• Europese Raad
  • Verklaring en opmerkingen
  • 18 oktober 2019
  • 15:40

Opmerkingen van voorzitter Donald Tusk na de Europese Raad van 17 en 18 oktober 2019

Gisteravond hebben de leiders van gedachten gewisseld over uitbreiding. De overgrote meerderheid was voor het openen van toetredings­onderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië. Voor zo'n besluit is echter unanimiteit vereist, en die was er gisteren niet. Daarom zal de EU vóór de top van Zagreb in mei 2020 op deze kwestie terugkomen.

Laat mij heel duidelijk zijn: het ligt niet aan Noord-Macedonië en Albanië. En in de verslagen van de Commissie staat ook duidelijk dat beide landen hebben gedaan wat hun was gevraagd. En de aanneming van de Overeenkomst van Prespa was een werkelijk buitengewoon succes. Beide landen hebben dus het recht om vanaf vandaag onderhandelingen met de EU te beginnen. Zij zijn er klaar voor. Enkele lidstaten helaas nog niet. Daarom konden wij niet tot een positief besluit komen. Persoonlijk vind ik dit een vergissing, maar ik zal er niet verder op ingaan.

Vandaag wil ik deze boodschap tot onze vrienden uit Noord-Macedonië en Albanië richten: geef alsjeblieft niet op. Ik heb alle begrip voor jullie frustratie, want jullie hebben je deel gedaan en wij niet. De EU is een complexe politieke entiteit, en beslissingen laten inderdaad soms te lang op zich wachten. Maar ik twijfel er absoluut niet aan dat jullie op een dag volwaardige leden van de Europese Unie zullen worden.

De leiders hebben vandaag ook de prioriteiten van de nieuwe Commissie besproken met de nieuwgekozen voorzitter Von der Leyen, evenals de toekomstige EU-begroting. Het was een belangrijke bespreking, die de komende maanden zal worden voortgezet. Zonder Jean-Claude en mij aan de tafel van de Europese Raad, zoals jullie weten. Ik wil trouwens Jean-Claude, mijn collega en vriend, bedanken voor onze vriendschap, voor je loyaliteit en solidariteit en voor onze werkelijk uitstekende samenwerking. En ik wil ook jullie, de media, bedanken voor jullie pittige maar terechte vragen, en voor jullie geduld, dat jullie samen met ons zo laat zijn opgebleven. En dat jullie soms hebben gelachen om onze grappen. Die eerlijk gezegd nooit grappig waren. Dank voor alles.