Skip to content

Bijdrage van Europa aan klimaatfinanciering (in miljard euro)

De EU en de 27 lidstaten zijn de grootste verstrekkers van publieke klimaat­financiering ter wereld.

In 2024 droegen ze € 31,7 miljard uit publieke bronnen bij en mobiliseerden ze nog eens € 11 miljard aan particuliere financiering om ontwikkelingslanden te ondersteunen in de strijd tegen de klimaatverandering.

Bijdrage van Europa aan klimaatfinanciering (in miljard euro)

Sinds 2013 heeft Europa de financiering om ontwikkelings­landen te helpen bij het beperken van en aanpassen aan de gevolgen van klimaat­verandering meer dan verdubbeld.

Tekstversie

Bijdrage van Europa aan klimaatfinanciering (in miljard euro)

Sinds 2013 heeft Europa de financiering om ontwikkelings­landen te helpen bij het beperken van en aanpassen aan de gevolgen van klimaat­verandering meer dan verdubbeld.

De bijdragen van de EU en de lidstaten waren als volgt:

  • € 9,6 miljard in 2013
  • € 14,5 miljard in 2014
  • € 17,6 miljard in 2015
  • € 20,2 miljard in 2016
  • € 20,4 miljard in 2017
  • € 21,7 miljard in 2018
  • € 23,2 miljard in 2019
  • € 23,4 miljard in 2020
  • € 23 miljard in 2021
  • € 28,5 miljard in 2022*
  • € 28,6 miljard in 2023*
  • € 31,7 miljard in 2024*

Bronnen voor de cijfers: de EU-begroting, het Europees Ontwikkelingsfonds en de Europese Investeringsbank.

* Sinds 2022 zijn de cijfers voor de algemene overheidsfinanciën berekend volgens een nieuwe methode, op basis van vastleggingen voor bilaterale financiën en uitgaven van multilaterale financiën in hetzelfde jaar.

De € 31,7 miljard aan klimaatfinanciering uit publieke bronnen omvat € 4,6 miljard uit de EU-begroting, onder meer uit het Europees Ontwikkelingsfonds en € 2,4 miljard van de Europese Investeringsbank.

Het totale bedrag aan publieke financiering wordt berekend op basis van toezeggingen voor bilaterale financiering en uitbetalingen van multilaterale financiering in 2024.

De € 11 miljard aan particuliere financiële steun is aangetrokken via overheids­interventies (garanties, gesyndiceerde leningen, rechtstreekse investeringen in ondernemingen, kredietlijnen, enz.). De overheidsmiddelen om deze particuliere financiering te mobiliseren zijn daar niet bijgeteld.

Laatst bijgewerkt: 9 januari 2026