- Raad van de Europese Unie
- Persmededeling
- 10 oktober 2017 12:40
Conclusies van de raad over klimaatfinanciering
1. BEVESTIGT de krachtige steun van de EU en haar lidstaten voor de tijdige uitvoering van de Overeenkomst van Parijs en Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling. HERHAALT dat het belangrijk is dat snelle en ambitieuze vooruitgang wordt geboekt wat betreft het transformatiedoel van de Overeenkomst van Parijs om geldstromen in lijn te brengen met een traject naar broeikasgasarme en klimaatveerkrachtige ontwikkeling, en dat zowel afzonderlijk als collectief actie wordt ondernomen om gestalte te geven aan de wereldwijde reactie op de dreiging van klimaatverandering. BENADRUKT dat met deze doelstelling rekening moet worden gehouden bij de evaluatie van de vorderingen in de richting van de langetermijndoelstellingen van de Overeenkomst van Parijs, onder meer door middel van de algemene inventarisatie, en VERKLAART dat er methoden en nadere regelingen moeten worden ontwikkeld om de collectieve vooruitgang wat betreft artikel 2, lid 1, punt c, van de Overeenkomst van Parijs te kwantificeren.
2. WIJST EROP dat het belangrijk is dat de beschikbaarheid van kapitaal voor groene en duurzame investeringen wordt opgeschaald en IS in dit verband INGENOMEN met de recente ontwikkelingen op internationaal, regionaal en nationaal niveau waarbij het vermogen van het financiële systeem om middelen voor emissiearme en klimaatveerkrachtige ontwikkeling vrij te maken en de respectieve financiële risico's passend te beheersen, wordt versterkt, onder meer in het kader van de werkzaamheden van de G20-studiegroep inzake groene financiering (Green Finance Study Group), de Taskforce voor de openbaarmaking van klimaatgerelateerde financiële informatie van de Raad voor financiële stabiliteit (FSB), de Groep deskundigen op hoog niveau inzake duurzame financiering en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). ONDERSTREEPT dat koolstofbeprijzing een cruciaal onderdeel vormt van een klimaat dat mogelijk maakt dat investeringen verschuiven naar groene en duurzame productietechnologieën en dat innovatieve oplossingen worden bevorderd. STEUNT dan ook initiatieven voor koolstofbeprijzing en voor het geleidelijk uitfaseren van milieuonvriendelijke en economisch schadelijke subsidies en onder andere het verder afbouwen van financiering voor emissie-intensieve projecten.
3. ONDERKENT dat de doelstelling om uiterlijk in 2020 collectief 100 miljard USD per jaar vrij te maken een belangrijke bijdrage blijft om de transformerende verandering die met de Overeenkomst van Parijs wordt beoogd, voort te stuwen. WIJST ER OPNIEUW OP dat de EU en haar lidstaten vastbesloten zijn de beschikbaarstelling van internationale klimaatfinanciering verder op te schalen, als onderdeel van de collectieve doelstelling van de ontwikkelde landen om uiterlijk in 2020 en tot 2025 gezamenlijk 100 miljard USD per jaar voor mitigatie- en adaptatiedoeleinden bijeen te brengen uit een groot aantal verschillende bronnen, instrumenten en kanalen. HERHAALT dat publieke klimaatfinanciering een belangrijke rol zal blijven spelen. WIJST EROP dat de EU en haar lidstaten de grootste verstrekker van publieke klimaatfinanciering zijn en onderstreept dat in de toekomst een breder scala van contribuanten moet deelnemen. VERZOEKT andere ontwikkelde landen die partij zijn nadrukkelijk om hun toezeggingen na te komen en particuliere financiering te mobiliseren voor deze collectieve doelstelling. BEKLEMTOONT het belang van een resultaatgericht perspectief inzake klimaatfinanciering, waarbij voor een zo groot mogelijk effect van de verstrekte en bijeengebrachte middelen wordt gezorgd.
4. BENADRUKT dat de particuliere sector een belangrijke rol speelt als cruciale bron van klimaatfinanciering en dat de mogelijkheden ervan voor de financiering van mitigatie- en adaptatiemaatregelen beter moeten worden gebruikt, en WIJST OP de centrale en noodzakelijke rol van een robuust beleidsklimaat dat het aantrekken van particuliere financiering mogelijk maakt. MERKT OP dat de EU beschikt over een breed scala van instrumenten om de particuliere sector te betrekken bij de financiering van internationale klimaatmaatregelen, en dat zij dit scala verder zal uitbouwen en verbeteren.
5. BENADRUKT dat multilaterale ontwikkelingsbanken belangrijk zijn als katalysator voor de transformerende verandering die met de Overeenkomst van Parijs wordt beoogd, onder meer door het nakomen van hun klimaatfinancieringstoezeggingen voor 2020. DRINGT ER bij deze banken, met inbegrip van de recent opgerichte banken, OP AAN door te gaan met het opschalen van klimaatgerelateerde investeringen en tegelijk hun middelen op een meer innoverende en efficiëntere manier in te zetten om particulier kapitaal aan te trekken, en hun activiteiten verder af te stemmen op de Overeenkomst van Parijs en de gerelateerde doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling, onder meer door de opbouw van binnenlandse capaciteit voor de uitwerking en uitvoering van projecten te ondersteunen.
VERWELKOMT ook de inspanningen van multilaterale ontwikkelingsbanken om vanuit hun eigen sterktes en opdrachten in al hun portefeuilles rekening te houden met klimaatoverwegingen. MOEDIGT multilaterale ontwikkelingsbanken zodoende AAN om, rekening houdend met de huidige ontwikkelings- en energiebehoeften van onze partnerlanden, de financiering van kolengestookte centrales verder af te bouwen. MOEDIGT internationale en regionale financiële instellingen en VN-agentschappen AAN via het UNFCCC-secretariaat informatie aan de partijen te verstrekken over de manier waarop zij klimaatdoelstellingen en maatregelen inzake klimaatveerkracht integreren in hun programma's voor ontwikkelingshulp en klimaatfinanciering.
6. WIJST EROP dat het transparantiekader een sleutelfactor zal zijn voor een geslaagde uitvoering van de Overeenkomst van Parijs door het verbeteren van de tracering inzake: klimaatfinanciering; en ii) de vorderingen bij de uitvoering van de in de nationaal bepaalde bijdragen geplande acties. BENADRUKT de noodzaak om voor evenwichtige vooruitgang te zorgen in alle aspecten van het transparantiekader. BENADRUKT het belang van een tijdige en doeltreffende uitvoering van het initiatief voor capaciteitsopbouw op het gebied van transparantie en andere initiatieven ter versterking van transparantie. IS INGENOMEN MET de aanzienlijke vooruitgang die in het kader van de UNFCCC-onderhandelingen is geboekt inzake de nadere regelingen voor het meetellen van verstrekte en vrijgemaakte financiële middelen en ONDERSCHRIJFT de noodzaak om voort methoden te ontwikkelen voor de geloofwaardige tracering van dankzij overheidsingrijpen aangetrokken particuliere financiering, hetgeen samentelling zonder dubbeltelling mogelijk zou maken. STEUNT in dit verband de toepassing van de beginselen voor het meetellen van aangetrokken particuliere financiering die door de coöperatieve onderzoeksgroep (Research Collaborative) en de Commissie voor ontwikkelingsbijstand van de OESO worden ontwikkeld.
7. BEKLEMTOONT het belang van een efficiënte wereldwijde klimaatfinancieringsstructuur. ONDERKENT de belangrijke bijdrage van internationale financiële instellingen en mechanismen aan klimaatfinanciering en HERHAALT zijn bereidheid om door te gaan met het steunen van die instellingen en mechanismen, onder meer het Groen Klimaatfonds. BENADRUKT dat de efficiëntie en doeltreffendheid, alsmede de samenhang en complementariteit van de huidige institutionele structuur voor klimaatfinanciering in het kader van het UNFCCC moeten worden verbeterd. ONDERSTREEPT dat ontwikkelingslanden dankzij deze verbeteringen efficiënte toegang tot klimaatfinanciering zouden krijgen ter ondersteuning van door de landen zelf aangestuurde strategieën met het oog op lage broeikasgasemissies en klimaatveerkrachtige ontwikkeling.
8. BENADRUKT dat het belangrijk is de middelen op te schalen om tegemoet te komen aan de behoeften van de armste en bijzonder kwetsbare ontwikkelingslanden, zoals de minst ontwikkelde landen en kleine insulaire ontwikkelingslanden, en die landen bij te staan. ERKENT in dit verband bij de tiende verjaardag van de instelling van het aanpassingsfonds de belangrijke bijdragen van dat fonds, als deel van het ruimere adaptatiefinancieringslandschap. BENADRUKT dat de EU en haar lidstaten zich gezamenlijk inspannen en zullen blijven inspannen om een substantieel deel van publieke klimaatfinanciering uit te trekken voor de financiering van adaptatiemaatregelen en dat de EU adaptatie reeds ondersteunt door middel van verscheidene technische en financiële instrumenten. BEKLEMTOONT dat ontwikkelingslanden moeten worden geholpen bij het integreren van klimaatdoelstellingen in ontwikkelingsstrategieën, en met name het integreren van adaptatieoverwegingen in alle niveaus van ontwikkelingsplannen.
9. VRAAGT aan de Europese Commissie een overzicht te geven van de internationale klimaatfinanciering uit de EU, onder meer van de Europese Investeringsbank, en haar lidstaten voor 2016 en aan de Raad om deze bijdrage goed te keuren vóór UNFCCC CoP23.
Persverantwoordelijke
-
Patrick McCullough Press officer
- +32 471 33 38 46
- +32 2 281 91 19
Bent u geen journalist? Gelieve uw verzoek naar de dienst Voorlichting te sturen.
Laatst bijgewerkt: 15 januari 2024