"We gebruiken cookies om uw browse-ervaring te verbeteren. Noodzakelijke cookies zijn nodig om essentiële functies van de website van de Raad te ondersteunen. Optionele cookies helpen ons om anonieme en geaggregeerde statistische overzichten op te stellen, om beter aan uw behoeften te voldoen.
Met uw toestemming gebruiken we cookies voor het genereren van geaggregeerde, anonieme gegevens over het browsegedrag van de gebruikers van onze website. We gebruiken deze gegevens om uw ervaring te verbeteren.
De ministers wisselden van gedachten over het uitbreidingsproces van de EU en keurden conclusies van de Raad daarover goed.
De conclusies van de Raad hebben betrekking op de 6 partners van de Westelijke Balkan, Turkije, Oekraïne, Moldavië en Georgië. De situatie in elk van de partnerlanden wordt geëvalueerd en er worden richtsnoeren gegeven voor hervormingsprioriteiten.
De conclusies van de Raad over uitbreiding vormen een krachtig signaal van onze steun aan de inspanningen van onze partners om vooruitgang te boeken op de weg naar toetreding op basis van het beginsel van de eigen verdiensten. Een evenwichtige en geloofwaardige uitbreiding is een belangrijke prioriteit van het Hongaarse voorzitterschap, en wij zijn zeer ingenomen dat het proces weer is vlot getrokken en er tijdens onze ambtstermijn significante vooruitgang is geboekt. Deze conclusies zullen de komende jaren een krachtige impuls geven aan de uitbreiding in de Westelijke Balkan en daarbuiten.
János Bóka, minister van Europese Zaken van Hongarije
De ministers wisselden van gedachten over het versterken van de betrekkingen tussen de EU en het VK. De bespreking vond plaats in het licht van de voorbereidende werkzaamheden op technisch niveau om de mogelijkheden te onderzoeken tot verdieping van de betrekkingen met het VK, waarbij ook rekening werd gehouden met de rode lijnen van het VK.
De ministers toonden zich verheugd over de wens van het VK om de strategische samenwerking met de EU te versterken en benadrukten het belang van samenwerking met het VK als gelijkgestemde partner en bondgenoot, met name in de huidige geopolitieke context. Zij gaven aan open te staan voor concrete ideeën van het VK om de bestaande samenwerking verder uit te bouwen, waarbij zij vanuit een pragmatische houding werken volgens een pakketbenadering en zich laten leiden door de kernbeginselen die de Europese Raad in 2017 uiteen heeft gezet.
In dit verband wezen zij met name op de noodzaak om te zorgen voor een evenwicht tussen rechten en plichten en samenhang met de betrekkingen van de EU met andere derde landen, alsook op de ondeelbaarheid van de 4 vrijheden en de autonomie van de besluitvorming van de EU. Zij herinnerden ook aan de noodzaak van een volledige en getrouwe uitvoering van de bestaande overeenkomsten als de vereiste solide basis voor de toekomstige agenda, en aan de noodzaak om in dit proces te zorgen voor politieke sturing door de Raad.
De ministers waren van mening dat de huidige geopolitieke situatie vraagt om nauwe samenwerking met het VK op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid als een prioritair gebied. Tijdens het gesprek werden verschillende andere prioritaire gebieden genoemd, zoals uitwisselingen van jongeren, visserij en energie, die van cruciaal belang worden geacht voor het bevorderen van het partnerschap met het VK.
Ook andere gebieden, zoals de koppeling van het emissiehandelssysteem en sanitaire en fytosanitaire maatregelen, zouden kunnen worden behandeld, onder voorbehoud van de beginselen die de Europese Raad in 2017 heeft goedgekeurd.
De Commissie praatte de ministers bij over de onderhandelingen over een breed pakket maatregelen om de bilaterale betrekkingen tussen de EU en Zwitserland te moderniseren en te verdiepen.
De belangrijkste elementen van het pakket waarover wordt onderhandeld zijn:
bepalingen over institutionele steun en staatssteun in bestaande en toekomstige overeenkomsten met Zwitserland over de interne markt
een akkoord over de deelname van Zwitserland aan EU-programma's zoals Horizon Europa
een akkoord over de permanente financiële bijdrage van Zwitserland aan de sociale en economische cohesie in de EU
overeenkomsten inzake elektriciteit, voedselveiligheid en gezondheid
De ministers toonden zich verheugd over de geboekte vooruitgang en verzochten de Commissie haar inspanningen om de onderhandelingen voor eind 2024 tot een goed einde te brengen, voort te zetten.
De ministers wisselden van gedachten over de toekomst van Europa en richtten zich daarbij vooral op het hoofdstuk over versterking van de governance uit het rapport van Mario Draghi over de toekomst van het Europese concurrentievermogen. Dit hoofdstuk bevat verschillende overwegingen en specifieke voorstellen in verband met de institutionele structuur en werking van de EU, die tot doel hebben de werkzaamheden weer vooral te richten op gebieden waar het EU-optreden de grootste meerwaarde heeft, de werkzaamheden op prioritaire gebieden te versnellen en de regels te vereenvoudigen.
De ministers benadrukten dat EU-wetgeving moet worden vereenvoudigd en dat de regeldruk voor bedrijven, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen, moet worden verminderd. Zij stonden ook achter het stroomlijnen en beter coördineren van EU-processen om de doelstellingen op het gebied van concurrentievermogen dichterbij te brengen.
Hoewel er steun was voor het verkennen van alle opties die de Verdragen boden om de EU flexibeler te maken, en verscheidene ministers de uitbreiding van de besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid op bepaalde gebieden steunden, uitten andere ministers hun bedenkingen en benadrukten zij dat het belangrijk was de eenheid van de EU te bewaren en rekening te houden met de bezorgdheden van de lidstaten op gevoelige gebieden.
Het voorzitterschap heeft ook een overzicht gegeven van de debatten die in de verschillende Raadsformaties zijn gehouden in verband met de toekomst van bepaalde EU-beleidsterreinen.
De Raad bekrachtigde zijn 18-maandenprogramma, dat loopt van 1 januari 2025 tot en met 30 juni 2026.
Het programma is in samenwerking met de Commissie opgesteld door Polen, Denemarken en Cyprus als aantredende voorzitterschappen en de hoge vertegenwoordiger voor de Raad Buitenlandse Zaken.
Onder "diversen" heeft het voorzitterschap de ministers geïnformeerd over de stand van zaken inzake de oprichting van het Interinstitutioneel Ethisch Orgaan en over de besprekingen in de Raad over het verslag van Sauli Niinistö over de versterking van de civiele en militaire paraatheid en gereedheid van Europa.
De Commissie heeft de Raad geïnformeerd over de onderhandelingen over de herziening van het Kaderakkoord uit 2010 over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie.
Tevens nam de Raad zonder debat de A-punten van wetgevende en niet-wetgevende aard aan.