Skip to content
  • Raad van de Europese Unie
  • Persmededeling
  • 28 maart 2023 02:10

Infrastructuur voor alternatieve brand­stoffen: voorlopig akkoord voor meer laad- en tankstations in heel Europa

Meer nieuwe laad- en tankstations voor alternatieve brandstoffen, dat kan heel Europa de komende jaren tegemoet zien dankzij het voorlopige politieke akkoord tussen de Raad en het Europees Parlement van vandaag. De vervoerssector zal zijn koolstofvoetafdruk hiermee flink kunnen verkleinen.

Andreas Carlson, Zweeds minister van Infrastructuur en Huisvesting
Het akkoord laat aan burgers en andere betrokkenen zien dat er in de hele EU gebruiksvriendelijke oplaad­infrastructuur en tankstations voor alternatieve brandstoffen (bijv. waterstof) komen. Meer openbare oplaadcapaciteit op straat en langs snelwegen dus. Mensen hoeven straks niet meer bang te zijn geen laad- of tankstation voor hun elektrische of brandstof­cel­auto te kunnen vinden.
Andreas Carlson, Zweeds minister van Infrastructuur en Huisvesting
Andreas Carlson, Zweeds minister van Infrastructuur en Huisvesting

Doelstellingen van de voorgestelde wetgeving

De voorgestelde verordening infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (AFIR) heeft een drieledig doel:

  • voldoende laad- en tankinfrastructuur voor de voer- en vaartuigen die op alternatieve brandstoffen draaien
  • aangemeerde schepen en stilstaande vliegtuigen hoeven dankzij alternatieve oplossingen hun motoren niet meer draaiende te houden
  • een gebruiksvriendelijk en volledig interoperabele laad- en tankinfrastructuur in de hele EU

De voorgestelde verordening helpt de uitrol van de infrastructuur aanzienlijk te versnellen en zo vaart te houden in de groei van het emissie­vrije en emissie­arme voer- en vaartuigen­park. Dit helpt de vervoers­sector in een opwaartse spiraal en brengt de doelstellingen van de Europese klimaatwet dichterbij.

Voornaamste uit het Commissie­voorstel overgenomen elementen

Het voorlopig akkoord behoudt de fundamentele aspecten van het Commissievoorstel, met name de belangrijkste parameters die een reële impact op het klimaat zullen hebben. Het gaat daarbij om:

  • voor het opladen van lichte elektrische voertuigen – de vereisten wat betreft de totale te leveren laadcapaciteit op basis van de omvang van het geregistreerde wagenpark, en ook de dekkingsvereisten voor het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-T) voor 2025 en 2030
  • voor het opladen van elektrische vrachtwagens en het bijtanken van waterstof – de TEN-T-dekkingsvereisten in 2030, te beginnen in 2025 voor elektrische vrachtwagens
  • voor de levering van elektriciteit aan schepen die aan de kade zijn aangemeerd – de vanaf 2030 geldende eisen

Belangrijkste wijzigingen in het Commissie­voorstel

Het voorlopige akkoord bevat ook een aantal wijzigingen ten opzichte van het Commissievoorstel:

  • gezien de specifieke dynamiek op de markt voor elektrische zware bedrijfs­voertuigen en het feit dat die markt minder ontwikkeld is dan die voor lichte voertuigen wordt de infrastructuur vanaf 2025 geleidelijk uitgerold, om uiteindelijk in 2030 alle TEN-T-wegen te bestrijken
  • om investeringen in het tanken van waterstof een maximaal effect te geven en om gelijk op te kunnen gaan met de technologische ontwikkelingen, zijn de vereisten gericht op de uitrol van infrastructuur voor het tanken van gasvormig waterstof, met bijzondere aandacht voor stedelijke en multimodale knooppunten
  • om de vereisten voor elektrisch opladen te doen aansluiten op de zeer uiteenlopende praktische omstandigheden, en om ervoor te zorgen dat investeringen in verhouding staan tot de behoeften, is het totale vermogen van elektrische laadpools aangepast en kan voor trajecten met zeer weinig verkeer voor een grotere maximumafstand tussen laadpools worden geopteerd
  • om infrastructuur voor elektrisch opladen en waterstof tanken gebruiksvriendelijk te maken, zijn er verschillende betalings- en prijs­aanduidings­opties beschikbaar, waarbij onevenredige investeringen, met name in bestaande infrastructuur, worden vermeden
  • wat de walstroomvoorziening in zeehavens betreft sluiten de bepalingen nu volledig aan op het onlangs aangenomen voorstel FuelEU Zeevaart
  • het voorlopige akkoord bepaalt de verplichtingen van alle belanghebbenden, voorziet in vooruitgangs­rapportage, zorgt ervoor dat gebruikers naar behoren worden geïnformeerd, en geeft de sector gemeenschappelijke normen en technische specificaties
  • aangezien de technologie en de markt voor zware bedrijfsvoertuigen sterk in beweging zijn, bevat het voorlopige akkoord een clausule over een specifieke herziening op korte termijn, en wordt de gehele verordening ook nog eens op middellange termijn herzien

Volgende stappen

Het voorlopig politiek akkoord moet nu nog formeel worden goedgekeurd door de 2 wetgevers. Aan Raadszijde wil het Zweedse voorzitterschap de overeenkomst zo spoedig mogelijk aan de vertegenwoordigers van de lidstaten (Coreper) voorleggen om het formeel door de Raad te laten goedkeuren in een komende zitting.

Achtergrondinformatie

De verordening infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (AFIR) is onderdeel van het Fit for 55-pakket. Dit pakket is op 14 juli 2021 door de Europese Commissie gepresenteerd om de EU in staat te stellen haar netto-uitstoot van broeikas­gassen in 2030 met ten minste 55% te hebben verminderd ten opzichte van het niveau van 1990, en in 2050 klimaat­neutraal te zijn.

Op 2 juni 2022 bepaalde de Raad Vervoer een voorlopig Raadsstandpunt (algemene oriëntatie) over het voorstel.

De tekst van het voorlopig akkoord volgt.

Persverantwoordelijke

Bent u geen journalist? Gelieve uw verzoek naar de dienst Voorlichting te sturen.

Laatst bijgewerkt: 16 januari 2025