Skip to content

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid uitgelegd

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) van de EU bevordert voedselzekerheid, duurzame landbouw en ondersteuning voor plattelandsgebieden.

Ondersteuning voor landbouwers en plattelandsgebieden

Een aantal wetten in de EU vormen samen een eengemaakt beleid over landbouw ­– het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Met zijn oprichting in 1962 is het GLB het oudste EU-beleid. Het maakt € 386,6 miljard van de EU-begroting voor 2021-2027 uit, wat neerkomt op ongeveer € 0,34 per dag per EU-burger.

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid draagt bij aan:

  • betaalbaar en veilig voedsel van hoge kwaliteit voor 447 miljoen EU-burgers
  • een redelijke levensstandaard voor landbouwers, met ondersteuning voor 7 miljoen begunstigden
  • klimaatactie en instandhouding van natuurlijke hulpbronnen met 40% van het budget

Het beleid bestaat uit 3 delen:

  • rechtstreekse betalingen aan landbouwers
  • maatregelen om markten te stabiliseren
  • steun voor plattelandsgebieden

Rechtstreekse betalingen aan landbouwers

De EU ondersteunt landbouwers met rechtstreekse betalingen om:

  • hen een stabiel inkomen te bieden en hen te beschermen tegen prijsschommelingen en slechte oogstjaren
  • collectieve goederen te bezorgen die doorgaans niet door markten betaald worden, zoals het verzorgen van de landbouwgrond en voldoen aan de normen voor voedselveiligheid, milieu en dierenwelzijn
  • landbouw rendabel te maken

Deze steun zorgt voor een betrouwbare en rijkelijke voedselvoorraad tegen betaalbare prijzen en maakt dat landbouwers voldoen aan alle normen voor veiligheid, milieu, diergezondheid en dierenwelzijn. Deze behoren tot de strengste ter wereld. Landbouwers die niet aan de voorwaarden voldoen, ontvangen minder of geen steun ("versterkte conditionaliteit").

Maatregelen om markten te stabiliseren

Het GLB bevat een aantal marktmaatregelen om landbouwmarkten te stabiliseren, marktcrises te voorkomen en grote prijsschommelingen te neutraliseren, bijvoorbeeld ten gevolge van kortstondige overbevoorrading. Het gaat hierbij om:

  • EU-financiering voor lidstaten om problemen in bepaalde sectoren aan te pakken
  • specifieke regels voor de internationale handel in landbouwproducten
  • ad hoc-interventie in tijden van crisis, door overheden die producten zoals tarwe, rijst of melkpoeder kunnen aankopen en opslaan, of via ondersteuning voor particulieren om producten zoals suiker of olijfolie op te slaan

Deze marktmaatregelen vallen onder de verordening inzake een gemeenschappelijke marktordening.

De EU heeft deze regels in 2026 geactualiseerd om de onderhandelingspositie van landbouwers te versterken en ervoor te zorgen dat ze een eerlijke prijs krijgen voor het voedsel dat ze produceren. Deze wijzigingen maken het voor landbouwers gemakkelijker om:

  • duidelijke, schriftelijke contracten en eerlijke voorwaarden te krijgen
  • stimuleringsmaatregelen te benutten om zich aan te sluiten bij producentenorganisaties zoals coöperaties en verenigingen
  • collectief te onderhandelen over contracten
  • te profiteren van duidelijke regels voor het gebruik van de term "vlees" en vleesgerelateerde namen

Steun voor plattelandsgebieden

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid helpt sinds het begin van de jaren 2000 om ervoor te zorgen dat plattelandsgebieden zich ontwikkelen, floreren en bevolkt blijven.

Europa bestaat voor de helft uit overwegend landelijke gebieden, waar 25% van de 447 miljoen inwoners van de EU wonen. Deze plattelandsgebieden behoren tot de minst begunstigde regio's van de EU, met een bbp per hoofd van de bevolking dat ver onder het Europese gemiddelde ligt.

De maatregelen voor plattelandsontwikkeling binnen het GLB helpen om:

  • landbouwbedrijven te moderniseren
  • investeringen in infrastructuur te verhogen, waaronder connectiviteit en basisdiensten
  • het concurrentievermogen van de landbouwsector op te drijven
  • generatievernieuwing in de landbouw te verzekeren

Daarbij vormt het cohesiebeleid van de EU een aanvulling op het plattelandsbeleid, met name door gebalanceerde ontwikkeling over verschillende regio's te ondersteunen.

Vereenvoudiging van het GLB

Op 18 december 2025 nam de Raad nieuwe maatregelen aan om het GLB te vereenvoudigen. De Europese landbouw moet concurrerender worden door de administratieve rompslomp te verminderen, alle landbouwers – inclusief kleine en startende bedrijven – te ondersteunen, innovatie te stimuleren en de productiviteit te verhogen. De nieuwe maatregelen zouden:

  • de administratieve lasten en controles voor landbouwers en nationale overheden verminderen
  • de betalingen aan kleine landbouwers verhogen en de conditionaliteitsregels vereenvoudigen
  • de inspecties ter plaatse verminderen en de jaarlijkse prestatiegoedkeuring schrappen
  • de financiering voor landbouwers in tijden van crisis verbeteren

De voorgestelde maatregelen kunnen leiden tot een jaarlijkse besparing van € 1,6 miljard voor landbouwers en van meer dan € 200 miljoen voor nationale overheden.

Financieringsperiode 2023-2027

De financiering voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt regelmatig herzien om het GLB aan te passen aan nieuwe uitdagingen waar de Europese landbouwsector mee te maken krijgt.

De nieuwe financieringsperiode begon in 2023 en duurt tot 2027. De voornaamste doelen van deze cyclus:

  • een eerlijkere verdeling van middelen om kleinere bedrijven en jongere landbouwers beter te ondersteunen
  • bijdragen aan de EU-milieu- en klimaat­doelstellingen
  • meer flexibiliteit in planning voor lidstaten
GLB-financieringsregels 2023-2027

GLB-financieringsregels 2023-2027

Gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027

Tijdens de Raad Landbouw en Visserij van 22 september 2025 hebben de ministers van Landbouw het door de Commissie voorgestelde kader voor het toekomstige GLB besproken.

Ze wisselden van gedachten over hoe de nieuwe financieringsstructuur, waaronder € 293,7 miljard voor inkomens- en crisissteun, zal worden afgestemd op de nationale en regionale partnerschapsplannen om te zorgen voor duurzame groei en veerkracht in de landbouw in de hele EU.

Waarom landbouwfinanciering nodig is

De agrovoedingssector is een van de grootste economische sectoren in de EU. In deze sector werken 40 miljoen mensen, waarvan 10 miljoen landbouwers, die zorgen voor betaalbare voeding van hoge kwaliteit en daarbij de natuurlijke hulpbronnen in stand houden.

Toch heeft de landbouw zo zijn eigen uitdagingen:

  • de sector is erg afhankelijk van het weer en het klimaat, en wordt getroffen door extreme weerfenomenen zoals droogtes of overstromingen, die tot schommelingen in de productie leiden
  • de productie vergt tijd en planning, wat zorgt voor vertraging bij het afstemmen van het aanbod op de vraag

Dit kan een onstabiele markt en schommelende prijzen veroorzaken.

Daarnaast krijgt de agrovoedingssector te maken met mondiale concurrentie, economische en financiële crises, klimaatverandering en de veranderlijke kosten van productiemiddelen zoals brandstof en meststoffen.

Het inkomen van landbouwers ligt nog steeds bijna 40% lager dan in andere sectoren, ondanks het belang van voedselproductie en een algemene inkomensstijging in de afgelopen 20 jaar.

Hoe verhoudt het inkomen van landbouwers zich ten opzichte van het gemiddelde EU-inkomen?

Tekstversie

in 2005 - 31%

in 2010 - 37%

in 2015 - 41%

in 2022 - 64%



Financiering van het GLB

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt gefinancierd door 2 fondsen (of "pijlers") als onderdeel van de EU-begroting:

  • het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) zorgt voor rechtstreekse steunverlening en financiert marktmaatregelen
  • het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) financiert plattelandsontwikkeling

De betalingen worden door elke lidstaat op nationaal niveau beheerd. Plattelandsontwikkeling wordt medegefinancierd door de lidstaten.

De rol van de Raad in het GLB

De Raad van de EU is verantwoordelijk voor de goedkeuring van wetgeving, doorgaans samen met het Europees Parlement, op basis van voorstellen van de Europese Commissie via de gewone wetgevingsprocedure. Eind 2021 keurden Raad en Parlement de nieuwe GLB-regels voor 2023-2027 goed. In het voorjaar van 2024 versoepelden ze enkele regels en verminderden ze de administratieve rompslomp.

De lidstaten zorgen samen met de Europese Commissie voor de dagelijkse werking van het GLB. De Raad zorgt ervoor dat de lidstaten betrokken worden bij elk aspect van het beleid. Dit geldt met name voor gedelegeerde handelingen die de Commissie kan aannemen om bijvoorbeeld technische details in de wetgeving bij te werken.

Het werk van de Raad voor alle GLB-gerelateerde zaken wordt voorbereid door het Speciaal Comité Landbouw (SCL), dat bestaat uit vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten. Het comité bestaat sinds 1960.

Voeding voor Europa: 60 jaar gemeenschappelijk landbouwbeleid

In 1962 werd het gemeenschappelijk landbouwbeleid ingevoerd. 60 jaar later ondersteunt het een open, eengemaakte markt voor Europese agrovoedingsproducten. In onze feature story vertellen Europese landbouwers en begunstigden meer over het GLB.

Illustratie van EU-landbouw.

Zie ook

Van boer tot bord

Van boer tot bord

Voedselzekerheid en betaalbaarheid van levensmiddelen

Voedselzekerheid en betaalbaarheid van levensmiddelen

Geografische aanduidingen voor levensmiddelen en dranken

Geografische aanduidingen voor levensmiddelen en dranken

Laatst bijgewerkt: 18 december 2025