Gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme
Doel van het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme (GAM) is falende banken op een ordelijke manier af te wikkelen met zo weinig mogelijk kosten voor de belastingbetaler en de reële economie.
Toepassingsgebied
Wanneer de regels van het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme volledig in werking treden, zullen deze gelden voor de banken in de lidstaten van de eurozone en de banken van de EU-landen die tot de bankenunie wensen toe te treden.
Structuur
Het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme is een van de cruciale elementen van Europa's bankenunie en bestaat uit:
- Een afwikkelingsautoriteit op EU-niveau - de gemeenschappelijke afwikkelingsraad
- Een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, gefinancierd door de banksector
Hoofddoelstellingen
- versterken van het vertrouwen in de banksector
- voorkomen van bankruns en besmetting
- doorbreken van de negatieve spiraal die door de wederzijdse afhankelijkheid van banken en staten is ontstaan
- wegwerken van de fragmentering van de interne markt voor financiële diensten
Hoe werkt het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme? (Infographic)
1. Gemeenschappelijke afwikkelingsraad
De raad, het belangrijkste besluitvormingsorgaan van het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme:
- neemt besluiten over afwikkelingsregelingen voor falende banken (onder meer wat betreft de toepassing van afwikkelingsinstrumenten en de aanwending van het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds)
- is rechtstreeks verantwoordelijk voor de plannings- en de afwikkelingsfase van de grensoverschrijdende en grote banken van de bankenunie die onder rechtstreeks toezicht van de Europese Centrale Bank staan
- is verantwoordelijk voor alle afwikkelingszaken, ongeacht de omvang van de bank, indien voor de afwikkeling een beroep moet worden gedaan op het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds
- draagt de eindverantwoordelijkheid voor alle banken in de bankenunie en kan daarom te allen tijde besluiten zijn bevoegdheden uit te oefenen ten aanzien van om het even welke bank
Samenstelling van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad
De raad vergadert als bestuursvergadering of als plenaire vergadering.
| Bestuursvergadering van de afwikkelingsraad | Plenaire vergadering van de afwikkelingsraad |
Leden met stemrecht
| Leden met stemrecht
|
Waarnemers
| Waarnemers
|
De Raad heeft de voorzitter, de vicevoorzitter en de voltijdse leden van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad in december 2014 benoemd.
De ambtstermijn van de eerste na de inwerkingtreding van het GAM benoemde voorzitter bedraagt 3 jaar. Deze termijn kan eenmaal worden verlengd voor een periode van 5 jaar. De ambtstermijn van de vicevoorzitter en de 4 voltijdse leden bedraagt 5 jaar.
Besluitvorming in de gemeenschappelijke afwikkelingsraad
De bestuursvergadering bereidt alle afwikkelingsbesluiten voor en stelt voor zover mogelijk de besluiten vast voor de banken waarvoor de raad rechtstreeks verantwoordelijk is.
De plenaire vergadering neemt besluiten van algemenere strekking, bijvoorbeeld:
- over het reglement van orde
- over de jaarlijkse begroting van de raad
- en over investeringen en personeelszaken
De plenaire vergadering neemt ook besluiten over de wijze waarop het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme boven bepaalde drempelbedragen wordt aangewend.
Zij moet het fonds toestemming geven om leningen te verstrekken en buitengewone achteraf te betalen bijdragen op te vragen.
2. Gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (GAF)
Het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds is een op supranationaal niveau opgericht fonds, waarop een beroep zal worden gedaan nadat andere opties, zoals de inbreng van de particuliere sector ("bail-in"), uitgeput zijn.
Het fonds zal worden gefinancierd met bijdragen van de banksector.
Het GAF zal gedurende 8 jaar worden opgebouwd. Er moet een bedrag worden opgehaald van ten minste 1% van de gedekte deposito's van alle kredietinstellingen met een licentie in de lidstaten van de bankenunie. Dat bedrag wordt geraamd op ongeveer € 55 miljard.
De individuele bijdrage van elke bank wordt berekend op basis van de verhouding tussen het bedrag van haar passiva (exclusief eigen vermogen en gedekte deposito's), enerzijds, en het totaalbedrag van de passiva (exclusief eigen vermogen en gedekte deposito's) van alle kredietinstellingen die in een van de deelnemende lidstaten een banklicentie hebben, anderzijds. De bijdragen worden aangepast in verhouding tot het risico waaraan de betrokken instelling blootgesteld is.
Hoe functioneert het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds?
De in de lidstaten opgehaalde bijdragen van de banken worden doorgestort aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds.
Om een beroep te kunnen doen op het fonds, moeten de regels voor de inbreng van de particuliere sector ("bail-in") en de beginselen uit de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en uit de verordening inzake het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme worden toegepast.
Deze voorwaarde is nodig om te garanderen dat een van de voornaamste beginselen van de bankenunie in acht wordt genomen, namelijk dat de kosten van bankfalingen door de financiële sector, en niet door de belastingbetaler moeten worden gedragen.
Overgangsperiode van 8 jaar
In eerste instantie zal het fonds bestaan uit "nationale compartimenten". Deze zullen in de 8 jaar durende overgangsfase geleidelijk worden samengevoegd. De aanwending van de gestorte bijdragen zal worden "gemutualiseerd" ten belope van 40% in het eerste jaar, plus 20% in het tweede jaar, en zal dan in de resterende 6 jaar gestaag toenemen met gelijke bedragen, totdat de nationale compartimenten ophouden te bestaan.
De overdracht en de mutualisatie van de bijdragen maakt het voorwerp uit van een aparte intergouvernementele overeenkomst tussen de lidstaten die tot de bankenunie zijn toegetreden. Dat besluit is door de Raad genomen om maximale rechtszekerheid te garanderen, gezien de juridische en constitutionele bezwaren in sommige lidstaten.
26 lidstaten (alle EU-landen behalve Zweden en het VK) hebben de overeenkomst op 21 mei 2014 ondertekend. In een afzonderlijke verklaring maakten de ondertekenaars kenbaar dat zij het ratificatieproces tijdig wilden afronden, zodat het GAM vanaf 1 januari 2016 operationeel kon worden.
Sinds 30 november 2015 zijn er voldoende lidstaten met een bekrachtigde intergouvernementele overeenkomst over de overdracht en mutualisatie van bijdragen aan het GAF. De overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de akten van bekrachtiging zijn neergelegd door aan de bankenunie deelnemende ondertekenaars die samen ten minste 90% van de som van de gewogen stemmen van alle deelnemers vertegenwoordigen.
De lidstaten die geen deel uitmaken van de eurozone en de overeenkomst ondertekend hebben, zullen de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen pas moeten naleven nadat zij tot het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme en het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme zijn toegetreden.
- Overeenkomst over de overdracht en mutualisatie van bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds
-
Dit document is momenteel alleen beschikbaar in de volgende talen:
-
Dit document is momenteel alleen beschikbaar in de volgende talen:
-
Dit document is momenteel alleen beschikbaar in de volgende talen:
Bijkomende financieringsregelingen
De ministers van Financiën van de EU hebben in december 2013 een verklaring aangenomen waarin gepreciseerd is dat er in de eerste fase van opbouw van het fonds overbruggingsfinanciering beschikbaar zal zijn uit, door bankenheffingen gesteunde, nationale bronnen of uit het Europees stabiliteitsmechanisme, volgens de bestaande procedures.
Dat is noodzakelijk om te garanderen dat het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds in de overgangsperiode over voldoende financiële middelen beschikt.
In december 2015 kwamen de aan de bankenunie deelnemende lidstaten overeen een systeem voor overbruggingsfinanciering in te stellen: sinds 2016 gaat iedere deelnemende lidstaat een geharmoniseerde leningfaciliteitovereenkomst aan met de gemeenschappelijke afwikkelingsraad, waarbij aan de raad een nationale, individuele kredietlijn wordt verstrekt om het eigen nationale compartiment in het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds te dekken. Dat moet ervoor zorgen dat het fonds naar behoren blijft functioneren indien er financieringstekorten zouden ontstaan na de afwikkeling van banken in een betrokken lidstaat.
Het afgesproken totaalbedrag van de kredietlijnen van lidstaten van de eurozone is maximaal €55 miljard.
De nationale kredietlijnen moeten worden gebruikt als laatste toevlucht, dus slechts als alle andere financieringsbronnen waarin de regels van de bankenunie voorzien, uitgeput zijn.
Het systeem van nationale kredietlijnen beschermt de belastingbetalers, zonder dat het een groot effect heeft op de financiën van de lidstaten op middellange termijn, want de voor de kredietlijnen vrijgemaakte bedragen zullen door de banksector van ieder land moeten worden terugbetaald.
Het systeem waarborgt ook gelijke rechten en verplichtingen voor alle deelnemende lidstaten en zal geen kosten met zich meebrengen voor landen die niet aan de bankenunie deelnemen.
Ook zullen tijdelijke overdrachten tussen de nationale compartimenten mogelijk zijn.
In de overgangsfase zal er een gemeenschappelijke vangnetregeling ("achtervangmechanisme") worden ontwikkeld. Deze regeling zal het verstrekken van leningen door het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds vergemakkelijken; uiteindelijk zullen deze bedragen met de bijdragen van de banksector worden terugbetaald.
Gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (Infographic)
Hoe functioneert het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme?
Om het mechanisme toe te passen worden de volgende stappen gevolgd:
1. De Europese Centrale Bank, de toezichthoudende autoriteit, meldt aan de gemeenschappelijke afwikkelingsraad dat een bank faalt of dreigt te falen.
Een dergelijk besluit kan ook op eigen initiatief worden genomen door de bestuursvergadering van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad, indien de ECB, na op de hoogte te zijn gebracht, niet binnen 3 dagen heeft gereageerd.
2. De bestuursvergadering beslist of het probleem door inbreng van de particuliere sector kan worden opgelost en of de afwikkeling noodzakelijk is in het algemeen belang.
3. Zijn de voorwaarden voor afwikkeling niet vervuld, dan wordt de bank volgens het nationaal recht afgewikkeld.
4. Zijn die voorwaarden wel vervuld, dan stelt de gemeenschappelijke afwikkelingsraad een afwikkelingsregeling op. In die regeling wordt bepaald welke afwikkelingsinstrumenten zullen worden gebruikt en op welke manier een beroep zal worden gedaan op het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds. Zodra de regeling is opgesteld, zendt de afwikkelingsraad die onmiddellijk toe aan de Commissie.
5. De regeling treedt in werking binnen 24 uur nadat zij door de afwikkelingsraad is goedgekeurd. Binnen die periode kan de Commissie de regeling goedkeuren of:
- bezwaar maken tegen de discretionair bepaalde aspecten van de afwikkelingsregeling die door de gemeenschappelijke afwikkelingsraad is aangenomen
- de Raad voorstellen bezwaar te maken tegen de regeling omdat de afwikkeling niet nodig is in het algemeen belang. In dat geval besluit de Raad met gewone meerderheid van stemmen
- de Raad voorstellen een significante verandering van het uit het fonds afkomstige bedrag, zoals vervat in de afwikkelingsregeling, goed te keuren of er bezwaar tegen te maken (een verandering van het uit het fonds afkomstige bedrag dient als significant te worden beschouwd indien het 5% of meer afwijkt van het voorstel van de afwikkelingsraad)
Wil de Commissie de Raad voorstellen bezwaar te maken, dan moet zij dit doen binnen 12 uur nadat de afwikkelingsraad de afwikkelingsregeling heeft goedgekeurd, zodat de Raad in de daaropvolgende 12 uur een besluit kan nemen.
Als de Raad bezwaar maakt tegen het afwikkelen van een instelling, wordt de betrokken instelling geliquideerd overeenkomstig het toepasselijke nationale recht.
6. De afwikkelingsraad zorgt er dan voor dat de betrokken nationale afwikkelingsautoriteiten de nodige afwikkelingsmaatregelen nemen.
Andere actoren in het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme
De Raad van de EU
- benoemt de leden van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad
- bepaalt (in een uitvoeringsbesluit) volgens welke regels de banksector de vooraf te betalen bijdragen in het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds zal storten
- kan in bepaalde gevallen bezwaar maken tegen een specifieke afwikkelingsregeling
De Europese Commissie
Om aan de in de jurisprudentie gestelde voorwaarden te voldoen, moet de door de afwikkelingsraad aangenomen regeling door een EU-instelling worden bekrachtigd.
In de praktijk betekent dit dat de Europese Commissie de afwikkelingsregeling moet bekrachtigen, of bezwaar kan maken tegen de discretionair bepaalde aspecten van de door de gemeenschappelijke afwikkelingsraad aangenomen afwikkelingsregelingen.
De Commissie kan ook voorstellen dat de Raad bezwaar maakt tegen een afwikkelingsregeling in gevallen waarin niet is voldaan aan het criterium "algemeen belang" of het uit het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds ter beschikking te stellen bedrag zelf is gewijzigd.
De Europese Centrale Bank
Als toezichthouder van de banken die lid zijn van de bankenunie meldt de ECB de gemeenschappelijke afwikkelingsraad alle gevallen van banken die falen of dreigen te falen.
De nationale afwikkelingsautoriteiten
De nationale autoriteiten van de deelnemende lidstaten zijn verantwoordelijk voor de planning en de aanneming van de afwikkelingsplannen voor de banken waarvoor de gemeenschappelijke afwikkelingsraad niet verantwoordelijk is.
Voorts voeren zij alle besluiten uit die volgens de instructies van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad tot hen zijn gericht.
Indien een nationale afwikkelingsautoriteit geen gevolg geeft aan een besluit van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad, kan de raad zijn uitvoeringsbevelen rechtstreeks tot de bank in moeilijkheden richten.
Waarom een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme?
Het gemeenschappelijk rulebook (bundeling van alle regels) heeft het recht van de lidstaten tot op zekere hoogte geharmoniseerd en voorziet in gemeenschappelijke afwikkelingsinstrumenten en bevoegdheden voor de nationale autoriteiten. Het biedt de nationale autoriteiten ook een zekere beoordelingsvrijheid om zelf te beslissen hoe deze instrumenten zullen worden toegepast en hoe de nationale financieringsregelingen in het kader van afwikkelingsprocedures zullen worden aangewend.
Het GAM is dus opgevat als een gemeenschappelijke regeling voor alle gevallen waarin banken in de problemen komen; aldus komt het de stabiliteit van de financiële sector in de deelnemende lidstaten ten goede.
Voorts moet het GAM voorkomen dat crisissen naar andere niet-deelnemende lidstaten overslaan en zo het functioneren van de interne markt versoepelen.
Er was behoefte aan een gemeenschappelijk mechanisme om te voorkomen dat de lidstaten in het kader van de afwikkeling van grensoverschrijdende bankgroepen afzonderlijke en potentieel inconsistente besluiten nemen, met mogelijke gevolgen voor de totale afwikkelingskosten.
Met de oprichting van een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds wordt ook voorkomen dat banken afhankelijk zijn van steun uit de nationale begrotingen en dat de lidstaten de financieringsregelingen op uiteenlopende manieren gaan toepassen. Op die manier wordt ook vermeden dat er situaties ontstaan waarin een bankafwikkeling op nationaal niveau een onevenredig groot effect heeft op de reële economie.
Tot slot was de supranationale afwikkelingsregeling noodzakelijk als aanvulling op de toezichtsregeling op EU-niveau - het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme. Eventuele spanningen tussen de ECB en de nationale afwikkelingsautoriteiten worden op die manier voorkomen.
Het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme moet het vertrouwen in de banksector vergroten, bankruns en besmetting voorkomen, de negatieve spiraal doorbreken die door de wederzijdse afhankelijkheid van banken en staten is ontstaan en de fragmentering van de interne markt voor financiële diensten tegengaan.
Inwerkingtreding
De bepalingen over de voorbereiding van de afwikkelingsplanning, het vergaren van informatie en de samenwerking met de nationale afwikkelingsautoriteiten zijn van toepassing sinds 1 januari 2015.
De bepalingen betreffende de afwikkelingsplanning, vroegtijdige interventie, afwikkelingsmaatregelen en afwikkelingsinstrumenten, waaronder de inbreng (bail-in) van aandeelhouders en schuldeisers, zijn van toepassing sinds 1 januari 2016.
De intergouvernementele overeenkomst over de overdracht en mutualisatie van bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de akten van bekrachtiging zijn neergelegd door aan het GTM/GAM deelnemende ondertekenaars die samen 90% van de som van de gewogen stemmen van alle deelnemende lidstaten vertegenwoordigen.