Skip to content
  • Raad van de Europese Unie
  • Persmededeling
  • 16 mei 2017 18:15

Conclusies van de Raad van de Europese Economische Ruimte (EER)

1. De zevenenveertigste zitting van de EER-Raad vond op 16 mei 2017 plaats in Brussel, onder voorzitterschap van de heer Louis Grech, viceminister-president en minister van Europese Zaken van Malta, die het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie vertegenwoordigde. De vergadering werd bijgewoond door de heer Frank Bakke‑Jensen, minister van EER- en EU-aangelegenheden van Noorwegen, de heer Guðlaugur Þór Þórðarson, minister van Buitenlandse Zaken van IJsland, en mevrouw Aurelia Frick, minister van Buitenlandse Zaken van Liechtenstein, alsmede door leden van de Raad van de Europese Unie en vertegenwoordigers van de Europese Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden.

Politieke dialoog

2. De EER-Raad onderkende dat het nauwe partnerschap tussen de EU en de EER-EVA-staten de beste garantie is voor langdurige gedeelde welvaart en stabiliteit. In dit verband nam de EER-Raad er nota van dat de ministers in het kader van de politieke dialoog zullen spreken over de gevolgen van de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de EU voor de EER-Overeenkomst, en over het Noordpoolgebied. De EER-Raad onderstreepte hoe belangrijk het is om de praktijk voort te zetten waarbij ambtenaren uit de EER-EVA-staten worden uitgenodigd voor politieke dialogen op het niveau van de betrokken werkgroepen van de Raad van de EU.

3. Wat de uittreding van het VK uit de EU betreft, onderstreepte de EER-Raad dat de EER-Overeenkomst moet worden gevrijwaard en dat moet worden gezorgd voor het voortbestaan van een goed functionerende, homogene interne markt in Europa. De EER-Raad riep op tot een hechte dialoog en een voortdurende uitwisseling van informatie tussen de EU en de EER-EVA-staten over de onderhandelingen tussen de EU en het VK uit hoofde van artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie over de uittreding van het VK uit de EU, en over de toekomstige betrekkingen tussen de EU en het VK, omdat de uittreding ook gevolgen zal hebben voor de EER-Overeenkomst.

Samenwerking in de EER

4. De EER-Raad onderkende de hoofdrol die de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER-Overeenkomst) gedurende meer dan 20 jaar heeft gespeeld bij het verbeteren van de economische integratie tussen de EU en de EER-EVA-staten. De EER-Raad benadrukte dat de Overeenkomst robuust is gebleken en zich heeft kunnen aanpassen aan wijzigingen in de EU-verdragen en aan de uitbreidingen van de EU. De EER-Raad erkende de positieve bijdragen die de EER-EVA-staten hebben geleverd aan het besluitvormingsproces van voor de EER relevante EU-wetgeving en EU-programma's, door deel te nemen aan de relevante comités, deskundigengroepen, studies en agentschappen, alsmede door EER-EVA-opmerkingen in te dienen. De EER-Raad beklemtoonde dat het van belang is dat EER-EVA-ministers worden uitgenodigd voor de informele ministeriële bijeenkomsten en ministeriële conferenties van de EU die van belang zijn voor de deelname van de EER-EVA aan de interne markt, en sprak zijn waardering uit voor het huidige Maltese en het aantredende Estse voorzitterschap, die deze traditie voortzetten.

5. De EER-Raad benadrukte het belang van een goed functionerende eengemaakte markt als motor voor het stimuleren van economische groei en het scheppen van nieuwe banen in heel Europa, en was ingenomen met de reeds ondernomen stappen ter uitvoering van de voorstellen in de strategie voor een digitale eengemaakte markt en de strategie voor het verbeteren van de eengemaakte markt, beide gestart in 2015, teneinde het nog niet aangeboorde groei- en productiviteitspotentieel ervan optimaal te benutten. De EER-Raad was het erover eens dat een aantal van de belangrijkste uitdagingen voor de eengemaakte markt op een holistische manier moet worden aangepakt, en beklemtoonde het belang van nauwe betrokkenheid van de EER-EVA-staten bij het verder ontwerpen en ontwikkelen van beleidsmaatregelen en -initiatieven op het vlak van de eengemaakte markt. De EER-Raad benadrukte dat grotere bekendheid met de EER-Overeenkomst in de gehele EER alle partijen bij de Overeenkomst ten goede komt, en spoorde de EU en de EER-EVA-staten aan om ervoor te zorgen dat informatie over de EER-Overeenkomst snel en vlot toegankelijk wordt gemaakt.

Oriënterend debat – energie en klimaatverandering

6. Er werd een oriënterend debat gehouden over de gezamenlijke nakoming van de Overeenkomst van Parijs en de daarmee verband houdende streefcijfers voor de vermindering van broeikasgasemissies voor 2030. De EER-Raad verklaarde veel belang te hechten aan de voortzetting van de nauwe samenwerking tussen de EU en de EER-EVA-staten op het gebied van milieu-, energie- en klimaatveranderingsbeleid, met name in het licht van het klimaat- en energiekader 2030 en de kaderstrategie voor een schokbestendige energie-unie met een toekomstgericht beleid inzake klimaatverandering. De EER-Raad wees erop dat de EER-EVA-staten een cruciale partner van de EU blijven als betrouwbare leveranciers van energie en onderstreepte dat de nauwe samenwerking moet worden voortgezet op het gebied van de interne energiemarkt; energiezekerheid; emissiehandel; het propageren van een concurrerende, klimaatbestendige, veilige en duurzame koolstofarme economie; energie-efficiëntie; hernieuwbare energiebronnen; het afvangen en opslaan van kooldioxide (CCS); het afvangen en benutten van kooldioxide (CCU); en andere milieukwesties zoals afval, chemische stoffen, waterbeheer en industriële verontreiniging.

Financieel mechanisme

7. De EER-Raad benadrukte het belang van solidariteit tussen de landen van Europa om sociale en economische uitdagingen het hoofd te bieden en sprak zijn ongerustheid uit over de aanhoudend hoge jeugdwerkloosheid in sommige EER-staten. De EER-Raad sprak zijn waardering uit voor de positieve bijdrage die de financiële mechanismen van de EER en van Noorwegen voor de periode 2009‑2014 en de eerdere financiële mechanismen hebben geleverd aan het verkleinen van economische en sociale verschillen binnen de EER. In aansluiting op de voorlopige toepassing van de overeenkomsten over een financieel mechanisme van de EER en van Noorwegen voor de periode 2014‑2021 toonde de EER-Raad zich ingenomen met de vorderingen die zijn gemaakt bij de onderhandelingen over memoranda van overeenstemming tussen de EER-EVA-staten en de begunstigde staten in de EU.

Kapitaalcontroles

8. De EER-Raad wees erop dat het vrije verkeer van kapitaal een fundamentele vrijheid van de interne markt is en integraal deel uitmaakt van het EER-acquis, en erkende dat er slechts tijdelijk beperkingen kunnen worden opgelegd op grond van artikel 43 van de EER-Overeenkomst. De EER-Raad sprak zijn waardering uit voor de vooruitgang die is geboekt met het brede plan van de IJslandse regering voor het opheffen van kapitaalcontroles zonder de economische en financiële stabiliteit van het land in gevaar te brengen, en met name voor de recente stappen die zijn ondernomen om de kapitaalcontroles op particulieren, ondernemingen en pensioenfondsen op te heffen.

EU-programma's

9. Onder erkenning van de bijdrage die de programma's van de EU leveren tot de opbouw van een concurrerender, innovatiever en socialer Europa, verwelkomde de EER-Raad de deelname van de EER-EVA-staten aan voor de EER relevante programma's waaraan zij een financiële bijdrage hebben geleverd. De EER-Raad sprak met name zijn erkenning uit voor de actieve deelname en de volledige integratie van de EER-EVA-staten in de Europese Onderzoeksruimte en de succesvolle medewerking van Noorwegen en IJsland aan Horizon 2020, het vlaggenschipprogramma voor onderzoek en innovatie van de EU. De EER-Raad zal veel belang blijven hechten aan de integratie en de beleidsafstemming van de EER-EVA-staten met de EU op het gebied van onderzoek en innovatie.

Opneming van voor de EER relevante EU-handelingen

10. De EER-Raad nam nota van het voortgangsverslag van het Gemengd Comité van de EER en uitte zijn waardering voor de inspanningen van het Gemengd Comité om de verdere geslaagde toepassing en goede werking van de EER-Overeenkomst te waarborgen.

11. De EER-Raad was ingenomen met de inspanningen die worden geleverd om te zorgen voor een terugloop van het aantal voor de EER relevante EU-handelingen die in de EER-Overeenkomst moeten worden opgenomen en om het opnemingsproces te versnellen. De EER-Raad prees alle stappen die in de afgelopen jaren zijn ondernomen, maar wees er tegelijkertijd op dat het aantal handelingen dat nog in de EER-Overeenkomst moet worden opgenomen, te hoog blijft.

12. De EER-Raad vroeg om voortzetting van de werkzaamheden die de huidige achterstand beduidend en blijvend moeten inkorten en aldus te blijven zorgen voor rechtszekerheid en homogeniteit in de EER. Dit gemeenschappelijke doel kan worden bereikt door politieke wil en een versterkte dialoog tussen de relevante deskundigen en organen. De EER-Raad verzocht alle partijen zich constructief op te stellen, zodat moeilijke hangpunten kunnen worden opgelost.

13. De EER-Raad was met name ingenomen met de opneming in de EER-Overeenkomst van het derde pakket voor de interne energiemarkt, de EU-rechtshandelingen op het gebied van biologische productie, en de verordening betreffende geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik. Hij was verheugd over de vorderingen die de laatste maanden zijn gemaakt op het gebied van gemeenschappelijke voorschriften en normen voor organisaties die zijn belast met de inspectie en controle van schepen.

14. De EER-Raad wees tevens op het grote belang van zo spoedig mogelijke opneming in de Overeenkomst en toepassing van resterende wetgeving op het gebied van financiële diensten – goed voor meer dan een derde van de achterstand – om in deze belangrijke sector in de gehele EER een gelijk speelveld te waarborgen.

15. De EER-Raad constateerde dat er nog vooruitgang moet worden geboekt op een aantal belangrijke resterende vraagstukken, en hoopte die zo snel mogelijk af te ronden, met name wat betreft de derde postrichtlijn.

16. De EER-Raad nam voorts nota van een aantal besluiten van het Gemengd Comité waarvoor de in de EER-Overeenkomst gestelde termijn van zes maanden waarbinnen moet worden voldaan aan de grondwettelijke eisen, is overschreden. Hij spoorde de EER-EVA-staten ertoe aan hun inspanningen voor een zo spoedig mogelijke afronding van de nog openstaande dossiers op te voeren en dergelijke vertragingen in de toekomst te voorkomen.

Handel in landbouwproducten

17. De EER-Raad onderkende dat de partijen bij de Overeenkomst nogmaals hebben bevestigd zich overeenkomstig artikel 19 van de EER-overeenkomst te zullen blijven inspannen voor de geleidelijke liberalisering van de handel in landbouwproducten.

18. Wat betreft de in 2015 gesloten overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en IJsland over aanvullende handelspreferenties voor landbouwproducten, spoort de EER-Raad de partijen aan hun interne procedures af te ronden opdat deze overeenkomst zo spoedig mogelijk in werking kan treden.

19. De EER-Raad was ingenomen met de parafering, op 5 april 2017, van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Noorwegen over aanvullende handelspreferenties voor landbouwproducten, die is bereikt op basis van artikel 19 van de EER-overeenkomst, en zag uit naar de ondertekening ervan.

20. De EER-Raad spoorde de partijen bij de Overeenkomst aan om de dialoog over de evaluatie van de handelsregeling voor verwerkte landbouwproducten binnen het kader van artikel 2, lid 2, en artikel 6 van Protocol 3 bij de EER-Overeenkomst voort te zetten om de handel op dit gebied verder te bevorderen. In dit verband nam de EER-Raad nota van de recente stappen die door de EU en IJsland zijn gezet voor verdere liberalisering van de handel in verwerkte landbouwproducten op wederzijdse basis in het kader van Protocol 3 bij de EER-overeenkomst. De EER-Raad nam er nota van dat de onderhandelingen tussen de EU en Noorwegen over de bescherming van geografische aanduidingen zijn opgeschort.

Vis en visserijproducten

21. De EER-Raad was verheugd over de voorlopige toepassing van het protocol betreffende de handel in vis en visserijproducten tussen IJsland en de EU vanaf 1 augustus 2016, en van het protocol betreffende de handel in vis en visserijproducten tussen Noorwegen en de EU vanaf 1 september 2016.

Parlementaire samenwerking

22. De belangrijke rol van parlementaire samenwerking in de EER onderkennend, wees de EER-Raad op de Resolutie die het Gemengd Parlementair Comité van de EER in zijn bijeenkomst te Straatsburg op 14 december 2016 heeft aangenomen over het Jaarverslag van het Gemengd Comité van de EER over de werking van de EER-Overeenkomst in 2015.

Naar de pagina "Vergaderingen"

Persverantwoordelijke

Bent u geen journalist? Gelieve uw verzoek naar de dienst Voorlichting te sturen.

Laatst bijgewerkt: 13 januari 2024