"We gebruiken cookies om uw browse-ervaring te verbeteren. Noodzakelijke cookies zijn nodig om essentiële functies van de website van de Raad te ondersteunen. Optionele cookies helpen ons om anonieme en geaggregeerde statistische overzichten op te stellen, om beter aan uw behoeften te voldoen.
Met uw toestemming gebruiken we cookies voor het genereren van geaggregeerde, anonieme gegevens over het browsegedrag van de gebruikers van onze website. We gebruiken deze gegevens om uw ervaring te verbeteren.
De Raad Buitenlandse Zaken (Defensie) besprak de EU-steun voor Oekraïne, waarbij de aandacht vooral uitging naar de situatie ter plaatse.
De hoge vertegenwoordiger informeerde de ministers van Defensie over de werkzaamheden van de militaire bijstandsmissie van de EU ter ondersteuning van Oekraïne (EUMAM). Tegen midden juni zullen er meer dan 20 000 Oekraïense soldaten zijn opgeleid en de missie is goed op weg om de doelstelling van 30 000 opgeleide soldaten voor het einde van 2023 te halen.
De hoge vertegenwoordiger informeerde de Raad ook over de steun aan Oekraïne in het kader van de Europese Vredesfaciliteit. Tot nu toe is er in totaal € 5,6 miljard toegewezen en werden de EU-lidstaten aangemoedigd om in totaal voor bijna € 10 miljard aan militaire uitrusting te leveren.
Momenteel onderhandelen de lidstaten over het voorgestelde 8e steunpakket van € 500 miljoen in het kader van de Europese Vredesfaciliteit. Dit nieuwe pakket zou betekenen dat de Europese Vredesfaciliteit voor de 2e keer moet worden aangevuld met € 3,5 miljard. Dit is nodig om Oekraïne te kunnen blijven steunen en tegelijkertijd de mondiale ambitie van de Europese Vredesfaciliteit niet uit het oog te verliezen.
Wat het op 20 maart aangekondigde drieledige munitiepakket betreft: de Raad heeft reeds overeenstemming bereikt over € 2 miljard voor de levering en gezamenlijke aankoop van artillerie en raketten. Het doel is om in de komende 12 maanden 1 miljoen stuks artilleriemunitie te leveren aan Oekraïne.
Het 1e deel van het pakket houdt in dat de EU de lidstaten vraagt om munitie en raketten uit bestaande voorraden te leveren of reeds geplaatste orders anders te prioriteren om niet te hoeven wachten tot er meer munitie wordt geproduceerd.
Ik kan vandaag aankondigen dat de lidstaten voor het eerste deel van het pakket 220 000 stuks artilleriemunitie van verschillende kalibers en 1300 raketten hebben geleverd. Dit eerste traject loopt tot en met 31 mei en ik ben ervan overtuigd dat wij ons doel zullen bereiken. De lidstaten hebben tot juli de tijd om aan te geven hoeveel stuks artilleriemunitie en raketten ze kunnen leveren.
Josep Borrell, hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
Het 2e deel van het pakket bestaat uit de gezamenlijke aankoop van munitie bij de Europese defensie-industrie en Noorwegen. Van de 24 landen die zich hebben aangesloten bij het Europees Defensieagentschap (EDA) hebben 8 aangegeven via het EDA 155 mm-munitie te zullen aankopen. Tegelijkertijd lopen er ook nog andere initiatieven, met Frankrijk en Duitsland als leidende landen.
Voor het 3e deel, het opvoeren van de productiecapaciteit van de Europese defensie-industrie, heeft de Commissie onlangs een voorstel voor een verordening ter ondersteuning van de productie van munitie ingediend (Act in Support of Ammunition Production – ASAP).
Actuele kwesties
De defensieministers bespraken de inzet van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) van de EU.
Het eerste punt op de agenda onder dit kopje was de nieuwe militaire partnerschapsmissie van de EU in Niger, waarmee de logistiek en communicatie van de Nigerese strijdkrachten wordt ondersteund. Er ligt een voorstel om deze missie binnenkort aan te vullen met € 65 miljoen aan steun in het kader van de Europese Vredesfaciliteit.
Vervolgens heeft de hoge vertegenwoordiger de ministers voorgesteld samen te werken met de kuststaten van de Golf van Guinee om te voorkomen dat de terroristische dreiging vanuit de Sahel zich uitspreidt naar de noordelijke regio's van Benin, Ivoorkust, Ghana en Togo.
Tot slot werd benadrukt hoe belangrijk het is dat de snel inzetbare EU-capaciteit wordt opgezet en tegen 2025 volledig operationeel is.
Informele bespreking met Jens Stoltenberg
Tijdens de lunch hadden de ministers een informele uitwisseling met Jens Stoltenberg, de secretaris-generaal van de NAVO. Het gesprek ging over strategische domeinen zoals de cyberruimte, de ruimte en maritieme kwesties, en de samenwerking met de NAVO bij dreigingen op deze domeinen.
Conclusies van de Raad en andere besluiten
De Raad keurde conclusies goed over het EU-beleid inzake cyberdefensie.
Ook keurde de Raad 2 besluiten goed: een besluit ter bevestiging van de deelname van Denemarken aan de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) en een besluit waarmee 11 nieuwe projecten worden toegevoegd aan de lijst van bestaande PESCO-projecten die sinds december 2017 worden ontwikkeld.
Vóór de Raadszitting was er een vergadering van het bestuur van het Europees Defensieagentschap (EDA).
De ministers wisselden van gedachten over de gevolgen van de oorlog in Oekraïne voor het defensievermogen. Dit met oog op de komende herziening van de EU-prioriteiten voor vermogensontwikkeling in november 2023.
Tot slot praatte de hoge vertegenwoordiger de ministers bij over de ondertekening van de administratieve regeling tussen het EDA en het Amerikaanse ministerie van Defensie en de 2e editie van de Europese defensie-innovatiedagen van 31 mei tot en met 1 juni 2023 in Brussel.