"We gebruiken cookies om uw browse-ervaring te verbeteren. Noodzakelijke cookies zijn nodig om essentiële functies van de website van de Raad te ondersteunen. Optionele cookies helpen ons om anonieme en geaggregeerde statistische overzichten op te stellen, om beter aan uw behoeften te voldoen.
Informele videoconferentie van de ministers van Europese Zaken, 23 februari 2021
Voornaamste resultaten
Videoconferentie van de Europese Raad
De ministers van Europese Zaken bereidden de informele videoconferentie van de Europese Raad voor (25‑26 februari 2021). De EU‑leiders bespreken dan via videoconferentie de coronapandemie, gezondheidsbedreigingen, veiligheid en defensie, en het zuidelijk nabuurschap.
COVID‑19 en volksgezondheid
De EU‑leiders zullen de epidemiologische situatie evalueren. Ze zullen blijven werken aan de coördinatie van de respons op de coronapandemie, zoals de goedkeuring, productie en distributie van vaccins, en het vrije verkeer van personen.
De leiders zullen spreken over het versterken van de Europese weerbaarheid tegen toekomstige gezondheidsbedreigingen.
Ook zal worden gezocht naar manieren om de internationale samenwerking op het gebied van volksgezondheid te versterken.
Veiligheid en defensie
De leiders zullen een strategisch debat houden over Europese veiligheid en defensie.
Er zal worden gesproken over de lopende initiatieven voor investeringen in defensie, vermogensontwikkeling en operationele paraatheid. Ook het weerbaarder maken van de EU, met name tegen cyberaanvallen en hybride dreigingen, komt aan bod.
Zuidelijk nabuurschap
De leiders zullen een strategische bespreking houden over de betrekkingen van de EU met het zuidelijk nabuurschap. In december 2020 nam de Europese Raad conclusies over dit partnerschap aan. Hierin werd benadrukt dat een democratisch, stabieler, groener en welvarender zuidelijk nabuurschap een strategische prioriteit voor de EU is.
De ministers maakten de balans op van de interinstitutionele besprekingen over de conferentie.
De Conferentie over de toekomst van Europa moet een inclusief debat worden tussen de lidstaten en de Europese burger over hoe we onze Unie samen kunnen vormgeven. Daarbij moeten de wensen en zorgen van de burger centraal staan, niet de Europese instellingen. Als voorzitterschap zullen wij alles in het werk stellen om de conferentie zo spoedig mogelijk van start te laten gaan.
Ana Paula Zacarias, staatssecretaris voor Europese Zaken van Portugal
Het voorzitterschap informeerde de ministers over de jongste onderhandelingen met de andere EU‑instellingen. Op 3 februari bereikte de Raad overeenstemming over een herzien standpunt.
Dat bevat een voorstel om de conferentie gezamenlijk te laten voorzitten door de 3 instellingen, op het hoogste niveau vertegenwoordigd door het voorzitterschap van de Raad en de voorzitters van de Commissie en het Parlement.
Er zou ook een uitvoerende raad komen, met vertegenwoordigers van het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie, die allemaal dezelfde status zouden hebben.
De conferentie zou dit jaar van start moeten gaan. In het voorjaar van 2022 zou die moeten worden afgerond en worden de resultaten verwacht.
De ministers bespraken het actieplan voor Europese democratie, naar aanleiding van de Commissie-presentatie van 8 december 2020.
Dit plan is op 3 december 2020 aangenomen door de Commissie. Het moet ervoor zorgen dat burgers goed geïnformeerd aan het democratisch bestel kunnen deelnemen, zonder ongeoorloofde inmenging en manipulatie.
Voor het eerst sinds de ondertekening van de handels- en samenwerkingsovereenkomst evalueerden de ministers de betrekkingen tussen de EU en het VK.
De 2 partijen sloten die overeenkomst op 24 december 2020 samen met de Informatiebeveiligingsovereenkomst. Beide overeenkomsten worden sinds 1 januari 2021 voorlopig toegepast, in afwachting van het ratificatieproces in de EU en de officiële inwerkingtreding.
De EU vroeg vorige week om een verlenging tot en met 30 april 2021, zodat er voor de juristen‑vertalers voldoende tijd is om de overeenkomst in alle 24 talen te reviseren. Daarna zullen de Raad en het Europees Parlement de tekst opnieuw bestuderen. Om de einddatum van de voorlopige toepassing te wijzigen, is er een gezamenlijk besluit nodig van de Partnerschapsraad EU‑VK. Zodra die nieuwe datum is goedgekeurd, zal de Raad het Europees Parlement om zijn goedkeuring verzoeken. Daarna kan de Raad overgaan tot de laatste stap: de formele aanneming van het besluit tot sluiting van de overeenkomst.