Skip to content

GLB: plattelandsontwikkeling na 2013

Wat is er veranderd in het plattelands­ontwikkelings­beleid?

Om het plattelands­ontwikkelings­beleid doeltreffender te maken, heeft het een andere structuur gekregen. Door een nauwere koppeling aan de structuur- en investeringsfondsen van de EU zal met EU-middelen uit verscheidene, door de lidstaten medegefinancierde bronnen ondersteuning kunnen worden geboden aan een breed gamma van innoverende projecten, van gecombineerde landbouw- en aquacultuur­bedrijven tot de uitbreiding van breedband­infrastructuur.

In het kader van het plattelands­ontwikkelings­beleid zullen de lidstaten zoals voorheen hun eigen programma's uittekenen om te voorzien in de behoeften van hun eigen plattelands­gebieden.

Zij krijgen zelfs nog meer speelruimte, omdat het huidige systeem wordt vervangen door een reeks prioriteiten, waarvan innovatie er een is. Deze prioriteit zal worden geschraagd door maatregelen zoals:

  • kennisoverdracht, samenwerking en investeringen in materiële activa
  • efficiënt gebruik van hulpbronnen, productiviteit en emissiearme en klimaatvriendelijke veerkrachtige ontwikkeling van land- en bosbouw
  • samenwerking tussen landbouw en onderzoek om tot een snellere technologie­overdracht aan landbouwers te komen.

Deze maatregelen leggen een link tussen het GLB en de EU-strategie voor groei en werkgelegenheid - de Europa 2020-strategie - die vooral gericht is op opleiding, innovatie en onderzoek.

De maatregelen in verband met milieu en klimaat zijn aangescherpt. Uitvoering ervan blijft verplicht, en ten minste 30% van het totale budget voor plattelands­ontwikkeling moet worden gereserveerd voor milieu­maatregelen en maatregelen ter aanpassing aan en beperking van klimaatverandering, ook in de sectoren landbouw en bosbouw.

Dubbele financiering voor vergroening binnen beide pijlers is uitgesloten, zodat landbouwers niet tweemaal betaald worden voor dezelfde activiteit.

Gebieden met natuurlijke beperkingen zullen worden geherdefinieerd aan de hand van 8 biofysische criteria, met als resultaat een uniform en objectief systeem voor de hele EU.

Het percentage van de fondsenbijdrage is bijgesteld om rekening te houden met de verschillende financiële situaties in de regio's. Door de hervorming gelden voor minder ontwikkelde regio's hogere medefinancierings­percentages.