Skip to content

Klimaat- en energiekader 2030

In een notendop

De Europese Raad bereikte op 23 oktober 2014 overeenstemming over het klimaat- en energiekader 2030.

De Commissie heeft het klimaat- en energiekader 2030 op 22 januari 2014 voorgesteld in een mededeling waarin zij haar plannen voor een EU-beleidskader voor klimaat en energie in de periode 2020-2030 uit de doeken doet. Het kader moet de gesprekken op gang brengen over maatregelen om dit beleid verder uit te bouwen wanneer het huidige kader (tot 2020) afloopt.

Het kader voor 2030 moet de EU helpen bij de aanpak van punten zoals:

  • nieuwe stappen om tegen 2050 de beoogde vermindering van broeikasgasemissies met 80 tot 95% ten opzichte van 1990 te kunnen realiseren
  • de hoge energieprijzen en de gevoeligheid van de Europese economie voor nieuwe prijsstijgingen, vooral wat olie en gas betreft
  • de afhankelijkheid van de EU van ingevoerde energie, die vaak afkomstig is uit politiek onstabiele regio's
  • de noodzaak om de energie-infrastructuur te vervangen of te verbeteren en mogelijke investeerders een stabiel regelgevingskader te bieden
  • De bepaling van een EU-broeikasgasreductiestreefcijfer voor 2030

In detail

Mededeling van de Commissie over een beleidskader voor klimaat en energie in de periode 2020-2030 – COM(2014) 0015

Het kader voor 2030 bevat voorstellen voor nieuwe streefcijfers en maatregelen om de economie en het energiesysteem van de EU concurrerender, zekerder en duurzamer te maken. Het bevat streefcijfers voor het verminderen van broeikasgasemissies en het verhogen van het gebruik van hernieuwbare energie, alsook voorstellen voor een nieuw systeem van governance en prestatie-indicatoren.

Met name de volgende acties worden voorgesteld:

  • een afspraak om de broeikasgasemissies verder te verminderen, met voor 2030 een reductiestreefcijfer van 40% ten opzichte van 1990
  • een streefcijfer voor hernieuwbare energie van minstens 27% van het energieverbruik, met ruimte voor de lidstaten om nationale streefcijfers vast te stellen
  • een betere energie-efficiëntie, eventueel door wijziging van de energie-efficiëntierichtlijn
  • een hervorming van de EU-regeling voor emissiehandel, om een marktstabiliteitsreserve in te voeren
  • kernindicatoren – voor energieprijzen, diversifiëring van het aanbod, interconnectie tussen lidstaten, en technologische ontwikkelingen – om de vorderingen te meten in het tot stand brengen van een concurrerender, zekerder en duurzamer energiesysteem
  • een nieuw governancekader voor de rapportering door de lidstaten, dat gebaseerd is op nationale plannen die op EU-niveau worden gecoördineerd en geëvalueerd

In de Raad

Het Europees Parlement heeft op 5 februari 2014 een niet-wetgevende resolutie over het kader voor 2030 aangenomen.

Het kader voor 2030 is zowel door de Europese Raad als door de Raad besproken.

De Raad heeft openbare oriënterende debatten gehouden op 3 en 4 maart 2014 en op 12 en 13 juni 2014. De resultaten daarvan vormden een belangrijke basis voor de bespreking van het kader in de Europese Raad.

Voorts vond op 9 december 2014 nog een oriënterend debat plaats, in een zitting van de Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie (TTE). Dat ging in de eerste plaats over het nieuwe governanceproces. De ministers wezen er met name op dat het governanceproces zo flexibel mogelijk moet worden gehouden, aangezien het lang van toepassing blijft en niet mag leiden tot meer administratieve lasten voor de lidstaten. Het debat ging voorts over de voornaamste energie-indicatoren voor de monitoring van het klimaat- en het energiebeleid. Ook andere punten kwamen aan bod, zoals:

  • regionale samenwerking en coördinatie bij de planning van processen
  • het belang van het koolstofvrij maken
  • koolstoflekkage
  • betaalbare energieprijzen voor consumenten en bedrijven
  • de voltooiing van de gas- en elektriciteitsinterconnecties en de ontwikkeling van slimme energienetten
  • het potentieel van de energie- en klimaatsector voor het aantrekken van investeringen in het kader van het voorgestelde investeringsplan voor Europa

De Commissie heeft rekening gehouden met de bijdragen van de ministers bij het ontwikkelen, samen met de lidstaten, van het governanceproces.

In de Europese Raad

De Europese Raad heeft in maart 2014 conclusies aangenomen over het kader voor 2030, en heeft in juni 2014 de balans opgemaakt van de vorderingen. Tijdens de bijeenkomst in juni spraken de EU-leiders ook over de Europese strategie voor energiezekerheid van de Commissie, die nauw verband houdt met het kader voor 2030.

Tijdens de bijeenkomst op 23 en 24 oktober 2014 heeft de Europese Raad overeenstemming bereikt over het klimaat- en energiekader 2030 voor de EU. Er werden ook conclusies aangenomen, met daarin 4 belangrijke streefcijfers:

  • een bindend EU-streefcijfer van ten minste 40% minder broeikasgasemissies in 2030 ten opzichte van 1990
  • een bindend EU-streefcijfer van ten minste 27% gebruik van hernieuwbare energie in 2030
  • een indicatief EU-streefcijfer voor de verbetering van de energie-efficiëntie van ten minste 27% in 2030
  • de voltooiing van de interne energiemarkt steunen door het huidige streefcijfer voor interconnectie van elektriciteit van 10% zo spoedig mogelijk te halen (en uiterlijk in 2020), met name in de Baltische staten, Spanje en Portugal, en met het doel in 2030 het streefcijfer van 15% te halen

Op het gebied van energiezekerheid keurde de Europese Raad verdere maatregelen goed om de energieafhankelijkheid van de EU te verminderen en de zekerheid van haar elektriciteits- en gasvoorziening te vergroten.

De overeenkomst inzake het kader voor 2030, en met name een EU-broeikasgasreductiestreefcijfer van ten minste 40%, vormde de basis voor de bijdrage van de EU aan het nieuwe wereldwijde klimaatverdrag. Deze bijdrage, bekend als de voorgenomen nationaal vastgestelde bijdrage (INDC), is tijdens de zitting van de Raad Milieu van 6 maart 2015 formeel goedgekeurd. De EU en de lidstaten vormden de eerste grote economie die haar INDC voor de onderhandelingen bekendmaakte.

De Europese Raad blijft, waar nodig, strategische sturing geven aan het kader voor 2030, met name wat betreft de regeling voor de emissiehandel (ETS), interconnecties en energie-efficiëntie.

De Commissie heeft eind februari 2015 de eerste wetgevingsvoorstellen ter implementering van het klimaat- en energiekader 2030 opgesteld. De voorstellen, die in het energie-uniepakket vervat zijn, willen een coherente aanpak van klimaatverandering, energiezekerheid en concurrentievermogen bieden en bijdragen tot het halen van enkele van de doelstellingen van het energiekader 2030.