Gegevensbescherming bij rechtshandhaving
De EU beschermt de persoonsgegevens die rechtshandhavingsinstanties inzetten om strafbare feiten te voorkomen, onderzoeken, opsporen en vervolgen.
Gegevensbescherming bij justitiële en politiële samenwerking
Gezien de specifieke aard van politiële en justitiële activiteiten in strafzaken zijn er speciale regels nodig voor de bescherming van persoonsgegevens. Die moeten vrij verkeer van gegevens mogelijk maken en de samenwerking tussen de lidstaten bevorderen.
De richtlijn betreffende de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten, werd aangenomen in 2016 en trad in werking in 2018.
De richtlijn moet het recht van natuurlijke personen op de bescherming van hun gegevens beschermen, en tegelijkertijd een hoge mate van openbare veiligheid waarborgen.
De richtlijn is van toepassing op zowel grensoverschrijdende als nationale verwerking van gegevens door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten met het oog op:
- het voorkomen, onderzoeken, opsporen en vervolgen van strafbare feiten
- de bescherming tegen en het voorkomen van gevaren voor de openbare veiligheid
De richtlijn heeft geen betrekking op de activiteiten van instellingen, organen en instanties van de EU, en evenmin op activiteiten die niet onder het Unierecht vallen.
Rechten van natuurlijke personen
De richtlijn bevat een reeks beginselen, waaronder de noodzaak ervoor te zorgen dat alle verzamelde persoonsgegevens:
- rechtmatig worden verwerkt
- worden vergaard voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden
- in verhouding staan tot de doelen waarvoor ze worden verwerkt
De regels omvatten de verplichting voor de lidstaten om begrijpelijke informatie te verstrekken en om het recht van de betrokkene op inzage, rectificatie, wissing en beperking van de verwerking te waarborgen. Daarnaast wordt het de lidstaten ook toegestaan deze rechten bij wet aan bepaalde beperkingen te onderwerpen.
Toepassing gegevensbeschermingsregels
De richtlijn betreffende de bescherming van persoonsgegevens die verwerkt worden ter handhaving van het strafrecht beschrijft de verantwoordelijkheden van de verwerkingsverantwoordelijkheden. Het gaat onder meer om:
de aanwijzing van een functionaris voor gegevensbescherming die de bevoegde autoriteiten helpt de naleving van de gegevensbeschermingsregels te waarborgen
de verplichting om een effectbeoordeling uit te voeren als een bepaalde verwerking waarschijnlijk grote risico's met zich meebrengt voor de rechten van betrokkenen
De toezichthoudende autoriteiten kunnen dezelfde zijn als die in het kader van de algemene verordening gegevensbescherming. De richtlijn bevat voorschriften over verplichte wederzijdse ondersteuning en een algemene verplichting tot samenwerking.
Het Europees Comité voor gegevensbescherming ziet erop toe dat de richtlijn volledig wordt toegepast. Deze raad bestaat uit vertegenwoordigers van alle 27 onafhankelijke toezichthouders en ziet ook toe op de toepassing van de AVG.
De richtlijn geeft natuurlijke personen bovendien het recht op schadevergoeding als ze schade lijden door de onrechtmatige verwerking van gegevens.
Overdrachten naar landen buiten de EU
Persoonsgegevens mogen uitsluitend aan een derde land worden doorgegeven als dit nodig is om de wet te handhaven en als de Commissie besluit dat het door dat land geboden beschermingsniveau passend is.
Bij ontbreken van een dergelijk besluit kunnen gegevens worden doorgegeven als er passende waarborgen worden geboden.
Zie ook
Gegevensbescherming in de EU
Algemene verordening gegevensbescherming
Laatst bijgewerkt: 20 juni 2024