Skip to content
  • Raad van de Europese Unie
  • Persmededeling
  • 16 april 2018 10:35

Raad neemt standpunt aan over nieuw juridisch kader tegen oneerlijke handelsconcurrentie

De Raad nam vandaag zijn standpunt aan over de verordening tot modernisering van de handelsbeschermingsinstrumenten van de EU, nadat in december 2017 een politiek akkoord met het EP was bereikt. Zo is de weg vrijgemaakt voor de uiteindelijke aanneming van de tekst door het Parlement in de komende weken.

De verordening wijzigt het bestaande juridische kader, waardoor hogere invoerrechten kunnen worden opgelegd aan invoer met dumping of subsidiëring, zodat EU-producenten beter beschermd zijn tegen schade als gevolg van oneerlijke concurrentie. De nieuwe verordening maakt de handelsbeschermingsinstrumenten van de EU voorspelbaarder, transparanter en toegankelijker, vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's).

"De goedkeuring van deze nieuwe handelsbeschermingsinstrumenten komt op een bijzonder geschikt moment. Gezien de opgang van protectionisme en de toenemende druk op de waarden en beginselen van een op regels gebaseerd handelssysteem, is het des te belangrijker voor de EU om over de juiste instrumenten te beschikken en tegelijk te pleiten voor vrije en eerlijke handel," zei Emil Karanikolov, de minister belast met handelsaangelegenheden van Bulgarije, dat momenteel het voorzitterschap van de Raad bekleedt.

De voorgestelde verordening zal:

  • voorlopige antidumping- en antisubsidiemaatregelen transparanter en voorspelbaarder maken. Er wordt onder meer voorzien in een periode van voorafgaande kennisgeving van 3 weken waarin voorlopige rechten nog niet zullen worden toegepast, en in extra vangnetten met betrekking tot de aanleg van voorraden.
  • de mogelijkheid bieden om, indien er kans is op tegenmaatregelen van derde landen, zonder officieel verzoek van de bedrijfstak een onderzoek in te stellen.
  • vakbonden in staat stellen om samen met de bedrijfstak klacht in te dienen en om partij te worden in de procedure.
  • de normale onderzoeksperiode reduceren tot 7 maanden, met een maximumperiode van 8 maanden. De definitieve rechten moeten binnen 14 maanden worden opgelegd.
  • de mogelijkheid bieden om hogere rechten op te leggen bij verstoringen van de grondstoffenmarkt, indien de betrokken grondstoffen, waaronder energie, goed zijn voor meer dan 17% van de ontvangsten. Zo kan het niveau van de ingestelde rechten op grond van de "regel van het laagste recht" worden aangepast indien dat in het belang van de EU is. Het opleggen van hogere rechten zal een streefwinst van minimum 6% bevatten.
  • ervoor zorgen dat importeurs rechten die tijdens een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van een maatregel zijn geïnd, terug kunnen krijgen indien handelsbeschermingsmaatregelen niet worden verlengd.
  • rekening houden met sociale en ecologische normen bij het beoordelen van de aanvaardbaarheid van een verbintenis en bij het vaststellen van de schademarge.

Het standpunt van de Raad is met gekwalificeerde meerderheid aangenomen. Ierland heeft zich van stemming onthouden en Zweden en het Verenigd Koninkrijk hebben tegengestemd. Het Europese Parlement moet nu in plenaire vergadering instemmen met de definitieve tekst van de verordening. Zo wordt de wetgevingsprocedure in tweede lezing afgerond.

De formele ondertekening van de verordening is gepland eind mei in Straatsburg. Kort daarna zal de verordening in het Publicatieblad worden bekendgemaakt.

De EU werkt aan de eerste grondige herziening van haar handelsbeschermingsinstrumenten sinds 1995
EU-handelsbeschermingsinstrumenten (Infographic)

EU-handelsbeschermingsinstrumenten (Infographic)

Naar de pagina "Vergaderingen"

Persverantwoordelijke

Bent u geen journalist? Gelieve uw verzoek naar de dienst Voorlichting te sturen.

Laatst bijgewerkt: 14 januari 2024