Skip to content
  • Raad van de Europese Unie
  • Persmededeling
  • 11 juli 2017 15:40

Carcinogene of mutagene agentia op het werk: Raad legt nieuwe blootstellings­grenswaarden vast

Op 11 juli 2017 hechtte het Comité van permanente vertegenwoordigers zijn goedkeuring aan het op 28 juni met het Europees Parlement bereikte voorlopige akkoord over de richtlijn ter bescherming van werknemers tegen blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk.

Door grenswaarden voor carcinogene en mutagene agentia vast te stellen, helpt dit akkoord de belangrijkste oorzaak van werkgerelateerde sterfgevallen in de EU aan te pakken. Doel is de komende 50 jaar tot 100 000 levens te helpen redden.

De richtlijn legt blootstellingsgrenswaarden vast voor nog eens 11 carcinogene stoffen die niet in de geldende richtlijn van 2004 staan. Het gaat om respirabel kristallijn silicastof, 1,2-epoxypropaan, 1,3-butadieen, 2-nitropropaan, acrylamide, bepaalde chroom (VI)-verbindingen, ethyleenoxide, o-toluïdine, vuurvaste keramische vezels, broomethyleen en hydrazine.

Op basis van recente wetenschappelijke gegevens worden in de richtlijn ook herziene grenswaarden voor vinylchloride­monomeer en stof van hardhout bepaald.

Er komen minimum­voorschriften om alle gebruik van carcinogene en mutagene stoffen te elimineren of terug te dringen. Daarnaast moeten werkgevers de gevaren voor werknemers die aan specifieke carcinogene (en mutagene) stoffen kunnen worden blootgesteld, in kaart brengen en inschatten, en moeten zij blootstelling aan eventuele risico's voorkomen.

Dit zijn de voornaamste wijzigingen van het Commissievoorstel:

  • reprotoxische agentia: de Commissie zal moeten beoordelen of reprotoxische agentia uiterlijk in het eerste kwartaal van 2019 in de werkingssfeer van de richtlijn kunnen worden opgenomen, en kan daartoe een wetgevingsvoorstel indienen
  • chroom IV: gedurende een periode van 5 jaar na de datum van omzetting van de richtlijn zal een grenswaarde voor blootstelling van 0,010 mg/m³ van toepassing zijn, die voor de periode daarna tot 0,005 mg/m³ wordt verlaagd. Er is een afwijking voor het lassen en snijden met plasma of soortgelijke werkprocessen die rook genereren, met een grenswaarde voor blootstelling van 0,025 mg/m³ voor een periode van 5 jaar na de datum van omzetting, en van 0,005 mg/m³ voor de periode daarna.
  • Stof van hardhout: gedurende een periode van 5 jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn zal een grenswaarde voor blootstelling van 3 mg/m³ van toepassing zijn, die voor de periode daarna tot 2 mg/m³ wordt verlaagd.
  • Respirabel kristallijn silicastof: de Commissie heeft toegezegd om in het kader van de komende evaluatie van de toepassing van de richtlijn te beoordelen of de grenswaarde voor respirabel kristallijn silicastof moet worden gewijzigd.
  • Medische controle: de arts of de voor de medische controle op de werknemers in de lidstaten verantwoordelijke instantie kan verklaren dat de medische controle na het einde van de blootstelling zo lang moet worden voortgezet als voor de gezondheid van de betrokken werknemer noodzakelijk wordt geacht.

Volgende stappen

De nieuwe richtlijn zal in een latere fase formeel door de Raad worden aangenomen.

Persverantwoordelijke

Bent u geen journalist? Gelieve uw verzoek naar de dienst Voorlichting te sturen.

Laatst bijgewerkt: 13 januari 2024