontwikkeld en verspreid. Zij moeten leiden tot een toename van de werkgelegenheid, en er moeten maatregelen worden genomen om de arbeidsplaatsen in kwestie op te waarderen.
- Plaatselijke ontwikkelingsinitiatieven moeten worden aangemoedigd door te streven naar actieve betrokkenheid van de plaatselijke autoriteiten en partners en door verbetering van de juridische, fiscale en financiële voorwaarden voor de ontwikkeling van nieuwe werkgelegenheidsgebieden.
- Dank zij de inspanningen van de sociale partners kon de loonmatiging worden gehandhaafd, de huidige trend naar flexibeler loononderhandelingen aangemoedigd en een nauwere band gelegd tussen loonstructuren en productiviteit. Het verdient aanbeveling om deze inspanning in het kader van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid te continueren en te intensiveren om het grootst mogelijke aantal arbeidsplaatsen te scheppen.
- Binnen de marge waarover de Regeringen beschikken om hun fiscale stabiliteit te vrijwaren, zouden zij ernaar moeten streven de trend van de laatste jaren naar hogere belasting van arbeid om te buigen. Het belastingregime voor de lagere inkomensniveaus moet worden herzien om de onnodige belemmeringen voor de werkgelegenheid, die voortvloeien uit regressieve belastingschalen in zowel de inkomstenbelasting als de sociale-zekerheidsbijdragen, weg te werken.
Er moet een evaluatie komen van de gevolgen van gerichte verlagingen van de sociale-zekerheidsbijdragen op de werkgelegenheid. Het selecteren van sectoren moet worden aangegrepen om vooral de aanwerving van moeilijk plaatsbare arbeidskrachten aan te moedigen, om het scheppen van banen te bevorderen, met name op de nieuwe sociale en plaatselijke gebieden, en om bijkomende aanwervingen door de bedrijven te stimuleren.
- De overgang van een passief naar een actief arbeidsmarktbeleid moet worden aangemoedigd en geïntensiveerd om met name de kansen op de arbeidsmarkt van zeer kansarme groepen te vergroten alsook de stimulans voor werkgevers om hen aan te werven. Daartoe moeten werkgelegenheidsbureaus ertoe worden aangezet om hun taak als arbeidsbemiddelaar beter te vervullen, en enige concurrentie kan daarbij van pas komen. Het verstrekken van informatie aan werkzoekenden en werkgevers moet worden geïntensiveerd. Er moet worden voorzien in technische en financiële bijstand bij het actief zoeken naar een baan.
Voorts moeten de stelsels voor werkloosheidsuitkeringen verder worden verbeterd zodat elke aanzet om niet te gaan werken wordt weggewerkt zonder afbreuk te doen aan het hoge niveau van sociale bescherming. De beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt moet strikter worden gecontroleerd. Bijstandsregelingen die raakvlakken vertonen met stelsels van werkloosheidsuitkeringen moeten worden herzien om "verdoken" transfers van werklozen van het ene stelsel naar het andere te voorkomen.
- Er moeten meer inspanningen worden gedaan ten gunste van groepen die uitzonderlijk hard door werkloosheid worden getroffen :
. jongeren : de Lid-Staten en de sociale partners moeten de weg banen voor hun integratie op de arbeidsmarkt. Alle jongeren moeten het onderwijs, de opleiding en de beroepservaring krijgen die nodig is om werk te kunnen vinden ;
. langdurig werklozen : de Lid-Staten en de sociale partners moeten een actiever beleid voeren om langdurige werkloosheid te voorkomen. Alle werklozen moeten kansen tot herscholing of herintegratie krijgen voor zij als langdurig werklozen worden beschouwd.
Oudere werknemers moeten de kans krijgen om hun beroepservaring en werkkracht ten volle te benutten. Zij moeten in aanmerking komen voor opleiding en daartoe worden aangemoedigd ;
. vrouwen : bevordering van gelijke kansen op alle domeinen van het overheidsbeleid met gevolgen voor de werkgelegenheid, een actief beleid van desegregatie op de arbeidsmarkt, waarbij een nieuwe visie op deeltijdse arbeid als overgangsmaatregel wordt aangehangen, en verzoening van gezins- en arbeidsleven voor mannen en vrouwen.
6. De Structuurfondsen moeten systematischer worden aangewend als mechanisme ter ondersteuning van de strategie van Essen.
Follow-up
7. De uitwisselingen en samenwerking die op communautair niveau tot stand zijn gekomen in de follow-up van de conclusies van Essen getuigen van de toegevoegde waarde van een gemeenschappelijke strategie en van een dialoog over werkgelegenheid.
Om deze werkwijze aan te moedigen, moet een stabiele structuur worden opgezet om de Raad (Sociale Zaken) in partnerschap met het Comité voor economische politiek bij te staan in werkgelegenheidskwesties.
De analyse van de met werkgelegenheid gerelateerde beleidsgebieden is een essentieel hulpmiddel in dit proces. Aanbevolen wordt om vanaf 1996 op basis van geharmoniseerde statistieken en verdere kwalitatieve criteria een reeks gemeenschappelijke indicatoren ter ondersteuning van deze analyse te ontwikkelen.
Dit proces moet de komende jaren vooral door de nationale meerjarenprogramma's verder worden ontwikkeld.
De Europese Raad van eind 1996 moet een gelegenheid worden om, op basis van een gezamenlijk verslag van de Raad (Ecofin en Sociale Zaken) en de Commissie, de vooruitgang te beoordelen die op het gebied van de bovenstaande beleidsaanbevelingen is geboekt en de samenwerking op dit gebied te verstevigen. In deze context moet daarbij speciale aandacht gaan naar de jongeren, de langdurig werklozen en de gelijkheid van kansen.
BIJLAGE 3
TERRORISME
VERKLARING VAN LA GOMERA
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
verwijzend naar de informele bijeenkomst van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken van de Lid-Staten van 14 oktober 1995 te La Gomera,
CONSTATEERT dat het terrorisme
- voor de democratie, de vrije uitoefening van de mensenrechten en de economische en sociale ontwikkeling een gevaar vormt waarvan geen enkele Lid-Staat van de Europese Unie zich vrij kan achten,
- vooral als gevolg van acties met fundamentalistische inslag is toegenomen,
- zodanige grensoverschrijdende afmetingen heeft aangenomen dat het niet efficiënt door elke Lid-Staat individueel met eigen middelen bestreden kan worden,
- strategieën ontwikkelt en vormen gebruikt uit de internationale georganiseerde criminaliteit,
- misbruik zou kunnen maken van mogelijke verschillen in justitiële behandeling tussen de Staten om op straffeloosheid aan te sturen,
IS VAN MENING dat de bestrijding van het terrorisme, één van de zwaarste vormen van criminaliteit, onder de aangelegenheden van gemeenschappelijk belang in het Verdrag betreffende de Europese Unie als prioritair is aangemerkt,
VERKLAART dat een efficiënte preventie en bestrijding van daden van terrorisme een ingrijpende coördinatie tussen de Lid-Staten vereist en dat met het oog hierop de politiële en justitiële samenwerking moet worden verbeterd door :
- meer operationele informatie over terroristische organisaties uit te wisselen, ten einde hun activiteiten, met name op het gebied van de wapenhandel, de financiering en de witwasoperaties, beter in kaart te brengen,
- de coördinatie en de samenwerking tussen de justitiële autoriteiten te verbeteren om de kans op straffeloosheid uit te schakelen,
- personen die schuldig zijn aan daden van terrorisme, conform het internationale verdragsrecht aan de bevoegde justitiële autoriteiten uit te leveren, om ze te laten berechten en in voorkomend geval hun straf te laten ondergaan.
BIJLAGE 4
BESTRIJDING VAN RACISME EN VREEMDELINGENHAAT
1. Adviescommissie Racisme en Vreemdelingenhaat
De Adviescommissie heeft van de Europese Raad een mandaat gekregen om haar werkzaamheden voort te zetten, om in nauwe samenwerking met de Raad van Europa de haalbaarheid van een Europees Waarnemingscentrum voor uitingen van racisme en vreemdelingenhaat te bestuderen.
Tijdens de tweede helft van 1995 heeft de Adviescommissie in vier vergaderingen onder het Voorzitterschap van de heer KAHN zowel de technisch-wetenschappelijke als de juridisch-institutionele aspecten van het toekomstige Waarnemingscentrum besproken.
De Adviescommissie heeft een tussentijds verslag over haar bevindingen opgesteld ten behoeve van de Europese Raad van Madrid (doc. 12008/95 RAXEN 58). In dat verslag worden de taken van een waarnemingscentrum omschreven, evenals de oplossingen die worden overwogen met betrekking tot de eventuele rechtsgrondslag. De Adviescommissie wil haar studie voor de Europese Raad van juni 1996 beëindigd hebben.
2. Raad Justitie en Binnenlandse Zaken
a) Justitiële samenwerking
Op voorstel van het Voorzitterschap heeft de Raad een op artikel K.3 van het VEU gebaseerd ontwerp van een gemeenschappelijk optreden ter bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat besproken. Met dit ontwerp wordt beoogd om de internationale justitiële samenwerking bij de bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat te vergemakkelijken door hetzij te voorzien in een strafbaarstelling van bepaalde racistische of xenofobe gedragingen, hetzij, bij gebrek daaraan en in afwachting van de eventuele aanneming van de nodige bepalingen, af te zien van het beginsel van de dubbele strafbaarstelling. Het vraagstuk van de vorm van het rechtsinstrument en van het eventuele dwingende karakter ervan, alsmede de overige nog niet opgeloste vraagstukken, worden voorgelegd aan de Europese Raad van Madrid (doc. 12089/95 JUSTPEN 163 ).
b) Politiële samenwerking
Op basis van de conclusies van het seminar van Toledo over de opleiding van politiemensen op het gebied van racisme en vreemdelingenhaat (6-8 november 1995), heeft de Raad (JBZ) aan de bevoegde instanties opgedragen om een op Titel VI van het VEU gebaseerd besluit uit te werken ter verbetering van de opleiding van de docenten van politiescholen en van de basisopleiding van de politiediensten, alsmede tot invoering van een schema voor permanente bijscholing om racistische en xenofobe verschijnselen beter te begrijpen en te analyseren, zodat goed kan worden ingespeeld op concrete situaties (doc. 11727/95 ENFOPOL 148).
Begin december zal in Amsterdam een Europese Conferentie over de multiculturele samenleving worden georganiseerd.
3. Raad Arbeid en Sociale Zaken
Op voorstel van het Voorzitterschap hebben de Raad en de Vertegenwoordigers van de Regeringen van de Lid-Staten, in het kader van de Raad bijeen, op 5 oktober 1995 de resolutie aangenomen over sociale en arbeidsaspecten van de bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat (doc. 9935/95 SOC 301 RAXEN 42).
In die resolutie wordt de Lid-Staten gevraagd om maatregelen te nemen voor :
- een betere bescherming van personen tegen discriminatie,
- bestrijding van discriminatie op het werk,
- het stimuleren van samenwerking en de uitwisseling van ervaringen tussen de Lid-Staten op het gebied van de methodes en werkwijzen ter bevordering van de sociale cohesie,
- de ontwikkeling van de eerbied voor de diversiteit en de gelijkheid van alle mensen en van de tolerantie,
- de ontwikkeling van rechtsteksten voor autoregulering, zoals bijvoorbeeld gedragscodes, ten behoeve van beroepsmensen uit de mediasector.
4. Raad Onderwijs
Op voorstel van het Voorzitterschap hebben de Raad en de Vertegenwoordigers van de Regeringen van de Lid-Staten, in het kader van de Raad bijeen, op 23 oktober 1995 de resolutie aangenomen over het antwoord dat het onderwijs moet geven op het probleem van racisme en vreemdelingenhaat (doc. 10621/95 EDUC 76 RAXEN 49). In die resolutie wordt nadrukkelijk gewezen op de belangrijke rol die het onderwijs moet spelen op het gebied van de preventie en de bestrijding van vooroordelen en racistische en xenofobe houdingen.
De Lid-Staten wordt verzocht om onder andere de invoering te bevorderen van nieuwe onderwijsmethodes en -programma's die bijdragen tot de ontwikkeling van ideeën zoals vrede, democratie, eerbied voor en gelijkheid van alle culturen, tolerantie en samenwerking.
De Commissie wordt verzocht om in samenwerking met de Lid-Staten :
- te zorgen voor de nodige samenhang tussen alle communautaire programma's ter bevordering van de met onderwijs en opleiding verband houdende aspecten van de strijd tegen racisme en vreemdelingenhaat ;
- de onderdelen van het SOCRATES-programma die op deze vraagstukken betrekking hebben, te benutten om partnerschappen tussen onderwijsinstellingen, uitwisselingen van ervaringen op intercultureel gebied en de opleiding van leerkrachten te bevorderen ;
- ervoor te zorgen dat op onderwijsgebied een goede samenwerking op het gebied van de bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat tussen de Gemeenschap en de internationale organisaties, met name de Raad van Europa.
BIJLAGE 5
FRAUDE
Conclusies van de Raad ECOFIN
over de vergelijkende analyse van de verslagen van de Lid-Staten
inzake de nationale maatregelen ter bestrijding van verspilling en verduistering
van communautaire middelen
A. Aan de hand van de door de Lid-Staten overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Essen opgestelde verslagen en gevolg gevend aan het verzoek van de Europese Raad van Cannes en aan dat van de Raad ECOFIN van 11 juli 1994, heeft de Commissie de balans opgemaakt van de stand van toepassing van artikel 209 A EG en een vergelijkende analyse verricht van de nationale maatregelen ter bestrijding van verspilling en verduistering van communautaire middelen.
De Raad bedankt de Commissie voor de belangrijke vergelijkende analyse- en synthese-arbeid die zij in dit verband verricht heeft en benadrukt dat het een voortgangsverslag betreft, dat als uitgangspunt moet dienen voor de verdere werkzaamheden.
Hoewel de meeste verslagen van de Lid-Staten bevestigen dat het beginsel van gelijkstelling is gerespecteerd, geeft deze vergelijkende analyse denksporen aan voor de toekomstige werkzaamheden op een aantal gebieden waarop nog vorderingen nodig lijken.
B. De Raad is van oordeel dat, om deze vorderingen mogelijk te maken en in de lijn van de conclusies van de Raad ECOFIN van 19 juni 1995, de reflectie in 1996 moet worden voortgezet volgens de hierna aangegeven richtsnoeren, met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de Gemeenschap en de Lid-Staten alsmede hun constitutionele structuren :
1. op het niveau van de Lid-Staten
- de communautaire uitgaven zowel als de inkomsten een adequate bescherming geven, vanuit een alomvattende aanpak van de strijd tegen verspilling en verduistering van communautaire gelden (indien nodig, versterking van de preventie, met name door een verbeterde organisatie van de administratieve diensten, daadwerkelijke toepassing van de administratieve sancties, omzetting van de Overeenkomst aangaande de strafrechtelijke bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen) ;
- de mogelijkheden nagaan voor het ontwikkelen van in de fraudebestrijding gespecialiseerde, pluridisciplinaire structuren die onafhankelijk van de beheerders van de kredieten opereren ;
- de betrouwbaarheid van de nationale controlesystemen toetsen door regelmatige en systematische audits ;
- het gehalte en de homogeniteit van de informatie over de resultaten van de fraudebestrijding verbeteren, ook wat betreft de terugvordering van communautaire gelden, ten einde te voldoen aan de mededelingsverplichtingen als bedoeld in de communautaire regelgeving ;
- de noodzakelijke maatregelen nemen waardoor de controles van de Lid-Staten en de sancties die zij toepassen, een niveau van bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen mogelijk maken dat op het hele communautaire grondgebied gelijkwaardig is ;
- verbetering aanbrengen in de administratieve samenwerking, de operationele banden tussen de diensten die met het vervolgen van ernstige en complexe vormen van fraude zijn belast, de controlemiddelen en -bevoegdheden van de betreffende diensten en de wederzijdse bijstand inzake terugvordering ;
- de procedures voor de terugvordering van de frauduleus gebruikte bedragen versterken ;
2. op communautair niveau
- de Commissie verzoeken, met de Lid-Staten de punten waarop de analyse van de nationale verslagen op nuttige wijze zou kunnen worden aangevuld, uit te werken (bijvoorbeeld, de paragraaf "preventie", de kwestie van de transacties, de resultaten van de controles en de gevolgen die aan opgespoorde fraudegevallen gegeven worden, waaronder terugvordering) ;
- het bevorderen van de invoering van controlemechanismes die leiden tot een niveau van bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen dat op het hele communautaire grondgebied en op alle gebieden die onder de communautaire begroting vallen, gelijkwaardig is, in het kader van de gemeenschappelijke beleidslijn van de Raad met betrekking tot de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen ;
- het stelsel van communautaire administratieve sancties verbeteren en aanvullen in het kader van bovengenoemde gemeenschappelijke beleidslijn ;
- de vereiste vereenvoudigingen en aanpassingen van de toepasselijke wetgeving onderzoeken om beter te kunnen omschrijven welk gedrag van de deelnemers aan het economisch verkeer verwacht wordt (bijvoorbeeld codificatie van de wetgeving) ;
3. in partnerschap
- de analyse van de opgespoorde fraudegevallen en onregelmatigheden uitwerken in overleg tussen de Commissie en de Lid-Staten, om een lijn voor het optreden te bepalen en operationele gegevensbanken op te zetten ;
- de in artikel 209 A, tweede alinea, voorgeschreven samenwerking versterken, door een zo goed mogelijk gebruik van de bevoegdheden tot evaluatie en stimulering van het Raadgevend Comité Coördinatie Fraudebestrijding (COCOLAF), onder meer door daaraan de noodzakelijke aanvullende werkzaamheden toe te vertrouwen voor de follow-up van de nationale verslagen en de vergelijkende analyse wat betreft de door het EG-Verdrag bestreken aspecten ;
- een nog stringenter financieel beheer voeren, voortgaand op de weg die de Commissie al is ingeslagen in het kader van haar programma voor verbetering van het financieel beheer ;
- in het kader van een intensievere samenwerking tussen de Lid-Staten en de Rekenkamer op adequate wijze reageren op de opmerking van deze laatste ;
- in het kader van de samenwerking tussen de Lid-Staten en de communautaire instellingen de samenhang van de controles bevorderen en ongerechtvaardigde herhaling van controles op dezelfde feiten vermijden, volgens het principe van kosteneffectiviteit, onder meer door de aanneming van protocollen tussen de Lid-Staten en de Commissie.
BIJLAGE 6
UITBREIDING
BETREKKINGEN MET DE GEASSOCIEERDE LMOE
IN DE TWEEDE HELFT VAN 1995
De tweede helft van 1995 stond in het teken van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de strategie ter voorbereiding van de geassocieerde landen in Midden- en Oost-Europa op toetreding, die de Europese Raad tijdens zijn zitting op 9 en 10 december 1994 te Essen had uitgestippeld, en werd voorts gekenmerkt door intensivering van de bilaterale betrekkingen van de Unie met de partnerlanden.
Het feit dat er verscheidene ministeriële zittingen, zowel bilateraal (Associatie-overeenkomsten) als multilateraal (gestructureerde dialoog) werden gehouden en dat er op die zittingen belangrijke onderwerpen werden behandeld, bevestigen de juistheid van de gevolgde benadering en tonen de vitaliteit en de groei van de wederzijdse betrekkingen aan.
De wil om bij de Europese Unie te horen, waarvan de geassocieerde landen al herhaaldelijk blijk hebben gegeven, kwam tot uitdrukking in de indiening in 1995 van vier nieuwe verzoeken om toetreding na die welke in 1994 door Hongarije en Polen waren ingediend.
Zo heeft de Raad op 17 juli 1995 voor Roemenië en Slowakije, op 30 oktober 1995 voor Letland en op 4 december 1995 voor Estland besloten de in artikel "O" van het Verdrag betreffende de Europese Unie vastgestelde procedures, die met name voorzien in raadpleging van de Commissie en instemming van het Europees Parlement, in te leiden.
I. BILATERALE BETREKKINGEN
Na de inwerkingtreding van de Europese Associatie-overeenkomsten met Bulgarije, Roemenië, Slowakije en de Tsjechische Republiek en de eerste zittingen van de Associatieraden met deze vier partners in de eerste helft van 1995 hebben de Associatieraden met Hongarije en Polen op 17 juli 1995 hun tweede zitting gehouden. Op elk van laatstgenoemde zittingen heeft de Associatieraad de stand van en de vooruitzichten voor de bilaterale betrekkingen uit hoofde van de Europa-overeenkomsten aan een algemeen onderzoek onderworpen, en daarnaast nog een groot deel van zijn besprekingen gewijd aan twee bijzonder belangrijke vraagstukken : enerzijds de voortgang van het proces van integratie van het partnerland in de Europese Unie in het kader van de strategie ter voorbereiding op de toetreding, en anderzijds de regionale samenwerking en de betrekkingen van goed nabuurschap van elke partner met de andere landen in de regio.
Voorts hebben de Associatiecomités voor de Tsjechische Republiek, Roemenië en Bulgarije - in het institutionele kader van elke Associatie-overeenkomst - op 14 en 15 september, 12 en 13 oktober respectievelijk 9 en 10 november vergaderd, waardoor vooruitgang kon worden geboekt bij de tenuitvoerlegging van de Europa-overeenkomsten.
Tot slot zijn er in de verslagperiode vergaderingen van de parlementaire Associatiecommissies gehouden, en wel op 5 en 6 september met Polen, van 6 tot en met 8 september met Bulgarije, op 16 en 17 september met Roemenië, op 23 en 24 november met Slowakije en op 28 en 29 november met Hongarije () ; ook zijn er interparlementaire vergaderingen gehouden met Litouwen (20 november), Letland (22 november) en Estland (24 november). Op deze vergaderingen, die de gelegenheid boden tot openhartige gedachtenwisselingen over belangrijke vraagstukken, zoals het proces van integratie van de geassocieerde landen in het vooruitzicht van de toetreding, werden de banden tussen het Europees Parlement en de Parlementen van de geassocieerde landen nauwer aangehaald.
II. GESTRUCTUREERDE DIALOOG
In de tweede helft van 1995 is de tenuitvoerlegging van de in Essen vastgestelde gestructureerde dialoog intensief voortgezet ; het sluitstuk van dit proces vormt de uitnodiging van de Staatshoofden en Regeringsleiders van de geassocieerde landen in de marge van de Europese Raad van Madrid. In het kader van deze dialoog zijn er verscheidene ministeriële zittingen gehouden :
Justitie en Binnenlandse Zaken : 25 september ; Landbouw ; 26 september ; Vervoer : 28 september ; Onderwijs : 23 oktober ; Economische en Financiële Vraagstukken : 23 oktober ; Buitenlandse Zaken : 31 oktober ; Interne Markt : 23 november.
- Op de ministeriële zitting "Justitie en Binnenlandse Zaken" werden meer bepaald de volgende onderwerpen besproken : aanpassing van het rechtsstelsel, politie-opleiding, georganiseerde misdaad (drugshandel, witwassen van drugsgeld, handel in gestolen voertuigen) alsmede illegale immigratie. Voorts werd er een programma van gezamenlijke acties op het gebied van justitiële samenwerking tegen de internationale georganiseerde criminaliteit opgezet.
- De Ministers van Landbouw hebben een algemene gedachtenwisseling gehouden waarin de stand van zaken met betrekking tot enerzijds de ontwikkeling van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en anderzijds de situatie van en de vooruitzichten voor de landbouwsector in de geassocieerde landen werd opgemaakt. Bij die gelegenheid ontvouwde de Commissie enkele denkbeelden over de ontwikkeling van het landbouwbeleid in een mondiaal perspectief en in het vooruitzicht van de uitbreiding, nadat de Ministers van de geassocieerde landen hun denkbeelden en prioriteiten hadden uiteengezet. De Commissie zal de Europese Raad van Madrid een verslag voorleggen over alternatieve strategieën die in het vooruitzicht van de toetreding op landbouwgebied kunnen worden gevolgd.
- De zitting van de Ministers van Verkeer had betrekking op drie belangrijke vraagstukken : de marktintegratie in de sector vervoer op basis van een dubbele strategie, namelijk openstelling van de markten en gelijktijdige onderlinge aanpassing van de wetgevingen ; de vervoersinfrastructuur van de geassocieerde landen, waarover werd overeengekomen om met het oog op de vaststelling van prioritaire projecten gezamenlijk een evaluatie van de behoeften op te stellen ; het geïntegreerd vervoerssysteem : er moet een gemeenschappelijke aanpak komen voor de ontwikkeling van dit geïntegreerd vervoerssysteem, via deelneming van de geassocieerde landen aan de communautaire programma-activiteiten in de vervoerssector. Wat dit laatste betreft werd de Commissie, met het oog op de volgende bijeenkomst, verzocht - in het kader van de aanvullende protocollen bij de Europese Associatieovereenkomsten - na te gaan wat de praktische aspecten van die deelneming zijn, met name op het gebied van de financiering van de infrastructuurprojecten.
- De Ministers van Onderwijs hebben de geassocieerde landen nauwer betrokken bij de communautaire programma's SOCRATES, LEONARDO en JEUGD VOOR EUROPA III, die onlangs door de Raad zijn aangenomen voor de periode 1995-2000. De Europese Unie heeft nota genomen van de belangstelling van de geassocieerde landen voor deelneming aan bovengenoemde programma's alsmede van hun prioriteiten en de concrete voorbereidende maatregelen die in elk van deze landen genomen zijn. Deelneming van de geassocieerde landen aan deze programma's zou tot ervaring en voorbeeld kunnen dienen voor deelneming aan andere communautaire programma's.
- De Ministers van Economische Zaken en Financiën hebben gesproken over de hervorming van de financiële sector ; zij stonden met name stil bij de vraagstukken in verband met de hervorming van de banksector en meer bepaald banktoezicht en privatisering van de banken. Een ander belangrijk gesprekspunt was de ontwikkeling van de kapitaalmarkt en de liberalisatie van het kapitaalverkeer. De uitvoerige debatten boden de geassocieerde landen de gelegenheid om uiteen te zetten hoeveel vooruitgang zij reeds op deze gebieden hadden gemaakt en op welke gebieden nauwer samengewerkt zou moeten worden om hen in staat te stellen vooruitgang te boeken bij het proces van integratie in de Interne Markt van de Gemeenschap.
- De zitting van de Ministers van Buitenlandse Zaken - die werd voorbereid door het Comité van Permanente Vertegenwoordigers en de Ambassadeurs van de geassocieerde landen - had in de eerste plaats betrekking op het PHARE-programma en de toekomstige dynamiek ervan als financieel instrument voor de strategie ter voorbereiding van de geassocieerde landen op hun toetreding. Voorts werden er - voor de stabiliteit op het Europese vasteland belangrijke - actuele vraagstukken op het gebied van het buitenlands beleid behandeld : de situatie in het voormalige Joegoslavië en de uitdagingen waarvoor men zich gesteld ziet bij de wederopbouw van de regio ; de verschillende aspecten van het vredesproces in het Midden-Oosten met het oog op het streven naar consolidatie van de vrede en naar bijstand aan de nieuwe Palestijnse Autoriteiten bij de moeilijke taken die zij op zich moeten nemen. Andere belangrijke aangelegenheden konden tijdens een werklunch worden behandeld, namelijk : de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten, de voorbereiding van de Intergouvernementele Conferentie van 1996 en de wijze waarop de gestructureerde dialoog wordt gevoerd, en waarvoor sommige geassocieerde landen suggesties hebben gedaan.
- Tot slot hebben de Ministers die verantwoordelijk zijn voor de Interne Markt zich gebogen over de vraagstukken rond de tenuitvoerlegging van het Witboek over de voorbereiding van de integratie van de geassocieerde landen in de Interne Markt, dat de Commissie aan de Europese Raad te Cannes had voorgelegd. Deze werkzaamheden liggen in de lijn van een lang en ingewikkeld proces dat ten doel heeft de resultaten van de op dit gebied aan de gang zijnde technische werkzaamheden in een passend kader te plaatsen en optimaal te benutten.
III. GBVB
De versterkte politieke dialoog met de geassocieerde landen in Midden- en Oost-Europa, die is ingesteld bij Besluit van de Raad van 7 maart 1994, is in de tweede helft van 1995 gestadig voortgezet. Er zij opgemerkt dat Cyprus en Malta ook bij dit proces betrokken zijn ingevolge een besluit van de Raad van 17 juli 1995.
Naast de zitting van de Ministers van Buitenlandse Zaken op 31 oktober heeft er op 20 oktober 1995 een ontmoeting op het niveau van de Directeuren Politieke Zaken plaatsgevonden. Op die vergadering, waaraan de Baltische Staten voor het eerst deelnamen, hebben de Politieke Directeuren de balans van de werking van de dialoog opgemaakt en bezien hoe deze verder geconsolideerd en versterkt kan worden.
In aansluiting op deze bijeenkomst heeft het Politiek Comité nieuwe richtsnoeren aangenomen voor de versterking van de politieke dialoog met de geassocieerde landen in Midden- en Oost-Europa alsmede met de geassocieerde landen Cyprus en Malta.
Op de volgende gebieden hebben er trojka- of voltallige vergaderingen op het niveau van deskundigen plaatsgevonden : terrorisme (13 juli), UNO (7 september), ontwapening (12 september), veiligheid (19 september), OVSE (22 september), nucleaire non-proliferatie (26 september), chemische en biologische non-proliferatie (4 oktober), drugs (13 oktober), export van conventionele wapens (23 oktober), Mensenrechten (24 oktober), voormalig Joegoslavië (17 november), Midden-Europa en Centraal-Azië (22 november).
De coördinatie in de hoofdsteden van de derde landen alsmede in de internationale organisaties ontwikkelt zich gunstig, met name in het kader van de Verenigde Naties en de eerste Commissie ervan. Dezelfde ontwikkeling kon worden geconstateerd tijdens de onlangs gehouden herzieningsconferentie van het Verdrag van 1980, het Verdrag over de "onmenselijke wapens".
Voorts sluiten de geassocieerde LMOE zich steeds meer aan bij verklaringen die het Voorzitterschap namens de Europese Unie publiceert.
IV. SPECIFIEKE ASPECTEN
Overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Essen wordt momenteel met de geassocieerde landen onderhandeld over aanpassing van de landbouwparagraaf van de Europese Overeenkomsten ingevolge de uitbreiding en de afsluiting van de Uruguay-Ronde, alsmede in het vooruitzicht van ontwikkeling van de handelsbetrekkingen met die landen. In dit verband heeft de Raad op 4 december 1995 aanvullende richtsnoeren aangenomen bij die welke hij in maart jongstleden reeds aan de Commissie had gegeven en die met name enerzijds betrekking hebben op de flexibiliteit op het niveau van de door de Unie toegekende tariefcontingenten en ten tweede op verhoging van die contingenten.
In dit verband heeft de Raad, om verstoringen, zelfs tijdelijke, van de traditionele handelsstromen te voorkomen, op 8 augustus autonome maatregelen voor 1995 genomen betreffende bepaalde in de Europese Overeenkomsten voorziene landbouwconcessies om rekening te houden met het landbouwakkoord dat is gesloten in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguay-Ronde. Deze maatregelen - die zijn genomen op basis van wederkerigheid en met inachtneming van het "standstill"-beginsel - komen bovenop de twee andere reeksen autonome maatregelen die de Raad reeds eerder had aangenomen om rekening te houden met de uitbreiding. Voorts bestuderen de Raadsinstanties momenteel een ontwerp-verordening waarmee wordt beoogd om, door middel van een geconsolideerd dispositief, de drie bestaande verordeningen betreffende autonome maatregelen per 1 januari 1996 te vervangen.
BIJLAGE 7
ONTWERP-VERKLARING OVER HET VOORMALIGE JOEGOSLAVIE
Het conflict in het voormalige Joegoslavië blijft de zwaarste beproeving in de overgang van een verdeeld Europa naar een nieuw Europa, gegrond op de gezamenlijke waarden van democratie, verdraagzaamheid en eerbiediging van de mensenrechten. De Europese Raad verwelkomt met de grootste voldoening, als een belangrijke stap, de ondertekening van het akkoord over vrede in Bosnië-Herzegovina, die op 14 december 1995 te Parijs plaatsvond.
Het vestigen van de vrede in Bosnië-Herzegovina is een buitengewoon belangrijke stap vooruit, niet alleen voor de volkeren van het voormalige Joegoslavië, maar ook voor de internationale gemeenschap in haar geheel. De Europese Raad brengt hulde aan degenen die met hun inspanningen, solidariteit en vastbeslotenheid ertoe hebben bijgedragen dat dit resultaat is bereikt. In dit verband spreekt hij er zijn voldoening over uit dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties de resolutie heeft aangenomen die steun geeft aan de te Parijs ondertekende vredesakkoorden en de bepalingen daarvan zowel op civiel als militair gebied ten uitvoer brengt.
Het is nu aan de partijen hun verantwoordelijkheden voor de volledige toepassing van het akkoord op zich te nemen ten einde definitief een eind te maken aan de oorlog.
De Europese Raad bevestigt de wil van de Europese Unie substantieel bij te dragen tot de uitvoering van het vredesakkoord voor Bosnië-Herzegovina op basis van de standpunten die zijn neergelegd in de conclusies van de Raad van 30 oktober en 4 december 1995. De Europese Raad onderschrijft de conclusies van de Conferentie van Londen en acht het noodzakelijk dat de vastgestelde structuren zo spoedig mogelijk tot stand worden gebracht.
Wat de naaste toekomst betreft formuleert de Europese Raad de volgende prioriteiten :
- hij benadrukt dat het van urgent belang is dat de uit het voormalige Joegoslavië voortgekomen staten elkaar erkennen ;
- hij uit zijn bezorgdheid over de onzekere situatie waarin de Servische bevolking van Sarajevo momenteel verkeert. Hij herinnert de autoriteiten van de Republiek Bosnië-Herzegovina eraan dat het hun taak is ervoor te zorgen dat heel Sarajevo in veiligheid kan leven en de multi-etnische co-existentie te herstellen ;
- hij herhaalt dat de Europese Unie bereid is een bijdrage te leveren tot de uitvoering van de civiele aspecten van het vredesakkoord. Hij roept de internationale gemeenschap op in het kader van een billijke verdeling van de lasten eveneens een bijdrage te leveren tot die inspanning.
Hij bevestigt de wil van de EU om haar humanitaire hulp in het voormalige Joegoslavië voort te zetten zolang dat nodig is. Ook bevestigt hij het recht van vluchtelingen en ontheemden om vrij en onder veilige omstandigheden naar hun huizen terug te keren in het hele grondgebied van het voormalige Joegoslavië of om een billijke compensatie te ontvangen als fundamenteel beginsel.
- hij benadrukt het belang van een spoedige oplossing van het probleem van Oost-Slavonië voor het totale vredesproces in de regio. Met het oog daarop verzoekt hij de partijen de onderhandelingen voort te zetten volgens het basisakkoord voor het gebied van Oost-Slavonië, Baranja en West-Sirmium. Hij verzoekt de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties ervoor te zorgen dat dat akkoord volledig wordt toegepast door aanneming van een uitvoerbaar mandaat, gebaseerd op de inrichting van een doeltreffend voorlopig bestuur en de inzet van een geloofwaardige, met voldoende middelen uitgeruste internationale troepenmacht.
De Europese Raad constateert het historische belang van de successen die in de laatste weken zijn geboekt, doch is zich er ten volle van bewust dat er nog een omvangrijke taak wacht. Het is nog niet zover dat wij onze inspanningen kunnen verminderen, integendeel, er moet volharding en moed aan de dag gelegd worden. De Europese Raad zal in deze geest voortgaan.
BIJLAGE 8
STRATEGIE VAN DE EUROPESE UNIE VOOR DE TOEKOMSTIGE BETREKKINGEN
TUSSEN DE EU EN RUSLAND
1. Goede betrekkingen tussen de EU en een democratisch Rusland zijn essentieel voor de stabiliteit in Europa. De EU hecht daarom groot belang aan een sterke partnerschapsrelatie met Rusland om het democratisch en economisch hervormingsproces te bevorderen, de naleving van de mensenrechten te versterken, de vrede, de stabiliteit en de veiligheid te consolideren om te vermijden dat er in Europa nieuwe scheidslijnen ontstaan en om de volledige integratie van Rusland in de gemeenschap van vrije en democratische naties tot stand te brengen. De PSO biedt voor het opbouwen van zulke betrekkingen met Rusland een goede fundering.
De evolutie van de Europese veiligheidsarchitectuur moet een weerspiegeling zijn van het feit dat de veiligheid in Europa alomvattend en ondeelbaar is en samenwerking vergt en van de volledige erkenning van Ruslands plaats daarin.
2. Met het oog daarop neemt de EU in de context van de vier punten van de conclusies van de Raad van 17 juli 1995 de volgende elementen aan met het oog op haar gemeenschappelijke aanpak voor de betrekkingen met Rusland.
Bijdrage aan de democratische hervormingen in Rusland
3. - Voortzetting van de steun voor de verdere ontwikkeling van de democratie, de rechtsstaat en het pluralisme in Rusland ;
- bevordering van een hecht en een onafhankelijk rechtsapparaat en versterking van de vrijheid van de media ;
- een spoedig Russisch lidmaatschap van de Raad van Europa.
4. De steun van de EU voor het verwezenlijken van deze doelstellingen zou verleend kunnen worden in de vorm van maatregelen zoals :
- regelmatig overleg en technische bijstand op deze gebieden ;
- actieve bevordering van contacten tussen elkaars burgers en uitwisselingen op alle niveaus ;
- steun voor regionale samenwerking in een grote reeks sectoren ;
- het sturen van waarnemers naar de Russische parlements- en presidentsverkiezingen ;
- steun voor de toetreding van Rusland tot de Raad van Europa.
Economische samenwerking
5. De EU moet het volgende aanmoedigen :
- de onomkeerbare consolidatie van de economische hervormingen in Rusland die, door economische groei en gestadige stijging van de levensstandaard, de stabiliteit in de Russische maatschappij bevorderen en de democratie in dat land versterken,
- de integratie van Rusland in de internationale economie volgens de markteconomische principes en de zo spoedig mogelijke toetreding tot de WTO en vervolgens tot de andere internationale economische instellingen waarvan Rusland nog geen lid is,
- de ontwikkeling van handel en investeringen en van harmonische economische betrekkingen tussen de partijen op basis van de beginselen van de markteconomie om aldus een duurzame ontwikkeling bij de partijen te bevorderen,
- het scheppen, zoals voorzien in de PSO, van de noodzakelijke voorwaarden voor de toekomstige instelling van een vrijhandelsgebied tussen de Gemeenschap en Rusland dat vrijwel alle onderlinge handel in goederen bestrijkt en van de voorwaarden voor de vrijheid van vestiging van bedrijven, van grensoverschrijdende handel in diensten en van kapitaalverkeer,
- de toenemende integratie tussen Rusland en een ruimere regio van samenwerking in Europa,
- regionale samenwerking tussen Rusland en zijn buurlanden overeenkomstig de OVSE-beginselen,
- de toepassing door Rusland van een gezond macro-economisch beleid dat samen met het IMF opgesteld is,
- de toepassing door Rusland van in internationaal verband opgestelde veiligheidsbeginselen voor nucleaire installaties,
- de verbetering van de bescherming van het milieu in Rusland in overeenstemming met het beginsel van de duurzame ontwikkeling,
- het voltooien en consolideren van het juridisch kader in Rusland voor economische activiteiten en het streven naar toenemende verenigbaarheid van de Russische wetgeving met de wetgeving in de Unie.
6. Methodes :
- het zo spoedig mogelijk van kracht worden van de interimovereenkomst en de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst en de voortzetting van de samenwerking op de in deze overeenkomsten omschreven specifieke gebieden
- het onderhandelen over het sluiten van nieuwe bilaterale overeenkomsten als bedoeld in de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst. Dergelijke overeenkomsten moeten benut worden om intensievere handelsbetrekkingen en samenwerking met Rusland met het oog op zijn omschakeling op de markteconomie tot stand te brengen.
De verbetering van de markttoegang in bepaalde sectoren zoals financiële diensten moet speciale aandacht krijgen
- het steunen van de moeite die Rusland zich getroost om te voldoen aan de voorwaarden voor de toetreding tot de WTO en andere internationale instellingen waarvan Rusland nog geen lid is
- er moeten studies worden gemaakt om vast te stellen welke belemmeringen er zijn voor grotere handels- en investeringsstromen. Een aantal kwesties moet nader onderzocht worden, vooral de gevolgen ervan voor onze respectieve economieën en de vereiste aanpassing van wetgeving, beide met het oog op het Russische lidmaatschap van de WTO en rekening houdend met de relevante bepalingen van de PSO over een mogelijke instelling van een vrijhandelszone tussen de EU en Rusland. De vorderingen van Rusland op de weg naar een markteconomie moeten regelmatig onderzocht worden
- verbetering van de dialoog tussen beide partijen via de bestaande instrumenten over vraagstukken in verband met handel en investeringen
- voortzetting van de ondersteuning van de Russische economische hervormingen via het TACIS-programma waarvan de zichtbaarheid verbeterd moet worden
- het versterken van de regionale samenwerking met Rusland in de regio's Oostzee, Barentsz-zee en Zwarte Zee.
Samenwerking op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken
7. De EU moet de samenwerking in aangelegenheden op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken versterken door het benadrukken van de doelstellingen van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst.
Veiligheidsvraagstukken
8. De EU dient te zorgen voor transparantie in de Westeuropese veiligheidsbesluiten, in het bijzonder die welke met uitbreiding te maken hebben, om rekening te houden met de Russische bezorgdheid en om bestaande verkeerde voorstellingen dienaangaande weg te nemen en Rusland er opnieuw van te verzekeren dat die besluiten de veiligheid van Rusland niet in gevaar brengen maar leiden tot een verbeterde veiligheid in Europa als geheel. Dit doel moet op zodanige wijze worden nagestreefd dat zowel de volledige
autonomie van de Westeuropese veiligheidsstructuren wat besluiten over de eigen institutionele ontwikkelingen en een eventuele uitbreiding aangaat, als het soevereine recht van iedere staat om vrij zijn eigen veiligheidsregelingen te treffen zoals erkend in de OVSE-documenten, geëerbiedigd worden.
9. Deze doelstellingen kunnen verwezenlijkt worden door maatregelen zoals :
- het in het kader van het bestaand instrumentarium ontwikkelen van een open, stabiele en substantiële dialoog en partnerschapsrelatie tussen de Unie en Rusland op het gebied van de veiligheid, met inbegrip van relevante aspecten op het gebied van ontwapening, non-proliferatie, controle op wapenuitvoer, conflictpreventie en -beheersing ;
- bestudering, met Rusland, van de haalbaarheid van gezamenlijke initiatieven inzake aangelegenheden van wederzijds belang op het gebied van veiligheid en ontwapening en inzake nieuwe uitdagingen (zoals de preventie van illegale handel in splijtbaar materiaal, samenwerking in non-proliferatieaangelegenheden ...) ;
- het vestigen van de aandacht van Rusland op projecten in verband met veiligheidsvraagstukken die in aanmerking komen voor steunprogramma's van de EU (omschakeling van de defensiesector, nucleaire veiligheid, enz.) ;
- samenwerking bij het opstellen van een gemeenschappelijk en alomvattend veiligheidsmodel voor het Europa van de 21e eeuw. Indien en wanneer dienstig kunnen in OVSE-kader gemeenschappelijke initiatieven met Rusland worden ontwikkeld ;
- Rusland aanmoedigen zijn deelname in de NACC, de PFP ten volle te benutten en waar passend zijn evoluerende mogelijkheden voor een dialoog met de NAVO te benutten ;
- Rusland aanmoedigen zijn tot ontwikkeling komende contacten met de WEU ten volle te benutten ;
- Rusland en de Midden- en Oosteuropese landen aanmoedigen hun betrekkingen van goed nabuurschap te consolideren en regionale samenwerkingsregelingen te ontwikkelen in overeenstemming met de normen voor internationale betrekkingen. De EU moet de haar ter beschikking staande middelen aanwenden om regionale acties, met name in het Baltische gebied en wat betreft de follow-up van het Stabiliteitspact in het kader van de OVSE, rechtstreeks te steunen.
Buitenlands beleid
10. - Steun voor de vreedzame regeling van geschillen in het GOS-gebied met volledige eerbiediging van de soevereine rechten en voor de ontwikkeling van initiatieven op het gebied van vrijwillige regionale en economische samenwerking ;
- het bevorderen van een constructieve dialoog tussen Rusland, de EU en de andere Westerse partners en van samenwerking in internationale organisaties ;
- het stimuleren van Ruslands betrokkenheid bij de handhaving van de vrede in overeenstemming met het Handvest van de VN en de beginselen en doelstellingen van de OVSE.
11. Deze doeleinden kunnen bereikt worden door middel van maatregelen zoals
- implementatie en verdere ontwikkeling van reeds overeengekomen politieke raadpleging op alle niveaus, met inbegrip van het hoogste politieke niveau ;
- de uitwisseling van ervaringen in het voeren van buitenlands beleid. In deze context zouden uitwisselingen over het formuleren van een buitenlands beleid en de organisatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, bijvoorbeeld juridische afdelingen, bijzonder nuttig zijn ;
- het ontwikkelen van regelmatige contacten in passende internationale organisaties en bilateraal ;
- meer aandacht voor de OVSE als belangrijk forum voor het ontwikkelen van een brede politieke dialoog met Rusland.
°
° °
12. Op basis van de hierboven genoemde doelstellingen en prioriteiten zal de Raad een besluit nemen over een actieprogramma met daarin de details van de maatregelen op korte en lange termijn die kunnen worden genomen.
BIJLAGE 9
VERKLARING VAN DE EUROPESE RAAD OVER RUSLAND
De Europese Raad is van oordeel dat de parlementsverkiezingen die op 17 december in Rusland plaatsvinden een belangrijke stap zijn naar de consolidatie van de constitutionele instellingen en de verankering van de democratische beginselen in het politieke leven van het land.
Hij hoopt dat dit proces, dat in 1996 wordt voortgezet met de presidentsverkiezing, de eerbiediging van de mensenrechten en de consolidatie van vrede, stabiliteit en veiligheid in Europa, alsmede de verdieping van goede betrekkingen met de Europese Unie zal versterken.
Met het oog daarop steunt de Europese Unie ten volle een spoedige toetreding van Rusland tot de Raad van Europa en herhaalt hij vastbesloten te zijn steun te zullen blijven geven aan het proces van democratische en economische hervorming.
Hij rekent op de inwerkingtreding van de interimovereenkomst op 1 februari 1996 die onze betrekkingen een betere grondslag zal verschaffen in afwachting van een zo spoedig mogelijke bekrachtiging van de overeenkomst voor partnerschap en samenwerking.
BIJLAGE 10
DE NIEUWE TRANSATLANTISCHE AGENDA
Wij, de Verenigde Staten van Amerika en de Europese Unie, bevestigen onze overtuiging dat de banden tussen onze volkeren tegenwoordig nog even sterk zijn als de afgelopen vijftig jaar. Meer dan vijftig jaar lang al is het transatlantisch partnerschap de drijvende kracht geweest achter het streven naar vrede en voorspoed voor onszelf en voor de wereld. Gezamenlijk hielpen wij tegenstanders tot bondgenoten worden, en dictaturen tot democratieën. Gezamenlijk hebben wij instellingen en samenwerkingsmodellen opgezet die zorgden voor onze veiligheid en economische kracht. Dat waren roemvolle wapenfeiten.
Maar wij zien ons op dit moment geconfronteerd met nieuwe uitdagingen, zowel binnen als buiten onze grenzen. Om die aan te gaan moeten wij het partnerschap dat ons zulke goede diensten heeft bewezen, verder versterken en aanpassen. Uitdagingen binnen onze grenzen mogen geen voorwendsel zijn om onze ogen te sluiten voor wat zich buiten die grenzen afspeelt ; wij kunnen van elkaars ervaringen leren en werken aan een nieuwe transatlantische verstandhouding. Wij moeten eerst en vooral gebruik maken van de kans die de historische veranderingen in Europa ons bieden om de democratie en de vrije-markteconomie op het hele continent te consolideren.
Wij delen een gemeenschappelijke strategische visie op de toekomstige veiligheid in Europa. Gezamenlijk hebben wij een koers uitgezet die gericht is op een duurzame vrede in Europa tot in de volgende eeuw. Wij willen ons inzetten voor de opbouw van een nieuwe Europese veiligheidsstructuur waarin de Noordatlantische Verdragsorganisatie (NAVO), de Europese Unie (EU), de Westeuropese Unie (WEU), de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en de Raad van Europa complementaire en elkaar versterkende rollen te spelen zullen hebben.
Wij bevestigen opnieuw de ondeelbaarheid van de transatlantische veiligheid. De NAVO blijft voor haar leden het centrale orgaan van de transatlantische veiligheid, en zorgt voor de onmisbare verbinding tussen Noord-Amerika en Europa. Een verdere aanpassing van de politieke en militaire structuren van het Bondgenootschap om zowel het volledige spectrum van al zijn taken als de ontwikkeling van de opkomende Europese Veiligheids- en Defensie-identiteit recht te doen, zal de Europese pijler van het Bondgenootschap versterken.
De autonome maar elkaar aanvullende processen in verband met de toetreding van nieuwe leden tot de NAVO en de EU zouden een significante bijdrage aan een grotere veiligheid, stabiliteit en voorspoed in heel Europa moeten leveren. De verdere ontwikkeling van het Partnerschap voor de Vrede en de Noordatlantische Samenwerkingsraad en de instelling van een partnerschap voor veiligheid tussen de NAVO en Rusland en tussen de NAVO en Oekraïne zullen leiden tot een nooit eerder geziene samenwerking op veiligheidsgebied.
Wij versterken de OVSE zodat zij haar vermogen om destabiliserende regionale conflicten te bezweren, kan waarmaken en het vooruitzicht van vrede, veiligheid, voorspoed en democratie voor allen dichterbij kan brengen.
Onze gemeenschappelijke veiligheid wordt nog vergroot door de versteviging en de herbevestiging van de banden tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten in het kader van het bestaande netwerk van onderlinge betrekkingen.
Onze economische betrekkingen zijn de grondslag van onze veiligheid en vergroten onze welvaart. Wij onderhouden met elkaar de belangrijkste handels- en investeringsrelatie ter wereld. Op ons rust een bijzondere verantwoordelijkheid om multilaterale inspanningen te laten uitmonden in een opener wereldhandels- en investeringsbestel. Onze samenwerking heeft iedere wereldwijde handelsovereenkomst mogelijk gemaakt, van Kennedy-Ronde tot Uruguay-Ronde. Via de G-7 werken wij samen om wereldwijde groei te bevorderen. In het kader van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) ontwikkelen wij strategieën om structurele werkloosheid te bestrijden en ons aan te passen aan demografische veranderingen.
Wij zijn vastbesloten om een Nieuwe Transatlantische Markt tot stand te brengen waardoor er meer handels- en investeringsmogelijkheden zullen komen en de werkgelegenheid aan beide zijden van de Atlantische Oceaan zal toenemen. Dit initiatief zal mede bijdragen tot de dynamiek van de wereldeconomie.
Op de drempel van een nieuwe eeuw ligt er een nieuwe wereld voor ons open waaraan wij vorm kunnen geven - een wereld vol kansen en mogelijkheden, maar met net zulke ernstige problemen als die waarmee vorige generaties geconfronteerd zijn. Alleen als de hele internationale samenleving de handen ineenslaat zal het mogelijk zijn die problemen aan te pakken en die mogelijkheden volledig te benutten. Wij zullen in het kader van de Verenigde Naties en andere multilaterale fora bilateraal met anderen samenwerken.
Wij zijn vastbesloten om ons politieke en economische partnerschap te versterken, zodat wij een invloedrijke kracht in dienst van het goede kunnen zijn. Te dien einde zullen wij voortbouwen op het uitgebreide overleg dat is ingesteld bij de Transatlantische Verklaring van 1990 en de conclusies van onze Topconferentie van juni 1995 en overgaan tot gemeenschappelijk optreden.
Vandaag nemen wij een Nieuwe Transatlantische Agenda aan op basis van een actiekader met vier hoofddoelstellingen :
Bevordering van vrede en stabiliteit, democratie en ontwikkeling in de hele wereld. Gezamenlijk zullen wij werken aan een steeds stabieler en welvarender Europa en ons inzetten voor democratie en economische hervormingen zowel in Midden- en Oost-Europa als in Rusland, Oekraïne en de andere Nieuwe Onafhankelijke Staten (NOS), voor vrede in het Midden-Oosten, voor een groter respect voor de mensenrechten, voor de non-proliferatie van kernwapens, alsmede voor ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp.
Aanpak van mundiale uitdagingen. Wij zullen samen de internationale misdaad, de drugshandel en het terrorisme bestrijden, de noden van vluchtelingen en ontheemden lenigen, het milieu beschermen en ziekten bestrijden.
Bijdragen aan de uitbreiding van de wereldhandel en nauwere economische betrekkingen. Gezamenlijk zullen wij het multilaterale handelssysteem versterken, alsook concrete en praktische maatregelen treffen ter bevordering van nauwere economische banden tussen ons beide.
Verbetering van de transatlantische verstandhouding. Gezamenlijk zullen wij met mensen uit het bedrijfsleven en uit het onderwijs, alsmede met wetenschappers en anderen samenwerken om de communicatie te verbeteren en ervoor te zorgen dat de toekomstige generaties zich evenzeer als wij blijven inzetten voor een volledig en gelijkwaardig partnerschap.
In dit kader hebben wij een uitgebreid Gezamenlijk Actieprogramma EU-VS uitgewerkt. Wij zullen vóór onze volgende Top bijzondere voorrang geven aan de volgende acties :
I. BEVORDERING VAN VREDE EN STABILITEIT, DEMOCRATIE EN ONTWIKKELING IN DE GEHELE WERELD
- Wij verbinden ons ertoe doortastend en voortvarend met elkaar en met andere partners samen te werken om vrede te bewerkstelligen, te helpen bij het herstel van de door de oorlog geteisterde gebieden van het voormalige Joegoslavië en de economische en politieke hervormingen en de nieuwe democratische instellingen te steunen. Wij zullen samenwerken om te zorgen voor : (1) de naleving van de mensenrechten, de rechten van minderheden en de rechten van vluchtelingen en ontheemden, meer bepaald het recht op terugkeer ; (2) eerbied voor het werk van het Oorlogstribunaal dat door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties is ingesteld om ervoor te zorgen dat oorlogsmisdadigers ter verantwoording worden geroepen voor de internationale gemeenschap ; (3) de instelling van een kader voor vrije en eerlijke verkiezingen in Bosnië-Herzegovina zodra de omstandigheden zulks veroorloven, en (4) de tenuitvoerlegging van het overeengekomen proces van wapenbeheersing, ontwapening en vertrouwenwekkende maatregelen. Wij zullen humanitaire hulp blijven bieden en daarnaast, mits de bepalingen van de vredesregeling worden uitgevoerd, bijdragen tot de wederopbouw in het kader van een zo ruim mogelijk opgezette verdeling van de lasten over de diverse donoren en met gebruikmaking van de ervaring van internationale instellingen, de Europese Commissie en alle relevante bilaterale donoren in het kader van het coördinatiemechanisme.
- Wij zullen de landen van Midden- en Oost-Europa steunen bij hun pogingen om hun economie te herstructureren en hun democratische en markteconomische instellingen te versterken. Hun inzet voor democratische regeringsstelsels, respect voor minderheden, mensenrechten, de markteconomie en betrekkingen van goed nabuurschap zal hun integratie in onze instellingen vergemakkelijken. Wij treffen thans maatregelen voor het intensiveren van onze samenwerking op het vlak van informatie-uitwisseling, coördinatie van hulpprogramma's en het ontwikkelen van gemeenschappelijke acties, milieubescherming en het waarborgen van de veiligheid van hun kerncentrales.
- Wij zijn vastbesloten intensiever samen te werken ter consolidering van de democratie en de stabiliteit in Rusland, Oekraïne en andere Nieuwe Onafhankelijke Staten. Wij zullen met deze landen samenwerken om de democratische instellingen en de markthervormingen te versterken, het milieu te beschermen, de veiligheid van hun kerncentrales te waarborgen en hun integratie in de internationale economie te bevorderen. Bij een duurzaam en stabiel veiligheidssysteem voor Europa moeten ook deze landen betrokken zijn. Wij zijn van plan te blijven werken aan een nauw partnerschap met een democratisch Rusland. Wij menen dat een onafhankelijk, democratisch, stabiel en kernwapenvrij Oekraïne zal bijdragen tot de veiligheid en stabiliteit in Europa, en wij zullen samenwerken om de democratische en economische hervormingen in Oekraïne te ondersteunen.
- Wij zullen de Turkse regering steunen in haar streven naar versterking van de democratie en het doorvoeren van economische hervormingen om de verdere integratie van Turkije in de transatlantische gemeenschap te bevorderen.
- Wij zullen toewerken naar een oplossing voor de kwestie Cyprus, rekening houdend met de verwachte toetreding van Cyprus tot de Europese Unie. Wij zullen de bemiddelingsopdracht van de Secretaris-Generaal van de VN ondersteunen en de dialoog tussen en met de Cyprische gemeenschappen aanmoedigen.
- Wij bevestigen opnieuw dat wij het bereiken van een rechtvaardige, duurzame en alomvattende vrede in het Midden-Oosten blijven steunen. Wij zullen voortbouwen op de recente successen in het Vredesproces, met inbegrip van de moedige initiatieven van Jordanië en Israël ; daartoe zullen wij onze inspanningen coördineren om reeds gesloten akkoorden te steunen en in een grotere kring vrede tot stand te brengen. Wij nemen nota van de belangrijke mijlpaal die is bereikt met de ondertekening van de Israëlisch-Palestijnse Interimovereenkomst ; wij zullen een actieve rol vervullen op de Conferentie over economische bijstand aan de Palestijnen, steun verlenen aan de Palestijnse verkiezingen en ons beijveren voor verbetering van de toegang tot onze markten voor produkten uit de westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Wij zullen de betrokken partijen in de regio aanmoedigen om de conclusies van de Top van Amman ten uitvoer te leggen en daarvoor steun verlenen. Wij zullen tevens onze inspanningen voortzetten om vrede tussen Israël, Libanon en Syrië te bevorderen ; wij zullen energiek streven naar opheffing van de Arabische boycot van Israël.
- Wij verbinden ons ertoe nauwer samen te werken bij onze preventieve en crisisdiplomatie, effectief te reageren op acute humanitaire crisissituaties, duurzame ontwikkeling en de opbouw van democratische samenlevingen te bevorderen en de mensenrechten te steunen.
- Wij zijn overeengekomen om onze activiteiten op het gebied van ontwikkeling en humanitaire hulp te coördineren, en ter zake samen te werken en gezamenlijk op te treden. Te dien einde zullen wij een Raadgevende Groep op hoog niveau instellen om de vooruitgang die wordt geboekt bij bestaande initiatieven onder de loupe te nemen, de beleidsmaatregelen en prioriteiten te evalueren, en projecten en regio's aan te wijzen waar de samenwerking verder kan worden versterkt.
- Wij zullen nauwer samenwerken bij het opstellen van een blauwdruk voor de economische en sociale hervorming van de VN. Wij zullen tevens samenwerken bij het zoeken naar de dringend noodzakelijke oplossingen voor de financiële crisis waarin de VN verkeren. Wij zijn vastbesloten om onze verbintenissen, met inbegrip van onze financiële verplichtingen, gestand te doen. Tegelijkertijd moeten de VN hun middelen gebruiken voor de meest prioritaire aangelegenheden en hervormingen doorvoeren om hun fundamentele doelstellingen te kunnen verwezenlijken.
- Wij zullen steun verlenen aan de Korean Peninsula Energy Development Organisation (KEDO) om aldus aan te geven dat wij gezamenlijk iets willen doen aan de ernstige problematiek van de proliferatie in de wereld.
II. AANPAK VAN MUNDIALE UITDAGINGEN
- Wij zijn vastbesloten tot een nieuwe aanpak te komen bij onze gezamenlijke strijd tegen de internationale criminaliteit, de drugshandel en het terrorisme. Wij verplichten ons tot een actieve en praktische samenwerking tussen de VS en EUROPOL, de toekomstige Europese Politiedienst. Wij zullen gezamenlijk steun bieden en meewerken aan lopende opleidingsprogramma's en instellingen voor wetshandhaving in Midden- en Oost-Europa, Rusland, Oekraïne, andere Nieuwe Onafhankelijke Staten en andere delen van de wereld.
- Wij zullen samenwerken met het oog op een versterking van de multilaterale inspanningen om het milieu overal ter wereld te beschermen, alsmede om milieubeleidstrategieën voor een duurzame wereldwijde groei te ontwikkelen. Wij zullen gecoördineerde onderhandelingsposities innemen met betrekking tot de belangrijkste mundiale milieukwesties, zoals klimaatverandering, de afbraak van de ozonlaag, persistente organische verontreinigende stoffen, woestijnvorming en erosie, alsmede verontreinigde bodems. Wij nemen gecoördineerde initiatieven om milieutechnologieën te verspreiden en de volksgezondheidsrisico's van gevaarlijke stoffen, met name de blootstelling aan lood, te verminderen. Wij zullen onze bilaterale samenwerking op het gebied van chemicaliën, biotechnologie en luchtverontreiniging versterken.
- Wij zullen werk maken van de ontwikkeling en invoering van een doeltreffend mundiaal systeem voor vroegtijdige waarschuwing en een bewakingsnetwerk voor nieuwe en terugkerende besmettelijke ziekten, zoals AIDS en het Ebola-virus, en wij zullen ons inzetten om de uitwisselingen op dit gebied bij opleiding en beroepsuitoefening uit te breiden. Wij zullen gezamenlijk een beroep doen op andere landen zich bij ons aan te sluiten en aldus dergelijke ziekten doeltreffender te bestrijden.
III. BIJDRAGEN AAN DE UITBREIDING VAN DE WERELDHANDEL EN NAUWERE ECONOMISCHE BETREKKINGEN
- We hebben een bijzondere verantwoordelijkheid om het multilaterale handelsstelsel te versterken, de Wereldhandelsorganisatie te ondersteunen en voor te gaan bij het openen van de markten voor handel en investeringen.
- Wij zullen bijdragen aan de uitbreiding van de wereldhandel door onze in de Uruguay-Ronde aangegane verplichtingen volledig na te komen, te streven naar voltooiing van nog niet afgeronde kwesties volgens het overeengekomen tijdschema en door te bevorderen dat de ministeriële bijeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie in december 1996 te Singapore een succes wordt en concrete resultaten oplevert. In deze context zullen wij nagaan of het mogelijk is overeenstemming te bereiken over een wederzijds bevredigend pakket van tariefverlagingen voor industrieprodukten ; voorts zullen wij nagaan welke tarifaire verplichtingen van de Uruguay-Ronde eventueel versneld ten uitvoer kunnen worden gelegd. Gezien het belang van de informatiemaatschappij ondernemen wij thans specifieke pogingen om een overeenkomst inzake informatietechnologie te sluiten.
- Wij zullen in het kader van de OESO samen aanwerken op de succesvolle afsluiting van een multilaterale investeringsovereenkomst die krachtige beginselen behelst met betrekking tot de internationale liberalisering en bescherming van investeringen. Tegelijkertijd zullen wij ernaar streven de discussie over dit onderwerp met onze partners in de WTO op gang te brengen. Wij zullen in de daartoe geëigende fora aandacht vragen voor de problemen die zich voordoen wanneer de handel raakvlakken heeft met milieuzorg, internationaal erkende arbeidsnormen en mededingingsbeleid. Wij zullen samenwerken bij het scheppen van aanvullende handelsmogelijkheden, zowel bilateraal als wereldwijd, in overeenstemming met onze WTO-verbintenissen.
- Zonder afbreuk te doen aan onze samenwerking binnen multilaterale fora zijn wij overeengekomen een nieuwe transatlantische markt te creëren door het geleidelijk verminderen of uit de weg ruimen van barrières die het verkeer van goederen, diensten en kapitaal tussen ons beiden belemmeren. Wij zullen gezamenlijk onderzoeken op welke wijze de handel in goederen en diensten kan worden bevorderd en zowel tarifaire als non-tarifaire belemmeringen verder verminderd of helemaal uit de weg geruimd kunnen worden.
- Wij zullen de samenwerking op regelgevend gebied versterken, met name door de regelgevende lichamen aan te moedigen hoge prioriteit aan de samenwerking met hun transatlantische tegenhangers te geven om technische en andere non-tarifaire handelsbelemmeringen die uit uiteenlopende regelgeving voortvloeien, aan te pakken. Wij zullen er naar streven zo spoedig mogelijk een overeenkomst te sluiten betreffende de wederzijdse erkenning van overeenstemmingsbeoordelingen (waaronder certificerings- en testprocedures) voor bepaalde sectoren. Wij zullen de lopende werkzaamheden in diverse sectoren voortzetten en nagaan welke andere sectoren daarvoor in aanmerking komen.
- Wij zullen ernaar streven om vóór het eind van 1996 een overeenkomst te sluiten betreffende samenwerking en wederzijdse bijstand op douanegebied tussen de Europese Gemeenschap en de VS.
- Ten einde onze volkeren de mogelijkheid te bieden ten volle te profiteren van de nieuw ontwikkelde informatietechnologie en de desbetreffende diensten, zullen wij streven naar de verwezenlijking van een Transatlantische Informatiemaatschappij.
- Gezien de prioriteit die aan het scheppen van banen moet worden gegeven, pleiten wij voor samenwerking in het verlengde van de Werkgelegenheidsconferentie van Detroit en het initiatief van de Top van de G-7. Wij zijn voornemens de samenwerking voort te zetten bij de voorbereiding van de Werkgelegenheidsconferentie in het kader van de G-7 in Frankrijk, tijdens de volgende Top van de G-7 in de zomer van 1996, alsmede in andere fora zoals de OESO. Wij zullen gezamenlijk een werkgroep instellen die zich zal bezighouden met werkgelegenheid en arbeidsmarktvraagstukken.
IV. VERBETERING VAN DE TRANSATLANTISCHE VERSTANDHOUDING
- Wij erkennen dat de steun van de bevolking voor ons partnerschap versterkt en uitgebreid moet worden. Te dien einde zullen wij trachten de commerciële, sociale, culturele, wetenschappelijke en educatieve banden tussen onze volkeren nauwer aan te halen. Wij verbinden ons ertoe om bij de huidige en de toekomstige generaties het wederzijds begrip en het saamhorigheidsgevoel, die de periode na de oorlog hebben gekenmerkt, te blijven voeden.
- Wij zullen deze ambitieuze doelstellingen niet kunnen verwezenlijken zonder de steun van de zakenwereld aan beide zijden van de oceaan. Wij zullen de transatlantische zakendialoog steunen - en de ontwikkeling daarvan aanmoedigen - als integrerend deel van onze bredere inspanning om onze bilaterale dialoog te versterken. De succesvolle conferentie van prominenten uit het zakenleven van de EU en de VS, welke op 10/11 november 1995 plaatsvond te Sevilla, was een belangrijke stap in die richting. Een aantal van de aanbevelingen die daarbij werden gedaan, zijn reeds in ons Actieprogramma verwerkt en wij zullen een concrete follow-up van andere aanbevelingen in overweging nemen.
- Wij zullen er actief naar streven, vóór 1997 tot een nieuwe, alomvattende EG/VS-samenwerkingsovereenkomst inzake wetenschap en technologie te komen.
- Wij geloven dat de onlangs gesloten EG/VS-Overeenkomst inzake samenwerking op het gebied van onderwijs en beroepsopleiding als katalysator kan dienen voor een breed spectrum van innoverende samenwerkingsactiviteiten die van rechtstreeks belang zijn voor studenten en docenten. Wij zullen nagaan op welke wijze de steun van de particuliere sector voor educatieve uitwisselingen alsmede voor studiebeurzen- en stageprogramma's kan worden uitgebreid. Wij zullen streven naar de invoering van nieuwe technologieën op de scholen, waardoor onderwijsinstellingen in de EU in contact kunnen komen met die in de VS. Voorts zullen wij het onderricht van elkaars taal, geschiedenis en cultuur stimuleren.
Parlementaire banden
Wij hechten veel belang aan nauwere parlementaire banden. Wij zullen de parlementaire leiders aan beide zijden van de oceaan raadplegen over nieuwe overlegmechanismen, mede in het verlengde van de bestaande instituties, voor het bespreken van kwesties die verband houden met ons transatlantische partnerschap.
Uitvoering van onze agenda
De nieuwe Transatlantische Agenda is een algemene verklaring over de vele gebieden waarop wij onze gemeenschappelijke actie en samenwerking richten. Wij hebben de Groep Hoge Ambtenaren verzocht toezicht te houden op deze agenda en in het bijzonder de door ons vastgestelde prioritaire maatregelen. Wij zullen onze regelmatig terugkerende Topontmoetingen benutten om de geboekte vooruitgang te evalueren en onze prioriteiten bij te stellen en te herzien.
Gedurende de afgelopen vijftig jaar hebben de transatlantische betrekkingen de hoeksteen gevormd van de veiligheid en de welvaart van onze volkeren. Onze aspiraties voor de toekomst moeten verder reiken dan hetgeen wij in het verleden reeds tot stand hebben gebracht.
BIJLAGE 11
MIDDELLANDSE-ZEEGEBIED
VERKLARING VAN BARCELONA,
AANGENOMEN TIJDENS DE EUROPEES-MEDITERRANE CONFERENTIE
(27/28 november 1995)
De Raad van de Europese Unie, vertegenwoordigd door zijn Voorzitter, de heer Javier SOLANA, Minister van Buitenlandse Zaken van Spanje,
De Europese Commissie, vertegenwoordigd door de heer Manuel MARIN, Vice-Voorzitter,
Duitsland, vertegenwoordigd door de heer Klaus KINKEL, Plaatsvervangend Bondskanselier, Minister van Buitenlandse Zaken,
Algerije, vertegenwoordigd door de heer Mohamed Salah DEMBRI, Minister van Buitenlandse Zaken,
Oostenrijk, vertegenwoordigd door mevrouw Benita FERRERO-WALDNER, Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,
België, vertegenwoordigd door de heer Erik DERYCKE, Minister van Buitenlandse Zaken,
Cyprus, vertegenwoordigd door de heer Alecos MICHAELIDES, Minister van Buitenlandse Zaken,
Denemarken, vertegenwoordigd door de heer Ole Loensmann POULSEN, Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,
Egypte, vertegenwoordigd door de heer Amr MOUSSA, Minister van Buitenlandse Zaken,
Spanje, vertegenwoordigd door de heer Carlos WESTENDORP, Staatssecretaris voor de Europese Gemeenschappen,
Finland, vertegenwoordigd door mevrouw Tarja HALONEN, Minister van Buitenlandse Zaken,
Frankrijk, vertegenwoordigd door de heer Hervé de CHARETTE, Minister van Buitenlandse Zaken,
Griekenland, vertegenwoordigd door de heer Károlos PAPOULIAS, Minister van Buitenlandse Zaken,
Ierland, vertegenwoordigd door de heer Dick SPRING, Vice-minister-president, Minister van Buitenlandse Zaken,
Israël, vertegenwoordigd door de heer Ehud BARAK, Minister van Buitenlandse Zaken,
Italië, vertegenwoordigd door mevrouw Susanna AGNELLI, Minister van Buitenlandse Zaken,
Jordanië, vertegenwoordigd door de heer Abdel-Karim KABARITI, Minister van Buitenlandse Zaken,
Libanon, vertegenwoordigd door de heer Fares BOUEZ, Minister van Buitenlandse Zaken,
Luxemburg, vertegenwoordigd door de heer Jacques F. POOS, Vice-minister-president, Minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Samenwerking
Malta, vertegenwoordigd door prof. Guido DE MARCO, Vice-minister-president, Minister van Buitenlandse Zaken,
Marokko, vertegenwoordigd door de heer Abdellatif FILALI, Minister-president, Minister van Buitenlandse Zaken,
Nederland, vertegenwoordigd door de heer Hans van MIERLO, Vice-minister-president, Minister van Buitenlandse Zaken,
Portugal, vertegenwoordigd door de heer Jaime GAMA, Minister van Buitenlandse Zaken,
het Verenigd Koninkrijk, vertegenwoordigd door de heer Malcolm RIFKIND QC MP, Minister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken,
Syrië, vertegenwoordigd door de heer Farouk AL-SHARAA, Minister van Buitenlandse Zaken,
Zweden, vertegenwoordigd door mevrouw Lena HJELM-WALLEN, Minister van Buitenlandse Zaken,
Tunesië, vertegenwoordigd door de heer Habib Ben YAHIA, Minister van Buitenlandse Zaken,
Turkije, vertegenwoordigd door de heer Deniz BAYKAL, Vice-minister-president, Minister van Buitenlandse Zaken,
de Palestijnse Autoriteit, vertegenwoordigd door de heer Yassir ARAFAT, President van de Palestijnse Autoriteit,
deelnemend aan de Europees-mediterrane Conferentie van Barcelona :
- het strategisch belang van de Middellandse Zee onderstrepend en gedreven door de wens aan hun toekomstige betrekkingen een nieuwe dimensie toe te voegen op basis van alomvattende samenwerking en solidariteit, die past bij de bevoorrechte aard van de door het nabuurschap en de geschiedenis gesmede banden ;
- zich ervan bewust dat de nieuwe politieke, economische en sociale problemen aan weerszijden van de Middellandse Zee gemeenschappelijke uitdagingen vormen die een alomvattende, gecoördineerde aanpak vergen ;
- vastbesloten daartoe hun betrekkingen in te bedden in een multilateraal en duurzaam kader waarbinnen de partnerschapsidee centraal staat en het eigen karakter en de specifieke waarden en kenmerken van elk van de deelnemers geëerbiedigd worden ;
- overwegende dat dit multilaterale kader het complement is van versterkte bilaterale betrekkingen, die beschermd moeten worden en waarvan het specifieke karakter moet worden benadrukt ;
- onderstrepend dat dit Europees-mediterrane initiatief niet bedoeld is om de plaats in te nemen van andere acties en initiatieven ten behoeve van de vrede, de stabiliteit en de ontwikkeling van de regio, doch tot het welslagen daarvan zal bijdragen. De deelnemers betuigen hun steun voor een rechtvaardige, alomvattende en duurzame vredesregeling in het Midden-Oosten op basis van de desbetreffende resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en van de principes die in de uitnodiging voor de Conferentie van Madrid over vrede in het Midden-Oosten zijn genoemd, met inbegrip van het principe "land in ruil voor vrede", met alles wat dat met zich meebrengt ;
- ervan overtuigd dat de hoofddoelstelling, te weten het omvormen van het Middellandse-Zeegebied tot een gebied waarin de dialoog, de onderlinge contacten en samenwerking zorgen voor vrede, stabiliteit en welvaart, alleen kan worden bereikt als voldaan is aan de volgende voorwaarden die stuk voor stuk essentiële elementen van het partnerschap vormen : versterking van de democratie en eerbiediging van de rechten van de mens, een duurzame en evenwichtige economische en sociale ontwikkeling, maatregelen ter bestrijding van de armoede en het aankweken van een beter begrip van elkaars cultuur,
komen overeen een alomvattend partnerschap tussen de deelnemende partijen (het Europees-mediterrane partnerschap) tot stand te brengen door middel van een intensiever geregelde politieke dialoog, uitbreiding van economische en financiële samenwerking en sterkere nadruk op de sociale, de culturele en de menselijke dimensie, de drie krachtlijnen waarin het Europees-mediterrane partnerschap tot uiting komt.
PARTNERSCHAP OP HET GEBIED VAN POLITIEK EN VEILIGHEID : OMSCHRIJVING VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE RUIMTE VAN VREDE EN STABILITEIT
De deelnemers zijn ervan overtuigd dat vrede, stabiliteit en veiligheid in het Middellandse-Zeegebied een gemeenschappelijk goed zijn en zij verbinden zich ertoe dat goed met alle middelen waarover zij beschikken te versterken en ervoor te ijveren. Daartoe komen zij overeen geregeld een versterkte politieke dialoog te voeren die gebaseerd is op de eerbiediging van essentiële internationale rechtsbeginselen, en onderschrijven zij opnieuw een aantal gemeenschappelijke doelstellingen op het gebied van interne en externe stabiliteit.
In deze geest gaan zij in de onderstaande beginselverklaring de volgende verbintenissen aan :
- zij handelen overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, alsmede andere internationale rechtsverplichtingen, met name die welke voortvloeien uit regionale en internationale instrumenten waarbij zij partij zijn ;
- zij brengen de rechtsstaat en de democratie tot stand in hun politieke bestel, maar erkennen in dat verband dat elk van hen, het recht heeft te kiezen voor een eigen politiek, socio-cultureel, en economisch systeem en rechtsstelsel en dat in alle vrijheid te ontwikkelen ;
- zij eerbiedigen de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en waarborgen de daadwerkelijke wettige uitoefening van die rechten en vrijheden, waaronder vrije meningsuiting, vrijheid van vereniging met vreedzaam oogmerk en vrijheid van denken, geweten en godsdienst, zowel individueel als samen met andere leden van dezelfde groep, zonder discriminatie op grond van ras, nationaliteit, taal, godsdienst of geslacht ;
- zij stellen zich positief op tegenover de uitwisseling van gegevens, in de vorm van een dialoog tussen de partijen, over kwesties in verband met de mensenrechten, de fundamentele vrijheden, racisme en vreemdelingenhaat ;
- zij eerbiedigen en staan borg voor de eerbiediging van de diversiteit en het pluralisme in hun maatschappij, bevorderen de verdraagzaamheid tussen de verschillende maatschappelijke groepen en bestrijden uitingen van onverdraagzaamheid, racisme en vreemdelingenhaat. De deelnemers leggen de nadruk op het belang van adequate vorming inzake mensenrechten en fundamentele vrijheden ;
- zij eerbiedigen hun soevereine gelijkheid, alsmede alle rechten die inherent zijn aan hun soevereiniteit, en komen hun overeenkomstig het internationale recht aangegane verplichtingen te goeder trouw na ;
- zij eerbiedigen de gelijke rechten van volkeren en hun recht op zelfbeschikking en handelen daarbij immer in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en met de desbetreffende normen van het internationale recht, met inbegrip van de normen met betrekking tot de territoriale integriteit van de Staten zoals die in overeenkomsten tussen partijen zijn vervat ;
- zij onthouden zich in overeenstemming met de normen van het internationale recht, van rechtstreekse of onrechtstreekse inmenging in de interne aangelegenheden van een andere partner ;
- zij eerbiedigen de territoriale integriteit en de eenheid van elk van de andere partners ;
- zij leggen hun geschillen op vreedzame wijze bij, doen een beroep op alle partijen om af te zien van het gebruik van geweld of de dreiging daarmee, tegen de territoriale integriteit van een andere deelnemer, waaronder ook het met geweld verkrijgen van gebied wordt verstaan, en bevestigen het recht op integrale soevereiniteitsuitoefening met wettige middelen, overeenkomstig het VN-Handvest en het internationale recht ;
- zij intensiveren hun samenwerking ter preventie en bestrijding van het terrorisme, met name via bekrachtiging en toepassing van de door hen aanvaarde internationale instrumenten, via toetreding tot dergelijke instrumenten en via eventuele andere passende maatregelen ;
- zij binden samen de strijd aan tegen de uitbreiding en de diversificatie van de georganiseerde criminaliteit, alsmede tegen de drugsplaag in al haar aspecten ;
- zij bevorderen de veiligheid in de regio door onder meer voor niet-verspreiding van kernwapens en chemische en biologische wapens te ijveren via toetreding tot en naleving van een reeks internationale en regionale non-proliferatieregelingen en overeenkomsten inzake wapenbeheersing en ontwapening, zoals het NPV, het CWC, het BTWC, het CTBT en/of regionale regelingen, zoals wapenvrije zones en de bijbehorende verificatieregelingen, en voeren tevens te goeder trouw de verbintenissen uit die zij zijn aangegaan in het kader van overeenkomsten inzake wapenbeheersing, ontwapening en non-proliferatie.
De partijen streven naar een wederzijds doeltreffend controleerbare zone in het Midden-Oosten die vrij is van massavernietigingswapens (kernwapens, chemische en biologische wapens) en lanceersystemen daarvoor.
- Voorts bezinnen de partijen zich op praktische maatregelen om de verspreiding van kernwapens en chemische en biologische wapens te verhinderen en een buitensporige accumulatie van conventionele wapens te voorkomen ;
- zij bouwen geen grotere militaire capaciteit op dan gewettigd is uit hoofde van hun defensiebehoeften, en bevestigen tegelijkertijd dat zij naar dezelfde mate van veiligheid en wederzijds vertrouwen streven bij zo laag mogelijke strijdmacht- en bewapeningsniveaus, en toetreding tot het CCW ;
- zij zetten zich in voor een gunstig klimaat om hun onderlinge betrekkingen van goed nabuurschap uit te breiden en verlenen steun aan processen die gericht zijn op stabiliteit, veiligheid, welvaart en regionale en subregionale samenwerking ;
- zij bestuderen eventuele vertrouwenwekkende en veiligheidsmaatregelen van de partijen gezamenlijk, met het oog op de totstandbrenging van een "Mediterrane ruimte van vrede en stabiliteit", met op termijn de mogelijkheid dat daartoe een Europees-mediterraan pact wordt gecreëerd.
ECONOMISCH EN FINANCIEEL PARTNERSCHAP : TOTSTANDBRENGING VAN EEN GEBIED VAN GEDEELDE WELVAART
De deelnemers benadrukken het belang dat zij hechten aan een duurzame en evenwichtige economische en sociale ontwikkeling ten einde hun doelstelling inzake totstandbrenging van een zone van gedeelde welvaart te kunnen verwezenlijken.
De partners geven toe dat het schuldenvraagstuk moeilijkheden kan veroorzaken voor de economische ontwikkeling van de landen van het Middellandse-Zeegebied. Gezien het belang van hun betrekkingen komen zij overeen de dialoog voort te zetten om in de desbetreffende instanties vooruitgang te boeken.
Aangezien de partners gemeenschappelijke uitdagingen moeten confronteren, ook al zullen die van partner tot partner verschillen, stellen de deelnemers zich op lange termijn het volgende ten doel :
- versnelling van het proces van duurzame sociaal-economische ontwikkeling ;
- verbetering van de levensomstandigheden van de bevolking, stimulering van de werkgelegenheid en verkleining van de ontwikkelingskloof in het Europees-mediterrane gebied ;
- bevordering van regionale samenwerking en integratie.
Ten einde deze doelstellingen te bereiken komen de deelnemers overeen een economisch en financieel partnerschap op te zetten dat met inachtneming van de verschillende ontwikkelingsniveaus gebaseerd zal zijn op :
- de geleidelijke totstandbrenging van een vrijhandelszone ;
- de tenuitvoerlegging van een passende economische samenwerking en gecoördineerde actie op de desbetreffende gebieden ;
- een wezenlijke verhoging van de financiële bijstand van de Europese Unie voor haar partners.
a) Vrijhandelszone
De vrijhandelszone wordt tot stand gebracht door de nieuwe Europees-mediterrane overeenkomsten en vrijhandelsovereenkomsten tussen de partners van de Europese Unie. De partijen hebben het jaar 2010 als streefdatum gesteld voor de geleidelijke totstandbrenging van deze zone die het grootste deel van het handelsverkeer zal omvatten, zulks met inachtneming van de door de WTO opgelegde verplichtingen.
Met het oog op de geleidelijke ontwikkeling van de vrijhandel in dit gebied worden tarifaire en non-tarifaire handelsbelemmeringen voor industrieprodukten geleidelijk afgeschaft volgens tijdschema's waarover tussen de partners moet worden onderhandeld ; uitgaande van de traditionele handelsstromen en voor zover het respectieve landbouwbeleid van de partners zulks toelaat en met inachtneming van de resultaten van de GATT-onderhandelingen, wordt de handel in landbouwprodukten geleidelijk geliberaliseerd via wederzijdse preferentiële toegang tussen de partners ; de handel in diensten waaronder het recht op vestiging wordt geleidelijk geliberaliseerd, rekening houdend met de GATS-overeenkomst.
De deelnemers besluiten de weg te effenen voor de geleidelijke totstandbrenging van deze vrijhandelszone door :
- de aanneming van passende maatregelen op het gebied van oorsprongsregels, certificering, bescherming van de intellectuele en industriële eigendomsrechten en mededinging ;
- een beleid na te streven en te ontwikkelen dat berust op de beginselen van de markteconomie en op de integratie van hun economieën met inachtneming van hun respectieve behoeften en ontwikkelingsniveaus ;
- de economische en sociale structuren aan te passen en te moderniseren, waarbij voorrang wordt gegeven aan de bevordering en ontwikkeling van de particuliere sector, de verbetering van de produktieve sector en de instelling van een passend institutioneel en regelgevingskader voor een markteconomie. Tevens zullen zij trachten de eventuele negatieve gevolgen van deze aanpassing op sociaal gebied te verzachten door programma's ten behoeve van de armste bevolkingsgroepen te stimuleren ;
- de mechanismen voor de ontwikkeling van de overdracht van technologie te stimuleren.
b) Economische samenwerking en gecoördineerde actie
De samenwerking zal meer bepaald worden ontwikkeld in de hierna genoemde gebieden ; in dit verband :
- erkennen de deelnemers dat de economische ontwikkeling moet worden ondersteund door het interne spaarwezen, grondslag van de investeringen, en door buitenlandse rechtstreekse investeringen. Zij beklemtonen het grote belang van het scheppen van een gunstig investeringsklimaat, in het bijzonder via het geleidelijk wegwerken van de hinderpalen voor investeringen die zouden kunnen leiden tot de overdracht van technologie en tot verhoging van de produktie en uitvoer ;
- bevestigen zij dat regionale samenwerking op basis van vrijwilligheid, met name met het oog op de ontwikkeling van het handelsverkeer tussen de partnerlanden zelf, een sleutelfactor is bij het bevorderen van de totstandbrenging van een vrijhandelszone ;
- stimuleren zij de ondernemingen om met elkaar overeenkomsten te sluiten en verbinden zij zich ertoe deze samenwerking en de modernisering van de industrie te bevorderen door een bedrijfsvriendelijk klimaat en dito regelgevend kader tot stand te brengen. Zij achten de aanneming en de tenuitvoerlegging van een programma voor technische bijstand aan het MKB noodzakelijk ;
- onderstrepen zij hun onderlinge afhankelijkheid op milieugebied, die een regionale aanpak en een uitbreiding van de samenwerking, alsmede een betere coördinatie van de lopende multilaterale programma's vergt. Zij bevestigen in deze context dat zij gehecht zijn aan het Verdrag van Barcelona en het actieplan voor het Middellandse-Zeegebied. Zij erkennen dat het van belang is de economische ontwikkeling te verzoenen met de bescherming van het milieu, dat het milieu in de relevante aspecten van het economisch beleid moet meespelen en dat de eventuele negatieve gevolgen voor het milieu moeten worden verzacht. Zij verbinden zich ertoe om voor de korte en middellange termijn een prioritair actieprogramma vast te stellen, mede in verband met de bestrijding van woestijnvorming, en de passende technische en financiële steunmaatregelen voornamelijk op deze acties toe te spitsen ;
- erkennen zij de sleutelrol die vrouwen spelen bij de ontwikkeling en verbinden zij zich ertoe om hun actieve deelneming aan het economisch en sociaal leven en bij de werkgelegenheidsschepping te bevorderen ;
- onderstrepen zij het belang van de instandhouding en het rationele beheer van de visbestanden en van een betere samenwerking bij het onderzoek naar de visbestanden, met inbegrip van de aquacultuur, en verbinden zij zich ertoe opleiding en wetenschappelijk onderzoek te stimuleren en de totstandbrenging van gemeenschappelijke instrumenten te overwegen ;
- erkennen zij de spilfunctie van de energiesector in het economische Europees-mediterrane partnerschap en besluiten zij de samenwerking te versterken en de dialoog op het gebied van het energiebeleid te intensifiëren. Ook besluiten zij adequate kadervoorwaarden te scheppen voor de investeringen en de activiteiten van de energiebedrijven, en samen te werken om zodanige voorwaarden te scheppen dat die ondernemingen de energienetwerken kunnen uitbreiden en de koppeling ervan kunnen bevorderen ;
- erkennen zij dat de watervoorziening tezamen met een juist beheer en een juiste ontwikkeling van de watervoorraden, prioritaire onderwerpen zijn voor alle mediterrane partners en dat de samenwerking op deze gebieden moet worden opgevoerd ;
- komen zij overeen samen te werken aan de modernisering en herstructurering van de landbouw en om de geïntegreerde plattelandsontwikkeling te stimuleren. De samenwerking zal worden geconcentreerd op technische bijstand en scholing, steun voor het beleid van de partners dat gericht is op diversifiëring van de produktie, de vermindering van afhankelijkheid op het gebied van de voedselvoorziening en de bevordering van milieuvriendelijke landbouw. Ook komen zij overeen samen te werken voor de uitroeiing van illegale teelten en de ontwikkeling van de daardoor getroffen regio's.
De deelnemers zijn het er tevens over eens om op andere gebieden samen te werken. In dit verband :
- benadrukken zij het belang van de ontwikkeling en verbetering van de infrastructuur, met name door het opzetten van een efficiënt vervoerssysteem, de ontwikkeling van informatietechnologieën en de modernisering van de telecommunicatie. Daartoe komen zij overeen om een programma van prioriteiten op te stellen ;
- verbinden zij zich ertoe zich te houden aan de beginselen van het internationaal zeerecht, met name voor wat betreft de vrije dienstverrichting op het gebied van het internationaal vervoer en de vrije toegang tot internationale lading. Het resultaat van de lopende multilaterale handelsbesprekingen over zeevervoerdiensten in het kader van de WTO zal in aanmerking worden genomen, wanneer daarover een akkoord is bereikt ;
- verbinden zij zich ertoe de samenwerking te stimuleren tussen de plaatselijke gemeenschappen en ten behoeve van de regionale planning ;
- erkennen zij dat wetenschap en technologie van grote invloed zijn op de sociaal-economische ontwikkeling, komen zij overeen de capaciteit en de ontwikkeling van het wetenschappelijk onderzoek te versterken, bij te dragen tot de opleiding van wetenschappelijk en technisch personeel, de deelneming aan gezamenlijke onderzoeksprojecten te bevorderen, uitgaande van de totstandbrenging van wetenschappelijke netwerken ;
- komen zij overeen de samenwerking op statistisch gebied te bevorderen ten behoeve van de harmonisatie van methodieken en uitwisseling van gegevens.
c) Financiële samenwerking
De deelnemers zijn van mening dat de totstandbrenging van een vrijhandelszone en het welslagen van het Europees-mediterrane partnerschap afhankelijk zijn van een significante verhoging van de financiële bijstand die in de eerste plaats moet bijdragen tot een duurzame inheemse ontwikkeling en tot activering van het plaatselijke bedrijfsleven. Zij stellen in dit verband vast :
- dat de Europese Raad van Cannes is overeengekomen om voor de periode 1995-1999 een bedrag van 4.685 miljoen ecu voor deze financiële bijstand uit te trekken in de vorm van beschikbare middelen op de Gemeenschapsbegroting. Daarbij komen dan nog de steun van de EIB in de vorm van leningen voor een hoger bedrag en de bilateraal door de Lid-Staat toegewezen middelen ;
- dat een doeltreffende financiële samenwerking noodzakelijk is, en dat die samenwerking moet worden beheerd in het kader van een meerjarenprogrammering, daarbij rekening houdend met de specifieke kenmerken van de onderscheiden partnerlanden ;
- dat een gezond macro-economisch beheer van fundamenteel belang is voor het welslagen van het partnerschap. Zij komen daarom overeen de dialoog over hun respectieve economische beleidslijnen en over de methode tot optimalisering van de financiële samenwerking te stimuleren.
SOCIAAL, CULTUREEL EN MENSELIJK PARTNERSCHAP : ONTWIKKELING VAN HET MENSELIJK POTENTIEEL, BEVORDERING VAN WEDERZIJDS BEGRIP TUSSEN CULTUREN EN UITWISSELING TUSSEN CIVIELE SAMENLEVINGEN
De deelnemers erkennen dat de tradities op het gebied van cultuur en beschaving in het gehele mediterrane gebied, de dialoog tussen deze culturen en de uitwisseling van personen, wetenschappelijke kennis en technologie een essentiële faktor vormen voor de toenadering tussen hun volkeren, voor het bevorderen van het wederzijds begrip en om te zorgen dat zij een juister beeld van elkaar krijgen.
In deze geest komen de deelnemers overeen een partnerschap op sociaal, cultureel en menselijk niveau tot stand te brengen. Daartoe
- bevestigen zij opnieuw dat de dialoog en het respect tussen culturen en religies een noodzakelijke voorwaarde vormen voor de toenadering tussen volkeren. In dit verband benadrukken zij de belangrijke rol die de massamedia kunnen spelen bij het bevorderen van de wederzijdse erkenning en het wederzijds begrip tussen culturen als een bron van wederzijdse verrijking ;
- onderstrepen zij het wezenlijke belang van de ontwikkeling van het menselijk potentieel, zowel voor onderwijs en opleiding van met name jonge mensen als op cultureel gebied. Zij verklaren voornemens te zijn culturele uitwisseling en de kennis van andere talen te bevorderen, waarbij de culturele identiteit van alle partners geëerbiedigd dient te worden, en een duurzaam beleid te voeren ten aanzien van onderwijs- en culturele programma's ; in dit verband verbinden de partners zich ertoe maatregelen vast te stellen om personele uitwisseling te bevorderen, met name door het verbeteren van administratieve procedures ;
- benadrukken zij het belang van de volksgezondheidssector voor de duurzame ontwikkeling, en verklaren zij voornemens te zijn de daadwerkelijke deelneming van de Gemeenschap aan acties ter verbetering van de volksgezondheid en het welzijn te bevorderen ;
- erkennen zij het belang van sociale ontwikkeling, die volgens hen gelijke tred moet houden met elke vorm van economische ontwikkeling. Zij hechten bijzonder veel belang aan de naleving van de fundamentele sociale rechten, met inbegrip van het recht op ontwikkeling ;
- erkennen zij de essentiële rol die de civiele samenleving kan spelen in de ontwikkeling van het Europees-mediterrane partnerschap, mede als essentiële faktor voor een beter begrip en toenadering tussen de volkeren ;
- komen zij dan ook overeen de noodzakelijke instrumenten voor gedecentraliseerde samenwerking te versterken en/of op te zetten als stimulans voor uitwisseling tussen de personen die op ontwikkelingsgebied actief zijn binnen het kader van de nationale wetgevingen : politieke en maatschappelijke leiders, de culturele en religieuze wereld, universiteiten, de onderzoekswereld, de media, organisaties, vakbonden, overheids- en particuliere ondernemingen ;
- erkennen zij op deze basis het belang van het aanmoedigen van contacten en uitwisseling tussen jongeren in het kader van programma's voor gedecentraliseerde samenwerking ;
- stimuleren zij ondersteunende acties ten behoeve van de democratische instellingen en de versterking van de rechtsstaat en de civiele samenleving ;
- erkennen zij dat de huidige demografische trends een prioritaire uitdaging vormen, die vraagt om passende beleidsvormen ten einde de economische opleving te bespoedigen ;
- erkennen zij de belangrijke rol die de migratie in hun betrekkingen speelt. Zij komen overeen hun samenwerking te versterken ten einde de migratiedruk te verlichten, onder andere door middel van programma's op het gebied van de beroepsopleiding en ter bevordering van het scheppen van de werkgelegenheid. Zij verbinden zich ertoe voor migranten die wettig op hun respectieve grondgebieden verblijven de bescherming van alle in de bestaande wetgeving vastgelegde rechten te waarborgen ;
- besluiten zij met betrekking tot clandistiene immigratie om een nauwere samenwerking tot stand te brengen. In dit verband besluiten de partners, zich bewust van hun verantwoordelijkheid met betrekking tot terugname, om door middel van bilaterale overeenkomsten of regelingen de relevante bepalingen en maatregelen vast te stellen om hun onderdanen die zich in een onwettige situatie bevinden terug te nemen. In dit verband verstaan de Lid-Staten van de Europese Unie onder burgers de onderdanen van de Lid-Staten zoals omschreven voor de toepassing van het Gemeenschapsrecht ;
- komen zij overeen de samenwerking op te voeren door middel van verschillende maatregelen die erop gericht zijn het terrorisme te voorkomen en het gezamenlijk op een meer doeltreffende wijze te bestrijden ;
- achten zij het voorts noodzakelijk gezamenlijk doeltreffend op te treden tegen de drugshandel, de internationale criminaliteit en corruptie ;
- onderstrepen zij het belang van een vastberaden optreden tegen racisme, xenofobie en onverdraagzaamheid en komen zij overeen daartoe samen te werken.
FOLLOW-UP VAN DE CONFERENTIE
De deelnemers :
- overwegende dat de Conferentie van Barcelona de grondslag legt van een open proces dat zich moet ontwikkelen ;
- hun bereidheid bevestigend om een partnerschap tot stand te brengen dat gebaseerd is op de in deze verklaring vervatte beginselen en doelstellingen ;
- vastbesloten een concrete invulling te geven aan dit Europees-mediterrane partnerschap ;
- ervan overtuigd dat het daartoe noodzakelijk is de aldus geïnitieerde algemene dialoog voort te zetten en een reeks specifieke acties te verwezenlijken ;
nemen het bijgevoegde werkprogramma aan.
De Ministers van Buitenlandse Zaken zullen op gezette tijden vergaderingen houden, ten einde toezicht te houden op de toepassing van deze verklaring en acties vast te stellen waarmee de doelstellingen van het partnerschap kunnen worden verwezenlijkt.
De verschillende activiteiten krijgen een follow-up in de vorm van thematische ad hoc bijeenkomsten tussen ministers, hoge ambtenaren en deskundigen, uitwisseling van ervaring en informatie, contacten tussen diverse maatschappelijke geledingen en alle overige geschikte middelen.
Contacten op het niveau van parlementsleden, regionale en plaatselijke autoriteiten en de sociale partners zullen worden aangemoedigd.
Een "Europees-mediterraan Comité voor het proces van Barcelona" op het niveau van de hoge ambtenaren, bestaande uit de Trojka van de Europese Unie en één vertegenwoordiger van elk van de mediterrane partners, zal op gezette tijden bijeenkomen om de vergaderingen van de Ministers van Buitenlandse Zaken voor te bereiden en de follow-up van het proces van Barcelona en alle afzonderlijke onderdelen daarvan te inventariseren en te evalueren en het werkprogramma bij te stellen.
De passende werkzaamheden voor de voorbereiding en de follow-up van de vergaderingen in het kader van het werkprogramma van Barcelona en van de conclusies van het "Europees-mediterraan Comité voor het proces van Barcelona" zullen worden verzorgd door de Commissiediensten.
De volgende vergadering van de Ministers van Buitenlandse Zaken zal in de loop van het eerste halfjaar van 1997 plaatsvinden in één van de twaalf mediterrane partnerlanden van de Europese Unie ; welk dit zal zijn wordt via nader overleg vastgesteld.
BIJLAGE 12
LATIJNS AMERIKA
CONCLUSIES VAN DE RAAD BETREFFENDE DE ALGEMENE RICHTSNOEREN VOOR DE SAMENWERKING TUSSEN DE GEMEENSCHAP EN LATIJNS-AMERIKA (1996-2000)
De Raad,
na bespreking van de mededeling van de Commissie met als titel "Europese Unie-Latijns-Amerika, huidige situatie en vooruitzichten voor de versterking van het partnerschap (1996 -2000)", waarvan hij de analyse in hoofdzaak goedkeurt, en rekening houdend met de conclusies van de Europese Raden van Korfoe, Essen en Cannes, alsmede met het door de Raad Algemene Zaken op 31 oktober 1994 goedgekeurde basisdocument, onderstreept zijn wil om de politieke banden met de Latijnsamerikaanse partners nauwer aan te halen, de democratie te ondersteunen, vooruitgang te boeken op het gebied van de liberalisatie van het handelsverkeer, het regionale integratieproces te ondersteunen en doelgerichter samen te werken. Te dien einde zal de geïnstitutionaliseerde dialoog met de Latijnsamerikaanse partners worden verdiept.
De Raad komt overeen om de volgende prioritaire krachtlijnen vast te stellen voor de toekomstige samenwerking met de landen en regio's van Latijns-Amerika :
a) De Gemeenschap zal bijzondere aandacht schenken aan de institutionele steun en aan de consolidatie van het democratisch proces dankzij samenwerkingsacties :
- die de consolidatie tot doel hebben van de instellingen, op de verschillende niveaus, van de rechtsstaat, de bescherming van de mensenrechten en goed overheidsbeheer ("good governance") ;
- die bijdragen tot de staatshervorming en de decentralisatie, met name door de modernisering van de overheidsadministratie ;
- die de uitwerking van sectorieel beleid, bijvoorbeeld ten behoeve van het onderwijs, de volksgezondheid of de plattelandsontwikkeling, ondersteunen, door voorrang te geven aan institutionele steun en aan de beschikbaarmaking van de know-how van de civiele maatschappij.
b) De Gemeenschap zal bij haar samenwerking bijzondere aandacht schenken en voorrang verlenen aan de strijd tegen de armoede en de sociale uitsluiting. De uitdaging op dit gebied bestaat erin bij te dragen tot de deelneming van gemarginaliseerde bevolkingsgroepen aan de markteconomie, en tot een meer billijke spreiding van de inkomsten, ten einde een duurzame ontwikkeling mogelijk te maken.
Er zullen niet alleen programma's worden uitgewerkt ten behoeve van de plattelandssector, maar ook programma's die tot doel hebben marginale bevolkingsgroepen in de steden beter in de maatschappij te integreren.
Er dient tevens gestreefd te worden naar samenwerkingsprogramma's ten behoeve van de armste bevolkingsgroepen en de armste landen, voornamelijk op de volgende beleidsterreinen : bevolkingsvraagstukken, volksgezondheid, onderwijs en huisvesting. De acties op dit gebied zouden worden gericht op doelgroepen, zoals jongeren, vrouwen en inheemse gemeenschappen.
Het is zaak economische ontwikkeling te koppelen aan sociale vooruitgang. De samenwerkingsprogramma's zullen te dien einde rekening houden met de operationele conclusies van de actieprogramma's van de sociale topconferentie die in maart 1995 heeft plaatsgevonden in Kopenhagen.
c) De Gemeenschap zal in haar samenwerkingsacties vooral de nadruk leggen op steun voor de economische hervormingen en voor de verbetering van het internationale concurrentievermogen, met name op de volgende gebieden :
- steun voor de ontwikkeling van de particuliere sector, met name het MKB ;
- versterking van de industriële promotie en de investeringen ;
- totstandbrenging van een betere synergie tussen de industriële en de wetenschappelijk-technologische samenwerking ;
- technische steun voor de bevordering van de buitenlandse handel ;
- bevestiging van het belang van de rol van de EIB als instrument van samenwerking tussen de EU en Latijns-Amerika.
Bij de tenuitvoerlegging van deze prioritaire krachtlijnen voor de samenwerking, moet de aandacht vooral uitgaan naar de volgende thema's :
- de Gemeenschap zal in het bijzonder de nadruk leggen op programma's en acties ter ondersteuning van het onderwijs en de basisopleiding, omdat die sectoren van fundamenteel belang zijn voor een duurzame economische en sociale ontwikkeling. Deze samenwerking zal concreet gestalte krijgen op het gebied van de democratisering en op het niveau van hoger onderwijs, wetenschap en technologie en beroepsopleiding ;
- de Gemeenschap zal de regionale samenwerking en integratie, en met name het concept "open regionalisme" ondersteunen met het oog op een betere openstelling van de regionale en subregionale markten en een betere inpassing in de internationale markten, overeenkomstig de WTO-voorschriften ;
- de Gemeenschap zal in alle sectoren en programma's van de samenwerking met Latijns-Amerika bijzonder veel belang schenken aan vraagstukken in verband met geslacht, overeenkomstig de aanbevelingen van de vierde Wereldvrouwenconferentie.
- Rekening houdend met de uitdagingen en de wereldwijde onderlinge afhankelijkheid in deze sectoren, zal het nodig zijn om :
- ervoor te zorgen dat de milieu-effecten van de samenwerkingsacties in aanmerking worden genomen. Zo zal de Gemeenschap dankzij technologie-overdracht bijdragen tot een meer rationeel energieverbruik en tot de bevordering van hernieuwbare energiebronnen ;
- de gezamenlijke strijd tegen de produktie en de sociale gevolgen van drugs en de daaruit voortvloeiende criminaliteit, voort te zetten en zelfs op te voeren, door middel van specifieke maatregelen en projecten of door de samenwerking binnen de passende instanties ;
- te werken aan de modernisering van de vervoersystemen en de vrije toegang tot de vervoermarkten, met name wat het zeevervoer betreft.
Om een antwoord te bieden op de veelheid aan behoeften als gevolg van de diversiteit van de landen en regio's van Latijns-Amerika, en om de bestaande middelen en instrumenten optimaal af te stemmen op die behoeften, zal de Gemeenschap, met het oog op de verbetering van de doeltreffendheid van haar optreden, streven naar het volgende :
- actieve deelneming van de begunstigden en van de civiele maatschappij aan alle fasen van de samenwerkingsprogramma's, zulks door middel van gedecentraliseerde samenwerkingsacties en -programma's ;
- betere coördinatie, vooral op het terrein, met de Lid-Staten inzake samenwerking en financiering, waarbij een beroep zal worden gedaan op Europese bedrijven en consortia, opdat de programma's kwalitatief verbeterd en de beschikbare middelen meer doeltreffend en meer zichtbaar aangewend kunnen worden ;
- cofinanciering met de landen van Latijns-Amerika en de Lid-Staten van de Unie, maar ook met andere internationale geldschieters ;
- de verschillende Gemeenschapsinstanties kunnen zorgen voor een regelmatige follow-up, evaluatie en verdieping van deze algemene richtsnoeren ; in die context zal de Raad bijzonder belang toekennen aan de opstelling en periodieke bijwerking door de Commissie, in nauwe samenwerking met de Lid-Staten, van strategiedocumenten per land, waarin de voornaamste activiteitenterreinen van de Gemeenschap in elk land worden beschreven ;
- ook zou de zichtbaarheid van de acties die worden uitgevoerd, moeten worden verbeterd.
BIJLAGE 13
AFRIKA
1. De Raad herinnert eraan dat de Europese Raad op zijn bijeenkomst te Essen een lans heeft gebroken voor een politieke dialoog tussen de Europese Unie en de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid (OAE), vooral met het oog op conflictpreventie in Afrika. Preventieve diplomatie, vredeshandhaving en versterking van de internationale veiligheid zijn prioritaire doelstellingen van het GBVB. De Europese Unie verklaart bereid te zijn de inspanningen van de Afrikanen op het gebied van preventieve diplomatie en vredeshandhaving te steunen, en daarbij in voorkomend geval een beroep te doen op de WEU.
2. De Raad neemt nota van de verklaring van de van 28 tot en met 30 juni 1993 te Cairo gehouden Vergadering van de Staatshoofden en Regeringsleiders van de OAE betreffende de invoering van het mechanisme voor conflictpreventie en -oplossing, alsook van de conclusies van de in juni 1995 te Addis Abeba gehouden Vergadering.
3. De bijdrage van de Europese Unie op dit gebied moet betrekking hebben op het ondersteunen van acties van Afrikaanse organisaties, inzonderheid de OAE, die in alle fasen van het proces de voornaamste rol dienen te spelen, en moet steunen op de volgende beginselen :
- sterkere betrokkenheid van de Afrikanen bij crisispreventie en -oplossing ;
- betere koppeling tussen de inspanningen van de Europese Unie en die van de Afrikaanse landen en de andere leden van de internationale gemeenschap ;
- inzonderheid de daarop gerichte harmonisatie van de inspanningen van de Europese Unie, waaronder ook de bilaterale inspanningen van haar Lid-Staten ;
- coördinatie van de inspanningen ter zake met het ontwikkelingshulpbeleid van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van de ondersteuning van het democratiseringsproces ;
- vergemakkelijking van de mobilisatie van de capaciteiten van de Afrikanen en hun actiemiddelen. Het is van essentieel belang dat de Afrikanen het voortouw nemen bij de preventieve diplomatie en de conflictoplossing in Afrika. Onverminderd de belangrijke rol van de subregionale organisaties moeten de Afrikaanse landen via de OAE het initiatief nemen om vredesbedreigende problemen in alle fasen aan te pakken en op te lossen.
4. Om die doelstellingen te bereiken zal de Europese Unie in eerste instantie de samenwerking tussen de Verenigde Naties en de OAE stimuleren, met inbegrip van de versterking van de bestaande capaciteiten van de OAE ter zake.
5. Ook de volgende aspecten dienen in aanmerking te worden genomen :
- de inbreng van de Europese Unie moet afhangen van ten eerste het politiek-juridische kader waarbinnen de beoogde actie valt (VN, OAE, subregionaal verband) en ten tweede de verschillende fasen in het proces, die gaan van vroegtijdig alarmeren tot de uitvoering van maatregelen voor de oplossing van conflicten. De Unie en eventueel de WEU zouden daar een rol kunnen spelen ;
- de dominerende rol van de Afrikanen bij het leiden van de politieke inspanningen voor conflictbeheer moet worden erkend ;
- zowel preventieve diplomatie als conflictoplossing en vredeshandhaving in Afrika moeten geschieden met strikte inachtneming van de beginselen en doelstellingen die zijn neergelegd in het Handvest van de Verenigde Naties ;
- als beginselen voor eventuele operaties moeten gelden : toestemming van de partijen bij het conflict, neutraliteit, onpartijdigheid en eenheid van commando ;
- de Lid-Staten van de Europese Unie en de Gemeenschap zullen in de Raad beginnen met een proces van gegevensuitwisseling over hun bilaterale hulp op dit gebied, ten einde deze hulp beter te coördineren.
6. De bijdrage van de Europese Unie kan de volgende vormen aannemen :
a) Vroegtijdig alarmeren :
- uitwisseling van informatie of doorgeven van gegevens over specifieke crisissen, mede over landen waar zich spanningen voordoen ;
- opleiding van analisten voor het Secretariaat-Generaal van de OAE ;
- organisatie van studiebijeenkomsten ;
- financiële ondersteuning voor technische en materiële bijstand.
b) Preventieve diplomatie :
- stimuleren van de oprichting van groepen ter begeleiding van crisissituaties door bemiddeling aan te bieden en, in voorkomend geval, specifieke financiële steun ;
- organisatie van studiebijeenkomsten en uitwisselingsfora inzake preventieve diplomatie ;
- personele hulp voor de organisatie van missies.
c) Vredeshandhaving :
indien op verzoek van de OAE gedacht wordt aan een rol van die organisatie in het kader van een besluit van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, zal de EU bestuderen welke hulp zij eventueel kan bieden, waarbij in voorkomend geval een beroep wordt gedaan op de WEU.
7. De EU is zich ervan bewust dat de WEU zich reeds is gaan beraden over de mogelijkheid de bijdrage van de Europese Unie te ondersteunen en verzoekt de WEU haar de resultaten daarvan mee te delen. De EU verzoekt de WEU specifieke acties op te zetten en uit te voeren die kunnen bijdragen tot het mobiliseren van de Afrikaanse capaciteiten in de strijdkrachten van de Verenigde Naties. Ook behoudt zij zich de mogelijkheid voor de WEU te verzoeken bij te dragen tot de uitvoering van de acties van de Unie.
8. Deze conclusies moeten als basis dienen voor de latere aanneming van een gemeenschappelijk standpunt.
BIJLAGE 14
AZIE
ONTMOETING AZIË/EUROPA (OAZE) : STANDPUNT VAN DE UNIE
DEEL I : ALGEMENE ASPECTEN
De Ontmoeting Azië/Europa vormt één van de belangrijkste initiatieven van de Europese Unie en haar Lid-Staten en tien van de meest dynamische landen in Azië.
Tijdens dit historische gebeuren komen de Staatshoofden en Regeringsleiders van de deelnemende landen en de Voorzitter van de Commissie met de Ministers van Buitenlandse Zaken bijeen met als doel een nieuw partnerschap tussen Europa en Azië te sluiten dat zal bijdragen tot de algehele ontwikkeling van de samenlevingen in beide regio's.
Dit nieuwe partnerschap moet worden gebaseerd op de bevordering van een politieke dialoog, het aanhalen van de economische banden en de versterking van de samenwerking op verschillende terreinen.
De Unie beschouwt de OAZE als een open, doorzichtig en zich geleidelijk ontwikkelend proces van informele aard, dat niettemin moet streven naar concrete en wezenlijke resultaten. De OAZE mag daarom de bijzondere betrekkingen van de deelnemers met andere gebieden van de wereld niet aantasten.
De eerste OAZE moet voor beide partijen zo waardevol zijn dat de politieke wil om de dialoog en de betrekkingen tussen de beide regio's te intensiveren een flinke impuls krijgt en dat stevige fundamenten worden gelegd voor een nieuw tijdperk in de betrekkingen tussen Europa en Azië. Deze gebeurtenis opent een raam op de toekomst en zet een weg uit naar een constructief klimaat van wederzijds begrip en samenwerking op alle politieke en economische terreinen van gemeenschappelijk belang.
De deelnemers van beide partijen moeten de inaugurale bijeenkomst verlaten met het voornemen om op een nader overeen te komen datum een tweede OAZE in Europa te organiseren. De Unie moet ook voorstellen een flexibele follow-up te overwegen om de uitvoering van de tijdens de OAZE genomen besluiten te evalueren. De Unie wenst dat de belangrijke overeenkomsten die tijdens de OAZE worden bereikt, in een slotverklaring worden opgenomen.
De Unie heeft een lijst opgesteld van specifieke kwesties die kunnen worden besproken (zie deel II en III) en heeft gedetailleerde voorstellen uitgewerkt. De algemene aanpak van deze kwesties zou alomvattend en evenwichtig moeten zijn. De dialoog kan ook gaan over algemene economische vraagstukken.
DEEL II. BEVORDERING VAN DE POLITIEKE DIALOOG TUSSEN EUROPA EN AZIË
a) Versterking van een brede Europees-Aziatische politieke dialoog
Bij de bevordering van de politieke dialoog tussen beide continenten moet er naar worden gestreefd de politieke stabiliteit en de internationale veiligheid te bevorderen en te consolideren en het wederzijds begrip op alle terreinen te verdiepen.
Dit vereist een intensivering van de contacten teneinde de politieke samenwerking tussen Europa en Azië in internationale organisaties en bij het aanpakken van internationale kwesties te verbeteren.
Als één van de voornaamste doelstellingen van de bijeenkomst moeten de deelnemers duidelijke verbintenissen in deze richting aangaan en onderzoeken hoe kan worden samengewerkt door na te gaan wat zij gemeen hebben bij de verschillende kwesties die worden besproken. Specifieke kwesties en terreinen van bijzonder belang voor die samenwerking kunnen door Hoge Ambtenaren worden geselecteerd.
b) Dialoog over de heersende waarden en codes in de samenlevingen op beide continenten
Hoewel het voor een nieuw partnerschap tussen Europa en Azië niet nodig is dat beide partijen er identieke waarden, ideeën en sociale codes op na houden, bestaat er toch behoefte aan beter inzicht te krijgen in de verschillen in waarden en gewoontes tussen de deelnemende landen.
De OAZE moet een open en brede dialoog tussen de culturen en beschavingen op beide continenten aanmoedigen om de toenadering tussen hun samenlevingen te vergemakkelijken. In dit verband zal de bevordering van culturele, wetenschappelijke en academische uitwisselingen en de informele dialoog tussen intellectuelen, opinievormers, politici en zakenmensen er in grote mate toe bijdragen dat de basis voor wederzijds begrip wordt verbreed en dat duidelijker wordt ingezien hoe produktief culturele diversiteit kan werken.
Mensenrechten, de rechtsstaat en behoorlijk bestuur spelen een sleutelrol bij het bevorderen van een harmonieuze sociale ontwikkeling. Wat dit betreft moeten de OAZE-deelnemers zich bezinnen op de nauwe verwevenheid van de politieke en economische aspecten die een rol spelen bij het scheppen van een veilige, stabiele en democratische samenleving.
De OAZE moet gericht zijn op het bevorderen van specifieke samenwerking tussen de deelnemende naties, en daarbij bevestigen hoezeer de deelnemers hechten aan de VN-verklaringen en -overeenkomsten over deze aangelegenheden.
Tegelijkertijd moeten de deelnemers benadrukken dat zij het als een gemeenschappelijke opdracht zien de mensenrechten en de fundamentele vrijheden te bevorderen en te eerbiedigen op basis van het Handvest van de Verenigde Naties, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de Verklaring en het Actieprogramma van Wenen. Zij moeten ook hun nadrukkelijke steun betuigen aan de succesvolle uitvoering van de Verklaring en het Actieprogramma van Wenen.
c) Verenigde Naties
De OAZE-deelnemers kunnen van gedachten wisselen over de hervorming en de financiering van de organisatie, en over hun ervaringen en mogelijke samenwerking op het gebied van vredeshandhaving en het gebruik van preventieve diplomatie.
d) Regionale integratie
Dit terrein is zonder enige twijfel van grote waarde bij het creëren van gemeenschappelijke belangen en het bevorderen van de intra-regionale stabiliteit. Een uitwisseling van informatie over de politieke aspecten van deze processen en een discussie over de vraag waar de huidige processen op beide continenten toe zouden kunnen leiden, zal tot wederzijds voordeel strekken.
e) Samenwerking op veiligheidsgebied
De Europese Unie moet wijzen op haar bereidheid om actief bij te dragen aan vrede en stabiliteit in de gehele wereld en in Azië en het gebied van de Stille Oceaan, en is bereid haar ervaringen op dit gebied te delen. In dit opzicht is het regionale forum ASEAN een geschikt kader om de samenwerking tussen de Unie en Azië te intensiveren.
Bij hun onderlinge uitwisseling van informatie kunnen de OAZE-deelnemers zich concentreren op thema's als CBM's, mechanismes voor conflictoplossing en nieuwe veiligheidsarchitecturen in Europa en Azië.
f) Non-proliferatie
Dit punt moet ruim worden opgevat en het moet alle non-proliferatievraagstukken omvatten. De OAZE moet zich concentreren op maatregelen naar aanleiding van de besluiten tot verlenging van het NPV, met inbegrip van een gemeenschappelijke aanpak van kwesties zoals het CTBT (verdrag inzake een algemeen verbod op kernproeven), het verdrag inzake een verbod op de produktie van kernmateriaal voor de vervaardiging van nucleaire explosieven en aanscherping van de IAEA-waarborgen. De besprekingen moeten ook gaan over het verbod op en de non-proliferatie van chemische en biologische wapens, versterking van de uitvoercontrole op conventionele wapens, het VN-register van conventionele wapens en controle op het gebruik en de overdracht van anti-personeelmijnen.
DEEL III. - VERSTERKING VAN DE ECONOMISCHE SAMENWERKING ; HANDEL, INVESTERINGEN, OVERDRACHT VAN TECHNOLOGIE EN DEELNEMING VAN DE PARTICULIERE SECTOR
a) Aanhalen van de economische banden
De deelnemende landen vertegenwoordigen twee van de meest dynamische regio's in de wereld. De huidige handels- en investeringsstromen tussen deze regio's zijn echter geen correcte afspiegeling van hun werkelijke economische potentieel. De OAZE biedt de deelnemende leiders een buitengewone gelegenheid om zich een oordeel over dit potentieel te vormen en stappen te ondernemen om het doelmatiger te exploiteren. De Hoge Ambtenaren moeten daartoe zoeken naar wegen om tot liberalisering en versterkte multilaterale discipline binnen de WTO te komen. Ook moet worden nagegaan welke specifieke maatregelen in de deelnemende landen kunnen worden getroffen om handel en investeringen te vergemakkelijken.
b) Versterking van het open handelssysteem
Bij haar inspanningen moet de OAZE zich laten leiden door de beginselen van de WTO en het begrip "open regionalisme". De deelnemers moeten elke vorm van unilateraal optreden sterk veroordelen en herhalen dat zij sterk hechten aan het meest-begunstigingsbeginsel. Zij moeten ook besluiten nauw samen te werken bij de voorbereiding van de ministeriële bijeenkomst van de WTO in Singapore. De voltooiing en de volledige tenuitvoerlegging van de Uruguay-Ronde moet worden benadrukt.
Met name moet de OAZE de nadruk leggen op de noodzaak om de onderhandelingen over de liberalisering van de sectoren telecommunicatie en zeevervoer succesvol af te ronden, en besluiten de handen ineen te slaan om ervoor te zorgen dat de interimovereenkomst over financiële diensten wordt vervangen door een uitgebreider pakket van toezeggingen voor permanente liberalisering.
Op de Ontmoeting moet ook de wens worden uitgesproken dat de deelnemende landen die nog geen partij zijn bij de WTO, spoedig kunnen toetreden.
Op de Ontmoeting moet worden overeengekomen stappen naar verdere liberalisering te ondersteunen, met name door ruimere deelneming aan en verdere uitbreiding van de bestaande Overeenkomst inzake overheidsopdrachten te bevorderen en door het niveau van bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten te verhogen.
Aan de Hoge Ambtenaren kan worden gevraagd op dit punt en met het oog op een ambitieuze agenda voor de toekomstige werkzaamheden in het kader van de WTO op de ministeriële bijeenkomst van Singapore in december 1996 samen te werken.
Als belangrijke kwesties kunnen worden aangemerkt alle kwesties die voor enige partij van belang zijn en die uit de Overeenkomst van Marrakesh voortvloeien, zoals bepaald in document MTN.TNC/45(MIN), alsmede de nieuwe thema's.
Daarnaast moet een dialoog worden aangemoedigd om de uitwisseling van ervaringen op het gebied van regionale integratie aan te moedigen en na te gaan onder welke voorwaarden liberalisering in regionaal verband verenigbaar is met een open multilateraal systeem.
c) Het vergemakkelijken van handel en investeringen
De Ontmoeting moet een goede gelegenheid zijn om de bilaterale handelsbetrekkingen te verbeteren. Daartoe moet de Hoge Ambtenaren worden opgedragen na te gaan welke maatregelen de handel tussen beide regio's kunnen vergemakkelijken. Het bedrijfsleven zal worden geraadpleegd.
Op de Ontmoeting moet kunnen worden gewezen op de noodzaak de investeringen in beide regio's op te voeren en na te gaan hoe het best een gunstig investeringsklimaat kan worden geschapen. De partijen kunnen nota nemen van de lopende onderhandelingen tussen de geïndustrialiseerde landen in OESO-verband over een alomvattende multilaterale overeenkomst inzake investeringen en erkennen dat het wenselijk is deze voorschriften uit te breiden tot niet-OESO-leden. In dit verband kan aan Hoge Ambtenaren worden verzocht besprekingen te voeren met als doel de kwestie van de investeringen binnen de WTO een hoge prioriteit te geven en zo de weg vrij te maken voor onderhandelingen over een wereldwijd kader van investeringsregels. Er moet een dialoog worden gehouden over de invoering van strenge internationale regels op dit gebied die betrekking hebben op non-discriminatie, investeringsbescherming en doorzichtigheid.
BEVORDERING VAN SAMENWERKING OP VERSCHILLENDE GEBIEDEN
a) Menselijke hulpbronnen
De nadruk moet worden gelegd op de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen en van de voorwaarden die vereist zijn om mensen in staat te stellen hun potentieel te verwezenlijken. De bevordering van de mobiliteit van jonge managers op basis van wederkerigheid tussen Europa en Azië is een bijzondere prioriteit, evenals de versterking van de inspanningen op het gebied van primair en secundair onderwijs en beroepsopleiding. Taalonderwijs en een universitair uitwisselingsprogramma alsmede uitwisseling van jongeren en studenten moet worden Overwogen.
b) Ontwikkelingssamenwerking
De ontwikkelingssamenwerking moet worden opgevoerd. Daarbij moet rekening worden gehouden met milieu-aspecten. Via prioritaire doelstellingen moeten de leefomstandigheden van de meest misdeelde groepen worden verbeterd, de armoede bestreden en de rol van de vrouw bevorderd.
c) Er moet bijzondere nadruk op worden gelegd hoe belangrijk het is dat milieuproblemen zoals het broeikaseffect, de bescherming van de watervoorraden, de ontbossing en woestijnvorming en de biodiversiteit worden aangepakt en dat de mogelijkheden voor samenwerking op dit gebied - tot wederzijds voordeel - worden herkend.
d) Culturele contacten en informatie
Er moet prioriteit worden gegeven aan de ontwikkeling van wederzijds begrip tussen Europa en Azië door intensievere culturele contacten en meer informatie over elkaars culturen ; daarbij moet rekening worden gehouden met de rol van de media.
e) Bevordering van samenwerking tussen bedrijven
Tijdens de Ontmoeting kan worden benadrukt hoe belangrijk het is om samenwerking tot wederzijds voordeel te bevorderen, en structuren voor een dialoog op initiatief van de particuliere sector te stimuleren zodat vooraanstaande Europese en Aziatische zakenmensen nieuwe terreinen voor industriële samenwerking kunnen ontdekken. De samenwerking moet zich richten op gebieden als energie, vervoer, informatie- en milieutechnologie, telecommunicatie en toerisme. De bijzondere behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen krijgen daarbij prioriteit.
f) Uitwisseling van technologie
Op de Ontmoeting moet steun worden betuigd aan een intensievere uitwisseling van technologie tussen Azië en Europa door nauwere samenwerking op het gebied van onderzoek, meer gebruik van netwerken tussen universiteiten en vergemakkelijking van kennisoverdracht in hoogtechnologische sectoren. Sectoren die hier het voortouw kunnen nemen, zijn milieu, informatie- en communicatietechnologie en vervoer. Daarbij moet het belang worden onderkend van een passende bescherming van de intellectuele eigendom en een open investeringsklimaat.
De Lid-Staten van de Europese Unie zijn er in dit verband bijzonder in geïnteresseerd te delen in de kennis en de know-how van de Aziatische landen om technische doorbraken snel te vertalen naar industriële produktieprocessen.
g) Bestrijding van drugs en illegale activiteiten
De samenwerking bij de strijd tegen de drugshandel moet worden geïntensiveerd en er moeten in het bijzonder inspanningen worden gedaan om tot een overeenkomst over precursoren te komen en het witwassen van geld te bestrijden. Tijdens de Ontmoeting moet ook de dialoog over internationale misdaad worden aangemoedigd. Samenwerking in de strijd tegen illegale immigratienetwerken moet worden aangemoedigd ; daarbij moet speciale aandacht uitgaan naar de kwestie van de terugname van illegale immigranten.
VERVOLGMAATREGELEN
De partijen moeten overeenkomen de vorderingen op bovengenoemde gebieden in het oog te houden aan de hand van een in 1997 op te stellen voortgangsverslag van hun Hoge Ambtenaren over de effectieve maatregelen.
BIJLAGE 15
DE INTERGOUVERNEMENTELE CONFERENTIE
EEN STRATEGIE VOOR EUROPA
Zes maanden lang hebben de leden van de Reflectiegroep zich in een geest van openheid en democratie gekweten van de opdracht van de Europese Raad om de weg te banen voor de herziening van het Verdrag tijdens de conferentie van 1996 en voor andere verbeteringen in het functioneren van de Unie.
Wij zijn van oordeel dat onze taak er niet alleen in bestond een geannoteerde agenda op te stellen voor de Conferentie, maar ook een proces op gang te brengen waarbij het waarom van de door te voeren veranderingen in het openbaar wordt besproken en toegelicht.
DE UITDAGING
De mannen en vrouwen van Europa zijn zich meer dan ooit bewust van de noodzaak van een gemeenschappelijk project. En toch is voor een groeiend aantal Europeanen de communautaire integratie op dit ogenblik geen vanzelfsprekende zaak meer. Deze paradox vormt een eerste uitdaging.
Toen de Europese Gemeenschappen zo'n veertig jaar geleden werden opgericht, was de behoefte aan een gemeenschappelijk project duidelijk omdat men wel besefte dat Europa in de eerste helft van deze eeuw had gefaald.
Nu, bijna een halve eeuw later, wordt het door de opeenvolgende uitbreidingen van de Unie, de groei van haar taken, en de zeer grote ingewikkeldheid en omvang van de hedendaagse problemen, erg moeilijk het echte belang van en de voortdurende behoefte aan Europese integratie in te zien.
Wij moeten aanvaarden dat ingewikkeldheid de prijs is die Europa betaalt om onze pluriforme identiteit te beschermen. Het is evenwel onze vaste overtuiging dat deze schepping van Europa's politieke vernuft, die niet de plaats kan innemen van de Lid-Staten van de Unie van welke zij haar voornaamste politieke legitimiteit ontvangt, maar wel een onlosmakelijke tegenhanger is geworden van die Lid-Staten, een eigen en onschatbare bijdrage heeft geleverd, namelijk vrede en welvaart die gebaseerd zijn op het bepalen van gemeenschappelijke belangen en een optreden dat niet voortvloeit uit machtspolitiek maar uit een gemeenschappelijke verzameling rechtsregels waarmee een ieder akkoord gaat.
Vandaag is Europa anders geworden, deels vanwege het succes van de Unie. Al die Europese naties die hun vrijheid opnieuw ontdekken, wensen toe te treden tot of nauwer samen te werken met de Europese Unie. Maar in West-Europa taant het enthousiasme van het publiek in weerwil van de bijdrage die de Unie heeft geleverd tot een ongekende periode van vrede en welvaart.
Wij moeten derhalve aan onze burgers duidelijk maken waarom de Unie, die zoveel aantrekkingskracht uitoefent op anderen in Europa, ook voor ons noodzakelijk blijft.
Een van de redenen is dat de wereld buiten Europa eveneens veranderd is. Goederen, kapitalen en diensten verplaatsen zich momenteel over de gehele wereld in een steeds meer concurrerende markt. De prijzen worden op mondiaal niveau bepaald. De welvaart van het huidige en toekomstige Europa wordt bepaald door het vermogen van Europa om succes te hebben op de wereldmarkt.
Met het einde van de koude oorlog is de algemene veiligheid in Europa toegenomen, maar ook de instabiliteit.
Bovendien hebben de hoge werkloosheidscijfers, de externe migratiedruk, het toenemend gebrek aan ecologisch evenwicht en de groei van de internationaal georganiseerde misdaad geleid tot een sterkere vraag van de burgers naar meer veiligheid, een vraag waaraan door de afzonderlijk optredende Lid-Staten niet kan worden voldaan.
In een wereld waarin de onderlinge afhankelijkheid alsmaar groter wordt, plaatst die realiteit de Unie voor nieuwe uitdagingen en opent zij nieuwe perspectieven.
HET ANTWOORD
Maar wij beginnen niet met lege handen. In de afgelopen vijf jaar heeft Europa zich met succes weten aan te passen aan de veranderende tijden. In 1990 verwelkomde de Gemeenschap de 17 miljoen Duitsers die tot dan toe aan de andere kant van de Berlijnse muur hadden gewoond.
Het Verdrag van Maastricht is erin geslaagd de koers uit te zetten die de Gemeenschap moet volgen om zich aan te passen aan de nieuwe tijden ; dit verdrag brengt door het subsidiariteitsbeginsel te introduceren een Europese Unie tot stand die dichter bij de burger staat ; het bepaalt de weg naar één enkele munt en stelt een op prijsstabiliteit gebaseerde strategie van economische integratie voor die het concurrentievermogen aanscherpt en de economische groei bevordert. Het versterkt de sociale en economische samenhang en zorgt voor een hoog niveau van milieubescherming. Het maakt de weg vrij voor een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en poogt een gebied van vrijheid en openbare veiligheid tot stand te brengen.
Sedertdien is de Europese Unie, in zeer moeilijke economische omstandigheden, in staat geweest tijdig beslissingen te nemen over verdere voortgang overeenkomstig haar nieuwe behoeften : zij heeft een akkoord bereikt over de resultaten van de Uruguay-Ronde, is tot overeenstemming kunnen komen over de financiën van de Unie tot in het jaar 1999 en is met drie nieuwe leden uitgebreid.
Maar dat is niet voldoende. De Europese staatshoofden en regeringsleiders hebben al bepaald welke stappen moeten worden gezet om de Europese strategie voor deze veranderende tijden uit te werken : de conferentie van 1996, de overgang naar de gemeenschappelijke munt, de onderhandelingen over een nieuw financieel akkoord, de eventuele herziening of uitbreiding van het Verdrag van Brussel waarbij de WEU is opgericht en ten slotte de meest ambitieuze doelstelling, de uitbreiding van de Unie tot de geassocieerde landen in Midden- en Oost-Europa, met inbegrip van de Baltische Staten, Cyprus en Malta.
De volgende uitbreiding biedt een grote kans voor de politieke hereniging van Europa. Dat is voor ons niet alleen een politieke noodzaak, maar ook de best mogelijke keuze voor de stabiliteit van het continent en voor de economische vooruitgang van, niet alleen de kandidaat-landen, maar ook voor ons Europa in zijn geheel. De uitbreiding is geen geringe opgave. De gevolgen ervan voor de ontwikkeling van het beleid van de Unie moeten worden bestudeerd. Er zullen inspanningen moeten worden geleverd zowel door de kandidaat-landen als door de huidige Lid-Staten en die inspanningen zullen op billijke wijze moeten worden verdeeld. De uitbreiding is derhalve niet alleen een grote kans voor Europa, maar ook een uitdaging. Wij moeten het doen, maar wij behoren het ook goed te doen.
De Unie kan niet alle onderdelen van deze Europese strategie meteen ter hand nemen, maar zij heeft geen tijd te verliezen. De staatshoofden en regeringsleiders hebben zich er persoonlijk toe verbonden het eens te worden over een Europese agenda om dit plan uit te voeren, maar het plan kan slechts realiteit worden als het de democratische steun krijgt van de Europese burgers.
DE CONFERENTIE VAN 1996
De Conferentie van 1996 is belangrijk, maar slechts één stap van dit proces.
In het Verdrag van Maastricht was al bepaald dat in 1996 een conferentie zou worden bijeengeroepen met een beperkte opdracht. Die opdracht is nadien tijdens verscheidene bijeenkomsten van de Europese Raad uitgebreid.
De staatshoofden en regeringsleiders hebben de noodzaak van institutionele hervormingen aangewezen als het centrale thema van de conferentie teneinde de doeltreffendheid, het democratische karakter en de transparantie van de Unie te verbeteren.
In die geest hebben wij getracht de verbeteringen in kaart te brengen die nodig zijn om de Unie aan te passen aan de tijd en haar voor te bereiden op de volgende uitbreiding.
Wij zijn van oordeel dat de Unie zich moet concentreren op de nodige veranderingen, zonder het hele Verdrag te willen herzien.
Tegen deze achtergrond zouden resultaten moeten worden bereikt op drie belangrijke gebieden :
- de betekenis van Europa voor de burgers vergroten ;
- de Unie in staat stellen beter te werken en haar voorbereiden op de uitbreiding ;
- de Unie meer mogelijkheden geven om extern op te treden.
I. De burger en de Unie
De Unie is geen superstaat en wenst dat ook niet te zijn. Maar toch is zij veel meer dan een markt. Het is een uniek project, gebaseerd op gemeenschappelijke waarden. Deze waarden, waaraan alle kandidaat-leden deel willen hebben, dienen wij te consolideren.
De Conferentie moet de betekenis van de Unie voor de burgers vergroten. Als de Unie de burgers opnieuw enthousiast wil maken, zal zij zich moeten concentreren op hetgeen op Europees niveau moet worden gedaan aan de vraagstukken die voor de burgers het zwaarste wegen, zoals grotere veiligheid, solidariteit, werkgelegenheid en milieu.
De Conferentie moet de Unie ook transparanter maken en dichter bij de burger brengen.
Bevordering van Europese waarden
De interne veiligheid van Europa berust op zijn democratische waarden. Als Europeanen zijn wij allen onderdanen van democratische Staten die de eerbiediging van de mensenrechten waarborgen. Velen van ons menen dat deze gemeenschappelijke waarden duidelijk in het Verdrag moeten worden uitgedragen.
De mensenrechten maken reeds deel uit van de algemene beginselen van de Unie. Volgens velen van ons moeten zij echter duidelijker door de Unie worden gewaarborgd doordat deze toetreedt tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Ook is het denkbeeld geopperd van een lijst van rechten en van een bepaling die voorziet in de mogelijkheid van sancties of zelfs opschorting van het lidmaatschap van de Unie ingeval een Staat de mensenrechten en de democratie ernstig schendt. Sommigen van ons zijn de mening toegedaan dat de nationale regeringen reeds voldoende waarborgen voor deze rechten bieden.
Velen van ons achten het van belang dat Europese waarden, zoals gelijkheid van man en vrouw, non-discriminatie op grond van ras, godsdienst, sexuele voorkeur, leeftijd of invaliditeit in het Verdrag worden uitgedragen en dat dit een uitdrukkelijke veroordeling van racisme en vreemdelingenhaat moet bevatten, alsmede een procedure om op de uitvoering daarvan toe te zien.
Een van ons is van oordeel dat de rechten en verantwoordelijkheden van de burger een zaak zijn van onze nationale Staten ; als dat kader wordt overschreden, zou dat een averechtse uitwerking hebben.
Sommigen van ons vonden het eveneens de moeite waard het denkbeeld te bestuderen van de instelling van een communautair of Europees vredescorps voor humanitaire acties, als uitdrukking van de saamhorigheid van de Unie. Zo'n corps zou ook kunnen worden ingezet in het geval van natuurrampen in de Unie. Voorts achten enkelen van ons het raadzaam dat de Conferentie bestudeert hoe in het Verdrag het belang van de toegang tot openbare diensten van algemeen belang beter kan worden erkend.
Wij geloven dat Europa ook bepaalde sociale waarden gemeen heeft die de grondslag vormen van onze coëxistentie in vrede en vooruitgang. Velen van ons staan op het standpunt dat de Sociale overeenkomst deel moet worden van het Unie-recht. Een van ons meent dat daardoor alleen maar het concurrentievermogen zou afnemen.
Vrijheid en interne veiligheid
De Unie is een ruimte van vrij verkeer van mensen, goederen, kapitaal en diensten. Toch is de veiligheid van de mensen op Europese schaal niet voldoende beschermd : bescherming blijft hoofdzakelijk een nationale aangelegenheid, terwijl de misdaad doeltreffend georganiseerd wordt op internationale schaal. Uit de ervaring met de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Maastricht in de laatste paar jaar blijkt dat de mogelijkheden voor een doeltreffend Europees optreden nog altijd zeer beperkt zijn. Vandaar het dringende belang van een gemeenschappelijke reactie op Europees niveau volgens een pragmatische aanpak.
Wij zijn het er allen over eens dat de Conferentie het vermogen van de Unie moet versterken om haar burgers te beschermen tegen terrorisme, drugshandel, witwassen van geld, illegale immigratie en andere vormen van internationale georganiseerde criminaliteit. Deze bescherming van de veiligheid van de burgers op Europees niveau mag de individuele waarborgen niet verminderen. Voor velen van ons vereist dit een verder gebruik van de gemeenschappelijke instellingen en procedures, alsook gemeenschappelijke criteria. Het is ook de taak van de nationale parlementen om nauwgezet politiek toezicht uit te oefenen op diegenen die dergelijke gemeenschappelijke maatregelen uitvoeren.
Velen van ons staan op het standpunt dat wij ten behoeve van een efficiënter optreden aangelegenheden in verband met onderdanen van derde landen, zoals immigratie, asiel en visumbeleid, alsook gemeenschappelijke regels voor controle aan de buitengrenzen geheel onder communautaire bevoegdheid moeten laten vallen. Sommigen zouden ook willen dat de communautaire bevoegdheid zich uitstrekt tot de bestrijding van drugsverslaving, fraude van internationale omvang en douanesamenwerking.
Volgens sommigen van ons moet de sleutel voor succes worden gevonden in een combinatie van politieke wil en een doeltreffender gebruik van de bestaande intergouvernementele regelingen.
Werkgelegenheid
Wij weten dat het scheppen van banen in een open samenleving gebaseerd is op gezonde economische groei en op het concurrentievermogen van het bedrijfsleven, dat moet worden gestimuleerd door initiatieven op plaatselijk, regionaal en nationaal niveau. Wij geloven dat in de Europese Unie de voornaamste verantwoordelijkheid voor het economische en sociale welzijn van de burgers binnen de Lid-Staten ligt. In een geïntegreerde economische ruimte zoals de onze heeft echter ook de Unie een verantwoordelijkheid voor het tot stand brengen van de juiste voorwaarden voor het scheppen van werkgelegenheid. Dat gebeurt al door het voltooien van de interne markt en de ontwikkeling van andere gemeenschappelijke beleidssectoren met een gezamenlijke strategie inzake groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid die al positieve resultaten oplevert, en met het plan voor een Economische en Monetaire Unie.
Wij zijn het er allen over eens dat er niets moet veranderen aan de te Maastricht overeengekomen bepalingen inzake één enkele munteenheid, die door onze parlementen bekrachtigd zijn.
Wij zijn er ons allen van bewust dat er geen banen zullen worden geschapen eenvoudigweg door wijzigingen in het Verdrag, maar velen van ons willen dat er in het Verdrag een duidelijker betrokkenheid van de Unie komt bij het streven naar een grotere economische en sociale integratie en samenhang, die zijn afgestemd op het bevorderen van de werkgelegenheid, en dat er ook bepalingen in worden opgenomen om de Unie in staat te stellen gecoördineerde maatregelen te treffen voor het scheppen van werkgelegenheid. Sommigen van ons zijn ertegen gekant om in het Verdrag bepalingen op te nemen die verwachtingen wekken, maar waarvan de praktische uitvoering primair afhangt van besluiten van het bedrijfsleven en de Staten. De meesten van ons wijzen in ieder geval op de noodzaak van een sterkere coördinatie van het economische beleid in de Unie.
Milieu
Een wezenlijk kenmerk van het milieu is dat het grensoverschrijdend is. Milieubescherming is een doelstelling waarbij het gaat om ons overleven, niet alleen als Europeanen, maar ook als bewoners van deze aarde. Daarom moet de Conferentie nagaan hoe het vermogen van de Unie om doeltreffender op te treden kan worden verbeterd, en bepalen wanneer dat optreden tot de taak van de Lid-Staten moet blijven behoren.
Een meer doorzichtige Unie
De burgers hebben recht op betere informatie over de Unie en de manier waarop die functioneert.
Velen van ons stellen voor het recht van toegang tot informatie in het Verdrag te erkennen als een recht van de burgers van de Unie. Er zijn voorstellen gedaan voor de wijze waarop de toegang van het publiek tot de documenten van de Unie kan worden verbeterd, en die voorstellen moeten door de Conferentie worden besproken.
Voordat er enig wezenlijk wetgevingsvoorstel wordt gedaan, moet er naar behoren informatie worden ingewonnen bij de betrokken sectoren, deskundigen en de samenleving in het algemeen. De studies ter voorbereiding van het voorstel moeten openbaar gemaakt worden.
Wanneer er zo'n voorstel wordt gedaan, moeten de nationale parlementen naar behoren worden geïnformeerd en moeten zij de nodige documenten, in hun officiële talen, tijdig ontvangen om vanaf het begin van de wetgevingsprocedure een gedegen bespreking mogelijk te maken.
Wij zijn het er allen over eens dat de wetgeving van de Unie toegankelijker moet worden. De Conferentie van 1996 moet leiden tot een eenvoudiger Verdrag.
Subsidiariteit
De Unie zal dichter bij de burger staan wanneer zij zich concentreert op wat haar taken behoren te zijn.
Dat betekent dat zij het subsidiariteitsbeginsel moet eerbiedigen. Dat beginsel mag derhalve niet worden gebruikt als rechtvaardiging voor de onverbiddelijke groei van de Europese bevoegdheden, en evenmin als voorwendsel om de solidariteit of de verwezenlijkingen van de Unie te ondermijnen.
Wij menen dat het nodig is de juiste toepassing ervan in de praktijk te versterken. De Verklaring van Edinburgh moet de basis vormen voor die verbetering en sommigen van ons menen dat de voornaamste bepalingen van die Verklaring Verdragsstatus moeten krijgen.
II. Mogelijkheden om de Unie beter te laten functioneren en voor te bereiden op de uitbreiding
De Conferentie moet nagaan hoe de efficiëntie en de democratie van de Unie kunnen worden verbeterd.
De Unie moet ook na een verdere uitbreiding haar vermogen tot besluitvorming behouden. Gezien het aantal en de verscheidenheid van de betrokken landen betekent dat, dat er wijzigingen nodig zijn in de structuur en de werking van de Instellingen. Het kan ook betekenen dat er flexibele oplossingen moeten worden gevonden, waarbij het beginsel van één enkel institutioneel kader en het "acquis communautaire" volledig geëerbiedigd worden.
De Europese Raad, bestaande uit de Staatshoofden of Regeringsleiders van de Lid-Staten en de Voorzitter van de Commissie, is de hoogste expressie van de politieke wil van de Unie en bepaalt haar algemene politieke richtsnoeren. Het belang ervan zal onvermijdelijk toenemen, gezien de politieke agenda van de Unie.
Verbetering van de democratie in de Unie betekent zowel billijke vertegenwoordiging in elk van de Instellingen als een sterkere rol van het Europees Parlement - binnen het bestaande institutionele evenwicht - en van de nationale parlementen. In dit verband zij eraan herinnerd dat er overeenkomstig het Verdrag een eenvormige verkiezingsprocedure voor de verkiezing van het Europees Parlement moet worden vastgesteld. Velen van ons menen dat de procedures van het Europees Parlement te talrijk en te ingewikkeld zijn en zijn er daarom voor deze te beperken tot drie : raadpleging, instemming en medebeslissing.
De huidige medebeslissingsprocedure is veel te gecompliceerd en wij stellen voor dat de Conferentie haar vereenvoudigt zonder het evenwicht tussen de Raad en het Europees Parlement aan te tasten. Velen van ons stellen ook voor dat de Conferentie het toepassingsgebied van de medebeslissingsprocedure uitbreidt. Een lid meent echter dat het Europees Parlement in Maastricht uitgebreide nieuwe bevoegdheden heeft verkregen en daar eerst mee vertrouwd moet raken voordat het om meer vraagt.
Ook de nationale parlementen moeten voldoende bij het besluitvormingsproces worden betrokken. Dat houdt niet in dat zij moeten worden opgenomen in de Instellingen van de Unie. Voor velen van ons zouden de besluitvormingsprocedures zo moeten worden georganiseerd dat de nationale parlementen de standpunten van hun respectieve regeringen bij de besluitvorming van de Unie in voldoende mate kunnen onderzoeken en beïnvloeden. Sommigen van ons stellen een meer rechtstreekse betrokkenheid van de nationale parlementen voor : in dit verband heeft één van ons het idee geopperd van een nieuw op te richten adviescomité. Ook moet de samenwerking tussen de nationale parlementen onderling en tussen de nationale parlementen en het Europees Parlement worden bevorderd.
De besluitvormingsprocedure en de werkmethoden van de Raad van Ministers moeten opnieuw bezien worden. De Unie moet in staat zijn tijdige en doeltreffende besluiten te nemen. Maar een efficiënte besluitvorming betekent niet per se een gemakkelijke besluitvorming. De besluiten van de Unie moeten de steun van de bevolking hebben. Velen van ons menen dat de efficiëntie zou worden vergroot indien de Raad zijn besluiten vaker zou nemen met gekwalificeerde meerderheid van stemmen ; volgens velen zou dat in de uitgebreide Gemeenschap de regel moeten zijn. Sommigen van ons menen dat dit alleen toelaatbaar is indien de democratische legitimiteit wordt verbeterd door een nieuwe weging van de stemmen om naar behoren rekening te houden met de bevolking. Eén van ons is principieel tegen verruiming.
Wij achten de rol van het Voorzitterschap van de Raad van cruciaal belang voor een efficiënt beheer van de aangelegenheden van de Unie en wij steunen het beginsel van roulatie. Maar het huidige systeem zou in een uitgebreide Unie steeds onsamenhangender kunnen worden. Er moet een nader onderzoek worden ingesteld naar alternatieve benaderingen die continuïteit en roulatie combineren.
Wij zijn het erover eens dat de Commissie haar drie voornaamste taken : bevordering van het gemeenschappelijk belang, monopolie van wetgevend initiatief en hoedster van de communautaire wetgeving, moet behouden. Haar legitimiteit, die wordt onderstreept door haar goedkeuring door het Parlement, is gebaseerd op haar onafhankelijkheid, haar geloofwaardigheid, haar collegiale karakter en haar efficiëntie. De samenstelling van de Commissie was bedoeld voor een Gemeenschap met zes leden. Wij hebben opties voor de toekomstige samenstelling uitgedacht, om de Commissie in staat te stellen haar taken te blijven vervullen in een uitgebreide Unie met misschien meer dan tweemaal zoveel Lid-Staten als die welke het Verdrag van Maastricht tot stand hebben gebracht.
In het algemeen gesproken is één opvatting in de Groep dat het huidige systeem in de toekomst gehandhaafd moet blijven en dat de collegialiteit en de samenhang desgewenst versterkt moeten worden. In dat geval zou er per Lid-Staat minstens één Commissielid zijn. Een andere mening is dat de collegialiteit en de samenhang vergroot kunnen worden door te kiezen voor minder Commissieleden dan het aantal Lid-Staten en door hun onafhankelijkheid
te vergroten. Er moeten procedures komen om die leden op grond van hun bekwaamheden en hun betrokkenheid bij het algemene belang van de Unie te selecteren. De Conferentie kan in de besluitvorming over de toekomstige samenstelling van de Commissie ook de mogelijkheid van hogere en lagere Commissieleden betrekken.
Een deel van de Groep meent dat er bij de totstandkoming van Europese wetgeving een belangrijke rol is weggelegd voor het Comité van de Regio's en dat een beter gebruik gemaakt moet worden van zijn adviserende rol.
Het succes van Europa staat of valt met zijn vermogen om gezamenlijk besluiten te nemen en zich er vervolgens aan te houden. Een verbetering van de duidelijkheid en de kwaliteit van de Gemeenschapswetgeving zou daartoe bijdragen, evenals een beter financieel beheer en een doeltreffender fraudebestrijding. De Conferentie moet er ook voor zorgen dat de sleutelrol van het Hof van Justitie wordt verbeterd, in het bijzonder doordat een uniforme uitlegging en de eerbiediging van het Gemeenschapsrecht gegarandeerd worden.
III. Meer armslag voor extern optreden van de Unie
Bij het Verdrag van Maastricht is het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de Unie ingesteld. Ons inziens was dit het juiste besluit op het juiste tijdstip ; de koude oorlog was ten einde en de last van de verantwoordelijkheid om de basis te leggen voor vrede en vooruitgang in en buiten Europa, kwam steeds meer op de schouders van de Europese Unie te liggen.
De mogelijkheden die het Verdrag thans biedt, hebben een aantal goede resultaten opgeleverd. Wij menen echter dat het moment is aangebroken om dit gemeenschappelijke beleid te voorzien van middelen om doeltreffender te functioneren.
In het huidige tijdsgewricht moet de Unie in staat zijn haar rol als factor van vrede en stabiliteit op het internationale toneel te spelen. De Unie is momenteel weliswaar een economische macht, maar blijft politiek gezien zwak en haar rol blijft er dus dikwijls toe beperkt dat zij besluiten van anderen financiert.
Gemeenschappelijk buitenlands beleid
Wij zijn van mening dat de Conferentie wegen en middelen moet vinden om de Unie grotere mogelijkheden te bieden om in een geest van loyaliteit en onderlinge solidariteit naar buiten op te treden. De Unie moet kunnen vaststellen waar haar belangen liggen, zij moet besluiten kunnen nemen over haar optreden en dat doeltreffend kunnen uitvoeren. Deze taak zal er in geval van uitbreiding niet gemakkelijker op worden, maar is dan des te noodzakelijker.
Dit betekent dat de Unie haar externe optreden gezamenlijk moet kunnen analyseren en voorbereiden. Daarom stellen wij voor een eenheid in het leven te roepen die het gemeenschappelijk buitenlands beleid moet analyseren en plannen. De meesten van ons zijn van mening dat zo'n eenheid aan de Raad verantwoording moet afleggen. Velen van ons vinden ook dat deze eenheid moet worden samengesteld vanuit de Lid-Staten, het Raadssecretariaat en de Commissie en een plaats moet krijgen in het institutionele kader van de Unie. Van sommigen is de suggestie afkomstig dat de Secretaris-Generaal van de Raad aan het hoofd moet staan ; diens functies zouden uiteindelijk kunnen samenvallen met die van Secretaris-Generaal van de WEU.
Voor dit beleid is ook vereist dat er besluiten kunnen worden genomen. Wij stellen daartoe voor dat de Conferentie nagaat hoe de besluitvormings- en financieringsprocedures herzien kunnen worden om ze aan te passen aan de aard van het buitenlands beleid, waarin eerbied voor de nationale soevereiniteit moet samengaan met de behoeften aan diplomatieke en financiële solidariteit. Gezamenlijk moet worden afgesproken of, en zo ja hoe, wordt voorzien in de mogelijkheid van flexibele formules die de degenen die een gezamenlijk optreden van de Unie noodzakelijk achten, niet mogen beletten daartoe over te gaan. Sommige leden zijn er voorstander van de stemming met gekwalificeerde meerderheid uit te breiden tot het GBVB ; anderen stellen voor de adviserende rol van het Europees Parlement op dit punt te versterken.
De Unie moet in staat zijn haar externe optreden met een duidelijker profiel uit te voeren. Wij hebben een aantal mogelijkheden onderzocht om te bereiken dat de Unie met één stem kan spreken. Sommigen onder ons hebben gesuggereerd om de functie van Hoge Vertegenwoordiger voor het GBVB in het leven te roepen, ten einde het externe politieke optreden van de Unie een stem en een gezicht te geven. Deze persoon zou door de Europese Raad moeten worden benoemd, en voor zijn optreden zou de Raad een duidelijk omschreven mandaat verlenen. Er werd door velen gewezen op de noodzaak van gestructureerde samenwerking tussen het Raadsvoorzitterschap en de Commissie, zodat de verschillende aspecten van de externe dimensie van de Unie waarvoor zij verantwoordelijk zijn, als één samenhangend geheel functioneren.
Deze grotere politieke rol voor de Unie in de wereld moet in overeenstemming zijn met haar huidige economische invloed naar buiten toe als belangrijkste handelspartner en belangrijkste verstrekker van humanitaire hulp. De Conferentie moet nagaan hoe ervoor gezorgd kan worden dat het externe beleid van de Unie voor haar burgers en voor de wereld zichtbaar wordt, dat het representatief is voor de Lid-Staten van de Unie en consequent is uit een oogpunt van continuïteit en universaliteit.
Europees veiligheids- en defensiebeleid
Gezien de zeer gevarieerde uitdagingen van de nieuwe internationale situatie op veiligheidsgebied, is er duidelijk behoefte aan een doeltreffende en consequente reactie van Europa op basis van een alomvattend veiligheidsconcept.
Wij zijn derhalve van mening dat de Conferentie zou kunnen nagaan hoe de Europese identiteit verder gestalte kan krijgen, ook op het gebied van het veiligheids- en defensiebeleid. Daarbij mogen de in Maastricht overeengekomen doelstellingen niet uit het oog worden verloren en moet dus rekening worden gehouden met de Verdragsbepaling dat het GBVB alle kwesties omvat die betrekking hebben op de veiligheid van de Unie, met inbegrip van de bepaling op termijn van een gemeenschappelijk defensiebeleid, dat mettertijd tot een gemeenschappelijke defensie zou kunnen leiden.
De Conferentie moet zich rekenschap geven van het feit dat zo'n ontwikkeling in de visie van de NAVO-leden ook moet inhouden dat de Europese "pijler" van het Atlantisch Bondgenootschap en de transatlantische band versterkt worden. Het Bondgenootschap blijft garant staan voor de collectieve verdediging van zijn leden en speelt een fundamentele rol bij de veiligheid van Europa als geheel. Evenzeer moet het recht van de niet bij het Bondgenootschap aangesloten Staten om zelf over hun defensie te beslissen, gerespecteerd worden.
Velen van ons vinden dat de Conferentie moet onderzoeken hoe de ontwikkeling van het Europese operationele potentieel gestimuleerd kan worden, hoe bevorderd kan worden dat er op bewapeningsgebied hechter wordt samengewerkt in Europa en hoe gezorgd kan worden voor meer samenhang tussen het militaire optreden en de politieke, economische en humanitaire aspecten van de Europese crisisbeheersing.
Tegen deze achtergrond wensen velen van ons de betrekkingen tussen de EU en de West-Europese Unie (WEU) verder te verstevigen, omdat dit een wezenlijk deel uitmaakt van de ontwikkeling van de Unie.
In dat verband is in de Groep al een aantal mogelijkheden voor de toekomstige ontwikkeling van deze verhouding aangedragen. Zo wordt gepleit voor een versterkt partnerschap tussen de EU en de WEU, maar met behoud van de volledige autonomie van de WEU. Verder is geopperd de banden aan te halen zodat de Unie ten opzichte van de WEU een sturende rol kan vervullen in geval van humanitaire acties en operaties op het gebied van vredeshandhaving en crisisbeheersing (de zogeheten taken van Petersberg). Als derde mogelijkheid is genoemd dat deze Petersbergtaken in het Verdrag worden opgenomen. De vierde mogelijkheid : geleidelijke integratie van de WEU in de EU, kreeg van velen van ons bijval ; om dit te kunnen verwezenlijken, zou de EU/WEU-convergentie bevorderd kunnen worden doordat de WEU zich ertoe verbindt in geval van operationeel-militaire aangelegenheden als uitvoerend orgaan van de Unie te fungeren, maar daarnaast is het ook denkbaar dat in fasen naar een volledige EU/WEU-fusie wordt toegewerkt. In het laatste geval zouden niet alleen de Petersbergtaken in het Verdrag worden opgenomen, maar zou ook een collectieve verbintenis op defensiegebied een plaats krijgen in de tekst van het Verdrag zelf of in een daaraan gehecht protocol.
In dit verband hebben enkele leden geopperd dat door de IGC wordt onderzocht of in het herziene Verdrag een bepaling kan worden opgenomen over wederzijdse bijstand voor de verdediging van de buitengrenzen van de Unie.
Het is aan de Conferentie deze en andere mogelijkheden te overwegen.
..........
Europa en democratie zijn twee begrippen die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Tot nog toe zijn alle besluiten bij de opbouw van Europa door de democratische Regeringen van de Lid-Staten in onderling overleg genomen, door de nationale Parlementen bekrachtigd en door onze bevolkingen gesteund. Zó moet ook aan de toekomst worden gebouwd.
Wij beseffen dat deze beschouwingen van de Groep slechts één schakel vormt in een openbare discussie waartoe de Europese Raad de aanzet heeft gegeven en die door de Europese Raad wordt gestuurd. Moge dit openbaar en gemeenschappelijk overleg tussen onze landen leiden tot hernieuwde steun voor een project dat vandaag meer dan ooit noodzakelijk is voor Europa.