"We gebruiken cookies om uw browse-ervaring te verbeteren. Noodzakelijke cookies zijn nodig om essentiële functies van de website van de Raad te ondersteunen. Optionele cookies helpen ons om anonieme en geaggregeerde statistische overzichten op te stellen, om beter aan uw behoeften te voldoen.
Gehuurde vrachtwagens - voorzitterschap en Europees Parlement akkoord over duidelijkere en flexibelere regels
[Update van 12 november 2021 met toevoeging van een link naar de tekst na goedkeuring door het Coreper]
De onderhandelaars van de Raad en het Europees Parlement hebben een voorlopig akkoord bereikt over herziene regels voor het gebruik van gehuurde voertuigen voor goederen‑vervoer.
De huidige regels worden verduidelijkt, er komt een uniform regel‑gevings‑kader en de beperkingen worden versoepeld. Meer flexibiliteit bij het huren van voertuigen zal het vervoer efficiënter maken en bijdragen tot de goede werking van de interne markt. Bovendien zijn gehuurde voertuigen doorgaans nieuwer, veiliger en milieu‑vriendelijker.
De grotere vrijheid bij het huren van voertuigen zal vervoers‑ondernemingen meer flexibiliteit bieden als de vraag piekt of als er een vervangings‑voertuig nodig is. Tegelijk zorgt ze voor een gelijk speelveld en biedt ze meer mogelijkheden voor bedrijven die voertuigen voor professioneel gebruik verhuren. Aangezien gehuurde voertuigen vaak minder vervuilen, ondersteunen deze regels ook ons gemeenschappelijk doel om de economie te vergroenen.
Jernej Vrtovec, Sloveens minister van Infrastructuur, voorzitter van de Raad
Wat verandert er?
Momenteel biedt de richtlijn vervoers‑ondernemingen enkel toegang tot gehuurde voertuigen indien deze zijn geregistreerd in de lidstaat waar de onderneming haar zetel heeft.
Volgens het akkoord mogen lidstaten het gebruik op hun grondgebied van een voertuig dat is gehuurd door een in een andere lidstaat gevestigde onderneming niet beperken, als aan de registratie- en andere regels in die lidstaat is voldaan.
Aangezien de belastingen op het wegvervoer aanzienlijk verschillen binnen de EU, zullen de lidstaten het gebruik van voertuigen die door hun eigen onder‑nemingen in een andere lidstaat worden gehuurd, nog in zekere mate kunnen beperken. Die beperkingen slaan dan voornamelijk op het aandeel gehuurde voertuigen dat een vervoers‑onderneming in een andere lidstaat mag registreren, en op hoe lang voertuigen uit het buitenland geleased mogen worden. De minimale gegarandeerde leaseperiode voor een individueel voertuig dat in een andere lidstaat is geregistreerd, bedraagt 2 maanden. Er komt een maximale achtervang‑mogelijkheid van 30 dagen, indien vereist door de nationale voertuigregistratie‑voorschriften.
Met het oog op een betere handhaving moeten de registratie‑nummers van gehuurde voertuigen uit een andere lidstaat in de nationale elektronische registers van wegvervoers‑ondernemingen worden opgenomen.
Wanneer treden de nieuwe regels in werking?
De EU‑landen moeten de nieuwe bepalingen 14 maanden na de inwerkingtreding van de richtlijn in hun wetgeving opnemen.
Deze periode komt overeen met het tijdschema voor de invoering van de aanvullende controle‑maatregelen van het eerste mobiliteits‑pakket.
Procedure en volgende stappen
Het voorstel inzake gehuurde voertuigen maakt deel uit van het eerste mobiliteits‑pakket, dat de Commissie in mei 2017 heeft ingediend met het oog op schoner, concurrerender en sociaal rechtvaardiger vervoer. De Raad heeft in juni 2021 zijn onderhandelings‑standpunt bepaald.
Het voorlopige akkoord moet nog worden goedgekeurd door de Raad. Het zal nu ter goedkeuring worden voorgelegd aan het Comité van permanente vertegenwoordigers (Coreper) van de Raad.