"We gebruiken cookies om uw browse-ervaring te verbeteren. Noodzakelijke cookies zijn nodig om essentiële functies van de website van de Raad te ondersteunen. Optionele cookies helpen ons om anonieme en geaggregeerde statistische overzichten op te stellen, om beter aan uw behoeften te voldoen.
Met uw toestemming gebruiken we cookies voor het genereren van geaggregeerde, anonieme gegevens over het browsegedrag van de gebruikers van onze website. We gebruiken deze gegevens om uw ervaring te verbeteren.
De EU-milieuministers zijn tot een akkoord gekomen over het standpunt van de Raad ("algemene oriëntatie") over de wijziging van de Europese klimaatwet. Daarin staat een bindend streefcijfer voor de EU om de nettobroeikasgasemissies uiterlijk in 2040 met 90% terug te dringen. Het akkoord is een belangrijke stap voor de EU naar klimaatneutraliteit in 2050.
Vandaag hebben we met brede steun van de lidstaten een klimaatdoelstelling van 90% voor 2040 aangenomen. Het streefcijfer is wetenschappelijk onderbouwd en combineert tegelijkertijd ons concurrentievermogen en onze veiligheid. Dat is belangrijk voor de toekomst van Europa en toont dat we zelfs in moeilijke tijden eensgezind kunnen zijn. De doelstelling geeft een duidelijke richting aan voor ons beleid, onze industrie en onze investeringen in de komende jaren. Hiermee zijn we klaar om aan een sterkere, concurrerendere en veiligere EU te bouwen.
Lars Aagaard, minister van Klimaat, Energie en Nutsvoorzieningen van Denemarken
De Raad ging op enkele aanpassingen na mee in het Commissievoorstel om tegen 2040 de broeikasgassen met 90%, met enige flexibiliteit, terug te dringen. De Raad stemde ermee in dat vanaf 2036 via hoogwaardige internationale credits met tot 5% kan worden bijgedragen aan de doelstelling. Ook werd afgesproken dat permanente koolstofverwijdering een rol moet spelen in het EU-ETS om moeilijk te reduceren emissies te compenseren, en dat er voor alle sectoren en instrumenten meer flexibiliteit moet komen.
In zijn algemene oriëntatie scherpt de Raad de bepalingen over concurrentievermogen, sociale rechtvaardigheid en energieveiligheid aan om ervoor te zorgen dat de transitie zowel de Europese industrie als de burgers ondersteunt. De ministers konden elkaar ook vinden in een verbeterd herzieningsmechanisme, met de mogelijkheid om de doelstelling voor 2040 aan te passen op basis van een evaluatie door de Commissie van een reeks effecten, gaande van uitdagingen en kansen voor concurrentievermogen, energieprijzen en sociale gevolgen, tot technologische ontwikkelingen, en met een tweejaarlijkse beoordeling van de uitvoering van de tussentijdse doelstellingen.
Het akkoord volgt de strategische sturing van de Europese Raad van 23 oktober 2025, en zal dienen als standpunt van de Raad voor onderhandelingen met het Europees Parlement over de definitieve tekst van de wetgeving.
Nationaal bepaalde bijdrage van de EU aan het UNFCCC
De ministers keurden de nationaal bepaalde bijdrage (NDC) van de EU voor de periode 2030-2035 goed om deze in te dienen bij het secretariaat van het UNFCCC, het VN-Klimaatverdrag. De nieuwe NDC omvat een indicatief emissiereductiestreefcijfer van 66,25-72,5% voor 2035, op basis van de indicatieve lineaire trajecten van enerzijds de EU-klimaatdoelstelling van 55% voor 2030 en 2050, en anderzijds de EU-klimaatdoelstelling voor 2030 en de klimaatdoelstelling voor 2040 in het zopas goedgekeurde Raadsstandpunt over de klimaatwet.
Door de EU-NDC goed te keuren, sturen we in de aanloop naar de COP30 een krachtig signaal dat we onverminderd blijven vasthouden aan de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs. Hiermee kunnen we aandringen tot meer mondiale klimaatactie wanneer we de rest van de wereld treffen op de COP30.
Lars Aagaard, minister van Klimaat, Energie en Nutsvoorzieningen van Denemarken
De NDC's maken integraal deel uit van de Overeenkomst van Parijs, en elke partij daarbij moet om de 5 jaar een nieuwe of aangepaste NDC indienen. Ze weerspiegelen de inspanningen van elk land om zijn emissies terug te dringen en hun bijdrage aan de verwezenlijking van de temperatuurdoelstelling van de Overeenkomst van Parijs. De EU dient één NDC in namens zichzelf en haar lidstaten.