GLB: rechtstreekse betalingen na 2013
Wat is er veranderd in de rechtstreekse betalingen?
Rechtstreekse betalingen (= basisinkomenssteun die landbouwers krijgen als vergoeding voor de collectieve goederen en diensten die zij leveren): binnen de lidstaten of regio's komt er een geleidelijke herverdeling van de steun, om de grootste verschillen in steun voor landbouwers in de hele EU te verkleinen.
Afslanking van de rechtstreekse betalingen: de rechtstreekse betalingen aan grote landbouwbedrijven worden verlaagd met ten minste 5% voor bedragen boven € 150.000 per jaar. Het bespaarde bedrag blijft in de lidstaat om te gebruiken voor plattelandsontwikkeling.
Groene landbouw
Groenelandbouwpraktijken in het kader van de GLB-hervorming zijn onder meer:
- het handhaven van een minimumareaal blijvend grasland
- het telen van ten minste 3 verschillende gewassen op akkerland
- het handhaven van een minimumareaal met landschapskenmerken als hagen en poelen, of stroken braakland, bosgebieden of grond met gewassen die de bodem- en de waterkwaliteit verbeteren
De bestaande onevenwichtigheden in de betalingsniveaus tussen de lidstaten worden deels uitgevlakt: het niveau zal geleidelijk worden verhoogd voor lidstaten waarvan het gemiddeld niveau van de rechtstreekse betalingen per hectare momenteel minder dan 90% van het EU-gemiddelde bedraagt. Uiterlijk in 2019 moet in de hele EU het minimumniveau op ongeveer € 196 per hectare liggen. Die "convergentie" wordt gefinancierd door lidstaten waarvan het niveau van de rechtstreekse betalingen boven het EU-gemiddelde ligt.
Voor nieuwe landbouwers en jonge landbouwers (jonger dan 40 jaar) worden voor de eerste 5 bedrijfsjaren de rechtstreekse betalingen opgetrokken. Dat komt bovenop de andere steunmaatregelen van de plattelandsontwikkelingsprogramma's.
In de toekomst zullen landbouwers die slechts een klein bedrag aan rechtstreekse betalingen ontvangen, een vereenvoudigde "regeling voor kleine landbouwers" kunnen genieten. Dat zal minder administratieve rompslomp betekenen voor zowel de kleine landbouwers als de nationale autoriteiten.
Vergroening: 30% van de rechtstreekse betalingen wordt de landbouwers slechts uitgekeerd als zij groenelandbouwpraktijken toepassen die het klimaat en het milieu ten goede komen. Daarbij voldoet biologische productie automatisch aan de voorwaarden voor vergroening. Wie niet aan de vergroeningsvoorwaarden voldoet, krijgt sancties.
In de toekomst ontvangen alleen "actieve landbouwers" financiering. Volgens de nieuwe regels kunnen grootgrondbezitters die niet daadwerkelijk aan landbouw doen en ondernemingen met grote graslandgebieden (zoals luchthavens) geen aanspraak maken op uitkeringen voor landbouwbedrijven.
Meer marge voor de lidstaten bij het gebruik van hun nationale bedragen: alle lidstaten kunnen voortaan tot 15% van hun middelen van de ene naar de andere GLB-pijler verschuiven. Lidstaten waarvan de rechtstreekse betalingen in totaal minder dan het EU-gemiddelde bedragen, mogen zelfs tot 25% van hun middelen van de tweede naar de eerste pijler overhevelen.