"We gebruiken cookies om uw browse-ervaring te verbeteren. Noodzakelijke cookies zijn nodig om essentiële functies van de website van de Raad te ondersteunen. Optionele cookies helpen ons om anonieme en geaggregeerde statistische overzichten op te stellen, om beter aan uw behoeften te voldoen.
De Raad hield een oriënterend debat over het Commissievoorstel van 17 juli 2026 tot herziening van het EU-emissiehandelssysteem (ETS1). Doel is de klimaatambitie en kosteneffectieve decarbonisatie kracht bij te zetten en tegelijkertijd het concurrentievermogen van de industrie te ondersteunen. Het emissiehandelssysteem van de EU is de eerste en grootste koolstofmarkt ter wereld. Bedrijven moeten betalen voor hun broeikasgasemissies. Op die manier wil de EU hen ertoe aansporen hun emissies te verlagen en de transitie naar schone energie financieren. Met de voorgestelde herziening wil de Unie de koolstofmarkt aanpassen aan de EU-doelstelling om de emissies tussen nu en 2040 met 90% te verminderen.
Het EU-emissiehandelssysteem moet worden aangepast aan de behoeften van het komende decennium. We willen onze koolstofmarkt zodanig afstemmen op onze klimaatambitie dat ook het concurrentievermogen van de industrie erbij gebaat is. Het Ierse voorzitterschap wil uiterlijk in december een akkoord bereiken als belangrijke mijlpaal van de routekaart "Eén Europa, één markt".
Darragh O'Brien, minister van Klimaat, Energie en Milieubeheer van Ierland
Tijdens de zitting bespraken de ministers het ambitieniveau van de ETS-evaluatie, namelijk het traject na 2030 voor het jaarlijkse emissieplafond en het gebruik van internationale koolstofkredieten en permanente koolstofverwijderingen in de EU. Zij hielden ook de voorgestelde financieringsmechanismen tegen het licht en deelden hun standpunten mee over de kosteloze toewijzing van emissierechten binnen het systeem en over de aanpak van het risico van koolstoflekkage. Verscheidene ministers drongen erop aan het mechanisme ook toe te passen op de luchtvaart, de zeevaart en de afvalsector.
Het oriënterend debat bood sturing voor de lopende werkzaamheden in de voorbereidende instanties van de Raad. De herziening van het ETS maakt deel uit van de routekaart "Eén Europa, één markt".
Klimaatverandering: wat onderneemt de EU? (achtergrondinformatie)
COP31 over klimaatverandering
De ministers keurden conclusies goed over de voorbereidingen voor de COP31, de VN-klimaatconferentie die van 9 tot en met 20 november 2026 in Antalya (Turkije) plaatsvindt onder gezamenlijk voorzitterschap van Turkije en Australië. In de conclusies zijn het onderhandelingsstandpunt en de strategische doelstellingen van de EU voor die conferentie opgenomen.
Tijdens de COP31 zal de EU zich richten op de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs en aandringen op snelle en wetenschappelijk onderbouwde maatregelen om elke extra fractie van een graad opwarming te voorkomen en terug te keren naar het traject van 1,5 °C. Met inachtneming van het beginsel van multilateralisme erkenden de ministers de centrale rol van het kader en de processen van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering. Ook benadrukten zij het belang van de rol van alle EU-lidstaten op de COP31 en schaarden ze zich opnieuw achter het beginsel van onderlinge solidariteit.
Internationale overeenkomsten en rol van de Raad (achtergrondinformatie)
COP17 over biodiversiteit
De ministers keurden conclusies goed over het onderhandelingsstandpunt voor de VN-biodiversiteitsconferentie (COP17), van 19 tot en met 30 oktober 2026 in Jerevan (Armenië).
Op de agenda van de komende Conferentie van de Partijen – die om de 2 jaar plaatsvindt – staat een eerste wereldwijde evaluatie van de uitvoering van het mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal. Er wordt gekeken hoe ver we staan met de verwezenlijking van de 23 doelstellingen om het biodiversiteitsverlies te stoppen. Zo moet in 2030 minstens 30% van de gebieden op het land en op zee beschermd zijn. Tijdens de COP17 zal de EU oproepen tot versnelde actie binnen en tussen alle beleidsdomeinen en -sectoren om die doelstellingen te halen.
De Raad onderstreept dat het verlies aan biodiversiteit een aanhoudende mondiale dreiging vormt. De onderling gerelateerde mondiale crises van biodiversiteitsverlies, klimaatverandering, verontreiniging en de aantasting van ecosystemen op het land en in zoet water en oceanen zijn bijzonder verontrustend.
In een tijdperk waarin zowel multilateralisme als natuurbescherming op de proef worden gesteld, blijft de EU zich sterk inzetten om tijdens de COP17 positieve resultaten te boeken op het gebied van biodiversiteit. De ambitie die in het kader van het mondiale biodiversiteitskader is overeengekomen, mag niet afzwakken. We zullen oproepen tot versnelde wereldwijde actie en hernieuwde focus op het leveren van inspanningen in de hele economie en samenleving.
Christopher O'Sullivan, onderminister van Ierland bij het ministerie van Huisvesting, Lokaal Bestuur en Erfgoed, bevoegd voor Natuur, Erfgoed en Biodiversiteit
Vogelrichtlijn en habitatrichtlijn: informele lunch
Tijdens de lunch hielden de ministers een informele bespreking over de vogel- en de habitatrichtlijn. Ze gingen in op de vraag hoe de behoefte aan adequate normen voor natuurbescherming kan worden verzoend met een snellere vereenvoudiging en het stimuleren van het concurrentievermogen.
Natuurbescherming (achtergrondinformatie)
Diversen
In openbare zitting brachten het Ierse voorzitterschap en de Commissie verslag uit over de 17e zitting van de Conferentie van de Partijen bij het VN-Verdrag ter bestrijding van woestijnvorming (UNCCD COP17). Die vond van 17 tot en met 28 augustus 2026 plaats in Mongolië en was dit jaar de eerste COP over de 3 Rio-verdragen.
In openbare zitting informeerden het Ierse voorzitterschap en de Commissie de Raad over de resultaten van de 70e vergadering van de Internationale Walvisvaartcommissie, die van 27 september tot en met 2 oktober 2026 in Australië werd gehouden.
Oostenrijk, gesteund door Tsjechië en Estland, drong in openbare zitting aan op een vereenvoudiging van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor kleine producenten ten behoeve van de interne markt in het kader van de verordening betreffende verpakking en verpakkingsafval.
Litouwen, gesteund door Estland, Finland, Letland en Polen, deed een oproep om het Verdrag van Espoo af te stemmen op de Europese defensiegereedheidsprioriteiten.
Polen, gesteund door Bulgarije, Tsjechië, Estland, Griekenland, Italië, Litouwen en Slowakije, verstrekte informatie over de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid in het kader van de richtlijn stedelijk afvalwater en de eerlijke toepassing van het beginsel "de vervuiler betaalt".