EU-sancties tegen Iran
De EU veroordeelt de mensenrechtenschendingen in Iran, alsook de activiteiten van het land met betrekking tot de proliferatie van kernwapens en zijn militaire steun voor Ruslands aanvalsoorlog tegen Oekraïne. De EU heeft in dit verband verschillende sancties opgelegd.
Onderdrukking en mensenrechtenschendingen in Iran
De EU heeft herhaaldelijk ernstige mensenrechtenschendingen in Iran veroordeeld, waaronder de dood van de 22-jarige Mahsa Amini in september 2022 terwijl ze in hechtenis zat, de executie van burgers met een EU- en de Iraanse nationaliteit in 2023 en 2024, de detentie van mensenrechtenverdedigers, onder wie de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede Narges Mohammadi, en het gewelddadige neerslaan van de protesten van januari 2026.
De EU steunt het fundamentele streven van de Iraanse bevolking naar een toekomst waarin haar universele mensenrechten en fundamentele vrijheden worden geëerbiedigd en beschermd en waarin zij die ten volle kan uitoefenen.
De Europese Unie veroordeelt met klem:
- het wijdverbreide, brute en disproportionele geweld van de Iraanse autoriteiten tegen vreedzame demonstranten
- willekeurige detentie als middel om kritische stemmen het zwijgen op te leggen
- de folteringen en andere vormen van wrede, onmenselijke en onterende behandeling van gedetineerden in Iraanse gevangenissen
- het opleggen en uitvoeren van doodvonnissen tegen demonstranten
- de beperkingen op communicatie, waaronder het afsluiten van het internet
Het recht op vrijheid van vreedzame vergadering en van meningsuiting, waaronder het recht om online dan wel offline informatie en ideeën te zoeken, te ontvangen en te delen, moet worden gewaarborgd.
De EU roept Iran op alle vormen van systemische discriminatie tegen vrouwen en meisjes in het openbare leven en in de privésfeer uit te bannen, zowel in rechte als in de praktijk, en genderresponsieve maatregelen te nemen om alle vormen van seksueel en op gender gebaseerd geweld tegen vrouwen en meisjes te voorkomen en hen hiertegen te beschermen.
De EU dringt er bij de Iraanse autoriteiten op aan het internationaal recht te eerbiedigen en eist dat de plegers van geweld en mensenrechtenschendingen ter verantwoording worden geroepen.
Recentste verklaringen van de EU over de mensenrechten in Iran:
- Iran: verklaring van de hoge vertegenwoordiger namens de EU over de situatie in het land (persmededeling, 9 januari 2026)
- Iran: verklaring van de hoge vertegenwoordiger namens de EU over de arrestatie en detentie van mensenrechtenverdedigers (persmededeling, 30 december 2025)
Sancties als reactie op mensenrechtenschendingen in Rusland
In 2011 voerde de EU een sanctieregeling in tegen Iran omdat de mensenrechten er zwaar werden geschonden. De sancties zijn sindsdien jaarlijks verlengd, de laatste keer tot en met 13 april 2027.
Vanaf oktober 2022, toen de mensenrechtensituatie in het land steeds slechter werd, heeft de EU de sancties fors opgevoerd.
De sancties vanwege mensenrechtenschendingen in Iran zijn onder meer:
- reisverboden voor personen
- bevriezing van tegoeden van personen en entiteiten
- verbod op het verstrekken van financiering of economische middelen aan personen en entiteiten op de lijst
- verbod op de verkoop, levering, overdracht of uitvoer naar Iran van uitrusting die kan worden gebruikt voor binnenlandse repressie
- verbod op technische bijstand, tussenhandeldiensten of financiering aan personen of entiteiten in Iran of voor gebruik in Iran (indien die voor interne repressie kunnen worden gebruikt)
- verbod op het aanbieden van diensten voor de monitoring of interceptie van tele- of internetcommunicatie aan Iran
Momenteel gelden in dit kader sancties voor 269 personen en 53 entiteiten.
Op de sanctielijst staan onder meer:
- Iraanse parlementsleden
- minister van Binnenlandse Zaken Eskandar Momeni
- minister van Informatie- en Communicatietechnologie Issa Zarepour
- gouverneurs en lokale politici
- leden van de Iraanse veiligheidstroepen
- leden van de Islamitische Revolutionaire Garde (IRG)
- leden van de Iraanse rechtshandhavingsdiensten
- de brigade die Mahsa Amini willekeurig arresteerde
- hoge ambtenaren en militairen
- commandanten en leden van de politiediensten
- gevangenisbewakers en directeurs
- de procureur-generaal en andere leden van de rechterlijke macht
- leden van de Hoge Raad voor Cyberspace
Ook gelden er maatregelen tegen:
- de Islamitische Revolutionaire Garde (IRG)
- het Iraanse ministerie van Onderwijs en het Iraanse ministerie van Cultuur en Islamitische Leiding
- de Iraanse zedenpolitie
- de rechtshandhavingsdiensten
- de Hoge Raad voor de Culturele Revolutie
- de Hoge Raad voor Cyberspace
- gevangenissen
- staatstelevisiezender "Press TV"
- persagentschappen
- aanbieders van mobiele diensten
- software- en IT-bedrijven
- de Iranian Audio-Visual Media Regulatory Authority
- entiteiten die betrokken zijn bij censureringsactiviteiten, trollencampagnes op sociale media en de verspreiding van desinformatie
Personen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen en repressie in Iran krijgen ook sancties opgelegd in het kader van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten.
- Besluit betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten vanwege de situatie in Iran (Publicatieblad van de EU)
- Verordening betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in verband met de situatie in Iran (Publicatieblad van de EU)
- Sancties wegens mensenrechtenschendingen
Islamitische Revolutionaire Garde op de terroristenlijst
Na het politiek akkoord in de Raad Buitenlandse Zaken van 29 januari 2026, besloot de Raad op 19 februari 2026 om de Iraanse Islamitische Revolutionaire Garde (IRG) aan te wijzen als terroristische organisatie.
De IRG krijgt bijgevolg beperkende maatregelen opgelegd in het kader van de EU-sanctieregeling voor terrorismebestrijding. Dit betekent dat:
- alle tegoeden en andere financiële activa of economische middelen van de IRG in EU-lidstaten worden bevroren
- bedrijven uit de EU geen tegoeden en economische middelen ter beschikking mogen stellen van de IRG
Iraanse steun voor Ruslands oorlog tegen Oekraïne
De EU acht het onaanvaardbaar en veroordeelt met klem dat Iran militaire steun verleent aan Ruslands aanvalsoorlog tegen Oekraïne, onder meer door drones te leveren.
Rusland gebruikt de Iraanse wapens zonder onderscheid tegen de Oekraïense burgerbevolking en civiele infrastructuur, met verschrikkelijke verwoesting en menselijk leed tot gevolg.
De EU veroordeelt ook de militaire steun van Iran aan gewapende groepen in het Midden-Oosten en het Rode Zeegebied.
Sancties als reactie op de betrokkenheid van Iran bij Ruslands oorlog tegen Oekraïne
In 2022 en 2023 keurde de Raad 3 reeksen dronegerelateerde sancties tegen Iraanse personen of entiteiten goed in het kader van de sanctieregeling voor acties die de territoriale integriteit, de soevereiniteit en de onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen.
Op 20 juli 2023 nam de Raad een specifiek kader voor beperkende maatregelen aan vanwege Irans militaire steun aan Ruslands aanvalsoorlog tegen Oekraïne.
Op 14 mei 2024 verruimde de Raad dat kader wegens Irans militaire steun aan gewapende groeperingen in het Midden-Oosten en het gebied rond de Rode Zee en de drone- en raketaanvallen tegen Israël in april 2024.
De EU kan sancties treffen tegen personen en entiteiten die Iraanse raketten en drones, en onderdelen voor de ontwikkeling en vervaardiging daarvan, leveren of verkopen. Het gaat om raketten en drones die:
- worden geleverd aan Rusland voor zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne
- worden gebruikt door gewapende groeperingen om de vrede en veiligheid in het Midden-Oosten en rondom de Rode Zee te ondermijnen
- niet toegestaan zijn volgens Resolutie 2216 (2015) van de VN-Veiligheidsraad
De sancties omvatten:
- reisverboden voor personen
- bevriezing van tegoeden van personen en entiteiten
- verbod op het verstrekken van financiering of economische middelen aan personen en entiteiten op de lijst
De EU heeft ook een verbod ingesteld op transacties met 2 havens die eigendom zijn of worden geëxploiteerd of beheerd door personen en entiteiten waaraan sancties zijn opgelegd, of die worden gebruikt voor de overdracht van Iraanse drones of raketten of aanverwante technologie en onderdelen aan Rusland.
Tot de gesanctioneerde personen en entiteiten behoren bedrijven die onderdelen voor drones vervaardigen, aankopen en verkopen, bedrijven die betrokken zijn bij de productie van brandstof om raketten en geleide projectielen te lanceren, scheepvaartbedrijven en handelsondernemingen, de marine van de Islamitische Revolutionaire Garde, de Islamic Republic of Iran Shipping Lines, Iraanse luchtvaartmaatschappijen en de minister en viceminister van Defensie van Iran.
Momenteel gelden in dit kader sancties voor 26 personen en 27 entiteiten.
Deze sancties werden recentelijk verlengd tot en met 27 juli 2026.
Vrijheid van scheepvaart in de Straat van Hormuz
De EU dringt er bij alle betrokkenen op aan het staakt-het-vuren in het hele Midden-Oosten te eerbiedigen, alle militaire operaties stop te zetten en de vrijheid van scheepvaart en de vrije en veilige doorvaart door de Straat van Hormuz volledig te waarborgen, conform het internationaal recht, zoals verankerd in het VN-Zeerechtverdrag.
De acties van Iran tegen schepen die door de Straat van Hormuz varen, zijn in strijd met het internationaal recht. Ze schenden gevestigde rechten van zowel doortocht als onschuldige doorvaart door internationale zeestraten.
Sancties naar aanleiding van acties van Iran in de Straat van Hormuz
Op 22 mei 2026 besloot de Raad tot een nieuwe uitbreiding van het toepassingsgebied van de EU-sancties. Oorspronkelijk waren deze bedoeld als antwoord op de militaire steun van Iran aan Ruslands aanvalsoorlog tegen Oekraïne, maar bij een eerste uitbreiding werden ze ook van toepassing op verschillende gewapende groepen in het Midden-Oosten en het Rode Zeegebied.
In het kader van dit sanctieregime heeft de Raad sancties opgelegd aan 2 personen en 1 entiteit die betrokken zijn bij acties en beleidsmaatregelen van Iran die de vrijheid van scheepvaart in de Straat van Hormuz bedreigen.
Proliferatie van kernwapens in Iran
In de Raadsconclusies van 26 juni 2025 herhaalde de Europese Unie haar vaste overtuiging dat Iran nooit een kernwapen mag verwerven, en herinnerde zij Iran aan zijn toezeggingen en internationale verplichtingen op dat vlak.
De Europese Unie maakt zich ernstige zorgen over de opeenvolgende rapporten van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA). Daaruit blijkt dat het Iraanse nucleaire programma op onrustwekkende wijze wordt versneld. Dat gaat duidelijk in tegen de toezeggingen in het gezamenlijk alomvattend actieplan, met name wat betreft de uitbreiding van Irans capaciteit voor nucleaire verrijking en van zijn productie van hoogverrijkt uranium.
Irans handelingen, waarvoor het geen geloofwaardige civiele redenen kan aanvoeren, brengen grote proliferatierisico's met zich mee.
De Europese Unie dringt er bij Iran met klem op aan zijn alarmerende nucleaire traject te keren, opnieuw en onverwijld zijn politieke toezeggingen op het gebied van nucleaire non-proliferatie na te komen, en alle toezichts- en verificatiemaatregelen voor het gezamenlijk alomvattend actieplan en het bijbehorende aanvullende protocol te hervatten.
De sancties van de VN en de EU moeten Iran ervan overtuigen zijn verplichtingen na te komen.
Sancties als reactie op de proliferatie van kernwapens in Iran
VN-sancties
Sinds 2006 nam de VN-Veiligheidsraad een aantal resoluties aan met de eis dat Iran de verrijking van uranium voor de proliferatie van kernwapens staakt. Deze resoluties gingen steeds meer gepaard met sancties om Iran ervan te overtuigen die eis in te willigen.
De EU geeft uitvoering aan VN-sancties door aanneming van EU-wetgeving.
EU-sancties
Naast de omzetting van de VN-sancties legde de EU ook talrijke eigen sancties op aan Iran. Daarvan omvatten de maatregelen tegen de proliferatie van kernwapens onder meer:
- reisverboden voor personen
- bevriezing van tegoeden van personen en entiteiten
- verbod op het verstrekken van financiering of economische middelen aan personen en entiteiten op de lijst
Ook gelden er economische en financiële sancties in de handels-, de vervoers- en de financiële sector.
De handelssancties omvatten onder meer een verbod op:
- wapenuitvoer naar Iran
- uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik en producten die kunnen worden gebruikt voor verrijkingsactiviteiten
- invoer van ruwe olie, aardgas en petrochemische en aardolieproducten
- verkoop of levering van belangrijke uitrusting voor de energiesector
- verkoop of levering van goud, andere edelmetalen en diamanten
- bepaalde scheepsuitrusting
- bepaalde software
Voor de financiële sector gaat het onder meer om:
- bevriezing van tegoeden van de Iraanse centrale bank en van grote Iraanse commerciële banken
- invoering van een meldings- en vergunningsprocedure voor geldovermakingen boven bepaalde bedragen aan Iraanse financiële instellingen
De sancties in de vervoerssector omvatten onder meer een verbod op:
- toegang van Iraanse vrachtvluchten tot EU-luchthavens
- onderhoud van en diensten aan Iraanse vrachtvliegtuigen of -schepen die verboden materialen of goederen vervoeren
Gezamenlijk alomvattend actieplan (JCPOA)
Op 14 juli 2015 kwamen Iran en de "E3/EU+3" een gezamenlijk alomvattend actieplan overeen. Daarin stond een reeks stappen voor de daaropvolgende jaren om het uitsluitend vreedzame karakter van het Iraanse nucleaire programma te garanderen.
De VN-Veiligheidsraad nam in juli 2015 Resolutie 2231 (2015) over het JCPOA aan. Die resolutie:
- bekrachtigde het gezamenlijk alomvattend actieplan
- maakte bepaalde vrijstellingen van bestaande sancties mogelijk
- bepaalde het tijdschema en de verbintenissen die alle partijen moeten nakomen om een einde te maken aan de sancties tegen Iran
Op 16 januari 2016 (uitvoeringsdatum) hief de VN een aantal van de in Resolutie 2231 (2015) vastgelegde sancties op nucleair gebied op. De Raad deed hetzelfde met alle nucleairgerelateerde economische en financiële EU-sancties tegen Iran. Niettemin bleef een aantal andere beperkingen van kracht.
Aangezien Iran zijn verplichtingen in het kader van het JCPOA niet nakwam, besloot de Raad op 18 oktober 2023 de proliferatiegerelateerde sancties van de EU, die op de overgangsdatum zouden vervallen, te handhaven.
Op 29 september 2025 besloot de Raad alle nucleairgerelateerde economische en financiële sancties van de EU tegen Iran die in 2016 waren opgeheven, opnieuw op te leggen. Dat besluit werd genomen nadat ook de VN-Veiligheidsraad had besloten om zijn sancties tegen Iran weer te doen gelden.
Nucleair akkoord met Iran
Zie ook
Situatie in het Midden-Oosten: EU-standpunt
Tijdlijn – Iran en het Midden-Oosten
Uitbanning van chemische wapens
Laatst bijgewerkt: 24 juli 2026