"We gebruiken cookies om uw browse-ervaring te verbeteren. Noodzakelijke cookies zijn nodig om essentiële functies van de website van de Raad te ondersteunen. Optionele cookies helpen ons om anonieme en geaggregeerde statistische overzichten op te stellen, om beter aan uw behoeften te voldoen.
Met uw toestemming gebruiken we cookies voor het genereren van geaggregeerde, anonieme gegevens over het browsegedrag van de gebruikers van onze website. We gebruiken deze gegevens om uw ervaring te verbeteren.
De ministers hielden een oriënterend debat over de Europese chipverordening 2.0. Die is op 3 juni 2026 door de Europese Commissie gepresenteerd en moet de Europese halfgeleiderindustrie versterken, de afhankelijkheid van het buitenland verminderen en de lokale vraag naar chips vergroten.
De EU heeft bewezen dat zij miljarden voor halfgeleiders kan mobiliseren, maar investeringen alleen volstaan niet als we afhankelijk blijven van chips die elders worden geproduceerd. Met de volgende chipverordening moet ambitie worden omgezet in echte soevereiniteit. In de wereldwijde wedloop om AI en geavanceerde technologieën kan Europa het zich niet veroorloven louter klant te zijn. We moeten een voortrekkersrol spelen.
Peter Burke, minister van Bedrijfsleven, Toerisme en Werkgelegenheid van Ierland
De lidstaten konden zich over het algemeen vinden in de doelstellingen van de chipverordening 2.0 en benadrukten dat het Europese ecosysteem voor halfgeleiders, de veerkracht en het concurrentievermogen moeten worden versterkt. Tijdens de bespreking werd benadrukt hoe belangrijk het is onze strategische afhankelijkheden te verminderen en tegelijkertijd open markten en samenwerking met betrouwbare internationale partners in stand te houden. De delegaties pleitten voor een consistente aanpak in de hele waardeketen voor halfgeleiders waarbij alle lidstaten worden betrokken, met inbegrip van kmo's, start-ups en opkomende ecosystemen, en benadrukten dat de investeringen moeten worden toegespitst op gebieden waar Europa over sterke capaciteiten en een sterk leiderschapspotentieel beschikt. De delegaties stelden verschillende belangrijke prioritaire gebieden voor, waaronder vermogenshalfgeleiders, fotonica, kwantumtechnologieën, geavanceerde behuizing, chipontwerp, rijpe technologieën en geavanceerde materialen. Verscheidene ministers onderstreepten ook dat de doorlooptijd van onderzoek en innovatie naar industrialisering en marktintroductie moet worden versneld, dat publieke en particuliere investeringen moeten worden gemobiliseerd, dat de toegang tot kritieke grondstoffen moet worden veiliggesteld en dat vaardigheden en talent moeten worden versterkt. Tegelijkertijd pleitten zij voor eenvoudige, evenredige en voorspelbare regels, zonder onnodige administratieve lasten, en voor nauwe coördinatie met andere EU-initiatieven en financieringsinstrumenten.
Richtsnoeren voor de controle of fusies – Gedachtewisseling
De Commissie informeerde de ministers over de herziening van de ontwerprichtsnoeren. Met de op 30 april 2026 bekendgemaakte ontwerprichtsnoeren wil de Unie meer dan 2 decennia jurisprudentie en praktijk op het gebied van handhaving van de antitrustregels consolideren in één kader waarin prioriteit wordt gegeven aan mondiaal concurrentievermogen, innovatie en economische veerkracht op lange termijn. Na de openbare raadpleging, die in juni 2026 werd afgerond, wordt de definitieve aanneming van de richtsnoeren vóór het einde van het jaar verwacht.
De lidstaten waren over het algemeen tevreden over het herziene ontwerp. Ze erkenden dat het kader moet worden geactualiseerd om rekening te houden met de veranderende marktcontext en om het concurrentievermogen van de EU te versterken. Tijdens de bespreking bleek er brede steun te zijn om meer rekening te houden met innovatie, opschalingsmogelijkheden, veerkracht, duurzaamheid en efficiëntie. Talrijke ministers schaarden zich achter het voorgestelde innovatieschild voor start-ups en scale-ups. Tegelijkertijd benadrukten verscheidene ministers dat de nieuwe criteria een aanvulling moeten vormen op, en niet in de plaats mogen komen van, een doeltreffende handhaving van de mededingingsregels en de bescherming van consumenten en kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's). Tot slot pleitte een aantal ministers voor meer duidelijkheid met een concrete analyse van de economische voordelen voor de interne markt, en voor richtsnoeren voor marktdeelnemers om rechtszekerheid, voorspelbaarheid en transparantie te waarborgen.
Het verankeren van economische veiligheid in het concurrentiebeleid van de EU – lunchdebat
Tijdens de lunch hielden de ministers een informeel debat over het thema "Het verankeren van economische veiligheid in het concurrentiebeleid van de EU".
Diversen
Voorts werden de ministers bijgepraat over 11 dossiers:
Het Ierse voorzitterschap informeerde de ministers over de stand van zaken rond de volgende wetgevingsvoorstellen:
- verordening industriële versnelling
- verordening inzake een 28e vennootschapsrechtelijk regime (EU Inc.)
- verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor concurrentievermogen
De Commissie praatte de ministers bij over verschillende projecten op het gebied van kritieke grondstoffen.
De Oostenrijkse, de Hongaarse, de Poolse, de Slowaakse en de Tsjechische delegatie informeerden de ministers over de evaluatie van het EU-emissiehandelssysteem (ETS) vanuit het oogpunt van het concurrentievermogen.
De Duitse, de Franse, de Italiaanse, de Poolse, de Slowaakse en de Spaanse delegatie presenteerden hun ideeën voor een Europees actieplan voor de sector huishoudelijke apparaten.
De Duitse delegatie bracht verslag uit over de vergadering van de ministeriële alliantie voor energie-intensieve industrieën in de marge van de zitting van de Raad Concurrentievermogen.
De Franse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse en de Tsjechische delegatie riepen op de belangrijkste aanbevelingen van de EU-alliantie voor kritieke chemische stoffen snel uit te voeren.
De Hongaarse, de Poolse, de Slowaakse en de Tsjechische delegatie legden uit hoe de producentenverantwoordelijkheid in het kader van de richtlijn stedelijk afvalwater een belemmering vormt voor het concurrentievermogen van de Europese industrieën.
De Bulgaarse en de Letse delegatie informeerden de ministers over een responsiever de-minimiskader.
De Belgische, de Franse, de Nederlandse en de Poolse delegatie lichtten de ministers in over de komende Europese productverordening.
De Belgische, de Duitse, de Franse, de Italiaanse, de Letse, de Luxemburgse, de Nederlandse, de Oostenrijkse, de Poolse, de Slowaakse en de Tsjechische delegatie lichtten hun standpunten over de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) toe.
De Poolse delegatie informeerde de ministers over de invloed van de verordening betreffende verpakkingen en verpakkingsafval op de eengemaakte markt.