Yooki

en de Unie van het Bos

Het is niet de eerste keer dat er ruzie uitbreekt in het bos. Yooki, de jonge leider van de vuurvliegjes, schrikt wakker van het lawaai bij de buren.

“Blijf met je vieze poten uit mijn huis!” roept Lilou, de leider van de regenwormen.

“Eerst mijn jam terug!” gilt Frida, de leider van de salamanders. “Waar is-ie?”

“Au! Mijn voelsprieten,” kreunt Yooki.

Yooki heeft speciale voelsprieten. Zachte geluiden vinden ze fijn, maar geschreeuw, daar kunnen ze echt niet tegen.

Plots hoort Yooki een verschrikkelijke klap: BOEMMMMMMMMM!

Hij springt uit bed.

“Nu is het genoeg! Ik ga ze vertellen dat het zo niet verder kan!”

Het is niet de eerste keer dat er ruzie uitbreekt in het bos. Yooki, de jonge leider van de vuurvliegjes, schrikt wakker van het lawaai bij de buren.

“Blijf met je vieze poten uit mijn huis!” roept Lilou, de leider van de regenwormen.

“Eerst mijn jam terug!” gilt Frida, de leider van de salamanders. “Waar is-ie?”

“Au! Mijn voelsprieten,” kreunt Yooki.

Yooki heeft speciale voelsprieten. Zachte geluiden vinden ze fijn, maar geschreeuw, daar kunnen ze echt niet tegen.

Plots hoort Yooki een verschrikkelijke klap: BOEMMMMMMMMM!

Hij springt uit bed.

“Nu is het genoeg! Ik ga ze vertellen dat het zo niet verder kan!”

“FRIDA, JE HEBT MIJN VOORRAADKAMER KAPOTGEMAAKT!” brult Lilou.

“Mijn potten met jam zijn verdwenen”, antwoordt Frida. “Ik heb overal gezocht.” “Ik was in de aarde aan het graven en toen is je plafond ingestort!”

Frida struikelt over een reusachtig koekje en valt boven op de worm.

“AU! Ik kan niet meer ademen!” piept Lilou. “Ik heb je jam niet. En laat me nu alleen, dit is MIJN land!”

“Eh,” probeert Yooki, “kan het wat zachter alsjeblieft?”

Hij wil Lilou en Frida uit elkaar halen, maar een enorme vleugel duwt hem opzij. Het is Milos, de leider van de spechten.

“JOUW land?!” brult die. “Wie denk je wel dat je bent, Lilou? De koningin van het bos?!”

Yooki's voelsprieten doen pijn.

“Ik heb genoeg van jullie geruzie! Ik vertrek!”

Verdrietig vliegt het vuurvliegje weg.

“FRIDA, JE HEBT MIJN VOORRAADKAMER KAPOTGEMAAKT!” brult Lilou.

“Mijn potten met jam zijn verdwenen”, antwoordt Frida. “Ik heb overal gezocht.” “Ik was in de aarde aan het graven en toen is je plafond ingestort!”

Frida struikelt over een reusachtig koekje en valt boven op de worm.

“AU! Ik kan niet meer ademen!” piept Lilou. “Ik heb je jam niet. En laat me nu alleen, dit is MIJN land!”

“Eh,” probeert Yooki, “kan het wat zachter alsjeblieft?”

Hij wil Lilou en Frida uit elkaar halen, maar een enorme vleugel duwt hem opzij. Het is Milos, de leider van de spechten.

“JOUW land?!” brult die. “Wie denk je wel dat je bent, Lilou? De koningin van het bos?!”

Yooki's voelsprieten doen pijn.

“Ik heb genoeg van jullie geruzie! Ik vertrek!”

Verdrietig vliegt het vuurvliegje weg.

De heuvel is de rustigste plek van het bos. Hier woont Arber, de oude eik.

“Wat scheelt er, kleine Yooki?” vraagt Arber, die net aan zijn middagdutje begonnen was.

“Sorry Arber, ik wilde je niet wakker maken. Ik zoek gewoon rust. De andere leiders blijven maar ruziemaken, en mijn voelsprieten doen pijn.”

“Je moet met hen praten, Yooki. Je kunt niet meteen de moed opgeven zo gauw er een probleem is.”

“Maar niemand luistert naar mij! Ik ben te klein. De andere leiders trekken zich niks van me aan.”

“Ik zal je een verhaal vertellen,” zegt de oude boom.

De heuvel is de rustigste plek van het bos. Hier woont Arber, de oude eik.

“Wat scheelt er, kleine Yooki?” vraagt Arber, die net aan zijn middagdutje begonnen was.

“Sorry Arber, ik wilde je niet wakker maken. Ik zoek gewoon rust. De andere leiders blijven maar ruziemaken, en mijn voelsprieten doen pijn.”

“Je moet met hen praten, Yooki. Je kunt niet meteen de moed opgeven zo gauw er een probleem is.”

“Maar niemand luistert naar mij! Ik ben te klein. De andere leiders trekken zich niks van me aan.”

“Ik zal je een verhaal vertellen,” zegt de oude boom.

“Lang geleden hadden de dieren van het bos het voortdurend met elkaar aan de stok...”

“Bedoel je dat de oma’s en opa’s van Lilou, Milos en Frida ook ruziemaakten?” vraagt Yooki.

“Het was erger dan dat. Hun ruzies raakten niet opgelost, er kwam een echte oorlog van. En in die oorlog hebben ze een groot deel van het bos verwoest.”

Yooki kijkt Arber geschokt aan.

“Maar op een dag gebeurde er iets geks,” gaat Arber verder. “Het begon te onweren. De bliksem sloeg in en in het bos verscheen plots een groot glazen gebouw. Een gebouw dat licht gaf, net als jij, vuurvliegje. Dat gebouw was de Lantaarn.”

“De Lantaarn?” Yooki’s ogen beginnen te stralen. “Bestaat die echt?”

“Natuurlijk!” antwoordt Arber. “En toen de leiders de Lantaarn binnengingen, vonden ze de moed om rustig met elkaar te praten. En zo hebben ze vrede gesloten.”

“Lang geleden hadden de dieren van het bos het voortdurend met elkaar aan de stok...”

“Bedoel je dat de oma’s en opa’s van Lilou, Milos en Frida ook ruziemaakten?” vraagt Yooki.

“Het was erger dan dat. Hun ruzies raakten niet opgelost, er kwam een echte oorlog van. En in die oorlog hebben ze een groot deel van het bos verwoest.”

Yooki kijkt Arber geschokt aan.

“Maar op een dag gebeurde er iets geks,” gaat Arber verder. “Het begon te onweren. De bliksem sloeg in en in het bos verscheen plots een groot glazen gebouw. Een gebouw dat licht gaf, net als jij, vuurvliegje. Dat gebouw was de Lantaarn.”

“De Lantaarn?” Yooki’s ogen beginnen te stralen. “Bestaat die echt?”

“Natuurlijk!” antwoordt Arber. “En toen de leiders de Lantaarn binnengingen, vonden ze de moed om rustig met elkaar te praten. En zo hebben ze vrede gesloten.”

“Je ziet: zelfs als je het niet met elkaar eens bent, moet je naar elkaar luisteren.”

“Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan,” zucht Yooki.

“Je moet het proberen,” houdt Arber vol. “Het is tijd om de leiders weer samen te brengen. Ik heb een droom. Misschien kunnen de dieren van het bos er samen voor zorgen dat er nooit meer oorlog komt, en dat...”

Arbers laatste woorden worden overstemd door het geluid van ruziënde dieren in de verte.

“Au, mijn voelsprieten,” kreunt Yooki. “Zelfs hier ben ik niet veilig voor hun geruzie! Ik heb er genoeg van, ik wil hen niet meer zien.”

“Ga terug, kleintje,” zegt Arber. “Weglopen lost niks op.”

De nacht valt, maar Yooki wil niet terug naar huis.

Yooki vliegt een hele poos rond, om ten slotte weg te kruipen tussen wat takken die op het meer drijven. Hij rilt van de kou.

Hij denkt terug aan de picknicks met Frida op de oever van het meer, en aan de kunstjes die hij met Milos maakte boven het water, terwijl Lilou hen toejuichte.

Er rolt een traan over zijn wang. Nooit meer met zijn vrienden kunnen spelen, hij moet er niet aan denken.

Plots ziet hij in het water de weerkaatsing van een lichtstraal.

“Waar komt die vandaan?” denkt hij. “Zou het... de Lantaarn zijn?”

Yooki vat moed en gaat op zoek naar het licht.

Hij denkt terug aan de picknicks met Frida op de oever van het meer, en aan de kunstjes die hij met Milos maakte boven het water, terwijl Lilou hen toejuichte.

Er rolt een traan over zijn wang. Nooit meer met zijn vrienden kunnen spelen, hij moet er niet aan denken.

Plots ziet hij in het water de weerkaatsing van een lichtstraal.

“Waar komt die vandaan?” denkt hij. “Zou het... de Lantaarn zijn?”

Yooki vat moed en gaat op zoek naar het licht.

Scrol naar beneden om de lantaarn te verlichten

“Waaaauw!

Zoiets moois heb ik nog nooit gezien!” Yooki kan het niet geloven. De Lantaarn staat te fonkelen in het donker.

Scrol naar beneden om de lantaarn te verlichten

“Waaaauw!

Zoiets moois heb ik nog nooit gezien!” Yooki kan het niet geloven. De Lantaarn staat te fonkelen in het donker.

Een duizendpoot blokkeert de weg.

“Halt! Wat kan ik voor u doen?” vraagt Bilou, de bewaker van de Lantaarn.

“Eh, nou... We moeten de leiders samenbrengen. Ze moeten dringend stoppen met ruziën, want anders komt er oorlog van.”

“Oorlog?!” herhaalt Bilou met bevende stem. “Ik stuur meteen het signaal uit voor een Raad van de leiders!”

Bilou blaast uit alle macht op een hoorn van bladeren: “TUUUUUUUUUT!”

Het geluid is zo sterk dat iedereen in het bos het kan horen.

In de verte duiken Frida, Milos en Lilou op.

“Bilou, dat is lang geleden!” roept Frida. “De laatste keer dat ik die trompet hoorde, was ik bij mijn oma!”

“Wat doen jullie hier?” vraagt Yooki verbaasd.

“Wat is dat nu voor vraag?” antwoordt Lilou hooghartig. “Als Bilou blaast, moet iedereen meteen naar de Lantaarn komen, dat is de regel.”

 “Dus iedereen wist dat we hierheen konden komen om met elkaar te spreken, en toch heeft niemand eraan gedacht om dat te doen?” stamelt Yooki.

“Hoe wil je dat ik praat met een domme salamander die mijn voorraadkamer heeft vernield?” antwoordt Lilou.

“Dom, ik?! Je bent zelf dom! Jij denkt dat al het lekkers van het bos voor jou is!” bijt Frida terug.

“Ja, regenworm, jij denkt dat je de koningin van het bos bent!” foetert Milos.

Yooki’s voelsprieten barsten van de pijn.

Maar hij denkt terug aan Arbers woorden: “Zelfs als je het niet met elkaar eens bent, moet je naar elkaar luisteren.”

Het vuurvliegje moet al zijn moed bij elkaar rapen om niet weg te vliegen.

“Rustig, vrienden,” zegt hij. “We kunnen allemaal wel redenen hebben om boos te zijn, om bang te zijn voor de winter, bang dat we niets meer te eten te hebben, bang voor onze gemeenschappen... Maar we moeten verenigd blijven.

De Lantaarn is een speciale plek. De plek waar onze grootouders vrede hebben gesloten. Wanneer we hier naar binnen gaan, mag iedereen om de beurt praten. En de anderen luisteren.”

De woorden van Yooki stellen de leiders gerust. Bilou opent de deur van de Lantaarn.

“Wie begint?” vraagt Yooki.

“Ik! Ik!” haast Frida zich. “Gisterochtend zag ik dat al mijn jam verdwenen was. Ik snuffelde onder de sneeuw om sporen van de dief te vinden. En toen rook ik zoetigheid onder de grond, dus ik begon te graven en zo viel ik in Lilous voorraadkamer.”

“Ik heb die oude potten jam van jou niet gestolen!” protesteert Lilou. “Maar jij hebt wel mijn kelder kapotgemaakt! Wat heb je daarop te zeggen?”

De salamander wil antwoorden, maar Yooki komt tussenbeide.

“Frida, even wachten, nu is Milos aan de beurt.”

Iedereen kijkt naar de specht. Hij heeft nog geen woord gezegd sinds hij in de Lantaarn is.

“Ik, eh... Nou ja... Ik was het.”

“Wat?” roept Frida uit.

“Ik heb zonder te vragen wat van je jam gepakt,” bekent Milos.

“Waarom heb je dat gedaan?” vraagt Yooki.

“Om mijn kuikentjes te redden,” legt Milos uit. “Er is niet meer genoeg eten op ons land. En zonder eten overleven mijn kleintjes de winter niet.”

Het wordt stil in de Lantaarn.

“Ik heb een idee,” zegt Yooki. “Lilou, jij hebt me eens verteld dat de tunnels die regenwormen graven, lucht in de aarde brengen. Daardoor kunnen planten makkelijker groeien, klopt dat?”

“Ja, dat klopt. De grond vruchtbaar maken, heet dat,” zegt Lilou trots. “Maar waarom begin je daar over?”

“Nou, stel dat regenwormen tunnels mochten graven in heel het bos,” begint Yooki. “Dan zouden er meer planten zijn en meer vruchten. En dus meer eten voor de dieren.”

“Dus dan mogen de regenwormen overal komen, en wij niet? Is dat jouw geweldige idee?” spot Milos.

“Niet alleen de regenwormen,” zegt Yooki. “Alle dieren zouden mogen gaan en staan waar ze willen.”

“Dus dan zou ik ook op het land van andere dieren naar eten mogen zoeken?” vraagt Frida hoopvol.

“En ik zou dan meer eten voor mijn kleintjes hebben?” straalt Milos.

Lilou zegt niks. Ze houdt niet van delen. Maar ze droomt er wel van om eindeloze tunnels te graven...

“Je stelt dus voor dat we ons land en onze grondstoffen samenvoegen, zodat we er allemaal wat aan hebben?” vraagt ze.

“Precies, regenworm!” roept Milos. “We moeten ons verenigen!”

“Waarom maken we geen echte unie tussen onze gemeenschappen?” vraagt Frida enthousiast. “Een soort verdrag waarbij iedereen elkaar helpt?”

“Ja!” roept Yooki uit. “Dat is een prachtig plan! En het is precies wat Arber wil. We kunnen het de “Unie van het Bos” noemen!”

Een groot applaus barst los.

Plots wordt de Lantaarn gevuld met de meest schitterende kleuren. Een eikenblad dwarrelt naar het midden van de ruimte.

“Gelieve uw pootafdruk op dit blad te zetten. U zult dan officieel deel uitmaken van de Unie van het Bos,” verklaart Lilou plechtig.

“Wacht! Wat als een van ons zich opeens niet meer aan ons verdrag houdt?” vraagt Milos.

“Of als we weer gaan ruziën?” voegt Frida toe.

Er klinkt geroezemoes in de Lantaarn. De lichten doven.

“Als dat gebeurt, komen we opnieuw hier samen om een oplossing te vinden,” zegt Yooki. “We moeten ons allemaal houden aan dat wat we samen hebben afgesproken. Dat is de eerste regel.”

De dieren knikken. En de Lantaarn begint weer te fonkelen.

Het eikenblad zweeft op en laat zich meevoeren naar de sterren. Nieuwsgierig gaan de leiders naar buiten. Het hele bos schittert.

“Wauw!” klinkt het, en ze houden elkaar stevig vast.

“Samen geven we licht!” roept Yooki, en hij lacht naar zijn dierbare vrienden.

Zijn voelsprieten doen geen pijn meer.

Juist op dat moment horen ze een stem:

“En ik dan? Zijn jullie mij vergeten?!” bromt Bilou de bewaker. “De duizendpoten willen ook bij jullie Unie horen!”

Leermateriaal

Voor kinderen

Een werkboek "Leren met Yooki" dat aan de hand van activiteiten en spelletjes uitleg geeft over de geschiedenis en de gebeurtenissen achter de metaforen uit het verhaal.

Voor leerkrachten

Een handleiding voor leerkrachten die in de klas kan worden gebruikt. De handleiding bevat suggesties voor gesprekken en activiteiten die leerlingen helpen bepaalde leerdoelen te bereiken.

Over het verhaal

Het verhaal van Yooki en zijn vrienden is bedoeld om kinderen van 7 tot 9 jaar uit te leggen wat de Europese Unie is en hoe het allemaal begon. Er wordt gefocust op de belangrijkste reden voor de oprichting van de EU: voor duurzame vrede tussen de lidstaten zorgen.

Het pakket geeft ook elementaire informatie over de EU, en kinderen krijgen uitleg over concepten zoals oorlog, vrede en conflictoplossing. Ook wordt ingegaan op de rol van de Europese Raad en van de Raad van de Europese Unie als "huis van de lidstaten" binnen de Unie.

Auteur: Magali Pingaut

Coauteurs: Angélique Berhault, Nathalie Vandelle

Illustraties: Thomas Leclercq

Grafische vormgeving: Angélique Berhault, José Sánchez Martínez

Vertaling: Ann-Sophie D'hondt, Pauline Michgelsen, Marjette Soeteman, Vincent Vandeput, Emmie Vanneste (Vertaaldienst, Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie)

Dank aan iedereen die aan dit project heeft bijgedragen, in het bijzonder: Marta Ausín García, Liliana Bicanová, Kathleen Bulteel, Leszek Jarosz, Achilleas Karras, Steffen Ludwig, Inga Rosinska, Nadia Spirito