"We gebruiken cookies om uw browse-ervaring te verbeteren. Noodzakelijke cookies zijn nodig om essentiële functies van de website van de Raad te ondersteunen. Optionele cookies helpen ons om anonieme en geaggregeerde statistische overzichten op te stellen, om beter aan uw behoeften te voldoen.
Met uw toestemming gebruiken we cookies voor het genereren van geaggregeerde, anonieme gegevens over het browsegedrag van de gebruikers van onze website. We gebruiken deze gegevens om uw ervaring te verbeteren.
Langetermijneffecten van het cohesiebeleid op EU-regio's
De Raad besprak de rol van het cohesiebeleid als belangrijke hefboom om de convergentie op lange termijn binnen de EU te bevorderen en de verschillen in ontwikkelingsniveau van de verschillende regio's te verkleinen.
De ministers waren ingenomen met de bijdrage van het cohesiebeleid aan het dichten van de kloof tussen minder en meer ontwikkelde regio's en lidstaten in de afgelopen decennia. Ze wezen op de positieve impact ervan, ook buiten de regio's die het meest profiteren van de EU-programma's.
Er werd benadrukt dat het cohesiebeleid een modern en flexibel investeringsinstrument is om regio's in de hele EU te helpen gemeenschappelijke langetermijndoelstellingen na te streven en tegelijkertijd, waar nodig, meer onmiddellijke uitdagingen ter plaatse aan te pakken.
Tijdens het debat zetten de ministers hun standpunten over verschillende kwesties inzake het cohesiebeleid uiteen. Het ging onder meer over de belangrijkste doelstellingen en beginselen die voor de toekomst moeten worden veiliggesteld, en over de verwachte uitdagingen en de beste manier om die aan te pakken. Ook de meerwaarde van het cohesiebeleid in vergelijking met andere EU-beleidsmaatregelen en -instrumenten kwam aan bod. Er moet meer synergie tussen de verschillende instrumenten komen om de kerndoelstellingen van het cohesiebeleid beter te kunnen verwezenlijken.
De ministers benadrukten dat het cohesiebeleid moet kunnen steunen op een stevige en doeltreffende beleidsmix van nationale en EU-maatregelen en -instrumenten. Dat is nodig om de regio's te helpen met uitdagingen die voortvloeien uit demografische en technologische veranderingen en de digitale en groene transitie – zodat geen enkele regio aan zijn lot wordt overgelaten.
Het cohesiebeleid is een krachtig en dynamisch Europees investeringsinstrument dat de lidstaten en hun regio's helpt zich te ontwikkelen. Het liet toe flexibel te reageren op de recente crises, maar de echte kracht ervan ligt in langetermijntransformatie, aangestuurd op lokaal niveau. We moeten ervoor zorgen dat het beleid ook in de toekomst geschikt blijft voor het beoogde doel: de EU-regio's helpen met verschillende uitdagingen, zoals demografische veranderingen en de groene en digitale transitie.
Ivan Bartoš, Tsjechisch vicepremier, bevoegd voor Digitalisering, en minister van Regionale Ontwikkeling
De Raad nam conclusies aan over het cohesiebeleid, waarin de rol van het beleid bij de regionale ontwikkeling in de EU wordt beoordeeld, en waarin de belangrijkste troeven en uitdagingen en ook de toekomstige koers aan bod komen.
De conclusies hebben betrekking op verschillende aspecten van het cohesiebeleid, zoals de toegevoegde waarde ervan, de rol ervan bij de aanpak van de recente crises, territoriale elementen en de toekomst van het beleid na 2027. De belangrijkste voordelen van het beleid worden benadrukt, zoals het feit dat elk uitgegeven euro naar schatting € 2,7 aan extra bbp genereert op EU-niveau. Ook punten voor verdere verbetering worden genoemd, zoals vereenvoudiging en harmonisatie van de regels, voorkoming van overlapping met andere EU-programma's, en meer aandacht voor de specifieke kenmerken van elke regio.
De Raad nam de begroting van de EU voor 2023 formeel aan (als agendapunt zonder debat). Daarover was op 14 november 2022 tijdens onderhandelingen met het Europees Parlement overeenstemming bereikt. Het totaal aan vastleggingen bedraagt € 186,6 miljard. Dat is een stijging van 1,1% ten opzichte van de gewijzigde begroting 2022. Binnen de uitgavenplafonds van het meerjarig financieel kader voor 2021-2027 wordt € 0,4 miljard opzijgehouden voor onvoorziene behoeften. Het totaal aan betalingen bedraagt € 168,6 miljard, een stijging van 1% ten opzichte van 2022.