Skip to content
  • Raad Justitie en Binnenlandse Zaken

Informele videoconferentie van de ministers van Binnenlandse Zaken, 12 maart 2021

Voornaamste resultaten

Veerkracht van kritieke entiteiten

De ministers van Binnenlandse Zaken bespraken het richtlijn­voorstel dat kritieke entiteiten die essentiële diensten verlenen in de EU, veer­krachtiger moet maken. Ze deelden hun voorlopige stand­punten over het in december 2020 ingediende Commissie­voorstel.

Eduardo Cabrita, minister van Binnenlandse Zaken van Portugal
De huidige COVID-19-pandemie heeft opnieuw duidelijk gemaakt hoezeer onze samen­levingen van elkaar afhankelijk zijn. Alleen door samen te werken kunnen we ervoor zorgen dat diensten die essentieel zijn voor het dagelijks leven van onze burgers, veer­krachtig zijn en toekomstige uitdagingen aankunnen, of het nu gaat om een pandemie, een terroristische aanslag of de gevolgen van de klimaat­verandering. De ministers hebben laten zien dat zij hieraan concrete invulling willen geven door het voorzitterschap een mandaat te geven om de werkzaam­heden voor deze belangrijke richtlijn voort te zetten.
Eduardo Cabrita, minister van Binnenlandse Zaken van Portugal
Eduardo Cabrita, minister van Binnenlandse Zaken van Portugal

De ministers deelden in grote lijnen het standpunt dat de wetgeving ter zake moet worden geactualiseerd en met name meer sectoren moet omvatten. Een aantal lidstaten vond het ook belangrijk dat het toepassings­gebied wordt uitgebreid van de bescherming van infrastructuur tot het bredere concept "veerkracht van entiteiten", waar eveneens herstel­capaciteit en bedrijfs­continuïteit onder vallen.

Er was ook een brede consensus dat de koppeling tussen cyber­beveiliging en fysieke beveiliging moet worden versterkt en dat er moet worden gezorgd voor complementariteit tussen dit voorstel en de ontwerp­richtlijn betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyber­beveiliging in de Unie. Daarnaast benadrukten veel lidstaten dat de noodzaak om op EU-niveau gemeen­schappelijke minimumregels vast te stellen, moet worden afgewogen tegen de primaire verantwoordelijkheid van de lidstaten voor nationale veiligheid. Tot slot wezen sommige er ook op dat het juiste evenwicht moet worden gevonden tussen een gemeenschappelijke aanpak en een zekere mate van flexibiliteit om rekening te houden met nationale verschillen.

De besprekingen over het voorstel zullen nu worden voortgezet op technisch niveau.

Asiel- en migratiepact

- Samenwerking met derde landen inzake terugkeer en overname

De ministers bespraken de externe aspecten van migratie. Ze deden dit aan de hand van een mededeling van de Commissie over betere samenwerking op het gebied van terugkeer en overname, samen met de beoordeling van de medewerking van derde landen op overname­gebied, als onderdeel van het nieuwe visumcode­mechanisme.

Ze herhaalden dat doeltreffende samenwerking rond terugkeer en overname belangrijk is binnen het bredere engagement dat op migratie­gebied is aangegaan met derde landen. Het werk daarvoor moet met spoed worden voortgezet zodat de samenwerking met belangrijke landen zo snel mogelijk kan worden verbeterd. In dat verband zal het voorzitterschap dan ook voortmaken met de technische besprekingen.

- Migratie- en asielpact

Het voorzitterschap praatte de ministers bij over de onderhandelingen over het migratie- en asielpact. Er wordt op verschillende niveaus gewerkt aan de uiteenlopende onderwerpen van het pact.

Op politiek niveau zal het voorzitterschap zich concentreren op enkele van de belangrijkste politieke punten die in eerdere besprekingen aan de orde zijn gesteld, zoals de externe dimensie, een doeltreffend beheer van de EU-buitengrenzen, en solidariteit en verantwoordelijkheid. Op technisch niveau wordt vooruitgang geboekt met instrumenten in verband met de interne dimensie van migratie. Voor sommige van deze instrumenten zijn de besprekingen reeds ver gevorderd, meer bepaald voor het EU-asiel­agentschap en de blauwekaart­richtlijn.

Samenwerking EU en Noord-Afrikaanse landen

De ministers wisselden van gedachten over nauwere samenwerking tussen de EU en de Noord-Afrikaanse landen. Ze baseerden zich daarvoor op een voorstel van het voorzitterschap om een politieke dialoog over justitie en binnen­landse zaken met de landen in de regio te beginnen met de nadruk op intensievere operationele samen­werking. Het voorzitterschap stelt voor te beginnen met Egypte, Libië, Tunesië, Algerije en Marokko, en in een tweede fase de landen aan de Afrikaanse westkust en in de Sahelregio te betrekken.

De meeste lidstaten spraken hun steun uit voor het initiatief van het voorzitterschap. Volgens een aantal onder hen moet worden gezorgd voor samenhang met het bestaande beleids­kader en bestaande samenwerkings­vormen, zoals sectorale dialogen. De meeste lidstaten vonden dat de aandacht vooral moet uitgaan naar migratie, terwijl andere ook wezen op veiligheids­vraagstukken (waaronder terrorisme­bestrijding en georganiseerde misdaad). Het voorzitterschap kondigde aan dat het in mei een ministeriële bijeenkomst met de Noord-Afrikaanse landen wil houden.

Vergaderstukken

Vooraf (documenten)

Na afloop (documenten)

Persinformatie

Persverantwoordelijke

Bent u geen journalist? Gelieve uw verzoek naar de dienst Voorlichting te sturen.

Accreditatie en persevenementen

Algemene informatie over accreditatie is te vinden op deze pagina.

Media-accreditatie voor internationale toppen buiten de Europese Unie wordt behandeld door de overheidsinstanties van het gastland.

Blijf op de hoogte

Andere zittingen: Raad Justitie en Binnenlandse Zaken

Bekijk meer vergaderingen

Laatst bijgewerkt: 9 januari 2025