Skip to content
  • Raad Milieu

Raad Milieu, 16 december 2025

Voornaamste resultaten

Het milieu in Europa 2030

De EU-ministers van Milieu keurden conclusies goed over Het milieu in Europa 2030 – Bouwen aan een meer circulair en veerkrachtig Europa.

Voortbouwend op de tussentijdse evaluatie uit 2024 van het achtste milieu­actieprogramma en het laatste verslag van het Europees Milieuagentschap, willen ze vaart maken met klimaat­bestendigheid en de transitie naar een circulaire economie. Ze hadden daarbij oog voor de onderlinge verwevenheid van die twee bij de aanpak van de klimaat- en milieu­problematiek, zoals verontreiniging, biodiversiteits­verlies en de schaarste aan hulpbronnen­.

<p>Magnus Heunicke, minister van Milieu van Denemarken</p>

Nu alle aandacht naar dringende veiligheids- en defensieagenda's gaat, moet opnieuw worden benadrukt dat milieu­bescherming hard nodig blijft voor de veerkracht van de EU. Klimaat­bestendigheid is daarbij zonder twijfel een van de grote actuele uitdagingen. Miljoenen Europese burgers worden rechtstreeks getroffen door overstromingen en/of kusterosie. Dit vereist in de hele EU om collectieve actie. Ook de transitie naar een circulaire economie is een wezenlijke opgave voor de EU. We hebben een sterkere markt voor secundaire grondstoffen en meer toezicht op online­platforms nodig. Bovendien moeten we de EU beschermen tegen oneerlijke concurrentie uit derde landen.

<p>Magnus Heunicke, minister van Milieu van Denemarken</p>

Magnus Heunicke, minister van Milieu van Denemarken

EU-strategie voor de bio-economie

De ministers wisselden ook van gedachten over de EU-strategie voor de bio-economie, die de Commissie onlangs heeft gepresenteerd. Met de "bio-economie" wordt het gebruik van hernieuwbare biologische hulpbronnen (biomassa) van land en zee voor de productie van voedsel, materialen en energie bedoeld. Het gaat bijvoorbeeld om gewassen, hout, dieren en micro-organismen.

De bio-economie had in 2023 een waarde van zo'n € 2,7 biljoen, biedt werk aan ruim 17 miljoen mensen in de EU en is cruciaal voor de transitie van Europa naar een schone en concurrerende economie, en voor Europa's strategische autonomie. De strategie wil het potentieel van de bio-economie ontsluiten door gebruik te maken van hernieuwbare biologische hulpbronnen van land en zee en meer biogebaseerde innovatie, en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen.

<p>Jeppe Bruus, minister van Groene Transitie van Denemarken</p>

Gezien de groeiende uitdagingen, zoals klimaatverandering, uitputting van hulpbronnen en toenemende mondiale concurrentie, moet de EU haar transitie naar een duurzame, innovatieve en circulaire bio-economie dringend versnellen. Het is nu cruciaal om de strategie van de Commissie voor de bio-economie om te zetten in concrete daden, zodat we tussen nu en 2040 een concurrerende, veerkrachtige en duurzame bio-economie kunnen opbouwen.

<p>Jeppe Bruus, minister van Groene Transitie van Denemarken</p>

Jeppe Bruus, minister van Groene Transitie van Denemarken

De ministers waren ingenomen met de strategie als actueel en compleet kader om het gebruik van hulpbronnen in de EU efficiënter te maken. Dit plan zal het opschalen van en de transitie naar een duurzame bio-economie ondersteunen en bijdragen tot klimaat­neutraliteit, groei, concurrentie­vermogen en nieuwe banen, ook in plattelands- en kustgebieden.

De ministers benadrukten dat de duurzame winning en beschikbaarheid van biomassa op lange termijn moet worden gewaarborgd, rekening houdend met de gezondheid van het ecosysteem, de biodiversiteit en concurrerende toepassingen, en dat de strategische autonomie van de EU moet worden gevrijwaard. Daarnaast benadrukten ze dat er moet worden ingezet op lokale waardeketens en dat de bio-economie lokale gemeenschappen tastbare voordelen moet opleveren. Ze pleitten voor betere beleidscoördinatie tussen bestuursniveaus, en voor mondiale partnerschappen.

Verder kwam een billijke en adequate toegang tot financiering en technologische innovaties in alle EU-lidstaten ter sprake. Tot slot stelden de ministers dat de strategie daadkrachtig moet worden uitgevoerd, met behoud van de ambitie. Kleine en middelgrote marktdeelnemers mogen daarbij echter niet verstrikt raken in buitensporige administratieve rompslomp.

Diversen

Het Deense voorzitterschap bracht samen met de Commissie verslag uit over 6 recente internationale bijeenkomsten:

  • de 37e vergadering van de partijen bij het Protocol van Montreal (MOP37) (Nairobi, Kenia, 3-7 november)
  • de zesde conferentie van de partijen (COP6) bij het Verdrag van Minamata inzake kwik (Genève, Zwitserland, 3-7 november)
  • de 30e Conferentie van de Partijen (COP30) bij het Raamverdrag van de VN inzake klimaatverandering (UNFCCC) (Belém, Brazilië, 10-21 november)
  • de achtste vergadering van de partijen bij het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieu­aangelegenheden (MOP8) (Genève; Zwitserland, 17-21 november)
  • de 20e conferentie van de partijen (Cites-CoP20) bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (Samarkand, Oezbekistan, 24 november–5 december)
  • de zevende zitting van de Milieuvergadering van de VN (UNEA-7) (Nairobi, Kenia, 8-12 december)

De Commissie gaf de ministers een stand van zaken van de EU-missies "Klimaatneutrale en slimme steden" en "Aanpassing aan klimaatverandering" in het kader van Horizon Europa.

De Commissie informeerde de ministers over haar onlangs gepubliceerde voorstellen om de voorspelbaarheid van de prijzen te vergroten en ETS2-inkomsten vervroegd beschikbaar te stellen.

Jessika Roswall, commissaris voor Milieu, stelde haar jaarverslag over vereenvoudiging, uitvoering en handhaving voor. In dat verband presenteerde de Commissie ook haar recente pakket voor de vereenvoudiging van het milieubeleid.

Polen informeerde de ministers over het mechanisme voor koolstof­grens­correctie en over de mogelijke gevolgen daarvan voor de technische en niet-commerciële invoer van elektriciteit uit Oekraïne in de EU-lidstaten.

Oostenrijk verstrekte informatie over de gevaren van lithium­batterijen en de haalbaarheid en potentiële voordelen van de invoering van een EU-brede statiegel­d­regeling voor batterijen.

België gaf toelichting over de versterking van het markttoezicht en de product­conformiteit op de EU-markt.

Frankrijk pleitte voor dringende actie op Europees niveau met betrekking tot de ecologische en economische gevolgen van ultrafast fashion.

Nederland en Frankrijk praatten de ministers bij over de tijdige herziening van de richtlijn inzake pyrotechnische artikelen.

Cyprus presenteerde zijn werkprogramma voor het komend voorzitterschap van de Raad.

Tijdens de lunch hielden de ministers een informele gedachtewisseling over milieu-investeringen ter verwezenlijking van de milieudoelstellingen.

Vergaderstukken

Vooraf (documenten)

Na afloop (documenten)

Persmededelingen

Persinformatie

Persverantwoordelijke

Bent u geen journalist? Gelieve uw verzoek naar de dienst Voorlichting te sturen.

Accreditatie en persevenementen

Algemene informatie over accreditatie is te vinden op deze pagina.

Media-accreditatie voor internationale toppen buiten de Europese Unie wordt behandeld door de overheidsinstanties van het gastland.

Blijf op de hoogte

Andere zittingen: Raad Milieu

Bekijk meer vergaderingen

Laatst bijgewerkt: 17 december 2025