Skip to content

Gemeenschappelijk afwikkelings­mechanisme

Doel van het gemeenschappelijk afwikkelings­mechanisme (GAM) is falende banken op een ordelijke manier af te wikkelen met zo weinig mogelijk kosten voor de belasting­betaler en de reële economie.

Toepassingsgebied

Wanneer de regels van het gemeenschappelijk afwikkelings­mechanisme volledig in werking treden, zullen deze gelden voor de banken in de lidstaten van de eurozone en de banken van de EU-landen die tot de bankenunie wensen toe te treden.

Structuur

Het gemeenschappelijk afwikkelings­mechanisme is een van de cruciale elementen van Europa's bankenunie en bestaat uit:

  1. Een afwikkelings­autoriteit op EU-niveau - de gemeenschappelijke afwikkelingsraad
  2. Een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, gefinancierd door de banksector

Hoofddoelstellingen

  • versterken van het vertrouwen in de banksector
  • voorkomen van bankruns en besmetting
  • doorbreken van de negatieve spiraal die door de wederzijdse afhankelijkheid van banken en staten is ontstaan
  • wegwerken van de fragmentering van de interne markt voor financiële diensten
Infographic - Hoe werkt het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme?
Hoe werkt het gemeenschappelijk afwikkelings­mechanisme? (Infographic)

Hoe werkt het gemeenschappelijk afwikkelings­mechanisme? (Infographic)

1. Gemeenschappelijke afwikkelingsraad

De raad, het belangrijkste besluitvormings­orgaan van het gemeenschappelijk afwikkelings­mechanisme:

  • neemt besluiten over afwikkelings­regelingen voor falende banken (onder meer wat betreft de toepassing van afwikkelings­instrumenten en de aanwending van het gemeenschappelijk afwikkelings­fonds)
  • is rechtstreeks verantwoordelijk voor de plannings- en de afwikkelingsfase van de grensoverschrijdende en grote banken van de bankenunie die onder rechtstreeks toezicht van de Europese Centrale Bank staan
  • is verantwoordelijk voor alle afwikkelingszaken, ongeacht de omvang van de bank, indien voor de afwikkeling een beroep moet worden gedaan op het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds
  • draagt de eind­verantwoordelijkheid voor alle banken in de bankenunie en kan daarom te allen tijde besluiten zijn bevoegdheden uit te oefenen ten aanzien van om het even welke bank

Samenstelling van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad

De raad vergadert als bestuurs­vergadering of als plenaire vergadering.

Bestuursvergadering van de afwikkelingsraadPlenaire vergadering van de afwikkelingsraad
Leden met stemrecht
  • uitvoerend voorzitter
  • 4 voltijdse leden
  • vertegenwoordiger van de lidstaten waar de bank in moeilijkheden en haar bijkantoren of dochterondernemingen gevestigd zijn
Leden met stemrecht
  • uitvoerend voorzitter
  • 4 voltijdse leden
  • vertegenwoordigers van de nationale afwikkelings­autoriteiten (1 uit elke lidstaat die aan de bankenunie deelneemt)
Waarnemers
  • permanente waarnemers: 1 vertegenwoordiger van de ECB en 1 vertegenwoordiger van de Commissie
  • ad hoc uitgenodigde waarnemers
Waarnemers
  • permanente waarnemers: 1 vertegenwoordiger van de ECB en 1 vertegenwoordiger van de Commissie
  • ad hoc uitgenodigde waarnemers

De Raad heeft de voorzitter, de vicevoorzitter en de voltijdse leden van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad in december 2014 benoemd.

De ambtstermijn van de eerste na de inwerkingtreding van het GAM benoemde voorzitter bedraagt 3 jaar. Deze termijn kan eenmaal worden verlengd voor een periode van 5 jaar. De ambtstermijn van de vicevoorzitter en de 4 voltijdse leden bedraagt 5 jaar.

Besluitvorming in de gemeenschappelijke afwikkelingsraad

De bestuursvergadering bereidt alle afwikkelings­besluiten voor en stelt voor zover mogelijk de besluiten vast voor de banken waarvoor de raad rechtstreeks verantwoordelijk is.

De plenaire vergadering neemt besluiten van algemenere strekking, bijvoorbeeld:

  • over het reglement van orde
  • over de jaarlijkse begroting van de raad
  • en over investeringen en personeelszaken

De plenaire vergadering neemt ook besluiten over de wijze waarop het gemeenschappelijk afwikkelings­mechanisme boven bepaalde drempelbedragen wordt aangewend.

Zij moet het fonds toestemming geven om leningen te verstrekken en buitengewone achteraf te betalen bijdragen op te vragen.

2. Gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (GAF)

Het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds is een op supranationaal niveau opgericht fonds, waarop een beroep zal worden gedaan nadat andere opties, zoals de inbreng van de particuliere sector ("bail-in"), uitgeput zijn.

Het fonds zal worden gefinancierd met bijdragen van de banksector.

Het GAF zal gedurende 8 jaar worden opgebouwd. Er moet een bedrag worden opgehaald van ten minste 1% van de gedekte deposito's van alle kredietinstellingen met een licentie in de lidstaten van de bankenunie. Dat bedrag wordt geraamd op ongeveer € 55 miljard.

De individuele bijdrage van elke bank wordt berekend op basis van de verhouding tussen het bedrag van haar passiva (exclusief eigen vermogen en gedekte deposito's), enerzijds, en het totaalbedrag van de passiva (exclusief eigen vermogen en gedekte deposito's) van alle kredietinstellingen die in een van de deelnemende lidstaten een banklicentie hebben, anderzijds. De bijdragen worden aangepast in verhouding tot het risico waaraan de betrokken instelling blootgesteld is.

Hoe functioneert het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds?

De in de lidstaten opgehaalde bijdragen van de banken worden doorgestort aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds.

Om een beroep te kunnen doen op het fonds, moeten de regels voor de inbreng van de particuliere sector ("bail-in") en de beginselen uit de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en uit de verordening inzake het gemeenschappelijk afwikkelings­mechanisme worden toegepast.

Deze voorwaarde is nodig om te garanderen dat een van de voornaamste beginselen van de bankenunie in acht wordt genomen, namelijk dat de kosten van bankfalingen door de financiële sector, en niet door de belastingbetaler moeten worden gedragen.

Overgangsperiode van 8 jaar

In eerste instantie zal het fonds bestaan uit "nationale compartimenten". Deze zullen in de 8 jaar durende overgangsfase geleidelijk worden samengevoegd. De aanwending van de gestorte bijdragen zal worden "gemutualiseerd" ten belope van 40% in het eerste jaar, plus 20% in het tweede jaar, en zal dan in de resterende 6 jaar gestaag toenemen met gelijke bedragen, totdat de nationale compartimenten ophouden te bestaan.

De overdracht en de mutualisatie van de bijdragen maakt het voorwerp uit van een aparte intergouvernementele overeenkomst tussen de lidstaten die tot de bankenunie zijn toegetreden. Dat besluit is door de Raad genomen om maximale rechtszekerheid te garanderen, gezien de juridische en constitutionele bezwaren in sommige lidstaten.

26 lidstaten (alle EU-landen behalve Zweden en het VK) hebben de overeenkomst op 21 mei 2014 ondertekend. In een afzonderlijke verklaring maakten de ondertekenaars kenbaar dat zij het ratificatieproces tijdig wilden afronden, zodat het GAM vanaf 1 januari 2016 operationeel kon worden.

Sinds 30 november 2015 zijn er voldoende lidstaten met een bekrachtigde intergouvernementele overeenkomst over de overdracht en mutualisatie van bijdragen aan het GAF. De overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de akten van bekrachtiging zijn neergelegd door aan de bankenunie deelnemende ondertekenaars die samen ten minste 90% van de som van de gewogen stemmen van alle deelnemers vertegenwoordigen.

De lidstaten die geen deel uitmaken van de eurozone en de overeenkomst ondertekend hebben, zullen de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen pas moeten naleven nadat zij tot het gemeenschappelijk toezichts­mechanisme en het gemeenschappelijk afwikkelings­mechanisme zijn toegetreden.

Bijkomende financieringsregelingen

De ministers van Financiën van de EU hebben in december 2013 een verklaring aangenomen waarin gepreciseerd is dat er in de eerste fase van opbouw van het fonds overbruggings­financiering beschikbaar zal zijn uit, door banken­heffingen gesteunde, nationale bronnen of uit het Europees stabiliteits­mechanisme, volgens de bestaande procedures.

Dat is noodzakelijk om te garanderen dat het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds in de overgangsperiode over voldoende financiële middelen beschikt.

In december 2015 kwamen de aan de bankenunie deelnemende lidstaten overeen een systeem voor overbruggingsfinanciering in te stellen: sinds 2016 gaat iedere deelnemende lidstaat een geharmoniseerde leningfaciliteit­overeenkomst aan met de gemeenschappelijke afwikkelingsraad, waarbij aan de raad een nationale, individuele kredietlijn wordt verstrekt om het eigen nationale compartiment in het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds te dekken. Dat moet ervoor zorgen dat het fonds naar behoren blijft functioneren indien er financierings­tekorten zouden ontstaan na de afwikkeling van banken in een betrokken lidstaat.

Het afgesproken totaalbedrag van de kredietlijnen van lidstaten van de eurozone is maximaal €55 miljard.

De nationale kredietlijnen moeten worden gebruikt als laatste toevlucht, dus slechts als alle andere financieringsbronnen waarin de regels van de bankenunie voorzien, uitgeput zijn.

Het systeem van nationale kredietlijnen beschermt de belastingbetalers, zonder dat het een groot effect heeft op de financiën van de lidstaten op middellange termijn, want de voor de kredietlijnen vrijgemaakte bedragen zullen door de banksector van ieder land moeten worden terugbetaald.

Het systeem waarborgt ook gelijke rechten en verplichtingen voor alle deelnemende lidstaten en zal geen kosten met zich meebrengen voor landen die niet aan de bankenunie deelnemen.

Ook zullen tijdelijke overdrachten tussen de nationale compartimenten mogelijk zijn.

In de overgangsfase zal er een gemeenschappelijke vangnetregeling ("achtervangmechanisme") worden ontwikkeld. Deze regeling zal het verstrekken van leningen door het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds vergemakkelijken; uiteindelijk zullen deze bedragen met de bijdragen van de banksector worden terugbetaald.

Infographic - Gemeenschappelijk afwikkelingsfonds
Gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (Infographic)

Gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (Infographic)

Hoe functioneert het gemeenschappelijk afwikkelings­mechanisme?

Om het mechanisme toe te passen worden de volgende stappen gevolgd:

1. De Europese Centrale Bank, de toezichthoudende autoriteit, meldt aan de gemeenschappelijke afwikkelingsraad dat een bank faalt of dreigt te falen.

Een dergelijk besluit kan ook op eigen initiatief worden genomen door de bestuursvergadering van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad, indien de ECB, na op de hoogte te zijn gebracht, niet binnen 3 dagen heeft gereageerd.

2. De bestuursvergadering beslist of het probleem door inbreng van de particuliere sector kan worden opgelost en of de afwikkeling noodzakelijk is in het algemeen belang.

3. Zijn de voorwaarden voor afwikkeling niet vervuld, dan wordt de bank volgens het nationaal recht afgewikkeld.

4. Zijn die voorwaarden wel vervuld, dan stelt de gemeenschappelijke afwikkelingsraad een afwikkelings­regeling op. In die regeling wordt bepaald welke afwikkelings­instrumenten zullen worden gebruikt en op welke manier een beroep zal worden gedaan op het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds. Zodra de regeling is opgesteld, zendt de afwikkelingsraad die onmiddellijk toe aan de Commissie.

5. De regeling treedt in werking binnen 24 uur nadat zij door de afwikkelingsraad is goedgekeurd. Binnen die periode kan de Commissie de regeling goedkeuren of:

  • bezwaar maken tegen de discretionair bepaalde aspecten van de afwikkelings­regeling die door de gemeenschappelijke afwikkelingsraad is aangenomen
  • de Raad voorstellen bezwaar te maken tegen de regeling omdat de afwikkeling niet nodig is in het algemeen belang. In dat geval besluit de Raad met gewone meerderheid van stemmen
  • de Raad voorstellen een significante verandering van het uit het fonds afkomstige bedrag, zoals vervat in de afwikkelings­regeling, goed te keuren of er bezwaar tegen te maken (een verandering van het uit het fonds afkomstige bedrag dient als significant te worden beschouwd indien het 5% of meer afwijkt van het voorstel van de afwikkelingsraad)

Wil de Commissie de Raad voorstellen bezwaar te maken, dan moet zij dit doen binnen 12 uur nadat de afwikkelingsraad de afwikkelings­regeling heeft goedgekeurd, zodat de Raad in de daaropvolgende 12 uur een besluit kan nemen.

Als de Raad bezwaar maakt tegen het afwikkelen van een instelling, wordt de betrokken instelling geliquideerd overeenkomstig het toepasselijke nationale recht.

6. De afwikkelingsraad zorgt er dan voor dat de betrokken nationale afwikkelings­autoriteiten de nodige afwikkelings­maatregelen nemen.

Andere actoren in het gemeenschappelijk afwikkelings­mechanisme

De Raad van de EU

  • benoemt de leden van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad
  • bepaalt (in een uitvoeringsbesluit) volgens welke regels de banksector de vooraf te betalen bijdragen in het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds zal storten
  • kan in bepaalde gevallen bezwaar maken tegen een specifieke afwikkelings­regeling

De Europese Commissie

Om aan de in de jurisprudentie gestelde voorwaarden te voldoen, moet de door de afwikkelingsraad aangenomen regeling door een EU-instelling worden bekrachtigd.

In de praktijk betekent dit dat de Europese Commissie de afwikkelings­regeling moet bekrachtigen, of bezwaar kan maken tegen de discretionair bepaalde aspecten van de door de gemeenschappelijke afwikkelingsraad aangenomen afwikkelings­regelingen.

De Commissie kan ook voorstellen dat de Raad bezwaar maakt tegen een afwikkelings­regeling in gevallen waarin niet is voldaan aan het criterium "algemeen belang" of het uit het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds ter beschikking te stellen bedrag zelf is gewijzigd.

De Europese Centrale Bank

Als toezichthouder van de banken die lid zijn van de bankenunie meldt de ECB de gemeenschappelijke afwikkelingsraad alle gevallen van banken die falen of dreigen te falen.

De nationale afwikkelings­autoriteiten

De nationale autoriteiten van de deelnemende lidstaten zijn verantwoordelijk voor de planning en de aanneming van de afwikkelings­plannen voor de banken waarvoor de gemeenschappelijke afwikkelingsraad niet verantwoordelijk is.

Voorts voeren zij alle besluiten uit die volgens de instructies van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad tot hen zijn gericht.

Indien een nationale afwikkelings­autoriteit geen gevolg geeft aan een besluit van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad, kan de raad zijn uitvoeringsbevelen rechtstreeks tot de bank in moeilijkheden richten.

Waarom een gemeenschappelijk afwikkelings­mechanisme?

Het gemeenschappelijk rulebook (bundeling van alle regels) heeft het recht van de lidstaten tot op zekere hoogte geharmoniseerd en voorziet in gemeenschappelijke afwikkelings­instrumenten en bevoegdheden voor de nationale autoriteiten. Het biedt de nationale autoriteiten ook een zekere beoordelings­vrijheid om zelf te beslissen hoe deze instrumenten zullen worden toegepast en hoe de nationale financierings­regelingen in het kader van afwikkelings­procedures zullen worden aangewend.

Het GAM is dus opgevat als een gemeenschappelijke regeling voor alle gevallen waarin banken in de problemen komen; aldus komt het de stabiliteit van de financiële sector in de deelnemende lidstaten ten goede.

Voorts moet het GAM voorkomen dat crisissen naar andere niet-deelnemende lidstaten overslaan en zo het functioneren van de interne markt versoepelen.

Er was behoefte aan een gemeenschappelijk mechanisme om te voorkomen dat de lidstaten in het kader van de afwikkeling van grens­overschrijdende bankgroepen afzonderlijke en potentieel inconsistente besluiten nemen, met mogelijke gevolgen voor de totale afwikkelingskosten.

Met de oprichting van een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds wordt ook voorkomen dat banken afhankelijk zijn van steun uit de nationale begrotingen en dat de lidstaten de financieringsregelingen op uiteenlopende manieren gaan toepassen. Op die manier wordt ook vermeden dat er situaties ontstaan waarin een bankafwikkeling op nationaal niveau een onevenredig groot effect heeft op de reële economie.

Tot slot was de supranationale afwikkelings­regeling noodzakelijk als aanvulling op de toezichts­regeling op EU-niveau - het gemeenschappelijk afwikkelings­mechanisme. Eventuele spanningen tussen de ECB en de nationale afwikkelings­autoriteiten worden op die manier voorkomen.

Het gemeenschappelijk afwikkelings­mechanisme moet het vertrouwen in de banksector vergroten, bankruns en besmetting voorkomen, de negatieve spiraal doorbreken die door de wederzijdse afhankelijkheid van banken en staten is ontstaan en de fragmentering van de interne markt voor financiële diensten tegengaan.

Inwerkingtreding

De bepalingen over de voorbereiding van de afwikkelings­planning, het vergaren van informatie en de samenwerking met de nationale afwikkelings­autoriteiten zijn van toepassing sinds 1 januari 2015.

De bepalingen betreffende de afwikkelings­planning, vroegtijdige interventie, afwikkelings­maatregelen en afwikkelings­instrumenten, waaronder de inbreng (bail-in) van aandeelhouders en schuldeisers, zijn van toepassing sinds 1 januari 2016.

De intergouvernementele overeenkomst over de overdracht en mutualisatie van bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de akten van bekrachtiging zijn neergelegd door aan het GTM/GAM deelnemende ondertekenaars die samen 90% van de som van de gewogen stemmen van alle deelnemende lidstaten vertegenwoordigen.